Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Biologie’ Category

Van dier naar mens

leave a comment »

QuammenD13QUAMMEN, D., Van dier naar mens. Over de opkomst van levensbedreigende infectieziekten. (Vert. Spillover. Animal Infections and the Next Pandemic, 2012) A’dam/A’pen, Uitg. Atlas Contact, 2013, 557 pp. – ISBN 978 90 450 0760 1

In februari 2014 brak in Guinée een ebola-epidemie uit. De uiterst besmettelijke ziekte kreeg in een mum van tijd drie landen in West-Afrika in zijn greep. In Zuid-Korea werden recent 230 scholen gesloten als voorzorgsmaatregel tegen het MERS-virus, worden zo’n 6.500 mensen in quarantaine gehouden en zijn er intussen al twintig doden geteld. En enkele jaren geleden veroorzaakten SARS, vogelgriep en varkensgriep wereldwijde paniek.

Deze ziekten worden veroorzaakt door een virus dat van dieren naar mensen overspringt. Ze worden zoönosen genoemd. Ook lassakoorts, westnijlkoorts, builenpest en malaria zijn zoönosen. Sommige slaan slechts sporadisch toe en doven zonder veel schade uit, maar andere verbreiden zich in sneltempo van de ene persoon naar de andere. En in de afgelopen 50 jaar dienden er zich steeds meer van dit soort infectieziekten aan.

Waar komen deze virussen vandaan? Hoe springen ze over van dieren op mensen? Hoe verspreiden ze zich en maken ze mensen ziek? En hoe slaagt men erin ze onder controle te krijgen? En hoe komt het dat dergelijke infectieziekten steeds vaker voorkomen?

Alles wijst erop dat de recente uitbraken van zoönosen veroorzaakt worden door de catastrofale verstoring van ecosystemen door de mens. Dieren moeten territorium afstaan en komen daardoor veel vaker in contact met mensen. Sommige diersoorten worden niet meer in toom gehouden door roofdieren. Menselijke technologie en activiteiten verspreiden de ziekmakende virussen bovendien steeds sneller en op steeds grotere schaal. Zo biedt de desintegratie van natuurlijke ecosystemen kansen voor de oversprong van een virus van dieren op mensen.

Hiermee wordt duidelijk hoe belangrijk ecologische diversiteit is voor de volksgezondheid. Als er een nieuwe pandemie komt dan zal dat waarschijnlijk een zoönose zijn. Maar wegens de vele onzekerheden is het onvoorspelbaar wanneer deze zich zal voordoen en hoe ernstig ze wordt. Het enige wat we kunnen doen is minstens waakzaam zijn, goed voorbereid en snel ingrijpen.

David Quammen trok naar de streken waar in de voorbije halve eeuw belangrijke zoönosen uitbraken en neemt u mee op een fascinerende speurtocht naar de bron van het virus. Hij verheldert hoe aan virusonderzoek wordt gedaan in het algemeen en meer in het bijzonder in het geval van zoönosen. Hij gaat op pad met de veldbiologen om dieren te observeren en te vangen. Hij observeert het monnikenwerk in de laboratoria waar men de boosdoener probeert op te sporen. En hij legt uit hoe men behulp van wiskundige modellen zicht krijgt op het ontstaan en de verspreiding van de ziekte.

Met dit prachtige en stevig gedocumenteerde boek heeft David Quammen weer een hoogstandje geleverd. Van dier naar mens houdt het midden tussen een populair wetenschappelijk werk, een reisverslag en een spannende detectiveroman. Het onderzoek naar de herkomst van een virus is immers als het zoeken naar een speld in een hooiberg.

Waarschijnlijk uit zorg om geen enkele onderzoeker onrecht te doen, vermeldt de auteur echter een overvloed aan details waaraan de doorsnee lezer geen boodschap heeft. Dit is vaak hinderlijk voor de vlotte leesbaarheid, maar gelukkig kunnen deze passages ook overgeslagen worden. Evenals Monster van God en Het lied van de dodo doet deze kanjer je niettemin al uitkijken naar zijn volgende werk.

