Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Posts Tagged ‘Mensenrechten

250 jaar over misdaden en straffen. Cesare Beccaria

leave a comment »

VERHOFSTADT, D., 250 jaar over misdaden en straffen. Cesare Beccaria. A’dam/A’pen, Uitg. Houtekiet, 2014, 303 pp. – ISBN 978 90 8924 314 0

‘Welke zijn nu de straffen, die behoren toegepast te worden op misdaden? Is de doodstraf een sanctie die werkelijk nuttig en noodzakelijk is voor de veiligheid van en de goede orde in de maatschappij? Is het aanwenden van pijnbank en foltering rechtvaardig en is daarmee het doel te bereiken dat de wetgeving nastreeft? Wat is de beste manier om het plegen van strafbare feiten te voorkomen?’

In Dei delitti delle e pene stelde Cesare Beccaria zijn principes over het strafrecht voor. Zijn uitgangspunt was dat elke mens, arm of rijk, recht heeft op een gelijke behandeling. Niemand mag beoordeeld worden op basis van zijn afkomst, familiebanden of connecties. Straffen moeten in verhouding staan tot de gepleegde misdrijven en de rechters die oordelen en bestraffen moeten onafhankelijk zijn. Een straf mag geen vergelding zijn, maar moet leiden tot het verminderen van misdaden in de samenleving. Ze moet de delinquent beletten zijn medeburgers nog eens te benadelen en de andere mensen ervan afhouden om hetzelfde te doen.

Dirk Verhofstadt heeft de 40 principes van Beccaria gebundeld tot negen. De basis is dat de regels van de groep ondergeschikt zijn aan die van het individu. Families, volkeren, naties of religies zijn niet het belangrijkste, wel het individu. Straffen moeten bovendien vastgelegd zijn in een wet, die voor iedereen geldt. Het strafrecht legt de basis voor rechtvaardigheid en tegen willekeur en het vormt de kern van een democratische en rechtvaardige samenleving.

Ons lijkt dit het intrappen van een open deur, maar in 1764 was Dei delitti e delle pene revolutionair. In die tijd werd het strafrecht beheerst door willekeur, machtsmisbruik en religieuze dogma’s. Hoe iemand berecht werd, was afhankelijk van diens plaats in de maatschappij. Rechters spraken straffen uit op basis van hun persoonlijke inschatting. Beklaagden werden gefolterd en op allerlei wijzen geïntimideerd om bekentenissen af te dwingen. Meningen en gedragingen die afweken van wat de kerk voorschreef werden zwaar bestraft.

De ideeën van Beccaria waren zeer vooruitstrevend voor die tijd. Ze waren zo radicaal dat ze onvermijdelijk botsten met die van de kerkelijke inquisitie. Beccaria werd daarom lang verguisd en bekritiseerd, vooral door de kerk. Hij had echter veel invloed op de Verlichte heersers. Hij inspireerde Verlichtingsdenkers en revolutionaire bewegingen, die een einde wilden maken aan het Ancien Regime en veel nadruk legden op de gelijke behandeling van alle burgers en zich keerden tegen het despotisme.

Tot de publicatie van het werk van Verhofstadt had ik nog nooit over Cesare Beccaria gehoord of gelezen. Een van de grootste Verlichtingsdenkers uit de geschiedenis lijkt compleet vergeten. In Milaan verdringen de toeristen zich voor de imposante duomo, terwijl de Piazza Cesare Beccaria op wandelafstand er nagenoeg verlaten bij ligt.

Toch hebben wij enorm veel aan te danken aan deze Italiaanse filosoof en rechtsgeleerde. Zijn werk heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de humanisering van het strafrecht van zowat alle Europese en Amerikaanse landen. Het vormt de basis voor de Universele Verklaring van de Mensenrechten en het bestaansrecht van de waakhonden Amnesty International en Human Rights Watch.

