Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Posts Tagged ‘Armoede

Schaarste

leave a comment »

MULLAINATHAN, S. & E. SHAFIR, Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. A’dam, Maven Publishing, 2013, 359 pp. – ISBN 978 94 9057 499 4

Je deadlines niet halen en jezelf in de schulden steken. Wat hebben ze met elkaar gemeen? In beide gevallen gaat het om schaarste. Je komt iets tekort, je hebt minder dan je voor je gevoel nodig hebt. Eenzame mensen lijden onder een tekort aan sociale contacten, mensen op dieet onder een tekort aan voedsel.

Maar schaarste is meer dan ongelukkig zijn. Schaarste krijgt mensen in de greep en het wordt steeds moeilijker om eruit te geraken. Sommige mensen blijven geld lenen, anderen hebben altijd tijd tekort, weer anderen worden steeds eenzamer of hoppen van het ene dieet op het andere zonder succes. Schaarste is de gemeenschappelijke noemer van zeer uiteenlopende psychische en maatschappelijke problemen.

In dit boek proberen econoom Mullainathan en psycholoog Shafir te vatten hoe schaarste mensen in de greep krijgt en houdt. Het is niet alleen een kwestie van minder. Schaarste neemt bezit van het denken en de geest en verandert ons denkpatroon ingrijpend. Deze belasting van onze mentale vermogens maakt het leven er alleen maar moeilijker op.

In tijden van overvloed kunnen we ons veroorloven om de zaken op hun beloop te laten. Bij schaarste gaan al onze gedachten rond het tekort draaien. We moeten keuzes maken, de aandacht wordt gescherpt. Dat levert een voordeel op: we focussen op dringende kwesties.

Maar daarvoor betalen we een prijs. Die dringende zaken sleuren ons in een tunnelvisie waarin we in beslag genomen worden door het tekort. Zo hebben we geen speelruimte meer om ons om andere, belangrijke aspecten van ons leven te bekommeren. Dit is meteen het meest wezenlijke aspect van de psychologie van de schaarste. Ze beperkt de speelruimte of bandbreedte.

Schaarste tast bovendien de meest fundamentele capaciteiten aan. Ze heeft een negatieve invloed op de intelligentie en op de zelfbeheersing. Mensen gaan impulsiever reageren. Ze beginnen brandjes te blussen en gaan zich vervolgens kortzichtig gedragen. Daardoor lopen ze stelselmatig achter en raken vervolgens steeds verder achterop.

Schaarste creëert een denkpatroon dat leidt tot meer schaarste en dat vervolgens de schaarste in stand houdt. Zo komen mensen terecht in de schaarsteval. En juist wanneer ze het zich niet kunnen permitteren, verhoogt de aantasting van de bandbreedte de kans om fouten te maken.

Zo zijn arme mensen niet dom, lui of slordig, zoals vaak gedacht wordt. Dat armen er niet in slagen om uit hun precaire situatie te komen is niet in de eerste plaats te wijten aan persoonlijke eigenschappen, maar aan het feit dat ze arm zijn. Armoede vormt een belasting voor het denken. Gedegen wetenschappelijk onderzoek toont aan dat we onder deze omstandigheden allemaal zouden falen.

Waarom zou men dus niet méér doen met het vergroten van de bandbreedte? Een drastisch andere opzet van sociale programma’s zou de speelruimte van arme mensen kunnen vergroten, zodat ze meer plaats en gelegenheid hebben om zich met belangrijke zaken bezig te houden. Waarop wachten de beleidsmakers?

© Minervaria

Written by minervaria

18 april 2017 at 19:13

Geplaatst in Economie, Maatschappij

Tagged with

Honger

leave a comment »

CaparrosM14CAPARRÓS, M., Honger. (Vert. El Hambre, 2014) A’dam, Uitg. Wereldbibliotheek, 2015, 656 pp. – ISBN978 90 284 2622 1

Eén op vijf aardbewoners is te dik en één op zeven heeft honger. Sommigen zeggen dat één op de 3 te dik is en één op de 9 honger heeft. De ene bron heeft het over 790 miljoen ondervoede mensen op de wereld, de andere over 840 miljoen mensen. En volgens de ene sterft iedere 5 seconden een kind van de honger en de andere zegt dat het om de 7 seconden gebeurt. Maar wat maakt het uit en wat zeggen cijfers echt?

