Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Neurowetenschappen’ Category

De vrije wil bestaat niet

leave a comment »

LammeV10LAMME, V., De vrije wil bestaat niet. Over wie er echt baas is in ons brein. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2010, 333 pp. – ISBN 978 90 351 3539 0

“Ik mag helemaal geen krentenbollen, waarom koop ik die troep?”, zuchtte mijn vriendin. Ze weet dat ze achteraf de tol zal betalen voor haar uitspatting. Toch kon ze het niet laten om er liefst drie te kopen. In het algemeen kan mijn vriendin nochtans geen gebrek aan wilskracht verweten worden. Die heeft haar al meermalen geholpen om het hoofd te bieden aan zware tegenvallers.

Begrippen als bewustzijn, vrijwillig handelen, intentie en vrije wil zijn diep verankerd in het westers denken over de mens. In alles wat we doen gaan we ervan uit dat ‘wij’ het zijn die de keuzes maken en dat we daarin vrij kunnen beslissen. Toch moeten we geregeld toegeven dat die aanname niet vanzelfsprekend is. Hoe komt het anders dat we spullen kopen in een impuls of geen weerstand kunnen bieden aan voedsel waarvan we weten dat het ons later zuur kan opbreken?

Waarop zijn deze beslissingen dan wél gebaseerd? Wie trekt er aan de touwtjes van ons gedrag? Wie is er echt de baas in ons brein? Victor Lamme, hoogleraar cognitieve wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, windt er geen doekjes om: De vrije wil bestaat niet. In dit boek werkt hij deze stelling grondig en bevattelijk uit, gebaseerd op geavanceerd hersenonderzoek.

Traditioneel worden onbewuste reacties gezien als primitief en instinctief. Maar ondertussen is wel duidelijk dat het tegendeel waar is. Het brein zit tjokvol automatisch gedragsrepertoire. Slaapwandelaars kunnen allerlei ingewikkelde dingen doen zonder dat zij zich daarvan bewust zijn. En hoe vaak rijden we niet op automatische piloot en leggen verstrooid zaken op plaatsen die we ons later niet herinneren?

Ook wanneer iemand bij volle bewustzijn is spelen onbewuste processen een rol. Ons gedrag wordt blijkbaar in grote mate gestuurd door ingebrande patronen van hersenverbindingen. Bewuste processen zoals aandacht, voelen, emoties komen pas nà de actie. We zijn ervan overtuigd dat we ons lichaam aansturen met onze gedachten, maar dat is niet meer dan een illusie. Het bewustzijn loopt achter de feiten aan. We denken dat we vrij beslissen maar schijn bedriegt.

Maar waar komt dan het gevoel van een ‘ik’ vandaan? Doorgedreven hersenonderzoek toont aan dat er geen hogere instantie is die het ‘verkeer’ in onze hersenen regelt. Onze keuzes kunnen niet veel meer zijn dan een optelsom van de indrukken uit het verleden die hun sporen hebben achtergelaten in ons brein. Het ‘ik’ wordt door het brein zelf geconstrueerd.

We hebben een vertekend beeld van de invloed van de gedachten op ons gedrag. In de hersenen worden alle ervaringen vastgelegd in de vorm van zenuwverbindingen. Wanneer er actie moet worden ondernomen wikt en weegt het brein, waarop de sterkste zenuwverbinding wint. De werkelijke reden achter onze beslissingen is de combinatie van erfelijkheid en ervaringen. Daarom valt het de ene moeilijker om weerstand te bieden aan een doos pralines dan de andere.

Niet onze gedachten sturen ons gedrag aan maar het is net andersom. Het brein bepaalt onze acties en onze gedachten hobbelen er achteraan. We nemen beslissingen en verzinnen daar achteraf redenen bij. Met een hersenscan kan beter voorspeld worden wat iemand gaat doen dan door het aan de persoon te vragen. Het ‘ik’ verzint verklaringen voor ons gedrag. De ‘vrije wil’ is niet meer dan een handig middel om onvoorspelbaar gedrag te verklaren.

Maar experimenten gaan altijd over eenvoudige keuzes. Hoe zit het dan met ingewikkelde en moeilijke beslissingen zoals trouwen, studiekeuze, een betrekking aannemen, zelfs oorlog voeren? Dan moet er toch sprake zijn van een vrije wil? Moderne hersenscantechnieken maken zichtbaar hoe ook deze beslissingen genomen worden door de zenuwverbindingen die door de individuele geschiedenis ingebrand werden. Voor sommige aspecten van ons leven is dat beter te pruimen dan voor andere.

