Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Gender’ Category

Het idee M/V

leave a comment »

ten BROEKE, A., Het idee M/V. Ontmaskering van een hardnekkig denkbeeld. A’dam, Maven Publishing B.V., 2010, 246 pp. – ISBN 978 94 9057 404 8

Jongens zijn beter in wiskunde dan meisjes. Mannen verwerken hun problemen liever op hun eentje, vrouwen willen vooral praten. Vrouwen kunnen beter multitasken dan mannen. Mannen weigeren de weg te vragen en vrouwen kunnen niet kaartlezen. Vrouwen zijn empathischer dan mannen en daardoor beter geschikt voor zorgende beroepen en bezigheden.

Verschillen tussen mannen en vrouwen blijven sexy en worden derhalve nog steeds breed uitgesmeerd in populaire bladen. Uiteraard verschillen mannen en vrouwen lichamelijk van elkaar. Dat is echter niet waar mensen op kicken. Ze blijven gefascineerd door emotionele en psychische verschillen. Maar zijn die wel zo groot als ze vaak voorgesteld worden? En waar komen ze vandaan?

Hierover wordt al een paar decennia lang door twee partijen geruzied. In het ene kamp zitten de feministen, die vinden dat alle man-vrouwverschillen aangeleerd zijn tijdens de opvoeding of bepaald worden door de cultuur. Het andere kamp herbergt diegenen die ervan uitgaan dat de verschillen tot stand gekomen zijn tijdens de evolutie en dus ingebakken zitten in onze natuur.

In dit uitermate vlot geschreven boek legt Asha ten Broeke deze populaire theorieën onder de loep. Talloze waarnemingen tonen aan dat het steentijdscenario van de uithuizige jagende man en de thuisblijvende zorgende vrouw niet klopt. Een kritische analyse van wetenschappelijke gegevens toont aan dat de stereotiepe denkbeelden over man-vrouwverschillen ons door onze omgeving ingeprent zijn. De verschillen tussen individuen zijn veel groter dan de groepsverschillen tussen mannen en vrouwen.

Maar hoe zijn die hardnekkige denkbeelden dan ontstaan? Asha ten Broeke heeft daar haar eigen visie op. Ze maakt duidelijk hoe die vooroordelen zich konden nestelen in de periode, inmiddels dertienduizend jaar geleden, waarin de mensheid het nomadische jager-verzamelaarbestaan ruilde voor een landbouwsamenleving. De landbouw veranderde de relatief egalitaire jager-verzamelaargemeenschap in een hiërarchische samenleving zoals we die nu kennen. En we rechtvaardigen die sociale ongelijkheid door haar uit te leggen als de onvermijdelijke consequentie van natuurlijke verschillen.

Die hardnekkige onbewuste ideeën beperken onze kansen en keuzevrijheid. We doen iedereen tekort met onze vooroordelen, omdat we de helft van het potentieel kortwieken voordat het aan hoogvliegen toekomt. Het goede nieuws is dat we niet tot die tradities veroordeeld zijn. In onze moderne maatschappij is er al veel meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen dan pakweg 50 jaar geleden. Maar onze vooroordelen, ons onderbewustzijn, onze meningen en ideeën willen nog niet zo mee.

Hoe komen we af van die vooringenomen ideeën over mannen en vrouwen? Hoewel het niet gemakkelijk is en het moeite, tijd en oefening kost, zijn vooroordelen gewoontes die doorbroken kunnen worden. Daarvoor is alleen nodig dat mensen zich bewust anders gaan gedragen en op verschillende manieren hun stereotiepen te lijf gaan. Op termijn vormen we dan wellicht een samenleving waarin niet de sekseverschillen tellen, maar de échte verschillen tussen mensen. Die vinden we niet tussen groepsgemiddelden, maar tussen individuen.

Het optimisme van Asha ten Broeke is ronduit hartverwarmend. Als ik dan echter de commentaren lees op nieuwsberichten over maatregelen voor meer evenwichtige genderverhoudingen in bedrijven of universiteiten, ben ik heel wat minder hoopvol gestemd. Er is nog heel veel werk aan de winkel voor de ingebakken ideeën over man/vrouwverschillen en oude rolpatronen verleden tijd zullen zijn.

