Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Levensbeschouwing’ Category

Atheïsme als basis voor de moraal

with 2 comments

VerhofstadtD14VERHOFSTADT, D., Atheïsme als basis voor de moraal. A’pen/Utrecht, Uitg. Houtekiet, 2013, 325 pp. – ISBN 978 90 8924 256 3

Waar men regeert in naam van God gaat de mens ten onder. (blz. 274)

In een interview met Joannie de Rijke (Knack, Nr. 7 van 11-17 februari 2015) zegt voormalig jihadist Morten Storm: “Maar hoe meer ik me engageerde in mijn religie, hoe meer ik mensen begon te haten. Als salafist voelde ik mij verheven boven de gewone mens. Wij waren beter dan andere moslims, beter dan iedereen die er andere gedachten op na hield. Daarom ben ik nu atheïst. Religies leren je dat alleen zij de waarheid in pacht hebben. De rest van de wereld heeft het mis en leeft met een valse waarheid. God haat hen en als gelovige haat je hen ook. Op den duur voel je zelfs geen empathie meer.”

Dit is in een notendop waarom religie niet de bron kan zijn van moraal. De ethiek moet definitief losgemaakt worden van allerlei religieuze denkbeelden, stelt Dirk Verhofstadt en hij toont uitvoerig aan waarom dit zo is. Atheïsme kan de grondslag zijn voor een verheven moraal die niet God maar de mens centraal stelt. Na de opkomst van de IS en de aanslag op Charlie Hebdo is dit heldere en goed leesbare boek zeer actueel.

Ongetwijfeld kunnen religies een opbouwende rol spelen in de samenleving en zorgen voor naastenliefde, verdraagzaamheid en meer samenhang tussen mensen. Maar diezelfde religies bezondigden zich in de loop van de geschiedenis doorlopend aan uitsluiting en onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden. In naam van God werden de gruwelijkste misdaden gepleegd en miljoenen mensen in diepe ellende gestort.

Elke godsdienst beschikt bovendien over een batterij aan symbolen, regels en normen die gelovigen aanmanen om hun God te behagen, zo niet wacht hun rampspoed en onheil. Maar bestaat die God wel? Een kritische doorlichting van de godsbewijzen toont aan dat ze alle mank lopen. Er is nog geen enkel sluitend bewijs ontdekt voor het bestaan van God. Er is gerede evidentie dat er helemaal geen God bestaat.

Ook het idee dat een moraal enkel en alleen kan bestaan op basis van een metafysische of bovennatuurlijke macht is een wijdverspreid misverstand. Onze moraal is niet gebaseerd op religie, maar op waarden en normen die door mensen overeengekomen zijn om een harmonieus samenleven mogelijk te maken. De moderne inzichten in de evolutie van de mens tonen aan dat mensen in staat zijn om een morele code te ontwikkelen. Die beoogt het vermijden van het onvrijwillig ondergaan van pijn.

Zo waren er reeds in de Oudheid verschillende ethische systemen die geen beroep doen op goddelijke tussenkomst maar het resultaat zijn van rationeel denken. Ze bieden een houvast aan al wie de keuze moet maken tussen goed en kwaad. Ethisch goed handelen dat gebaseerd is op de rede en op empathie is trouwens moreel hoogstaander dan regels gebaseerd op goddelijke geboden. “We moeten het goede niet doen omwille van een of andere God, maar uit diepe overtuiging dat elke mens recht heeft op waardigheid, zelfbeschikking en een leven met zo min mogelijk pijn en lijden.”, aldus Verhofstadt (blz. 274)

Omdat God en zijn geboden geen waarborg bieden voor ethisch handelen zijn er morele regels nodig die volkomen los staan van welke religie ook. Zeker in een multiculturele samenleving is er dringend nood aan een universele seculiere moraal. Die wordt verschaft door het seculier humanisme dat de rechten en vrijheden van elk individu centraal stelt, zoals neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De titel zal gelovigen waarschijnlijk afschrikken, maar dat is onterecht. Want dit boek is geen pamflet tegen religie, het is een pleidooi voor tolerantie. Het zet wel een paar hardnekkige misverstanden recht. In tegenstelling tot wat velen denken, betekent atheïsme niet dat godsdienst verboden wordt. Iedere mens gelooft wat hij wil, maar niemand mag zijn religie opdringen aan een ander. In het publieke domein moeten we er echter van uitgaan dat er geen God bestaat.

Goddeloosheid staat bovendien helemaal niet gelijk aan zedeloosheid en barbarij. In dit boek wordt overtuigend aangetoond dat een atheïstische levensbeschouwing perfect verzoenbaar is met een moreel hoogstaande levenswandel. Dirk Verhofstadt op bladzijde 274: “We hebben geen religie nodig om te beseffen dat we medemensen in nood moeten helpen, dat we hulpvaardig moeten zijn, dat we zorg moeten dragen voor de zwakkeren, dat we eerbied moeten hebben voor andere levende wezens, dat we ons moeten inzetten voor het milieu en de biodiversiteit.”