Pas als je met de mensen spreekt en in hun leefomstandigheden duikt kun je de omvang van het probleem correct inschatten. De Argentijnse journalist Martín Caparros neemt u mee naar straatarme gebieden met straatarme mensen. Miljoenen overleven er in de meest strikte zin van het woord in onvoorstelbaar ellendige omstandigheden. Ze zijn volstrekt nutteloos, overbodig voor de maatschappij. Hun voornaamste dagelijkse zorg is om te zien of ze iets te eten kunnen bemachtigen. Soms eten ze voldoende, maar ze zijn er nooit zeker van dat ze het zullen krijgen. En die honger treft vooral de allerkleinsten, de kinderen onder vijf jaar.

De auteur sprak met tientallen hongerende mensen in onder andere India, Bangla Desh, Argentinië en Zuid-Soedan. Hij documenteert hun schrijnende verhalen over de dagelijkse strijd om hun kinderen en zichzelf in leven te houden en uit de klauwen van ziekte te blijven. En hij gaat op zoek naar de oorzaken van deze mensonterende situatie. Hoe komt het dat in deze hoogontwikkelde wereld bijna 2 miljard mensen zonder uitzicht op verbetering gebukt gaan onder rauwe armoede en honger?

Natuurlijk zijn er veel gebieden waar voedselproductie zeer bewerkelijk is. De wereldbevolking is de afgelopen decennia bovendien exponentieel toegenomen. Maar het probleem is niet dat er een tekort is aan voedsel. Alle organisaties, onderzoekers en regeringen zijn het erover eens dat er in de wereld meer dan genoeg voedsel wordt geproduceerd om alle mensen op aarde te voeden en nog 4 of 5 miljard meer.

Het probleem is dat al die mensen geen geld hebben om het te kopen. En dat is niet hun eigen schuld, zoals sommigen durven beweren. Meer dan ooit is gebrek aan voedsel het gevolg van een sociale en economische orde die deze mensen de kans ontneemt om behoorlijk te eten. Op de wereldmarkt zijn er immers grote belangen gemoeid bij de productie en verkoop van voedsel.

Voedsel werd een investering zoals olie, goud of zilver. Op de beurs worden de internationale voedselprijzen gemanipuleerd, zodat ze de pan uit rijzen. Voedsel is geen consumptiegoed meer maar een middel tot speculatie waarmee grof geld te verdienen is. Voor miljoenen mensen is voedsel onbetaalbaar geworden.

De export van voedsel is bovendien veel lucratiever dan de verkoop in eigen land. Het beschikbare land wordt gebruikt voor exportgewassen, waardoor de bevolking niet meer zelfvoorzienend is. Zo werd Argentinië, het land van de auteur, de sojaschuur van de wereld terwijl de ongelijkheid er onrustbarend toenam en honderdduizenden mensen in diepe armoede dompelde. De opbrengst van de teelten gaat naar het buitenland en de overschotten worden gewoon weggegooid.

In veel Afrikaanse landen, waar eigendommen slecht geregistreerd zijn, is voedsel ook een machtsmiddel geworden. Buitenlandse bedrijven kopen landbouwgrond van de regering als investeringsgoed. De boeren verliezen hun land, worden afhankelijk van een loon en moeten vervolgens duur voedsel kopen voor de internationale prijzen.

Voor ons, rijke bewoners van de min of meer rijke landen, was het leven nog nooit zo goed. Voor ons is de wereld één grote supermarkt. Maar die welvaart wordt in feite mogelijk gemaakt door de mensen die honger lijden. Armoede en honger hebben dezelfde oorzaak. De voornaamste oorzaak van honger is rijkdom. De honger van miljoenen mensen is het gevolg van plundering, aldus Martín Caparrós. Ze is de grootste schandvlek van deze wereld.