De denkbeelden van Beccaria blijven immers brandend actueel. Er zijn nog veel landen waar men mensen foltert en executeert, waar willekeurige arrestaties en processen plaats grijpen, rechtszittingen in het geheim gehouden worden, waar ketterij en godslastering worden bestraft, mensen zonder rechterlijk bevel worden vervolgd en opgepakt en waar homoseksuelen de doodstraf krijgen. En in de grootste democratie worden nog steeds mensen geëxecuteerd, sommigen compleet onschuldig.

Ook in democratische landen blijft het gevaar bestaan dat overheden buitensporige macht gebruiken tegenover de burgers, zodat ze opnieuw worden overgeleverd aan willekeur. Als we niet waakzaam blijven lopen zelfs de beste rechtssystemen het gevaar uitgehold te worden, bijvoorbeeld via kliklijnen.

Het werk bestaat uit twee delen: de samenvatting en bespreking van het boek van Beccaria door Dirk Verhofstadt wordt gevolgd door de meest recente vertaling van Dei delitti e delle pene. Een beetje tegendraads ben ik begonnen met het tweede en daar heb ik geen spijt van gehad. Dankzij de puike vertaling is het werk van Beccaria vrij goed leesbaar. En de prima duiding van Verhofstadt vormt daar een welkome aanvulling op.

Dit boek stond heel wat jaren op mijn leeslijstje. Maar mijn troost is dat dit werk nooit achterhaald is. Het is bovendien een must voor iedereen die de mensenrechten genegen is.

© Minervaria

Written by minervaria

21 september 2019 at 09:54

Baas in eigen boerka

leave a comment »

VREEKEN, R., Baas in eigen boerka. Van Koran tot girlpower. A’dam, Uitg. Meulenhoff, 2010, 317 pp. – ISNB 978 90 290 8659 2

Als verslaggever voor de Volkskrant maakte Rob Vreeken tussen 2007 en 2009 verschillende reportages over de positie van de 750 miljoen vrouwen in de islamitische landen. Daaruit selecteerde hij er zeven, die geografisch en cultureel een staalkaart bieden van deze kolossale en zeer gevarieerde wereld. Hij trof er talrijke uitwassen aan van ondergeschiktheid, maar eveneens hoopvolle ontwikkelingen.

De praktijken waarmee vrouwen veroordeeld worden tot een tweederangspositie zijn vaak terug te voeren op oeroude culturele en tribale tradities. De islam heeft bepaalde gebruiken, zoals polygamie, gewoon opgenomen en ingelijfd. De meeste moslimlanden worden bovendien gekenmerkt door een tot op het bot conservatieve, patriarchale cultuur waarin mannen het heertje zijn en vrouwen op het tweede plan komen.

Nergens ter wereld is het leven daarom zo slecht voor vrouwen als in het door en door tribale en feodale Afghanistan. Van oudsher zijn vrouwen er niet meer dan koopwaar en bezit. Ze leven er in een ongemeen sterk patriarchale samenleving, onafhankelijk van Taliban of mujahedin. Toch vecht een handjevol moedige vrouwen om daar verandering in te brengen.

In de meeste landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is de positie van vrouwen de laatste vijf jaar echter verbeterd. In Dubai is op een paar decennia reeds veel vooruitgang geboekt zowel op vlak van scholing als economische zelfstandigheid. Gebruiken als polygamie en vrouwenbesnijdenis, beide niet exclusief islamitisch, zijn in Senegal en Gambia met succes teruggedrongen. In Bangladesh heeft microkrediet de positie en zelfredzaamheid van vrouwen aanzienlijk verbeterd.

Jordanië is een van de meest liberale landen in het Midden-Oosten, alhoewel eremoorden en eerwraak nog schering en inslag zijn bij de landelijke bevolking. In Indonesië heeft de gematigde islam vrouwen nooit gekluisterd gehouden, al dreigen de oprukkende politieke islam en de arabisering hun gunstige positie aan te tasten. En als er één moslimland is dat, zijn imago ten spijt, rijp lijkt te zijn voor de moderne wereld, is het Iran wel. Nergens anders in de moslimwereld hebben vrouwen zoveel maatschappelijk potentieel als in Iran.