Voor dit warme pleidooi om onze vooroordelen over man-vrouwverschillen om te buigen heeft Asha ten Broeke zich gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek. Ten behoeve van de leesbaarheid heeft ze geprobeerd om vaktaal zo veel mogelijk te vermijden. Ze is erin geslaagd om complexe kwesties zeer inzichtelijk en toegankelijk voor te stellen. Zelden heb ik een werk gelezen waarin bijvoorbeeld de werking van de genen zo duidelijk en inzichtelijk wordt voorgesteld.

Met zijn pittige en bijwijlen humoristische stijl heeft dit boek mij van begin tot eind weten te boeien. Het leest als een roman. Zo zouden er veel meer concurrenten moeten zijn voor de verzameling Mars en Venusliteratuur.

© Minervaria

Hou jezelf niet voor de gek, je kan niet alles hebben

Advertenties

Written by minervaria

7 juli 2012 at 18:40

Vrouwen en mannen in België

leave a comment »

Vrouwen en mannen in België. Genderstatistieken en genderindicatoren. Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen, 2011, 395 pp.

Zijn meer vrouwen dan mannen betrokken in een auto-ongeval? Hoeveel langer leven vrouwen gemiddeld dan mannen? Zijn plegers van geweld meestal mannen en de slachtoffers hoofdzakelijk vrouwen? Hebben vrouwen echt meer slaapproblemen dan mannen en hoeveel vaker lijden zij aan depressies? Hoeveel tijd besteden vrouwen en mannen aan taken in het huishouden en waaraan besteden zij het meeste tijd?

Op deze en nog veel meer vragen krijgen we een antwoord in deze publicatie van het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Hierin worden een groot aantal statistische gegevens samengebracht over de meest diverse aspecten van het leven van mannen en vrouwen in België. We krijgen een beeld van hun levensverwachting, hun meest voorkomende aandoeningen, hun familiale situatie, hun vrijetijdsbesteding, hun surfgedrag op internet, hun werksituatie, hun aandeel in de criminaliteit, het aantal mannen en vrouwen in topfuncties en nog veel meer.

Het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen is een federale overheidsinstelling. Het doel is de gelijkheid van vrouwen en mannen te beschermen en bevorderen. De verzamelde statistieken geven een objectief beeld van de positie van vrouwen en mannen in onze maatschappij. Beleidsmaatregelen moeten het immers in belangrijke mate hebben van statistieken.

De samenstellers focussen niet alleen op de man/vrouwverschillen. Die zijn immers afhankelijk van andere factoren, zoals de leeftijd, het opleidingsniveau of de gezinssituatie. Zo zien we bijvoorbeeld dat genderverschillen zich al op jonge leeftijd aftekenen en het aantal mannen resp. vrouwen dat betaalde arbeid verricht samenhangt met het opleidingsniveau.

Men heeft veel aandacht besteed aan de toegankelijkheid van de statistieken. De tabellen en grafieken zijn overzichtelijk en worden telkens bondig maar begrijpelijk toegelicht. Vooraan is een lijst opgenomen van veelgebruikte afkortingen en achteraan een index met trefwoorden voor het gericht zoeken.

De publicatie is gratis te bestellen op de website van het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Ze kan ook als PDF-bestand gedownload worden.
Dit is een interessant naslagwerk.

@ Minervaria

Written by minervaria

17 april 2012 at 11:41

Geplaatst in Gender, Maatschappij

De onzichtbare vrouw

leave a comment »

ADOVASIO, J.M., O. SOFFER & J. PAGE, De onzichtbare vrouw. De rol van mannen en vrouwen in de prehistorie. (Vert. The Invisible Sex: Uncovering the True Roles of Women in Prehistory) A’dam, Artemis & co, 2008, 301 pp. – ISBN 978 90 472 0039 0

Af en toe is een archeologische vondst opzienbarend genoeg om in de pers de voorpagina te halen. Eind 2004 werd de ontdekking bekend gemaakt van een tot dan toe onbekende soort mens. Op het Indonesische eiland Flores waren de schedel en enkele beenderen ontdekt van een vrouwelijke mens die 18.000 jaar geleden leefde en slechts 1 meter groot was. In Times Magazine werd deze ontdekking en de controverse erover geïllustreerd met een tekening van een man met een reusachtige dode rat op zijn schouder. Het beeld van de ‘oermens’ als onverschrokken en machtige mammoetjager zit blijkbaar nog steeds stevig verankerd.