Op dit moment bestaat de strijd tegen de honger voornamelijk uit het versterken van de liefdadigheid. Maar honger is geen humanitair probleem, het is een politiek probleem. Een kritische analyse van de humanitaire hulp toont aan dat deze slechts een druppel is op een hete plaat. In veel gevallen bestendigt ze alleen de situatie. In plaats van berusting en realisme moet er een politieke en ideologische oplossing komen.

“Honger is geen fataliteit. Elk kind dat van honger sterft is een vermoord kind.”, aldus Jean Ziegler, voormalig rapporteur van de Verenigde Naties. Deze uitspraak tekent de teneur van dit boek. Martín Caparrós laat de feiten spreken en geeft de hongerende mensen zelf het woord. Hun tragische verhaal vormt de rode draad in zijn vlijmscherpe analyse van de honger in de wereld.

Als je een non-fictieboek leest verwacht je inzicht te verwerven in een onderwerp. Maar af en toe lees je er een dat je ook naar de keel grijpt. Dit boek is één lange aanklacht tegen het fundamenteel onrecht dat de rijke landen in het leven geroepen hebben en in stand houden. Misschien vinden sommige lezers dit boek te links. Maar dit zal Martín Caparrós een zorg zijn.

“Hoe kunnen we in godsnaam doorgaan met ons leven terwijl we weten dat dit soort dingen gebeuren?” roept hij herhaaldelijk vertwijfeld uit. En ten diepste verontwaardigd wordt hij cynisch. “Toekomst is een luxe van mensen die te eten hebben.” “Regeren is profiteren van de algemene onwetendheid om die tot het uiterste uit te buiten.” Ook de religie, die de mensen aanspoort in hun lot te berusten, krijgt een veeg uit de pan.

Honger is een beklijvend manifest dat een onuitwisbare indruk nalaat. Alhoewel dit boek niet eens zo moeilijk geschreven is, valt het slechts met mondjesmaat te lezen. Het is zo confronterend, dat men het bijna niet uit het hoofd kan zetten. Als u dit werk gelezen hebt grijpt u nooit meer gedachteloos naar een snack.

© Minervaria

Written by minervaria

13 januari 2016 at 16:24

JES!

leave a comment »

vanEmpelFSickingC14Van EMPEL, F &  C. Sicking, JES! Towards a Joint Effort Society. Vancouver, Leanpub in coop. with Studio nonfiXe, Vught, 2014, 217 pp.

Dertig jaar geleden beloofden de pleitbezorgers van het neoliberaal economisch beleid dat iedereen beter zou worden van de vrije markt. Deze voorspelling is tot nu echter niet uitgekomen. De globale welvaart mag dan enorm toegenomen zijn, ze is niet evenwichtig verdeeld. Er leven nog steeds minstens 1 miljoen mensen in schrijnende armoede en overal ter wereld neemt de inkomensongelijkheid toe. Bestaat er een alternatief?

In JES! presenteren Frank van Empel en Caro Sicking een dynamisch model voor de evolutie naar een Joint Effort Society, waarin de fundamentele menselijke vrijheid en zelfwerkzaamheid werkelijk gerealiseerd worden. In zulke samenleving wint iedereen, want niet competitie staat centraal, maar samenwerking. Een coöperatieve houding genereert immers meer productieve oplossingen voor een probleem. Deze opvatting delen ze met denkers van verschillende pluimage. Hoe kunnen wij een wereld creëren waarin iedereen beter af is?

De auteurs lanceren daarvoor een nieuw begrip: ecolutie. Ecolutie staat voor een dynamisch ontwikkelingsproces van alle krachten in een samenleving naar een wereld waarin samenwerking centraal staat en waarin ieder individu maximaal participeert. Het doel is niet groei maar vooruitgang. Hoe kan een samenleving evolueren van competitie naar coöperatie en wat is daarvoor nodig? Kan een maatschappij eigenlijk wel gestuurd worden?