Wat betekent dat allemaal voor de vraag van schuld en verantwoordelijkheid? Is een misdadiger dan echt alleen maar het product van opvoeding en sociale omstandigheden en ‘dus’ ontoerekeningsvatbaar? Oppervlakkig gezien lijkt het misschien alsof de hersenwetenschap stelt dat niemand meer verantwoordelijk is voor wat hij doet, maar dat klopt niet. Iemand is in alle omstandigheden verantwoordelijk voor zijn gedrag. Maar dat heeft niets te maken met een vrije wil, wel met het feit dat wij ons brein zijn.

In de rechtspraak heerst ten onrechte een mensbeeld waarin vrije wil, controle van gedrag en de invloed van gedachten op beslissingen een grote rol spelen. De inzichten uit de neurowetenschappen zouden kunnen leiden tot een andere behandeling van delinquenten dan nu gangbaar is, die veel menswaardiger is en positieve resultaten oplevert.

De vrije wil is een kwestie die ons allen aanbelangt en het laatste woord is zeker nog niet gezegd. Grofweg bestaan er twee tegenstrijdige visies over dit controversiële onderwerp: het compatibilisme en het determinisme. Zoals u reeds zult begrepen hebben wordt in dit boek de deterministische visie beargumenteerd.

Het onderzoek van Victor Lamme over de werking van de hersenen wordt internationaal erkend en zijn ideeën over het bewustzijn als baanbrekend beschouwd. Zijn betoog is dan ook zeer degelijk onderbouwd met behulp van ingenieus hersenonderzoek en de verhalen van mensen met beslissingsproblemen. Het biedt tevens een inkijk in experimenteel werk en moderne hersenscantechnieken. En het is goed te volgen want de tekst is zeer inzichtelijk en bovendien onderhoudend geschreven.

© Minervaria

Aanvullend:

Advertenties

Written by minervaria

25 oktober 2013 at 15:57

Wij zijn ons brein

leave a comment »

SWAAB, D. Wij zijn ons brein. Van baarmoeder tot Alzheimer. Uitg. Contact, 2011 (11e herziene druk), 480 pp. – ISBN 978 90254 3522 6

Het brein is in. De afgelopen jaren werden we overspoeld met boeken over hersenonderzoek en het brein. Neurowetenschappen zijn over hele wereld een topprioriteit geworden van universiteiten en onderzoeksinstituten. Hersenen zijn hip. Maar zijn ze ook meer dan een hype?

De gerenommeerde hersenonderzoeker Dick Swaab is daar in ieder geval van overtuigd. Onze hersenen zijn geëvolueerd om het individu en de soort in stand houden. Ze besturen de meest uiteenlopende aspecten in ons leven. Hersenonderzoek is daarom het antwoord op de vraag waarom we zijn zoals we zijn, een zoektocht naar onszelf.

Ons brein werkt als een ingewikkeld commandocentrum. Het verwerkt een niet aflatende informatiestroom en stuurt die in alle richtingen. De bouw van deze fantastische machine bepaalt onze mogelijkheden, onze beperkingen en ons karakter. Alles wat we denken, doen en laten gebeurt door onze hersenen, zegt hij. In dit boek laat Swaab zien hoe ze dit gedurende ons gehele leven klaarspelen.

Voor de geboorte worden onze hersenen geprogrammeerd door een combinatie van erfelijke factoren en de omstandigheden in de baarmoeder. Wij komen ter wereld met hersenen waarin onze karaktereigenschappen, talenten en beperkingen al voor een belangrijk deel zijn vastgelegd.

Zo wordt het duidelijk dat we niet vrij zijn om onze seksuele oriëntatie te kiezen en waarom therapieën om die te veranderen veel ellende veroorzaken. Recent onderzoek leert dat veel psychiatrische stoornissen wortelen in de hersenontwikkeling voor de geboorte, zelfs als ze pas veel later tot uiting komen.

Als kinderen recalcitrante pubers worden doen zich weer complexe en belangrijke veranderingen voor in de hersenen. Deze maken begrijpelijk waarom een derde van de jongeren tussen de 10 en 17 jaar een delict pleegt. Dit betekent dat pubers slechts beperkt verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor hun gedrag.

Swaab laat ons verder zien hoe onze hersenen het mogelijk maken om gebeurtenissen te onthouden. Zo vormen ze de basis voor onze identiteit en zelfgevoel. Hij maakt ook duidelijk hoe onze hersenen verouderen, hoe het dementeringsproces verloopt en wat er gebeurt als we dood gaan.

Er wordt aandacht besteed aan stoornissen van bewustzijn, hersenschade door agressieve sporten als boksen, en hersenziekten zoals verslaving, autisme en schizofrenie. Met deze wetenschap kan opnieuw de vraag gesteld worden hoe verantwoordelijk iemand is voor daden die hij heeft gepleegd door een hersenafwijking.