Tot voor kort speelde de vrouw nauwelijks een rol in de geschiedschrijving over de prehistorie. Ze hield zich vooral onledig met eten koken en kinderen baren en zogen. Sedert vrouwelijke archeologen de groep van bijna uitsluitend mannelijke collega’s hebben vervoegd is deze kijk veranderd. Een verfijnde onderzoekstechnologie stelt archeologen tegenwoordig ook in staat de overblijfselen van vergankelijke artefacten als weefsels en gevlochten voorwerpen op te merken en te analyseren. In de regel zijn dergelijke producten het werk van vrouwen.

Archeologie was lange tijd een soort mythologie van het menselijk verleden afkomstig uit de koker van mannelijke paleoantropologen. Van de prehistorie zijn immers hoofdzakelijk harde materialen overgebleven, die veel ruimte laten voor subjectieve interpretatie van de onderzoekers. Jim Adovasio en Olga Soffer, twee gerenommeerde paleoantropologen, en Jake Page, journalist, vonden dat het tijd werd voor een meer genuanceerde en veelzijdige interpretatie van de verschillende vondsten van menselijke overblijfselen vanaf de eerste hominiden tot en met de periode net voor de introductie van het schrift. Door een kritische analyse van de gangbare interpretaties willen ze de eenzijdige beeldvorming waarin de man centraal staat recht zetten.

Eerst komt de evolutie van de soort Homo aan de orde. In de vondsten van de vroegste hominiden, hoe gering ook, zijn er voldoende sporen te vinden van de rol van de vrouw. De auteurs bespreken en onderbouwen het verband tussen het lopen op twee benen en de gerenommeerde onderlinge en wederkerige zorg en het samenhorigheidsgevoel van vrouwen, en wellicht ook die van de mens als soort. Ze dragen ook stevige argumenten aan voor het verband tussen de oorsprong van de menselijke taal en de uniek menselijke moeder-kindrelatie. En volgens hen kunnen we op zijn hoogst gissen naar een rolverdeling tussen mannen en vrouwen inzake het vergaren van de kost.

Er zijn vervolgens veel aanwijzingen dat vrouwen een even belangrijke rol hebben gespeeld als mannen bij de uitzwerming van de moderne Homo Sapiens naar minder herbergzame gebieden. Vrouwen zijn bijna zeker de uitvindsters van belangrijke technologische vernieuwingen als trekken van draad, weven en vlechten. Deze vaardigheden stelden mensen in staat om kleding te naaien die bescherming bood in het barre klimaat van de ijstijden. Ook het jagen met netten, waarmee vooral vrouwen, kinderen en oudere mannen een aanzienlijk deel van de voedselvoorziening voor hun rekening namen, kon zonder deze technologie niet gebeuren. Het is waarschijnlijk dat de vrouwen die ze beheersten in hoog aanzien stonden. Adovasio c.s. verschaffen in dit verband een meer plausibele verklaring voor de Venusbeeldjes dan de klassieke godinnenhypothese.

Al is ‘gender’ waarschijnlijk reeds 30.000 jaar geleden uitgevonden, met een rolverdeling tussen mannen en vrouwen, toch zijn er veel aanwijzingen dat tot een heel eind in de neolithische of landbouwrevolutie beide seksen een gelijkwaardige positie hadden in de samenleving. Waarschijnlijk is de domesticatie van planten bijna geheel het werk van vrouwen geweest. De landbouwrevolutie heeft echter op veel plaatsen, maar zeker niet overal, de gelijkwaardige positie van de vrouw doen afbrokkelen. Adovasio c.s. leggen bondig uit hoe dit op basis van de vondsten te verklaren valt.

De meeste archeologen zijn het er nu wel over eens dat het beeld van de vrouw uit het verleden door generaties mannelijke archeologen ernstig is vertekend of volstrekt genegeerd. In werkelijkheid is de vrouw in de geschiedenis van de mensheid nooit onzichtbaar geweest. Als motor achter de opkomst van onze soort en ons succes bij het koloniseren van en leven op deze planeet waren vrouwen en gendervrouwen minstens even belangrijk als mannen. Er zijn bovendien ontelbare aanwijzingen dat gedurende het grootste deel van de ontwikkeling van de mens zowel mannen als vrouwen steeds hun best hebben gedaan voor elkaar te zorgen en samen te werken.

Met zijn originele en genuanceerde inzichten over de evolutie van de mens heeft dit werk mij van begin tot einde in zijn ban gehad. De stellingen van de auteurs zijn degelijk onderbouwd en gedocumenteerd. Er zijn niet veel, maar wel duidelijke en relevante illustraties. De tekst is zeer vlot leesbaar, ook al omdat de auteurs weinig vaktaal gebruiken. Achteraan het werk is ook een handig register opgenomen.