Maatschappelijke veranderingsprocessen gaan immers alle kanten uit en hebben begin noch einde. Ze gedragen zich als een rizoom, een ondergronds wortelsysteem dat zich ongericht verspreidt. De werkelijkheid is als een jungle van onderling verbonden en wederkerige systemen. Verandering is de essentie van het leven. Orde scheppen in de werkelijkheid is een kunstmatige ingreep. De realiteit ontsnapt telkens weer aan ieder schema.

Aan dit bezwaar komt het begrip ecolutie tegemoet. Naargelang de aangevoelde noodzaak worden bestaande realiteiten afgebroken, herschikt en in een nieuwe vorm opgebouwd. Deze wordt weer afgebroken op het ogenblik dat ze niet meer aan de noden beantwoordt. Dit veranderingsproces vindt plaats binnen drie maatschappelijke sectoren: besluitvorming, gedrag en technologie/instellingen. Deze zijn onderling met elkaar verbonden. Ze haken als tandwielen in elkaar, zetten elkaar beweging en onderhouden deze tegelijk.

Een verkenning van deze sectoren maakt duidelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Zo is democratische besluitvorming een conditio sine qua non voor ecolutie, maar wereldwijd nog lang niet gerealiseerd. Het gedrag van individuen, groepen en organisaties kan beweging in gang zetten, maar ook tegenhouden. De wisselwerking tussen technologie en instellingen kan een explosie van welvaart met zich brengen, maar logge bureaucratische structuren vormen vaak torenhoge obstakels voor echte vooruitgang.

Tenslotte wordt uitgezocht hoe deze krachten kunnen ‘draaien ‘ in de richting van een Joint Effort Society. Samenwerkingsstrategieën, het vormen van allianties in de plaats van het voeren van oppositie en het cultiveren van tegenstellingen zien we nu al in de werking van de Europese Unie en andere internationale organisaties en instituties.

De lectuur van dit boek riep bij mij gemengde gevoelens op. Het lijdt geen twijfel dat het neoliberalisme en het vrije marktdenken hun belofte niet ingelost hebben. Met treffende voorbeelden tonen de auteurs aan hoe de competitieve economie de wereld voor heel wat mensen juist slechter heeft gemaakt in plaats van beter. Zij scharen zich begeesterd achter de vele autoriteiten die overtuigd zijn dat een coöperatieve samenleving veel meer voordelen biedt.

Maar is dat niet het intrappen van een open deur? Verandering begint uiteraard met de vaststelling dat de bestaande situatie niet voldoet. Het idee van ‘ecolutie’ als veranderingsmodel houdt beloftes in, maar echte krachtlijnen kreeg ik niet gepresenteerd. Ik las hoe dit veranderingsproces eruit kan zien en hoe er over de hele wereld hoopgevende initiatieven genomen worden die daartoe een aanzet kunnen geven. Maar ik miste welke voorwaarden daarvoor nodig zijn en hoe deze kunnen gerealiseerd worden, welke hindernissen te verwachten zijn en hoe die genomen kunnen worden. Deze toch belangrijke kwesties blijven grotendeels onder de radar.

Een eventuele vervolgpublicatie zou bovendien een meer samenhangend betoog mogen leveren. Het is niet omdat veranderingsprocessen in een samenleving wanordelijk verlopen, dat men zich bij het bestuderen ervan kan beperken tot een verzameling ideeën, hoe inspirerend ook.

Het is tenslotte jammer dat de tekst zoveel storende taalslordigheden bevat en geschreven is in slecht Engels, dat te lezen is als een letterlijke vertaling uit het Nederlands. Geregeld stootte ik op een verkeerde schrijfwijze van zegswijzen en begrippen. Een voorbeeld: contradictio in terminus. Een oplettende redactie had dit kunnen voorkomen.

© Minervaria

Written by minervaria

21 maart 2014 at 17:54

Eén miljard achterblijvers

leave a comment »

CollierP09COLLIER, P., Eén miljard achterblijvers. Waarom de armste landen steeds verder achterop raken en wat wij daaraan kunnen doen. (Vert. The Bottom Billion; Why the Poorest Countries Are Failing and What Can Be Done About It, 2008) Houten, Uitg. Het Spectrum, 2009, 254 pp. – ISBN 978 90 491 0124 4

Ondanks de aanwezigheid van internationale troepen in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) duren de gruwelijkheden voort. Jonge meisjes worden aan de lopende band verkracht. Rebellen hebben systematisch landbouwgrond verwoest. Binnen enkele maanden zal er niets meer zijn om te eten en dreigt een hongersnood.