Ook de relatie tussen de hersenen en het ‘onstoffelijke’ komt aan de orde. De hersenen genereren het bewustzijn. Uit de hersenen kunnen religie en de ziel verklaard worden. En de manier waarop onze hersenen werken maakt duidelijk waarom wij ons er misschien beter bij neerleggen dat een volledige vrije wil een illusie is.

Een aantal lezers zullen moeite hebben met de naturalistische en deterministische visie van de neurowetenschapper Swaab. Aan de wetenschappelijke bevindingen over de hersenen verbindt hij bovendien soms gedurfde conclusies met betrekking tot maatschappelijke, ethische en politieke vraagstukken en evoluties. Religieuze levensbeschouwingen en politieke ideologieën met een repressieve agenda krijgen geregeld een veeg uit de pan.

In tegenstelling tot wat er in de pers gesuggereerd wordt is dit geen gemakkelijk boek. Met hun verschillende gebieden, die bovendien geleerde Latijnse benamingen hebben, vormen de hersenen het meest ingewikkelde orgaan van ons lichaam. Met behulp van illustraties, voorbeelden en anekdotes heeft Swaab zijn betoog wel zoveel mogelijk verteerbaar gemaakt. En gelukkig zijn de verschillende hoofdstukken afzonderlijk te lezen, zodat men de inhoud met mondjesmaat tot zich kan nemen.

© Minervaria

Written by minervaria

21 februari 2012 at 13:28

Passies van het brein

leave a comment »

SITSKOORN, M., Passies van het brein. Waarom zondigen zo verleidelijk is. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2010, 224 pp. – ISBN 978 90351 3223 8

Bezit u veel meer boeken dan u ooit gelezen krijgt? Hebt u stapels serviesgoed dat u nooit gebruikt? Is een stukje chocolade de aanleiding tot het verslinden van het hele pak? Haalt u zich geregeld een vervelende onenigheid op de hals door een totaal onnodige woedeuitbarsting? Vindt u uw collega’s maar klungels? Zit u stiekem te gluren naar de borsten van uw vrouwelijke medewerkster? Geniet u van een uitgebreide roddelpartij?

Over het rijtje van de zeven hoofdzonden of ondeugden zijn de meeste filosofen en theologen het al sedert de oudheid eens. Ze zijn ‘des menschen’, van iedereen en van alle tijden. Als ze alleen maar nefaste gevolgen hadden voor de persoon zelf was het niet zo erg. Maar ze liggen aan de basis van ontelbaar veel misstanden en rampen in de wereld. De meeste oorlogen vinden hun oorsprong in machtshonger en zelfingenomenheid.

We beseffen dat we teveel gedronken hebben, te snel uit onze slof zijn geschoten of weer iets overbodigs gekocht hebben. We kunnen het niet laten om ons over te geven aan achterklap en pootje lichten, diefstal en bedrog, burenruzies en veldslagen. Maar als we de gelegenheid krijgen doen we het weer. Waarom blijven we ons, tegen beter weten in, bezondigen aan gedrag waarvan we achteraf spijt hebben, omdat het onszelf en anderen schade berokkende?

De onweerstaanbaarheid van dit gedrag wortelt in onze hersenen, zegt hoogleraar klinische neuropsychologie Margriet Sitskoon. In dit boek verheldert ze de processen in ons brein die ons aanzetten tot gulzigheid, afgunst, vraatzucht, lust, woede, trots en luiheid. En meteen wordt duidelijk dat deze ondeugden niet voor niets zo krachtig zijn. Ze zijn immers nuttig in de strijd om te overleven. Daarom zijn ze nauw verbonden met pijn en genot.

Die hartstochten zijn echter niet enkel bron van leed en spijt, ze hebben ook hun goede kanten. En het vermogen om ze in aanvaardbare banen te leiden is evenzeer terug te brengen tot processen in de hersenen. Het mag soms moeilijk zijn om het zondigen te laten, wijsheid heeft ook zijn wortels in ons brein. Margriet Sitskoorn legt uit hoe je je hersenen zelf in die richting kunt sturen.

Onze hersenen werken immers niet op zichzelf, ze worden beïnvloed door gebeurtenissen, de omgeving en ons eigen gedrag. Sitskoorn legt uit hoe macht en status ons ongevoeliger maken voor het lot van anderen en zelfzuchtig gedrag bevorderen. Ze maakt duidelijk waarom rechtvaardigheid hebzucht tegengaat en op zijn beurt rechtvaardigheid bevordert, en waarom vergeven de meest effectieve manier is om woede kwijt te geraken. En we leren waarom er zout in koekjes zit en suiker in chips.