© Minervaria

Written by minervaria

10 juni 2015 at 12:33

Het lied van de dodo

leave a comment »

QuammenD09QUAMMEN, D., Het lied van de dodo. Eilandbiogeografie in een eeuw van extincties. (Vert. Song of the Dodo. Island Biogeography in an Age of Extinctions, 2009) Uitg. Atlas, 2013 (4e dr.), 736 pp. – ISBN 978 90 467 0395 3

‘Grote aantallen vogels, zoogdieren en bloeiende planten, vooral op oceanische eilanden, zijn in de afgelopen honderd jaar plotseling uitgestorven. Het is alsof er onder deze soorten een epidemie heeft plaatsgevonden. – Michael Soulé, ecoloog.

Op het eiland Mauritius, midden de Indische Oceaan, leefde duizenden jaren lang een eigenaardige duifachtige vogel die tot een reuzensoort uitgegroeid was. Hij was helemaal niet schuw, kon niet vliegen en voedde zich waarschijnlijk met op de grond gevallen vruchten. Het was een evolutionair succes. De dodo had zich goed aangepast aan de plaatselijke omstandigheden en kwam nergens anders voor. De laatste werd gezien op het eind van de zeventiende eeuw. Het uitsterven van de dodo is op verschillende manieren representatief voor de moderne tijd. Net als veel soorten kon de dodo niet op tegen de komst van de mens. Hoe kunnen we dat begrijpen? En hoe kan dit vermeden worden?

Wereldwijd zien steeds meer diersoorten hun natuurlijke habitat krimpen. Ze moeten overleven in gebieden die nog slechts een fractie zijn van hun oorspronkelijke grootte en diversiteit. Ze leven op eilanden omgeven door een mensenzee. Hoe soorten zich handhaven en verspreiden op eilanden wordt bestudeerd door de eilandbiogeografie, een intrigerende tak van de biologie. Eilanden bieden een vereenvoudigd en overdreven beeld van precies dezelfde evolutionaire processen die op het vasteland plaatsvinden.

En het lijkt erop dat eilandsoorten kwetsbaar zijn voor uitsterven. Door hun isolement zijn eilanden niet alleen gunstig voor het ontstaan van nieuwe soorten. Ze leveren ook de omstandigheden waaronder soorten sneller en doortastender uitsterven. In de laatste paar eeuwen zijn tientallen soorten en ondersoorten verdwenen, allemaal inheems op eilanden.

Het uitsterven van soorten op eilanden geeft een helder inzicht in de onstuitbare achteruitgang van de soortenrijkdom op het vasteland. Overal waar homo sapiens het landschap heeft gekoloniseerd en opgedeeld valt de biologische wereld in stukken uiteen. Die meedogenloze aantasting van een aaneengesloten ecosysteem versnippert het natuurlijke landschap en deelt de verspreidingsgebieden van diersoorten onherroepelijk op. Zo wordt de hele aarde een verzameling van eilanden.

Hoewel het probleem al oud is, is het de laatste tijd nijpend geworden. Kritische drempels zijn bereikt en in veel gevallen overschreden. Talloze soorten zijn in hun voortbestaan bedreigd of op sterven na dood. Met man en macht proberen natuurbeschermers dit proces tegen te houden en een soort van de ondergang te redden. Maar een nationaal park of reservaat kan nooit een replica zijn van de natuurlijke fauna en flora van een uitgestrekt gebied. Het is en blijft een eiland.

De eilandbiogeografie verschaft de natuurbeschermers die soorten van de ondergang proberen te redden dan ook bijzonder waardevolle informatie. Ze verheldert welke factoren het uitsterven van soorten in de hand werken en beantwoordt de vraag hoe groot een gebied moet zijn om weerstand te kunnen bieden aan ecosysteemverval.