© Minervaria

Written by minervaria

20 november 2008 at 21:52

Onder mannen

leave a comment »

VINCENT, N., Onder mannen. Anderhalf jaar undercover: een vrouw ontdekt wat het betekent man te zijn. (Vert. Self-Made Man) A’dam, Uitg. Balans, 2006, 302 pp. – ISBN 90 5018 803 6

Dit boek is het verslag van een uniek experiment. In de bibliotheek is het te vinden bij de fictie. Norah Vincent is journaliste en vertelt het verhaal van haar leven als man. Anderhalf jaar lang heeft ze zich vermomd als man in verschillende mannenbastions begeven. Als Ned is ze 8 maanden lid geweest van een bowlingclub, heeft ze verschillende stripteaseclubs bezocht, 3 weken in een mannenkloooster doorgebracht en een tijd gewerkt als venter-verkoper. Ze heeft aan dating gedaan met vrouwen en ze heeft zich aangesloten bij een mannengroep op zoek naar zichzelf.

Daartoe heeft ze zich grondig voorbereid. Ze heeft zich een geloofwaardig mannelijk uiterlijk aangemeten dat – eigenaardig genoeg – door geen enkele man werd doorprikt. Hoogstens werd vermoed dat ze homo was en werd ze als een verwijfde man beschouwd. Dit bevestigt in ieder geval dat de sociale perceptie van mensen zeer sterk door de verwachting bepaald wordt.

Met haar onofficieel onderzoek hoopte ze veel te weten te komen over de onuitgesproken mannelijke gedragscodes en de sociale verschillen tussen de seksen. En ze verwachtte ook dat het leuk zou zijn. Mannen hebben immers de macht in handen. Als man zou ze mogen doen wat als vrouw niet mocht, en waarop ze als meisje altijd jaloers was op geweest: kunnen genieten van vrijheid.

Ze heeft heel zeker veel geleerd. Natuurlijk is haar experiment geen wetenschappelijk of objectief onderzoek. Ze geeft zelf toe dat haar verslag een particuliere ervaring is en dat haar observaties persoonlijk zijn. Het biedt ‘een vrouwelijke kijk op het globale leven van één man en is niet een gezaghebbende gids voor het hele, uitgestrekte en bontgeschakeerde landschap van het mannendom in de Verenigde Staten’. Meteen is ook een andere beperking aangegeven: men mag haar bevindingen niet veralgemenen tot de hele mannelijke helft van de wereldbevolking. Ook al zijn ze gebaseerd op biologische factoren, mannelijk gedrag en verwachtingen over mannen zijn ook cultuurgebonden.

Maar wàt ze heeft geleerd bleek erg teleurstellend. In plaats van te genieten van een ongekende vrijheid en macht en erop los te kunnen leven voelde ze zich ernstig belemmerd. Het leven als man was zwaar. Ze vond het niet leuk. De dwangbuis van de mannelijke rol zit niet minder strak dan die van de vrouw, zo besluit ze. De mannenwereld is – ook voor de mannen zelf – een harde wereld, waarin een man voortdurend wordt getoetst op zijn man-zijn. Man wordt, althans in de gegeven cultuur, gedefinieerd als niet-vrouw en alles wat naar vrouw zweemt – de meeste emoties bijvoorbeeld – wordt uit de mannengroep gebannen. Volgens Norah is “mannendom een loden mythologie die elke man op zijn schouders draagt”.

Op het einde van de periode is Ned in een depressie verzeild. Het werd tijd dat Norah weer verscheen. Ook al moet haar verhaal binnen de specifiek Amerikaanse context worden gelezen, toch illustreert het hoe fundamenteel onze seksuele identiteit is en hoe verweven gender en sekse.

Haar boek is een ontnuchterend verslag. Een boeiend, maar schrijnend en soms ontroerend verhaal waaruit zowel vrouwen als mannen veel kunnen leren.
Ik heb het in ieder geval in één adem uitgelezen.