Er is langzamerhand iets aan het veranderen, aldus Rob Vreeken. Overal in de moslimwereld kwam hij vrouwengroepen tegen. Vrouwenbewegingen zijn een niet te onderschatten kracht tegen slecht bestuur en politieke achterlijkheid. En ze worden vaker met rust gelaten dan bewegingen voor de mensenrechten. Het islamitisch feminisme heeft bovendien een internationaal netwerk uitgebouwd.

Maar er is nog een lange weg te gaan. Overal in de islamitische wereld is er nog ontstellend veel discriminatie van en geweld tegen vrouwen. Op teveel domeinen zijn vrouwen achtergesteld en moeten ze het onderspit delven. Vooral onderdrukkend is de patriarchale familiewetgeving van de sharia. De teksten in de Koran over de behandeling van vrouwen zijn voor meerdere verklaringen vatbaar en worden altijd door mannen geïnterpreteerd.

De moslimlanden hebben echter niet het monopolie op de achterstelling van vrouwen. Ook in het hindoeïstische India worden vrouwen als tweederangsfiguren behandeld. Net als in andere samenlevingen wordt ook in moslimlanden de plaats en rol van vrouwen niet in de eerste plaats door godsdienst bepaald, maar door sociaaleconomische omstandigheden en door politieke en maatschappelijke machtsverhoudingen. Diezelfde factoren zijn dan ook de sleutel tot vooruitgang voor vrouwen.

Dit bijzonder informatieve en goed geschreven boek brengt, ondanks alle nog bestaande ellende, dan ook een positieve boodschap. De inhoud verdient echter enige reserve, want het is nu bijna tien jaar geleden geschreven. Zeker nu het Midden-Oosten in brand staat, kan men zich afvragen hoe het de vrouwenbeweging daar nu vergaat. Vrouwen zijn, naast kinderen, in oorlogsomstandigheden immers de eerste en belangrijkste slachtoffers. Een update zou dus heel welkom zijn.

© Minervaria

Written by minervaria

31 maart 2017 at 15:27

Geplaatst in Maatschappij, Vrouwen

Tagged with , ,

De tweede helft

leave a comment »

KankoA15KANKO, A., De tweede helft. Tijd voor een nieuw feminisme. Tielt, Uitg. Lannoo, 2015, 295 pp. – ISBN 978 94 014 2997 9

Ervoor uitkomen dat je feministe bent is zoiets als zeggen dat je melaats bent of een zeldzame en gevaarlijke geestesziekte hebt. Vrouwen die feminisme hoog in het vaandel dragen, worden vaak afgeschilderd als mannenhaters die altijd de baas willen zijn en er per definitie onverzorgd bij lopen. Dat is jammer, zegt Assita Kanko, want feminisme gaat over gelijke rechten voor vrouwen en mannen. En die strijd is nog lang niet gestreden.

Het aantal vrouwen dat echt over gelijke rechten beschikt is een peulenschil ten opzichte van de honderden miljoenen vrouwen die nog steeds vernederd, onderdrukt en misbruikt worden. Het onrecht dat hun dagelijks wordt aangedaan kan niemand onberoerd laten. Ze zijn de slachtoffers van religie en taaie culturele tradities die geobsedeerd zijn door huwelijk, maagdelijkheid en andere gebruiken.

Uit tal van onderzoeken blijkt dat de situatie voor heel wat vrouwen er helemaal niet beter op wordt maar juist slechter. Alleen omdat ze vrouw zijn worden vrouwen overal ter wereld nog altijd als minderwaardig aan mannen beschouwd en onderdrukt. Het meest tot de verbeelding spreken uiteraard de brutale ingrepen die de lichamelijke en psychische integriteit van miljoenen meisjes en vrouwen schenden.