In dit ronduit prachtige boek neemt wetenschapsjournalist David Quammen u mee op een wereldreis naar deze kwetsbare gebieden. Hij ondernam talloze tochten naar verafgelegen eilanden en door de bush en heeft daar meegewerkt met de biologen ter plaatse. Zo verzamelde hij een verbazingwekkende schat aan informatie over de fauna en flora van verafgelegen eilanden en streken.

Maar Het lied van de dodo is veel meer dan een boeiend reisverslag. U krijgt een grondige uitleg over de studie van het behoud van soorten en extinctie. Met behulp van sprekende voorbeelden wordt u vertrouwd gemaakt met cruciale begrippen en processen uit de ecologie. U leert hoe wetenschappers van verschillende pluimage zicht krijgen op het uitsterven van soorten door middel van veldwerk, laboratoriumstudie en het opstellen van theoretische modellen. En u leert wat daaruit te onthouden valt om de soortenrijkdom te behouden en ecologisch verval te stoppen.

Een keur van natuurwetenschappers wordt voor het voetlicht gebracht, waarvan velen noeste werkers die weinig tot geen bekendheid genieten. Zij bouwen verder op het monnikenwerk van Alfred Russell Wallace, de miskende pionier van de eilandbiogeografie die tegelijk met Charles Darwin de wetten van de evolutie ontdekte, maar er door omstandigheden zijn naam niet kon aan verbinden.

Dit meeslepende boek werd bijna twintig jaar geleden voor het eerst uitgegeven, maar wordt nog steeds herdrukt en is nog altijd brandend actueel. Het is een ronduit magistraal werk, geschreven door een zeer belezen journalist die gefascineerd is door de natuur en zich grondig gedocumenteerd heeft. Laat u niet afschrikken door de omvang van dit werk. Het is prachtig geschreven en laat zich lezen als een roman.

©  Minervaria

Zeer aanbevolen: Het Maleise eilandenrijk

Written by minervaria

25 september 2014 at 19:42

Geplaatst in Biologie, Ecologie

In het heetst van de strijd

leave a comment »

BennemanMBENNEMAN, M., In het heetst van de strijd. Moord en doodslag in het dierenrijk. (Vert. Im Fadenkreuz des Schützenfischs. Die raffiniertesten Morde im Tierreich, 2008) A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2009, 286 pp. – ISBN 978 90 351 3426 3

Weet u hoe onze schattige eekhoorn afwisseling brengt in zijn nootjesdieet? Hebt u enig idee van de geraffineerde manier waarop de sympathieke dolfijn een school haringen verschalkt of de koddige zeeotter zijn kostje bijeenscharrelt? We laten ons graag vertederen door de natuur en haar beeldige bewoners, maar de realiteit is vaak heel wat minder aandoenlijk. Dieren hebben er geen moeite mee om andere dieren op sluwe en wrede manier om zeep te helpen. Het codewoord in de natuur is overleven, eten of gegeten worden.

Om buit te maken of te winnen in de strijd om sekspartners hebben sommige diersoorten ingenieuze methodes ontwikkeld. Ze verrassen de prooi in zijn eigen onderkomen, doen zich voor als een begeerlijke sekspartner, schieten met scherp of vormen regelrechte doodseskaders. Zij gaan zo weloverwogen en met zo’n koel berekende opzet te werk, dat men onwillekeurig aan moord met voorbedachten rade denkt. De geslepen manieren waarop ze hun prooien lokken, aanvallen en doden vertonen een verrassende gelijkenis met de wereld van de menselijke criminaliteit.

Bioloog, duiker, natuurfotograaf en journalist Markus Benneman leidt ons rond in de wondere wereld van de vreemdste dieren en hun jachtmethodes. Het listige raffinement waarmee vertrouwde en minder bekende diersoorten erin slagen andere dieren een kopje kleiner te maken, wordt zó levensecht beschreven dat het lijkt alsof je er zelf bij bent. Dit boek bevat niet alleen een boeiende en leerzame verzameling kortverhalen over leven en overleven in de natuur, het laat zich bovendien lezen als een thriller.