© Minervaria

Written by minervaria

17 november 2008 at 19:52

Geplaatst in Gender, Maatschappij, Psychologie

Tagged with

Je begrijpt me gewoon niet

leave a comment »

TANNEN, D., Je begrijpt me gewoon niet. Hoe mannen en vrouwen met elkaar praten. A’dam, Uitg. Bakker, 2006 (16e dr.), 346 pp. – ISBN 978 90 351 3009 8

Conflicten en misverstanden tussen mensen uit verschillende culturen lijken ons vrij vanzelfsprekend. We weten onderhand dat ze te maken hebben met verschillende communicatiestijlen. Maar wanneer mannen en vrouwen met dezelfde culturele achtergrond met elkaar praten worden communicatieproblemen snel op rekening van persoonlijke tekortkoming of onwil geschoven.

De sociolinguïste Deborah Tannen toont in dit boek aan dat de schijnbaar onverklaarbare misverstanden tussen mannen en vrouwen echter evenzeer te maken hebben met verschillende conversationele stijlen als die tussen mensen uit verschillende culturen. Veel wrijvingen tussen mannen en vrouwen in relaties ontstaan doordat beide partijen behoren tot en opgroeien in wat in wezen verschillende culturen zijn. De wereld van mannen is een andere dan die van vrouwen. De spreekstijl van partners is de reflectie van een ander systeem.

Mannen groeien op en leven in een hiërarchische maatschappelijke orde, waarin je als individu een hogere of lagere positie inneemt. Het leven is een krachtmeting met onafhankelijkheid en status als inzet. Menselijke relaties worden als asymmetrisch beleefd en verschillen worden benadrukt. In deze wereld zijn gesprekken onderhandelingen waarin mensen zo mogelijk de overhand proberen te krijgen en te behouden, en zichzelf beschermen tegen pogingen van anderen om hen te overheersen en met hen te sollen. Mannen zijn dan ook eerder geneigd zich in een gesprek in een statuspositie te manoeuvreren en te domineren.

Vrouwen daarentegen benaderen de wereld als een netwerk van verbindingen, waarin het belangrijk is een levensgemeenschap te scheppen en in stand te houden met intimiteit en verbondenheid als doel. In deze wereld zijn gesprekken onderhandelingen met intimiteit als doel en waarbinnen mensen bevestiging en steun zoeken en geven en tot overeenstemming komen. Vrouwen letten in een gesprek op subtiele verschuivingen in verbondenheid en streven naar vriendschap en gelijkheid in bondgenootschappen.

Dit betekent niet dat onafhankelijkheid en status voor vrouwen onbelangrijk zijn, of dat mannen geen intimiteit of verbondenheid nastreven. Over het algemeen vinden zij deze respectieve doelen echter minder belangrijk. Het gaat dus om een verschil in gradatie.

Met dit uitgangspunt bespreekt Tannen een aantal vaak voorkomende misverstanden in en over communicatie van mannen en vrouwen. Als mannen spreken zijn ze bijvoorbeeld vooral gericht op het geven van informatie, vrouwen op het leggen van contact. Mannen zijn daardoor bij openbare gelegenheden vaak veel langer aan het woord, ook omdat ze status willen verwerven. Omwille van het contact zijn vrouwen geneigd gevoelens en geheimen te delen, wat door mannen vaak neerbuigend kletsen genoemd wordt. Vrouwen zijn over het algemeen, omdat ze verbondenheid nastreven, ook minder geneigd op de voorgrond te treden en worden daardoor vaker als incompetent en hulpeloos gezien. Vrouwen en mannen gaan op een andere manier om met conflicten en meningsverschillen. En vrouwen in Westerse maatschappijen geven eerder de voorkeur aan indirecte, mannen aan directe communicatie.

Die specifieke communicatiestijlen zijn reeds vroeg in de ontwikkeling aanwezig en blijven opmerkelijk constant doorheen de verschillende leeftijdsfasen. Opvallend is dat, over de culturen heen, de communicatiestijl van vrouwen systematisch lager gewaardeerd wordt dan die van mannen. Spreekstijlen die als mannelijk worden beschouwd, associeert men met leiderschap en gezag. Met als vrouwelijk geassocieerde spreekstijlen gebeurt dit niet. Daarom wordt van vrouwen bijna overal als vanzelfsprekend verwacht dat zij zich zullen aanpassen. En dat doen ze ook.

Man-vrouw conversatie is volgens Tannen dus communicatie tussen verschillende culturen. Daardoor praten mannen en vrouwen heel vaak langs elkaar heen. Een sociolinguïstische benadering van man-vrouw conversaties als communicatie tussen twee verschillende culturen verklaart gerechtvaardigde ongenoegens zonder iemand ervan te beschuldigen ongelijk te hebben of gek te zijn. Een verklaring doet de ongenoegens niet verdwijnen maar kan wederzijds onbegrip en kritiek uit de wereld helpen.