De Centraal-Afrikaanse Republiek is een van de landen die aan de onderkant van de wereldeconomie leven. Ze volgen niet het pad van de meeste andere ontwikkelingslanden. In deze landen is ontwikkeling volkomen mislukt. Ze blijven kampen met hardnekkige problemen die niet voorkomen in meer succesrijke landen en hebben geen enkele groei doorgemaakt. En àls ze groeien, gaat dat zo langzaam dat ze een aanzienlijk risico lopen op een terugval voor zij een veilig inkomensniveau bereiken.

Als er niets aan gedaan wordt zal de kloof tussen deze groep en de rest van de wereldeconomie de komende decennia steeds groter worden. Een toekomstige wereld met een miljard mensen die een ellendig leven leiden in straatarme en stagnerende landen kan de wereld zich niet permitteren en nog minder goedkeuren.

Indien het een kwestie was van geld pompen in deze landen waren de problemen al lang verholpen. Vroeger waren immers alle samenlevingen arm, maar de meeste krabbelen uit die armoede omhoog. Waarom lukt dat sommige niet? Paul Collier, hoogleraar in Harvard en Oxford en voormalig onderzoeker bij de Wereldbank, ziet vier valkuilen waaruit sommige landen zich haast niet kunnen bevrijden.

De economische groei van de lage-inkomenslanden wordt in de eerste plaats belemmerd door burgeroorlogen en staatsgrepen. De aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen is een tweede hinderpaal, die bovendien een democratische staatsvorm in de weg staat. Als een land afgesloten is van de zee en omringd is door slechte buren, die ook arm zijn, zit het in een derde valkuil. De laatste valkuil wordt gevormd door slecht bestuur en slecht economisch beleid. Falende staten kunnen een land met schrikbarende snelheid ruïneren.

De globalisering die aan veel ontwikkelingslanden een uitkomst biedt maakt het deze landen daarenboven juist moeilijker. Ze verhoogt de kans dat zij gevangen blijven zitten in de afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen. En migratie van de weinige geschoolde werkkrachten berooft ze van hun schaarse kapitaal en talent.

Pogingen om iets te doen aan deze hopeloze situatie beperkten zich tot nu tot ontwikkelingshulp. Die is echter onvoldoende en brengt ook ernstige problemen en beperkingen mee. De grote uitdaging is om de hulp oordeelkundig aan te vullen met andere maatregelen. Daarvoor is het nodig dat er een omslag plaatsvindt in het politieke denken.

Weloverwogen militaire interventie bij en na een conflict kan zorgen voor het herstel van de orde, vredeshandhaving en het voorkomen van staatsgrepen. Goed doordachte en specifieke internationale wetten en regelgeving kunnen hervormers steunen om criminaliteit te bestrijden en corruptie tegen te gaan. En er moet een internationale handelspolitiek komen waarvan ook de armste landen profijt kunnen hebben. Bij wijze van besluit stelt Collier een agenda op voor de G8 met beleidsvoorstellen die het miljard achterblijvers kunnen helpen om hun achterstand effectief in te lopen.

Voor zijn studie baseerde hij zich op uitgebreide en diepgaande statistische analyses van de beschikbare gegevens in technische artikelen. Anders dan de emotionele posters die mensen moeten bewegen tot vrijgevigheid, verschaffen deze een meer objectief beeld van de uitzichtloze situatie van de allerarmsten in de wereld.

In dit aangrijpende boek krijgt u een stevige inleiding in internationale wetgeving en handelspolitiek. Vooral het laatste is een taaie brok, iets waarvoor de auteur zelf ook waarschuwt. Hij heeft weliswaar moeite gedaan om zijn bevindingen zo toegankelijk mogelijk voor te stellen. Toch vraagt het veel concentratie om alles goed te begrijpen. Daar helpen de talloze slordigheden in de vertaling natuurlijk niet echt bij.