© Minervaria

Written by minervaria

9 februari 2013 at 19:12

Geplaatst in Biologie

Tagged with

De wetenschap van het leven

leave a comment »

DeGroefBRoelsP11DE GROEF, B. & P. ROELS, De wetenschap van het leven. Over eenheid in biologische diversiteit. Leuven, Uitg. Acco, 2011, 255 pp. – ISBN 978 90 334 8476 6

Zeven onderzoekers, verbonden aan het Departement Biologie van de Katholieke Universiteit Leuven, ondernamen een ambitieus project. Hun doel: alle belangrijke inzichten uit de biologie in één boek gepresenteerd. Ze richten zich tot “iedereen met een stevige interesse in de biologische wetenschap”.

Hun verhaal start bij het prille begin van het leven, zo’n 3,8 miljard jaar geleden. Toen ontstonden moleculen en cellen, het laagste organisatieniveau van het leven. Dat weten wij omdat sporen van leven met zekerheid werden teruggevonden in gesteenten die 3,5 miljard jaar oud zijn. Ze vormen de gemeenschappelijke oorsprong van alle levensvormen. Dit verklaart waarom alle leven op aarde, hoe verscheiden ook, fundamenteel zo veel gelijkenissen vertoont.

Eerst geven de auteurs een inkijk in de gemeenschappelijke kenmerken van alle levende wezens op de aarde. We leren over de bouw van de cel en over het celmetabolisme. Daarmee nemen cellen energie op die ze verwerken om te leven en te overleven. We lezen hoe de eerste eencellige organismen zich organiseerden tot meercellige organismen. En we krijgen uitleg over hun genetische uitrusting. Alle levende wezens gebruiken dezelfde genetische code, het DNA, om hun eigenschappen aan de volgende generatie door te geven.

De primitieve oercellen legden de basis voor de gigantische verscheidenheid van het huidige leven op aarde. De evolutietheorie verklaart afdoend hoe dit proces verliep. Doordat organismen zich aan hun omgeving aanpasten kwam een verbluffende biodiversiteit tot stand. Al deze soorten van de meest verscheidene pluimage leven bovendien in nauwe interactie met elkaar. Zo vormen ze ingenieuze, complexe en daardoor kwetsbare ecosystemen.

Tenslotte verdiepen ze zich in de impact van een bijzondere soort, de mens. Eigenlijk is de mens slechts een jong twijgje aan de Stamboom van het Leven, maar als succesvolle soort heeft hij zeer veel invloed op zijn omgeving. Als enige soort is hij in staat om de evolutie van levende wezens gericht te sturen. Hij grijpt in via de biotechnologie en wijzigt kwetsbare ecosystemen. Bijzonder interessant vond ik het hoofdstuk over de verschillende manieren waarop de mens zijn leefomgeving belast en waarom we ons daarover zorgen moeten maken.

In dit boek willen de auteurs de fascinerende complexiteit en schijnbare perfectie van het leven onder de aandacht brengen. In dat opzet zijn ze zeer zeker geslaagd. Wie meer inzicht krijgt in de verfijnde processen die het leven regelen, kan niet anders dan een groot ontzag en eerbied opbrengen voor de natuur.

Minder geslaagd zijn ze in hun belofte dat je geen bioloog hoeft te zijn of een andere wetenschappelijke opleiding te hebben genoten om de inhoud te begrijpen. Zelfs voor wie de basisnoties in de biologie heeft verworven is het toch een taaie dobber. De auteurs hebben hun best gedaan om een aantal basisbegrippen uit te leggen, maar zijn daar slechts ten dele in geslaagd.

De uitgave door Acco is, zoals altijd, weer zeer verzorgd en aantrekkelijk. De tekst wordt geïllustreerd met aansprekende foto’s en duidelijke tekeningen. Ieder hoofdstuk bevat, naast de hoofdtekst, ook tekst in kaders of boxen. Daarin worden onderwerpen uit de hoofdtekst verder toegelicht of thema’s behandeld die aansluiten bij de hoofdtekst, maar die niet noodzakelijk zijn om de gedachtegang van het boek te volgen.