Deborah Tannen hoopt door haar werk ook de ongelijke waardering te counteren. Met haar analyse en in verschillende voorbeelden benadrukt zij dat mannen en vrouwen een verschillende maar volkomen gelijkwaardige spreekstijl hebben. Hiermee gaat ze in tegen de algemeen gekoesterde opvatting dat vrouwen een moeten proberen om mannen te begrijpen. Als we weten dat iedere spreekstijl waardevol is binnen een bepaald systeem, dan kunnen we ons beide aanpassen en leren van elkaars stijl.

Dit is een wel zeer optimistische visie. Ik betwijfel of het werkelijk zo eenvoudig ligt. In de eerste plaats is het streven naar hiërarchie en status in elke maatschappij veel agressiever en opvallender en levert het onmiddellijke en openlijke maatschappelijke voordelen op. In de tweede plaats zijn de meeste mannen niet zo geïnteresseerd in relationele en intermenselijke thema’s, en informeren ze zich daar niet over.

Vrouwen zullen zich dus, net omdat zij dit belangrijk vinden, blijvend meer moeten aanpassen als ze verbondenheid en intimiteit willen bereiken en een meer harmonieuze omgang met hun mannelijke partners. Tenzij ze zich daarbij neerleggen zullen ze dus ook vaker gefrustreerd en teleurgesteld blijven. Gelukkig zijn de meeste vrouwen sterk in het opbouwen van een hecht sociaal netwerk van vrouwen bij wie ze wel terecht kunnen.

Voor wie dit allemaal te seksistisch lijkt, is het goed te weten dat Tannen beseft dat ze generaliseert. Er zijn immers vrouwen die een communicatiestijl hanteren die aansluit bij die van de meeste mannen, en er zijn ook mannen met een meer vrouwelijke communicatiestijl. Het indelen van vrouwen en mannen in categorieën veegt individuele verschillen niet weg. Op talloze manieren is ieder mens volkomen verschillend van een ander en ook verschillend van de velen die tot dezelfde categorie behoren.

De spreekstijl die in het Westen algemeen door mannen resp. vrouwen gehanteerd wordt, kan bovendien in een andere cultuur best de algemene communicatiestijl zijn. Zo is in de meeste niet-westerse culturen een indirecte stijl gebruikelijk, die in het Westen als vrouwelijk wordt bestempeld.

De inzichten van Tannen zijn gebaseerd op studies in verschillende onderzoeksgebieden. Regelmatig blijft het bewijsmateriaal toch eerder anekdotisch. De vraag is of dit is gebeurd omwille van de leesbaarheid van het boek, dan wel dat er geen ander materiaal voorhanden was. Alhoewel haar theorie ook zonder dit bewijsmateriaal zeer goed herkenbaar is in de realiteit, mag dit niet de toetsteen worden voor de juistheid ervan.

Niettemin toch een aanrader, omdat begrip inderdaad veel ongenoegens minder zwaar doet wegen. En het is bovendien heel vlot leesbaar want geschreven in een eenvoudige taal.

© Minervaria

Kijk me aan terwijl je spreekt

Written by minervaria

30 augustus 2008 at 18:51

Mannelijkheid

leave a comment »

MANSFIELD, H.C., Mannelijkheid. (Vert. Manliness) A’dam, Meulenhoff, 2008, 388 pp. – ISBN 978 90 290 8019 4

Wij leven in een maatschappij waarin rechten, plichten of positie niet door sekse bepaald worden: de sekseneutrale samenleving. Nooit eerder in de geschiedenis heeft een dergelijke terechte gelijkheid tussen de seksen bestaan.

Toch zijn daarmee de maatschappelijke verschillen tussen mannen en vrouwen niet geheel verdwenen. Alle pogingen ten spijt om mannen en vrouwen als gelijken te beschouwen en te behandelen, blijven seksegebonden stereotypen en rolverdeling voortbestaan. Er zijn nog altijd veel meer mannen in hogere maatschappelijke functies dan vrouwen, en de meeste mannen blijven een afkeer hebben van ‘vrouwenwerk’. Seksespecifiek gedrag en seksestereotypen blijken hardnekkig en haast niet uit te roeien. Hoe komt het dat ze stand houden in een sekseneutrale samenleving? Wat heeft dit met mannelijkheid (en vrouwelijkheid) te maken?