© Minervaria

Advertenties

Written by minervaria

25 februari 2015 at 22:00

De kinderen van Hiram

leave a comment »

VAN DEN ABEELE, A, De kinderen van Hiram. Vrijmetselaars en vrijmetselarij. Roeselare, Roularta Books, 2011, 405 pp. – ISBN 978 90 8679 266 5

Over de vrijmetselarij bestaat veel onwetendheid. De kennis van de doorsnee burger beperkt zich meestal tot stereotypen, onjuistheden of fantastische verhalen. Er wordt veel kletspraat verkocht en de obediënties en loges zijn zelf niet bereid om veel objectieve informatie te verschaffen. In De kinderen van Hiram maakt Andries Van den Abeele een diepgaande studie van de bijzondere wereld van de vrijmetselarij.

In het eerste deel ontdoet hij haar duistere geschiedenis van haar mythologische kantjes. Hij neemt ons mee naar het achttiende eeuwse Londen, waar de vrijmetselarij is ontstaan als een van de talrijke clubs en sociëteiten. Blijkbaar spraken opzet en symboliek velen aan, want algauw kreeg de Freemasonry internationale uitstraling. Al zeer snel na haar ontstaan brachten Britten, die om politieke redenen uitgeweken waren, de Vrijmetselarij naar Frankrijk.

Daar kreeg de oorspronkelijke beweging een grondige facelift. De Fransen vonden de Engelse organisatie te prozaïsch naar hun smaak en smukten haar op met een keur van occulte ingrediënten en esoterische ritualen. Romantische zielen legden haar oorsprong onterecht bij kruisvaarders en tempeliers of zelfs Noach en Adam zelf. Geheel in overeenstemming met de tijdgeest stonden de leden te dringen om op te klimmen en een van de talloze en fantasierijke graden te verwerven. Daardoor ging de vrijmetselarij op het vasteland een eigen koers varen.

Het tweede deel biedt een uitgebreid overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling van de Belgische vrijmetselarij tot heden. We lezen hoe de Belgische loges en obediënties evolueerden tot een organisatie waar de strijdende vrijzinnigheid belangrijker werd dan de traditionele en ritualistische vrijmetselarij. Ook nu is de vrijmetselarij in België vooral bekend als antiklerikaal en ronduit atheïstisch, en bovendien politiek geëngageerd. Van den Abeele toont aan dat de werkelijkheid zoals altijd veel genuanceerder is.

Wie nieuwsgierig is naar de vrijmetselarij zelf zal in het derde deel zeker aan zijn trekken komen. Dit biedt een uitgebreide introductie in het reilen en zeilen van de vrijmetselarij. We krijgen een rondleiding in de organisatie, de graden en de riten. We leren waarin reguliere en irreguliere obediënties zich onderscheiden. We lezen over de verschillende soorten loges en hun activiteiten. We worden vertrouwd gemaakt met de maçonnieke basiswoordenschat en ingeleid in de symbolische en allegorische wereld van de vrijmetselarij.

Zo maakt de auteur ons wegwijs in het schijnbaar onontwarbare en onoverzichtelijke kluwen van obediënties, tempels en strekkingen. Verschillende keren benadrukt hij dat elk vermoeden van een stevig georganiseerde wereldvereniging totaal ongegrond is. Dé loge bestaat niet, aldus Andries van den Abeele, wel een kleurrijk en zeer gediversifieerd mozaïek van onafhankelijke organisaties. En het ‘geheim’ is helemaal niet zo geheim als algemeen wordt aangenomen.

Dit boeiende boek werpt een objectief en kritisch licht op een wereldwijde controversiële stroming met hooggestemde idealen maar een onduidelijk project. Het verhaal over de feiten is correct en goed gedocumenteerd, en dit wordt door de insiders niet ontkend. Het is dan ook onderbouwd door meer dan 20 jaar intensieve studie. Een groot deel betreft de situatie van de Belgische loges, maar de auteur besteedt ook ruim aandacht aan de mondiale ontwikkelingen.

Kritisch is de auteur over de maatschappijgerelateerde aspecten van de vrijmetselarij. Zo uit hij bedenkingen over de consequenties van de geheimhouding, de toelating en positie van vrouwen en zwarten, en de ingewikkelde en gespannen relatie met de kerken.

Het komt de buitenstaander echter niet toe te oordelen over het ‘metselen’ zelf, stelt hij. Dit is een geestelijk avontuur, dat persoonlijk en onmededeelbaar is. Van den Abeele vestigt uitdrukkelijk de aandacht op de mooie en bevredigende kanten van het vrijmetselaarschap. Ik was aangenaam verrast over zijn open en respectvolle houding.

Deze herziene en aangevulde uitgave is twee keer zo dik als het eerste boek uit 1990, maar het is de moeite van het lezen meer dan waard. Het werk wist mij van begin tot eind te boeien. Ik heb zeer veel geleerd over een beweging waarover ik als kind veel negatieve zaken hoorde, en die in verdachte geheimzinnigheid bleef gehuld.

Andries Van den Abeele is bovendien een begenadigd schrijver. Door zijn levendige en humoristische stijl leest De kinderen van Hiram als een roman.

© Minervaria

Written by minervaria

16 juli 2011 at 08:02

Geplaatst in Levensbeschouwing