Mocht u nog twijfelen over een geschikt eindejaarsgeschenk voor een jongere die gebeten is door biologie, dan is dit studieboek een prima kandidaat.

© Minervaria

Meer lezen:

Origin of Life Needs a Rethink, Scientists Argue

Written by minervaria

18 december 2012 at 08:44

Geplaatst in Biologie

Microcanon

leave a comment »

SMIT, H., REIJNDERS, H., van DOORN, J., van der OOST, J. & P. WILLEMSEN (Red.), Microcanon. Wat je beslist moet weten over microbiologie. Uitg. Veen Magazines, 2011, 246 pp. – ISBN 978 90 8571 327 2

Met bacteriën hebben de meeste mensen liever niet te maken. Ze roepen beelden op van een rauwe keel, koorts, buikpijn en meer nare toestanden. Infecties en voedselvergiftiging kunnen we missen als kiespijn. Daarom laten we onze kinderen inenten en nemen we vrede met conserveringsmiddelen in onze voeding.

Microbiologen stellen ons echter gerust. Die akelige ziekteverwekkers vormen slechts een fractie van het totale aantal micro-organismen op de aarde. Het leeuwendeel leeft vredig samen met mens, plant en dier en is zelfs nuttig. Brood, bier, wijn, kaas, yoghurt en salami danken we aan micro-organismen. Zonder deze piepkleine organismen zouden we ons voedsel niet kunnen verteren, ons niet kunnen verwarmen en we zouden stikken in ons afval. Microben zijn essentieel voor de instandhouding van de kringlopen op aarde en voor het handhaven van een levensvatbare atmosfeer op onze planeet. Zonder micro-organismen is leven zelfs onmogelijk.

Dat tonen ruim zestig microbiologen overvloedig aan in de Microcanon. Dit indrukwekkende boek werd uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Microbiologie. Het is een initiatief van de ‘Microbenclub’, een groep gepassioneerde microbiologen die werkzaam zijn aan verschillende universiteiten, instituten, onderwijsinstellingen en in het bedrijfsleven. Ze begeleiden ons bij een boeiende ontdekkingsreis door de fascinerende wereld van de micro-organismen.

Deze eencellige wezens zijn de oudste levensvormen op aarde. Ze zijn alomtegenwoordig en kunnen overleven in de meest extreme omstandigheden. Er bestaan naar schatting miljoenen soorten en daarvan is slechts een klein deel bekend. En voortdurend worden nieuwe soorten ontdekt.

Omdat micro-organismen zo klein zijn weten we slechts een paar eeuwen van hun bestaan af. Met de ontdekking van ‘kleijne diertgens’ in zijn eenvoudige microscoop ontsloot Antoni van Leeuwenhoek in de zeventiende eeuw een intrigerend universum, de microkosmos. Een nieuwe tak in de wetenschap was geboren: de microbiologie. We lezen hoe die ontwikkeling werd ondersteund door de perfectionering van de microscopen, en leidde tot technieken om micro-organismen te kweken.

Daaruit heeft men enorm veel geleerd over hoe micro-organismen leven en zich ontwikkelen. De Microcanon legt uit hoe de microbenwereld wordt beheerst door de race tegen de evolutionaire klok. We worden ingewijd in de verbluffende verscheidenheid aan strategieën om concurrenten te slim af te zijn of uit te schakelen.

De toenemende kennis over de lifestyle van eencelligen is onontbeerlijk om de strijd tegen ziekteverwekkende bacteriën succesvol te maken. Daaraan wordt in het boek uitgebreid aandacht besteed. De ontdekkingen van Louis Pasteur ontketenden een revolutie in de geneeskunde. Van de meeste onaangename en besmettelijke ziekten werd de microscopisch kleine veroorzaker ontmaskerd. Dank zij vaccinatie en antibiotica is de mens geen weerloos slachtoffer meer van ziekten die vroeger dood en verderf zaaiden. Maar u leest ook waarom nieuwe ziekten ons zullen blijven verrassen en hoe resistente microben ons het leven nog behoorlijk zuur kunnen maken.