Voor zover mogelijk voor een boek over de werking van de hersenen is Passies van het brein een vrij toegankelijk werk. Margriet Sitskoorn gebruikt zo weinig mogelijk vaktermen en waar noodzakelijk verwijst ze naar een vereenvoudigde tekening van de hersenen achter in het boek. Daarop worden de belangrijke gebieden in de hersenen aangegeven die een rol spelen in het voelen van genot en pijn. Je kunt de bladzijde met deze figuur uitklappen zodat je hem kunt raadplegen tijdens het lezen.

Wie het op een bepaald ogenblik toch gaat duizelen van de moeilijke termen hoeft zich geen zorgen te maken. Het is helemaal niet noodzakelijk alle details te begrijpen om de kern van het betoog te vatten. De tekst is bovendien met zwier geschreven en laat zich vlot lezen.

Dit populairwetenschappelijke werk doet wat het belooft. Je wordt meegenomen op een fascinerende ontdekkingsreis naar het verband tussen je onweerstaanbare neigingen en het brein. Het biedt niet alleen inzicht, maar doet je nadenken over hoe je zelf met verleidingen omgaat. En als je dat wil kan je het als werkboek gebruiken om je onbeheersbare neigingen beter onder controle te krijgen.

© Minervaria

Written by minervaria

22 juni 2011 at 16:45

Geplaatst in Neurowetenschappen, Psychologie

Tagged with

Het maakbare brein

with 2 comments

SITSKOORN, M., Het maakbare brein. Gebruik je hersens en word wie je wilt zijn. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2008 (2e dr.), 216 pp. – ISBN 978 90 351 3227 6

Als er één orgaan is in ons lichaam waarbij we zelden stil staan zijn het onze hersenen wel. En toch zijn ze 24 uur per etmaal zeer actief en verbruiken ze 25% van de energie die we opnemen. Ze hebben dan ook heel veel omhanden. De hersenen ontvangen de onophoudelijke stroom van informatie van binnen en buiten ons lichaam, verwerken en slaan die op en zetten ons aan te handelen.

Het moderne hersenonderzoek heeft duidelijk gemaakt hoezeer de hersenen een allesbepalende rol spelen in ons gedrag. Denken, leren, sporten, dromen, musiceren, film kijken, verliefd zijn, alle andere emoties en nog veel meer worden gestuurd door onze hersenen. Ongeveer 35% van alle ziektes in Europa hebben betrekking op het brein. Hoe we leven wordt in belangrijke mate door onze hersenen bepaald.

We hebben het dus bij het verkeerde eind als we onze hersenen negeren, zegt neuropsychologe Margriet Sitskoorn. Onze hersenen bepalen niet alleen wie we zijn en wat we doen, het werkt ook andersom. Ze worden op hun beurt ook door ons gedrag gevormd. Onafgebroken organiseren zij zich op basis van de informatie die ze binnen krijgen.

Dat de hersenen zich onder invloed van opvoeding en onderwijs tijdens de jeugd ontwikkelen en vormen nemen we geredelijk aan. Het brein van een violist verschilt van dat van een zwemkampioen, ook en vooral als ze al heel jong begonnen te oefenen.
Maar dat dit proces ook doorgaat als we eenmaal volwassen zijn is veel minder bekend. De plaats waar je geboren bent en de opvoeding die je gekregen hebt zijn min of meer toevallige factoren die een enorme invloed hebben. Daar valt niet meer aan te veranderen. We hoeven ons daar als volwassene echter niet bij neer te leggen. Door gerichte training kunnen we onze hersenen verder vormen en alsnog worden zoals we zouden willen zijn, aldus Margriet Sitskoorn.

Kennis van de werking van de hersenen kan je in het dagelijks leven veel opleveren, zegt ze. Je kunt nieuwe inzichten in je eigen gedrag ontwikkelen, je gedrag sturen en begrip voor en inzicht in het gedrag van anderen krijgen.

Daarom legt ze eerst uit hoe onze hersenen in elkaar zitten, hoe ze werken en ons gedrag bepalen. Als je het te moeilijk vindt mag je dit hoofdstuk ook overslaan, stelt ze je gerust, want het is niet noodzakelijk om de rest van het boek te begrijpen. Ik vond het, zelfs met voorkennis, inderdaad niet eenvoudig. Dit mag niet verbazen, gezien de ongelooflijke complexiteit van onze hersenen.

Een belangrijke ontdekking is dat onze hersenen beschikken over verschillende vormen van plasticiteit. Door het verwerken van de prikkels die ze krijgen worden de verschillende hersengebieden gevormd. Daardoor kunnen defecte functies door andere gebieden worden overgenomen. Als je maar genoeg oefent hoeft verlies van mogelijkheden dus niet noodzakelijk definitief te zijn.