Kindermoord op vrouwelijke foetussen en baby’s, genitale verminking van kleine meisjes, verwaarlozing en ondervoeding van meisjes en vrouwen zijn in sommige landen heel gewoon. Eremoorden en brutale verkrachting als vergelding roepen overal verontwaardiging op. Er zijn de schrijnende verhalen van de tienduizenden meisjes per dag die op veel te jonge leeftijd uitgehuwelijkt worden. Opgesloten in kindhuwelijken, zijn ze veroordeeld tot een triestig bestaan als slavin en hulpeloos slachtoffer van de terreur van hun schoonfamilie.

Kindhuwelijken zijn een van de oorzaken dat meisjes niet naar school gaan. Wereldwijd blijven elk jaar 66 miljoen meisjes verstoken van onderwijs. De reden daarvan is overal dezelfde. Patriarchale samenlevingen en religieuze fanatici willen hen ongeletterd houden en afsluiten van de wereld. Zij weten maar al te goed dat onderwijs en deelname aan het economische leven de sleutel vormen tot de ontvoogding van vrouwen.

Er is nog enorm veel werk om de mentaliteit te veranderen en vrouwen dezelfde rechten te geven als mannen. Deze tradities zijn trouwens erg taai. Zelfs na jarenlang verblijf in Europa houden mensen vast aan de gebruiken van het land van herkomst. Zo worden ook in Europa geboren meisjes genitaal verminkt en uitgehuwelijkt. En ook polygamie wordt er nog beoefend, al is het wettelijk verboden.

Maar ook in het rijke Westen schort er nog heel wat op het gebied van vrouwenrechten. De cijfers over huiselijk geweld, aanranding en verkrachting van vrouwen binnen en buiten het huwelijk zijn ontstellend. Gelijk loon voor gelijk werk is in de Westerse wereld nog steeds niet gerealiseerd en vrouwen besteden nog altijd veel meer tijd aan onbetaalde huishoudelijke taken dan mannen. Het is trouwens in de eerste plaats om deze gratis arbeid te verrichten, dat meisjes in grote delen van de wereld zo massaal van school gehouden worden.

Meer vrouwenmacht is de weg om een einde te maken aan deze vernedering, zegt Assita Kanko. Om vooruitgang te boeken moet er een einde gemaakt worden aan de straffeloosheid, moeten er banen gecreëerd worden en moeten vrouwen toegang krijgen tot informatie. En er moeten meer vrouwen in de politiek, zelfs al is dit niet eenvoudig. Want in de politiek moet je als vrouw voortdurend worstelen met het machtsbastion van mannen en het onbegrip voor vrouwelijke bekommernissen.

Assita Kanko heeft als immigrante zelf aan den lijve ervaren wat traditie kan kapotmaken in een vrouw. Maar ze weigert om slachtoffer te zijn en is in de politiek gegaan. In De tweede helft toont ze glashelder aan waarom het feminisme nog lang niet voorbijgestreefd is. Vrouwen die menen dat het allemaal zo erg niet is, minimaliseren en banaliseren het leed dat talloze vrouwen dagelijks moeten ondergaan.

Er is behoefte aan een tweede feministische golf die effectief strijdt voor het universele recht op zelfbeschikking van elk meisje, elke vrouw. En dat is niet alleen een zaak van vrouwen, maar ook in het belang van mannen. Mannen en vrouwen moeten samen opstaan en diegenen bestrijden die vrouwen onderdrukken. Het is jammer dat de auteur niet uitwerkt hoe dit concreet kan gerealiseerd worden. Als u dit beklijvende boek gelezen hebt bent u echter meer dan ooit overtuigd dàt het moet gebeuren.