Ook virussen, de kleinste en meest voorkomende levensvorm op aarde, worden niet vergeten. We kennen ze vooral van hun schadelijke effecten op onze gezondheid en uit de biologische oorlogvoering. Maar ook hun nuttige functie als gereedschap in de gentherapie wordt belicht.

Tenslotte krijgen we een uitgebreide inkijk in de biotechnologie, het werkterrein van de microbiologen. De zoektocht naar nieuwe manieren om micro-organismen in te zetten ten voordele van de mens, levert goedkope en milieuvriendelijke productiewijzen om kwalitatief hoogstaande voedingswaren en gebruiksvoorwerpen te vervaardigen. Micro-organismen worden op grote schaal ingezet om afvalwater te zuiveren. Ze worden ook al gebruikt om zelfherstellend beton te maken. En er dienen zich steeds weer nieuwe ontwikkelingen aan. In de toekomst kunnen we wellicht de fossiele brandstoffen inruilen voor biobrandstoffen, die door micro-organismen geproduceerd worden.

De samenstellers van dit boek hebben niets aan het toeval overgelaten. De bijdragen zijn bondig en overzichtelijk. Toch is er een stevige basiskennis van biologie en scheikunde nodig om de tekst goed te begrijpen. Voor een gering aantal hoofdstukken schoot de mijne echt tekort. Gelukkig is er voldoende afwisseling tussen meer en minder gemakkelijke delen, zodat je als lezer de moed niet verliest.

Het werk is bovendien zeer aantrekkelijk vormgegeven. De tekst is gedrukt op hoogwaardig glanspapier en overvloedig geïllustreerd met prachtige foto’s en sprekende tekeningen. Een handige index van de gebruikte vaktermen sluit het geheel af. De stevige kaft laat toe het boek helemaal open te leggen tijdens het lezen.

Het onderzoeksdomein van de microbiologie is zo uitgebreid dat de samenstellers zich moesten beperken. Maar de ondertitel van de Microcanon wordt zeker waar gemaakt. De kennismaking met de wonderlijke wereld van de micro-organismen vervult je met diep ontzag voor de ongelooflijke complexiteit en genialiteit van de natuur. In dit boeiende boek is inderdaad te vinden wat je beslist moet weten over microbiologie.

De Microcanon heeft ook een prachtige website met vele extra’s.

© Minervaria

Deze recensie is ook te lezen op Noorderlicht

Written by minervaria

28 mei 2011 at 08:10

Een tijd voor empathie

leave a comment »

de WAAL, F., Een tijd voor empathie. Wat de natuur ons leert over een betere samenleving.  (Vert. The Age of Empathy; Nature’s Lessons for a Kinder Society) A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 2009, 311 pp. – ISBN 978 90 254 3211 9

In tegenstelling tot wat de aanhangers van de concurrentiële vrije markt beloofden heeft de globalisering niet voor iedereen gunstig uitgepakt. Rijke landen zijn rijker geworden en arme landen armer. Binnen deze landen is bovendien het verschil tussen rijk en arm groter geworden. In Londen bijvoorbeeld heeft de rijkste 10 procent van de bevolking een gemiddeld vermogen van 1 100 000 euro, de armste 10 procent bezit gemiddeld nog geen 4 000 euro. De gevolgen van grote ongelijkheid zijn sociale onrust en de omzetting van frustratie in haat.

In de afgelopen decennia steunde het politieke beleid wereldwijd op een foutieve interpretatie van de darwinistische begrippen struggle for life en survival of the fittest. In de natuur zouden individuen onafgebroken een harde strijd met elkaar leveren om het bestaan. De mens is derhalve fundamenteel competitief ingesteld en gericht op eigenbelang. Zo luidt het adagio van de economie. Op deze wijze wordt de biologie gebruikt als rechtvaardiging voor een op egoïstische beginselen geschoeide samenleving.