Op een inzichtelijke manier legt Margriet Sitskoorn uit hoe in het hersennetwerk voortdurend verbindingen en vertakkingen gevormd en versterkt worden en hoe ze worden verwijderd. In de jeugd gebeurt dit voor een deel door spontane processen zonder invloed van buitenaf. Hierdoor kan een kind telkens nieuwe vaardigheden leren. De ontwikkeling zelf van vaardigheden vormt weer nieuwe en versterkt bestaande verbindingen. Ongebruikte verbindingen worden verwijderd. Sitskoorn toont aan hoe dit proces in de volwassenheid doorgaat. Om in een bepaalde richting te ontwikkelen moet je dus datgene trainen wat je belangrijk vindt. Dat wat je stoort en waar je vanaf wilt moet je laten.
Zo maakt ze duidelijk waarom en hoe oefening kunst baart, lichaamsbeweging onze hersenen fit houdt en andere gedachten en activiteiten angst en depressie kunnen verlichten en je gezonder en gelukkiger kunnen maken.

Het is dus belangrijk om je hersenen goed te onderhouden, zegt Margriet Sitskoorn. Je hersenen zijn immers maakbaar. Door ze te vormen kun je worden wie je wilt zijn. We geven onszelf echter niet meer de tijd om te leren wat we willen leren. Training vraagt immers volgehouden inspanning en die brengen we vaak niet op. We worden hierdoor eerder een gebruiker dan een architect van onze hersenen. We consumeren ons leven in plaats van het te produceren. Dat is natuurlijk prima, als je je maar realiseert dat je ook architect en producent kunt zijn.

Dit boek is didactisch opgezet en helder geformuleerd, de terminologie wordt duidelijk en herhaaldelijk uitgelegd. Sitskoorn illustreert haar betoog met levendige verhalen van opmerkelijke mensen. De tekst is vlot leesbaar, maar wordt regelmatig ontsierd door storende taalfouten.
Er is een uitgebreide literatuurlijst en handig register voor het opzoeken van kernbegrippen.

Al bij al levert Margriet Sitskoorn een interessant, wetenschappelijk correct en aantrekkelijk en optimistisch verhaal. Op een goed verteerbare wijze verschaft het vooral inzicht en daardoor staat het ver boven de gemakkelijke zelfhulpboeken met kant-en-klare recepten voor een beter leven.

We kunnen onze hersenen door middel van training en gestuurde gedachten heel zeker vormen in de richting die we willen. Maar het is een illusie te denken dat dit grenzeloos kan. Het verhaal van Sitskoorn is een beetje bedrieglijk. Het lijkt alsof we onze hersenen kunnen vormen zoals we willen als we ons maar genoeg inspannen. We hoeven ons inderdaad niet neer te leggen bij een tanend geheugen of minder snel denken. Maar ze gaat wel voorbij aan de reële beperkingen waarmee talloze mensen worden geconfronteerd door ziekte of handicap. Heel wat functies kan je oefenen tot je pimpelpaars ziet, ze komen nooit terug zoals je het graag wil. Het is jammer dat ze daar in dit boek geen aandacht aan besteedt.

© Minervaria

Written by minervaria

31 januari 2010 at 21:37

Het slimme onbewuste

leave a comment »

DIJKSTERHUIS, A., Het slimme onbewuste. Denken met gevoel. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2007, 239 pp. – ISBN 978 90 351 2968 9

Kent u de humorparadox? Als een reclame humor bevat, onthouden mensen de grap maar vergeten ze het merk. Ze koppelen de positieve emotie wel onbewust aan het merk of het product dat ze in een humoristische context hebben gezien. Als ze daarna de keuze hebben uit verschillende producten, kiezen de meesten voor het ‘humormerk’. Hoezo, bewuste consument?

Het boek van Ap Dijksterhuis gaat niet over het onbewuste uit de psychoanalyse maar over het moderne onbewuste. Hij omschrijft het als “alle psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag, ons denken of onze emoties beïnvloeden”. En dat zijn er nogal wat. Bij verreweg het grootste deel van ons gedrag speelt het bewustzijn geen enkele rol. Omdat we ons echter alleen bewust zijn van bewuste en niet van onbewuste processen, onderschatten we de onbewuste en overschatten we het belang van bewuste processen. De gedachte dat het bewustzijn alles aanstuurt en dat ons gedrag begint met bewuste beslissingen is niet meer dan … jawel, een gedachte.