Volgens Harvey Mansfield heeft sekse in deze maatschappij haar diepere betekenis verloren. De sekseneutrale samenleving zoals we die nu kennen berust op de overtuiging dat mannelijkheid resp. vrouwelijkheid niet bestaan. Vooral mannelijkheid wordt negatief bekeken. Het woord mannelijkheid roept misbruik op, agressie, onderdrukking, minachting. Is dat werkelijk zo, of moeten wij mannelijkheid beter definiëren en herwaarderen? En hoe moet dat gebeuren, welke kapstokken hebben we hiervoor?

In zijn boek poogt Mansfield een zinvolle discussie op gang te brengen over mannelijkheid – en dus ook vrouwelijkheid. Hij is van mening dat een beter begrip van echte mannelijkheid hiertoe een essentiële voorwaarde is. En die is meer dan wat gewoonlijk voor mannelijkheid doorgaat. Hij wil een pleidooi houden voor de waarde van beschaafde mannelijkheid.
Wat een natuurlijke eigenschap is moet immers bijgeschaafd worden wil ze maatschappelijk waardevol kunnen worden. Mannelijkheid noch vrouwelijkheid in ongepolijste vorm stemmen immers vrolijk.

Mansfield gaat dus op zoek naar wat bijgeschaafde mannelijkheid kan betekenen. Hiervoor gaat hij eerst te rade bij de wetenschap. Alle wetenschappelijke onderzoeken bevestigen de geldigheid van seksestereotypen. Toch verschaft de wetenschap geen bruikbaar antwoord op zijn vraag. Ze ontleedt mannelijkheid wel in verschillende eigenschappen, maar verbindt ze niet. Ze analyseert maar synthetiseert niet en komt daardoor niet bij de ‘ziel’ van mannelijkheid resp. vrouwelijkheid. Mannelijkheid (en vrouwelijkheid) is meer dan een verzameling eigenschappen.

Vervolgens verdiept hij zich in literatuur en filosofie. Hier vindt hij andere antwoorden, waarin hij zichzelf en zijn ideeën beter terug vindt. Volgens hem wordt mannelijkheid gekenmerkt door zelfvertrouwen en leidinggeven. Bij mannelijkheid staat het belang van het individu centraal. Mannen moeten zich belangrijk kunnen voelen, en dat kan problemen geven als een man dit zonder meer wil bereiken. De waarlijk in hogere zin mannelijke man is immers niet iemand die zichzelf laat gaan, maar iemand die zichzelf weet in te tomen. Daaronder verstaat hij onder andere hoffelijkheid, respect voor zwakkeren, ondernemingszin en verantwoordelijkheidszin. Hij gaat deze visie toetsen bij verschillende denkers en schrijvers.

Wat moeten we nu met mannelijkheid in de sekseneutrale samenleving? De verschillen tussen mannen en vrouwen zullen blijven bestaan en kunnen dus niet genegeerd worden. De erkenning van mannelijkheid zal ons echter toelaten om die te polijsten en bij te schaven, zodat ze een deugd kan worden en niet een hinderlijke eigenschap. Dit geldt mutatis mutandis voor vrouwelijkheid, en is volgens Mansfield een taak van de feministische beweging. In hun deugden vullen mannen en vrouwen vullen elkaar perfect aan. Ze dienen niet in alles elkaars evenknie te zijn.

Voor de sekseneutrale samenleving betekent dit volgens Mansfield dat de terecht verworven gelijkheid tussen de seksen enkel zin heeft in het publieke domein. In het privédomein zouden mannen en vrouwen keuzes moeten kunnen maken in overeenstemming met hun natuurlijke seksespecifieke voorkeuren. Dit zou volgens hem leiden tot meer tevredenheid zowel bij mannen als bij vrouwen.

Er valt iets voor deze stelling te zeggen, omdat de erkenning van de eigenheid van mannen resp. vrouwen meer ontspanning kan brengen in de man-vrouwrelaties in het privéleven. Maar ze zitten ook gevaren in.

Ze kan een excuus vormen voor mannen om het huishouden en een meer eerlijke taakverdeling daarin gewoon naast zich neer te leggen. Vrouwen die in het publieke domein ook willen meetellen worden hierdoor weer opgezadeld met een dubbele taak.
Mansfield laat ook de politiek-economisch-maatschappelijke implicaties van zijn standpunt buiten beschouwing. Zolang bestaanszekerheid en leefomstandigheden van individuele burgers en gezinnen vooral afhangen van buitenhuisarbeid, zullen vrouwen in een moeilijke positie blijven als het gaat om de keuze tussen en combinatie van gezin en werk.