De biologie vertelt echter een ander verhaal. Het is zeker juist dat mensen worden gedreven door eigenbelang. We zijn gericht op status, we concurreren om een territorium en een goede voedselvoorziening, en gebruiken daarvoor zo nodig flink wat agressie. Een samenleving die daar geen rekening mee houdt kan niet optimaal zijn. Maar we hebben ook een andere kant. We zijn evenzeer coöperatief, we zijn gevoelig voor onrecht en soms oorlogszuchtig maar meestal vredelievend. Een samenleving die deze neigingen negeert kan evenmin optimaal zijn.

Het is tijd dat we onze aannames over de menselijke natuur herzien, zegt de bekende bioloog en primatoloog Frans de Waal. Solidariteit en empathie zijn wezenlijke kenmerken van de mens. Het vormen van emotionele banden is voor onze soort van levensbelang en maakt ons gelukkig. We vertrouwen voor onze overleving enorm op elkaar. De meerderheid van de mensen is altruïstisch, coöperatief, gevoelig voor eerlijk delen en gericht op gemeenschappelijke doelen. Alleen een minderheid is enkel gericht op zelfzuchtig handelen.

Deze fundamentele neigingen zijn reeds aanwezig bij onze naaste evolutionaire verwanten, de apen en mensapen. Studie van het gedrag van primaten kan ons heel veel leren over de menselijke natuur. Mensen stammen immers af van een lange lijn in groepsverband levende primaten die voor hun overleven in hoge mate afhankelijk waren van elkaar. Ook bij andere zoogdiersoorten zijn empathie en helpend gedrag geobserveerd.

Met zwier leidt Frans de Waal ons door het fascinerend onderzoek naar de oorsprong van altruïsme en gerechtigheid bij mensen en andere dieren. Zijn jarenlange studie en ervaring met apen en mensapen leveren de Waal ontelbare voorbeelden op van inlevingsvermogen en solidariteit bij deze dieren. Hij toont aan hoe ze elkaar troosten bij verdriet of tegenslag en zorgen voor zieke en zwakke soortgenoten. Ook samenwerken, wederkerige dienstverlening, eerlijk delen en een gevoel voor rechtvaardigheid zijn bij onze verre neven te observeren. De kern van onze ethiek en religies, de gulden regel, is bij hen reeds in de kiem aanwezig.

Er is een groeiende consensus dat emotionele banden bij de mens en andere dieren berusten op dezelfde biologische grondslag. Op anderen afgestemd zijn, activiteiten coördineren en zorgen voor behoeftigen beperkt zich niet tot onze soort. Er bestaat geen echte kloof tussen mensen en andere dieren. We zijn voorgeprogrammeerd om elkaar te helpen en bij te staan. Ontwikkelingspsychologisch onderzoek onthult de verbluffende parallellen tussen mensenkinderen en mensapen. Mensen vertonen dezelfde neigingen als mensapen, alleen in sterkere mate. Wat ons van andere dieren onderscheidt is dat wij in staat zijn een hoogontwikkelde uitwisseling van gunsten en diensten op veel grotere schaal te realiseren.

Een samenleving die louter op egoïstische motieven en de krachten van de markt stoelt kan misschien rijkdom voortbrengen maar niet de eenheid en het wederzijdse vertrouwen die het leven de moeite waard maken, zegt de Waal. De machine draait niet soepel als er geen sterke gemeenschapszin onder de burgers bestaat. Elke samenleving dient dus een evenwicht te vinden tussen zelfzuchtige en sociale motieven. Het is een kwestie van verlicht eigenbelang.

Ondanks de verruwing in de moderne samenleving blijft Frans de Waal optimistisch. Omdat empathie zo fundamenteel is voor de menselijke natuur is het een robuuste eigenschap die zich bij vrijwel ieder mens zal ontwikkelen. Als we er ons op toeleggen deze menselijke neigingen tot verbondenheid en samenwerking te laten groeien zal de samenleving er blijvend kunnen op rekenen. De politiek lijkt klaar voor een nieuw tijdperk waarin de nadruk ligt op samenwerking, integratie en sociale verantwoordelijkheid, zegt hij hoopvol.