Dijksterhuis kan het weten want hij verricht al ettelijke jaren onderzoek naar onbewuste processen en intuïtief denken. In zijn boek legt hij uit hij hoe ons gedrag in feite door onbewuste processen wordt gestuurd en het bewustzijn gewoon achter deze feiten aanholt. Het bewustzijn is als een persvoorlichter. Die is op de hoogte van wat er gebeurt en kan die informatie met anderen delen, maar bemoeit zich nauwelijks of niet met de beslissingen zelf. Hoe dat in zijn werk gaat toont Dijksterhuis op verrassend heldere en onderhoudende wijze aan.

Om te beginnen haalt hij het bewustzijn van zijn voetstuk. In een eerste hoofdstuk ontkracht hij een aantal gangbare misverstanden over het bewustzijn. Vervolgens legt hij uit hoe wij aan deze ideeën gekomen zijn en hoe ze in de afgelopen eeuwen geleidelijk aan door filosofen en psychologen werden ontmanteld.

In de daaropvolgende hoofdstukken geeft hij een overzicht van de stand van zaken in het onderzoek naar het onbewuste. Met zijn vermogen om verschillende taken tegelijkertijd uit te voeren is het onbewuste het bewuste veruit de baas in het verwerken van informatie. Onbewust kunnen we wel 200.000 keer zoveel verwerken als bewust. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat wij de meeste informatie grotendeels onbewust verwerken.

We nemen onbewust veel meer waar dan we denken en onbewuste waarneming is beduidend gevoeliger dan bewuste waarneming. Hoeveel onzin er ook over verteld wordt, er bestaat inderdaad zoiets als subliminale waarneming en is ze is nog nuttig ook.

Onze bewuste mening wijkt vaak af van onze onbewuste mening en ons gedrag wordt aanzienlijk sterker beïnvloed door onze onbewuste mening dan we hopen en denken.

Dijksterhuis toont ook aan waarom je bij eenvoudige beslissingen best bewust kan kiezen. Over belangrijke beslissingen kan je echter beter een nachtje slapen en je vervolgens laten leiden door je gevoel.

Creativiteit en genialiteit zijn al helemaal niet aan het bewustzijn toevertrouwd. Veel bewuste inspanning om problemen op te lossen werkt juist averechts. De meeste originele ideeën en ontdekkingen schieten de kunstenaar en wetenschapper gewoon te binnen als product van onbewuste arbeid.

Ook in ons gedrag speelt het bewustzijn nauwelijks een rol. Het leeuwendeel ervan gebeurt onbewust en wordt beïnvloed door factoren waarvan we ons niet bewust zijn. Voor veel gedrag hebben we ons bewustzijn zelfs helemaal niet nodig.
Zelfs als we denken dat we zelf kiezen wat we gaan doen zitten we ernaast. De vrije wil is niet meer dan een illusie, aldus Dijksterhuis. Hiermee schaart hij zich achter het innovatieve onderzoek van Daniel Wegner, dé expert op dit gebied.

Alles bij elkaar geeft het bewustzijn de indruk van een mooi maar nutteloos versiersel dat de evolutie ooit aan ons psychologische apparaat heeft gehangen. Heeft het bewustzijn dan nog een functie? Wat is dan de rol van het bewustzijn in ons gedrag? Dijksterhuis heeft er zo zijn eigen mening over.

Ap Dijksterhuis is behalve een onderlegd wetenschapper ook een begenadigd schrijver. Door zijn verrassend vlotte en heldere stijl maakt hij een moeilijk onderwerp zeer toegankelijk, terwijl hij toch wetenschappelijk blijft. In contrast hiermee vind ik zijn verklaring over de rol van het bewustzijn dan ook teleurstellend simplistisch en onwetenschappelijk.

Over de rol van het onbewuste resp. bewustzijn is echter het laatste woord nog niet gezegd. Er wordt nog veel onderzoek gedaan en heel zeker zullen een aantal bevindingen en stellingen van Dijksterhuis nog aangepast en herzien worden. Te volgen!

Niettemin heb ik van dit leerrijke en boeiende boek genoten.

© Minervaria

De humorparadox

Written by minervaria

18 mei 2009 at 20:36

Geplaatst in Neurowetenschappen, Psychologie

Tagged with

Onze hersenen

leave a comment »

KAHN, R, Onze hersenen. Over de smalle grens tussen normaal en abnormaal. A’dam, Uitg. Balans, 2008 (7e dr.), 291 pp. – ISBN 978 90 5018 921 7

Mensen die zich vreemd en onvoorspelbaar gedragen, overspannen en depressieve mensen, verslaafden, zwervers worden vaak gemeden of met de vinger nagewezen. Ze hebben echter met elkaar gemeen dat de werking van hun hersenen op een vaak subtiele wijze verschilt van die van de doorsnee mens.