Als u inzicht wilt krijgen in de complexe mechanismen die de meest fragiele samenlevingen op aarde van de ene ramp in de andere storten, dan moet u dit boek lezen. Het maakt duidelijk hoe en waarom deze landen gevangen zitten in een spiraal van armoede, stagnerende groei, chaos en conflicten. U leert waarom ontwikkelingshulp niet volstaat en hoe andere, vaak minder populaire, ingrepen veel effectiever kunnen zijn.

Al is het meer dan vijf jaar geleden geschreven en is de situatie intussen in een aantal landen veranderd, dit boek blijft jammer genoeg brandend actueel.

© Minervaria

Aanvulling: Three Myths on the World’s Poor

Written by minervaria

20 januari 2014 at 20:40

Geplaatst in Economie, Maatschappij

Tagged with , ,

In vrije val. Armoede in België

leave a comment »

DEMYTTENAERE, B., In vrije val. Armoede in België. A’pen, Manteau/De Standaard, 2003, 229 pp. ISBN – 90 223 1796 x

In dit boek worden zowel mensen in de armoede, ervaringsdeskundigen als professionelen aan het woord gelaten. De mechanismen waarmee mensen in de armoede verzeilen, gehouden worden komen zonder veel theoretische omkadering aan de orde. Ook de knelpunten in het armoedebeleid worden belicht.

Vlot leesbaar, en met ruim voldoende diepgang geschreven.

© Minervaria

Written by minervaria

10 maart 2004 at 20:30

Geplaatst in Maatschappij

Tagged with

Kansarmoede en opvoeding

leave a comment »

VANHEE, L., LAPORTE, K. & J. CORVELEYN, Kansarmoede en opvoeding: wat de ouders erover denken. Mogelijkheden en moeilijkheden in het opvoedingsproces bij kansarme gezinnen. Leuven/Apeldoorn, Garant, 2001, 383 pp. – ISBN 90 441 1222 8

In dit onderzoeksverslag wordt gepeild naar het opvoedingsgebeuren in gezinnen die in situaties van sociale achterstelling en uitsluiting (moeten) leven, en dit meestal sinds verschillende generaties. De informatie is verzameld door in de eerste plaats de direct betrokkenen zelf aan het woord te laten, de ouders. Men heeft gekozen voor een insider-perspectief, het is dus een participatief onderzoek geworden. Behalve de ouders komen ook hulpverleners aan het woord.

Doelstelling van het onderzoek was, meer zicht te krijgen op het proces dat de balans tussen draagkracht en draaglast uit evenwicht brengt. Daarnaast wilde men ook zicht krijgen op de positieve krachten en protectieve factoren die dit proces kunnen ombuigen.

Het is een zeer boeiend en veelzijdig verslag geworden. De onderzoekers beperken zich niet tot de conclusies van hun onderzoek, maar geven werkelijk een grondige analyse van de verschillende factoren die het leven van kansarme mensen moeilijk maken, en de factoren die hen kunnen ondersteunen. Hun bevindingen worden rijkelijk gesteund door de soms ontroerende getuigenissen van de participanten en begeleiders.

Vooral het laatste opzet heeft mij aangesproken: de nadruk op de positieve intenties en de inspanningen die ouders leveren in hun eigen opvoedingsproject. Dit is iets wat vaak te weinig wordt gezien, en begeleiders geven ook toe dat dit niet altijd makkelijk is. Maar het is noodzakelijk om mensen hun waardigheid als mens en ouder (terug) te geven, en dit is de basis voor een min of meer succesvolle opvoeding van hun kinderen.

Het verslag eindigt met duidelijke vraagstellingen en aanbevelingen voor het beleid. Zelden heeft een onderzoeksverslag mij in die mate kunnen boeien. Zeker aan te raden, niet alleen voor wie met kansarme mensen werkt, maar voor iedereen die professioneel met mensen omgaat!

© Minervaria

Written by minervaria

30 maart 2003 at 19:09

Geplaatst in Maatschappij, Pedagogie

Tagged with