Een boek van Frans de Waal belooft altijd puur leesgenot en dit vormt hier geen uitzondering op. In de eerste plaats heeft hij ondubbelzinnig een hart voor dieren. Zijn uitgebreide studie van apen en mensapen en de dagelijkse omgang met hen staat garant voor een indrukwekkende wetenschappelijke kennis van de biologie, primatologie, (ontwikkelings)psychologie, en antropologie. En dat alles krijgt de lezer gepresenteerd in een uitermate boeiend en samenhangend verhaal over een dierenwereld die niet eens zover van de onze staat.
Warm aanbevolen!

© Minervaria

Aansluitend:

 

Written by minervaria

9 mei 2010 at 12:03

Vrijen, slapen, eten, drinken, dromen

leave a comment »

ACKERMAN, J., Vrijen, slapen, eten, drinken, dromen. Een dag uit het leven van je lichaam. (Vert. Sex, Sleep, Eat, Drink, Dream) A’dam, Nw. Amsterdam, 2007, 336 pp. – ISBN 978 90 486 0367 7

Op de een of andere manier zijn we ons allemaal scherp bewust van onze fysieke buitenkant: onze rimpels, de vorm van onze neus, onze zwembandjes en de vetrolletjes op onze buik, de eerste grijze haren. Maar tot een of andere storing ons wakker schudt verkeren we meestal in zalige onwetendheid over wat zich in ons binnenste voltrekt.

Na een nare droom gaf Jennifer Ackerman haar plannen op om dokter te worden en werd ze wetenschapsjournaliste. Ze las tientallen boeken en pluisde honderden tijdschriftartikels uit, neusde rond in laboratoria en woonde ettelijke vermoeiende lezingen en conferenties bij. In haar boek presenteert ze de resultaten van de afgelopen vijf jaren intensief onderzoek naar intrigerende aspecten van de werking van ons lichaam.

Ze maakt ons wegwijs in de vele ingewikkelde processen en gebeurtenissen die in de loop van een etmaal de revue passeren. Met zwier loodst ze ons door de cruciale momenten van de dag, vanaf het ontwaken en de energieke ochtenduren, doorheen de landerige middagdip en de stresserende deadlines van de dag naar de ontspannende avond tot in het holst van de nacht.

Haar boek verschaft een schat aan weetjes over wat er gebeurt in ons lichaam als we vrijen, eten, slapen, drinken en dromen, en nog veel meer. We leren over circadiane ritmes en het verschil tussen uilen en leeuweriken. Met het biologische ritme als rode draad maakt ze onder meer duidelijk waarom de meesten onder ons geen goede multitaskers zijn, onze aandacht in de voormiddag het scherpste is, een middagdutje toch voordelig kan zijn, we alcohol het beste in de vooravond verwerken en de jeuk van een insectenbeet en een verstopte neus ons vooral ’s nachts uit de slaap houden. Ze probeert de wonderbaarlijke complexiteit van de slaap te ontwarren, wat die voor ons lichaam betekent en hoe kunstmatig licht en het moderne leven de grenzen van het dagelijkse ritme oprekken en ons natuurlijke slaappatroon in de war sturen.

Uit de vijftig pagina’s noten blijkt dat Jennifer Ackerman zich stevig gedocumenteerd heeft met behulp van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Uiteraard zullen na verloop van tijd bepaalde gegevens door recenter onderzoek bijgewerkt of achterhaald worden. Voorlopig biedt dit leerzame boek een mooi overzicht van de stand van de wetenschappelijke kennis van verschillende lichaamsprocessen tijdens het verloop van een dag.

Jennifer Ackerman schrijft met een vlotte pen, maar ze gebruikt toch nog vrij veel vaktermen. Enige voorkennis over de werking van het lichaam maakt de lectuur wat gemakkelijker. Jammer van de storende slordige vertaling.

© Minervaria

Written by minervaria

20 maart 2010 at 19:04