Van al onze organen zijn onze hersenen het belangrijkste. Door onze hersenen kunnen we de omgeving in ons opnemen, prikkels verwerken en erop reageren. De hersenen sturen ons gedrag. Omdat de hersenen zich niet gemakkelijk laten onderzoeken was het lange tijd een raadsel hoe dit gebeurde. Pas in de 19e eeuw begon men systematisch mensen te bestuderen van wie de hersenen aantoonbaar beschadigd waren.

René Kahn, hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en afdelingshoofd psychiatrie aan het UMC te Utrecht, toont in dit boek aan hoe veranderingen in de hersenen kunnen leiden tot gedragsveranderingen die we allemaal kennen maar niet begrijpen. Hij heeft daarvoor een selectie gemaakt van de meest voorkomende psychische problemen en bespreekt achtereenvolgens de depressie, dementie, verslaving, schizofrenie, dwangstoornis en autisme. Bij ieder van deze stoornissen gaat er iets mis in het denken, de emoties en het gedrag.

Op basis van de bevindingen van het meest recente hersenonderzoek verheldert Kahn hoe deze belangrijke functies door de hersenen gestuurd worden en wat er mis gaat bij een stoornis. De meeste psychische ziekten worden niet veroorzaakt door afwijkingen in een specifiek deel van de hersenen. Ze bestaan uit verschillende deelstoornissen in uiteenlopende domeinen van gedrag en emotie. Eenzelfde gedrag en emotie kunnen gebaseerd zijn op verschillende stoornissen in de hersenen.

Een psychische stoornis is dan ook geen vreemde afwijking, maar een variatie op de normaliteit met ingrijpende gevolgen. Zo legt Kahn verband tussen de bovengenoemde stoornissen en, in dezelfde volgorde, onze reactie op stress, het geheugen, motivatie, taal en vrije wil, kiezen en empathie.

Meteen maakt hij duidelijk dat stoornissen in gedrag, denken en emoties niet anders, vreemder en al helemaal niet ‘gekker’ zijn dan lichamelijke afwijkingen. Wanneer men begrijpt wat aan vreemd gedrag ten grondslag ligt is het plotseling niet meer zo vreemd. Epileptische aanvallen bijvoorbeeld waren vroeger een teken van goddelijkheid of een uiting van satanische krachten, maar sedert men weet dat de verklaring ligt in spontane elektrische ontladingen in de hersenen is er niets geks meer aan epilepsie.

Hoe meer we onze hersenen beschouwen als ieder ander orgaan in ons lichaam des te beter zullen we kunnen begrijpen hoe normaal en abnormaal gedrag tot stand komt en hoe onze emoties en gevoelens ontstaan en soms ontsporen. Het erkennen en begrijpen van de rol van de hersenen in ons gedrag maakt de ander, zowel in ziekte als gezondheid, gewoner.

Sommigen beweren dat het verklaren van alle gedrag uit de structuur en functie van de hersenen simplistisch en reductionistisch zou zijn. Maar het hersenonderzoek van de laatste jaren heeft net overvloedig aangetoond dat de omgeving onze hersenen beïnvloedt. Onze hersenen zijn immers het orgaan dat verantwoordelijk is voor de interactie met de omgeving. Ze groeien, passen zich aan en veranderen naargelang de omstandigheden dat vereisen. Dit is tegelijk een hoopgevende boodschap omdat vanwege deze flexibiliteit en beïnvloedbaarheid zieke hersenen weer gezond kunnen worden.

Voor hij de verschillende stoornissen bespreekt schetst Kahn bondig de geschiedenis van het wetenschappelijk onderzoek naar het verband tussen hersenen en (afwijkend) gedrag. In een aanhangsel legt hij de nieuwste hersenscantechnieken uit en in een notendop de anatomie van de hersenen en de zenuwen. Hierbij waren een paar tekeningen verhelderend geweest.
Het boek is voorzien van een ruime noten- en dito bronnenlijst. Een register van gebruikte termen ontbreekt jammer genoeg.

Kahn schrijft vlot en boeiend. Toch blijft het moeilijke materie. De processen die zich in onze hersenen voordoen en hun onderlinge wisselwerking zijn immers ingewikkeld en niet eenvoudig te begrijpen. Zelfs met mijn voorkennis diende ik mij tijdens het lezen nog stevig te concentreren.

© Minervaria

Written by minervaria

24 februari 2009 at 10:55

Het puberende brein

leave a comment »

CRONE, E, Het puberende brein. Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2008, 180 pp.

Waarom staan pubers altijd zo laat op? Waarom blijft het schoolwerk altijd liggen tot het allerlaatste moment? Waarom rijden ze zo hard op hun brommer zonder helm, met een skateboard over gevaarlijke bruggetjes en komen ze veel later thuis dan afgesproken?
In puberteit en adolescentie zijn stemmingswisselingen, impulsief en ondoordacht handelen, onvoorspelbaarheid, conflicten met ouders, risicovol gedrag vaak schering en inslag. De verklaring voor die verwarring bleef lang een mysterie.