Als, beweert Mansfield, het huishouden echter meer eer zou meebrengen, zouden vrouwen zich er met plezier op toeleggen. Dan heeft Mansfield zich waarschijnlijk zelf nog niet vaak ingelaten met repetitief en geestdodend werk als strijken en poetsen. Zolang het huishouden en de zorgtaken in het gezin maatschappelijk en financieel nauwelijks gewaardeerd worden en als vanzelfsprekend worden beschouwd, zal het met de eer ervan wel treurig gesteld zijn. En zijn argument riekt toch heel sterk naar het discours van de vrouw aan de haard.

Mansfield schreef naar eigen zeggen echter geen praktijkboek maar een boek voor denkers, en dit is op zich een verdienste. Toch is het een ronduit elitair boek, ontoegankelijk geschreven in een zeer ingewikkelde taal. Je moet al heel veel literaire en filosofische achtergrond bezitten om zijn betoog een beetje te kunnen volgen. In ieder geval geen goede werkwijze als je wil dat je opvattingen invloed krijgen.

© Minervaria

Written by minervaria

16 april 2008 at 23:06

Geplaatst in Filosofie, Gender

De naakte vrouw

leave a comment »

MORRIS, D,, De naakte vrouw. Een studie van het vrouwelijk lichaam. (Vert. The Naked Woman) Houten, Uitg. Unieboek, 2005, 288 pp. – ISBN 90 269 6574 5

De bekende zoöloog Desmond Morris heeft iets met naakt. Na zijn studie van het menselijk lichaam in De naakte aap, heeft hij zich toegelegd op het lichaam van de vrouw. De vrouw heeft gedurende haar evolutie enorme veranderingen ondergaan, veel meer dan de man. Het resultaat is volgens Morris een prachtig lichaam, dat het voorlopig eindpunt is van miljoenen jaren evolutie. Het vrouwenlichaam zit vol verbazingwekkende aanpassingen en subtiele verfijningen. Het uitgangspunt en referentiekader van Morris is de evolutietheorie: het (vrouwelijk) lichaam heeft die kenmerken gekregen in functie van de voortplanting van de menselijke soort. Sommige van die kenmerken zijn nu minder belangrijk geworden.

Toch hebben culturen op zowel aangename als pijnlijke wijze geprobeerd om de vrouw nog mooier te maken dan ze van nature al is. Veel van die ingrepen wortelen in de mannelijke dominantie, die niet in overeenstemming is met de ontwikkeling van de soort Homo Sapiens in de loop van miljoenen jaren.

In zijn boek belicht Morris drieëntwintig delen van het vrouwelijk lichaam, elk daarvan krijgt een hoofdstuk toebedeeld. De meeste daarvan zijn niet specifiek vrouwelijk, maar ze verschillen toch in een aantal opzichten van hun mannelijke tegenhanger. Morris beschrijft van elk lichaamsdeel eerst de opmerkelijke biologische kenmerken, en daarna hoe die benadrukt of verdrongen zijn, uitvergroot of juist verkleind in functie van het verhogen of verbergen van de seksuele aantrekkingskracht. Voor veel thema’s mis ik echter een vergelijking met de mannelijke tegenhanger, waardoor het specifiek vrouwelijke minder uit de verf komt.

Morris heeft zich goed gedocumenteerd, en presenteert veel interessante weetjes over biologische kenmerken en culturele gebruiken en hun oorsprong. Hij legt ook verbanden waar je die niet meteen zou zien. Hij hanteert een eenvoudige taal, en daardoor leest het boek vlot. Het is een soort naslagwerk, wat het voordeel biedt dat je het niet in een keer hoeft uit te lezen om de gedachtegang te kunnen volgen. Alle onderwerpen worden geïllustreerd met mooie en treffende foto’s.

Hij heeft echter gekozen voor kwantiteit, maar naar mijn mening is dit ten koste van de diepgang gegaan. De uitwerking van het thema blijft nogal oppervlakkig en vooral voor de typisch vrouwelijke kenmerken herhaalt hij eigenlijk wat hij al in De naakte aap schreef.

© Minervaria

Written by minervaria

23 augustus 2007 at 21:58

Geplaatst in Antropologie, Gender

Tagged with