In het afgelopen decennium heeft men daar echter meer zicht op gekregen. Onderzoek naar de werking van de hersenen van adolescenten wijst uit dat in deze levensperiode nog belangrijke veranderingen aan de orde zijn. Ook in het Brein & Development Laboratorium aan de Universiteit Leiden, waar Eveline Crone hoofddocent is, doet men dergelijk onderzoek. Met haar boek wil zij ouders en begeleiders van adolescenten inzicht bieden in puberhersenen en de veranderingen die hierin plaatsvinden.

Hiervoor maakt ze gebruik van de meest recente bevindingen in het hersenonderzoek bij pubers en adolescenten. Al is het boek niet bedoeld als leidraad voor hoe je met pubers moet omgaan, toch kan een beter inzicht van wat er letterlijk in hun hoofd omgaat wel leiden tot meer begrip en een betere aanpak.

De troebelen van de adolescentie zijn goed te begrijpen vanuit veranderingen in de ontwikkeling en organisatie van de hersenen en de invloed van hormonale processen. Tijdens deze levensfase doen zich in bepaalde hersengebieden aanzienlijke veranderingen voor, en ook de communicatie tussen verschillende hersengebieden is nog niet optimaal. Deze veranderingen hebben consequenties voor de manier waarop adolescenten met nieuwe informatie omgaan (zoals op school), voor het omgaan met emoties (zoals omgaan met boosheid of verdriet) en voor het aangaan van sociale relaties (zoals vriendschappen).

Allereerst bespreekt Crone het begrip adolescentie. Ze verheldert de basisbegrippen over zenuwstelsel en hersenen en de invloed van hormonen op adolescente hersenen. Ze legt ook uit hoe men de hersenwerking bestudeert.

Over de hersengebieden die betrekking hebben op cognitieve activiteiten (geheugen, denken, taal, leren) weet men het meest. Bij adolescenten zijn de hersendelen en -verbindingen die belangrijk zijn voor het controleren van het eigen handelen nog aan het rijpen. Crone legt uit hoe daardoor plannen en vooruitzien, filteren van irrelevante informatie en inrekenen van de consequenties van het eigen handelen nog niet mogelijk zijn of moeizaam verlopen.

Vervolgens verklaart ze hoe een sterke gevoeligheid van de beloningscentra in de hersenen adolescenten aanzet tot onvoorspelbaar gedrag en hoe ze daardoor meer aandacht hebben voor de plezierige gevolgen van risicovol gedrag (de ‘kick’) dan voor de gevaren.

Over de delen van de hersenen die vriendschappen en andere sociale relaties regelen is nog niet veel geweten. Het is echter wel duidelijk dat de hersengebieden die het mogelijk maken om bij morele beslissingen in de schoenen van de andere te gaan staan en lange termijngevolgen in acht te nemen pas in de adolescentie beginnen te rijpen. We mogen van adolescenten dan ook niet verwachten dat zij zich even gewetensvol gedragen als de doorsnee volwassene.

Maar flexibilteit in de verbindingen tussen verschillende hersengebieden heeft ook voordelen. Adolescenten zijn vaak vele malen creatiever, idealistischer en vindingrijker dan volwassenen. Ze krijgen ingewikkelde technische apparaten in een mum van tijd aan de praat, zijn kampioen in vindingrijke internettoepassingen, denktankoplossingen en uitblinkers in sport en muzikale hoogstandjes.

Voor ouders van adolescenten is dit uiteraard allemaal heel interessante informatie. Toch moet je volgens mij al behoorlijk wat weten over de bouw en werking van de hersenen om het betoog van Crone goed te kunnen volgen. De hersenen zijn immers een ingewikkeld orgaan en omvatten veel verschillende deelgebieden en verbindingen. Ik miste een overzichtelijke oriëntering.

Het is zeker geen gemakkelijk boek, en tijdens het lezen moet je zeer aandachtig zijn om alles te begrijpen. Zwart-wit illustraties zijn niet erg geschikt voor een duidelijke en overzichtelijke weergave van de structuur van de hersenen. Plaatjes in kleur waren bovendien aantrekkelijker geweest.

© Minervaria

Deze visie is intussen alweer bijgewerkt, door Eveline Crone zelf: Pubergedrag toch niet veroorzaakt door ‘onrijp brein’, maar waardoor dan wel?

Written by minervaria

30 november 2008 at 21:08

Geplaatst in Neurowetenschappen, Psychologie

Tagged with