© Minervaria

Vrouwelijke genitale mutilatie is ook een zaak van mannen: Men speak out

Written by minervaria

29 januari 2016 at 22:23

Geplaatst in Maatschappij, Vrouwen

Tagged with ,

Honger

leave a comment »

CaparrosM14CAPARRÓS, M., Honger. (Vert. El Hambre, 2014) A’dam, Uitg. Wereldbibliotheek, 2015, 656 pp. – ISBN978 90 284 2622 1

Eén op vijf aardbewoners is te dik en één op zeven heeft honger. Sommigen zeggen dat één op de 3 te dik is en één op de 9 honger heeft. De ene bron heeft het over 790 miljoen ondervoede mensen op de wereld, de andere over 840 miljoen mensen. En volgens de ene sterft iedere 5 seconden een kind van de honger en de andere zegt dat het om de 7 seconden gebeurt. Maar wat maakt het uit en wat zeggen cijfers echt?

Pas als je met de mensen spreekt en in hun leefomstandigheden duikt kun je de omvang van het probleem correct inschatten. De Argentijnse journalist Martín Caparros neemt u mee naar straatarme gebieden met straatarme mensen. Miljoenen overleven er in de meest strikte zin van het woord in onvoorstelbaar ellendige omstandigheden. Ze zijn volstrekt nutteloos, overbodig voor de maatschappij. Hun voornaamste dagelijkse zorg is om te zien of ze iets te eten kunnen bemachtigen. Soms eten ze voldoende, maar ze zijn er nooit zeker van dat ze het zullen krijgen. En die honger treft vooral de allerkleinsten, de kinderen onder vijf jaar.

De auteur sprak met tientallen hongerende mensen in onder andere India, Bangla Desh, Argentinië en Zuid-Soedan. Hij documenteert hun schrijnende verhalen over de dagelijkse strijd om hun kinderen en zichzelf in leven te houden en uit de klauwen van ziekte te blijven. En hij gaat op zoek naar de oorzaken van deze mensonterende situatie. Hoe komt het dat in deze hoogontwikkelde wereld bijna 2 miljard mensen zonder uitzicht op verbetering gebukt gaan onder rauwe armoede en honger?

Natuurlijk zijn er veel gebieden waar voedselproductie zeer bewerkelijk is. De wereldbevolking is de afgelopen decennia bovendien exponentieel toegenomen. Maar het probleem is niet dat er een tekort is aan voedsel. Alle organisaties, onderzoekers en regeringen zijn het erover eens dat er in de wereld meer dan genoeg voedsel wordt geproduceerd om alle mensen op aarde te voeden en nog 4 of 5 miljard meer.

Het probleem is dat al die mensen geen geld hebben om het te kopen. En dat is niet hun eigen schuld, zoals sommigen durven beweren. Meer dan ooit is gebrek aan voedsel het gevolg van een sociale en economische orde die deze mensen de kans ontneemt om behoorlijk te eten. Op de wereldmarkt zijn er immers grote belangen gemoeid bij de productie en verkoop van voedsel.

Voedsel werd een investering zoals olie, goud of zilver. Op de beurs worden de internationale voedselprijzen gemanipuleerd, zodat ze de pan uit rijzen. Voedsel is geen consumptiegoed meer maar een middel tot speculatie waarmee grof geld te verdienen is. Voor miljoenen mensen is voedsel onbetaalbaar geworden.

De export van voedsel is bovendien veel lucratiever dan de verkoop in eigen land. Het beschikbare land wordt gebruikt voor exportgewassen, waardoor de bevolking niet meer zelfvoorzienend is. Zo werd Argentinië, het land van de auteur, de sojaschuur van de wereld terwijl de ongelijkheid er onrustbarend toenam en honderdduizenden mensen in diepe armoede dompelde. De opbrengst van de teelten gaat naar het buitenland en de overschotten worden gewoon weggegooid.

In veel Afrikaanse landen, waar eigendommen slecht geregistreerd zijn, is voedsel ook een machtsmiddel geworden. Buitenlandse bedrijven kopen landbouwgrond van de regering als investeringsgoed. De boeren verliezen hun land, worden afhankelijk van een loon en moeten vervolgens duur voedsel kopen voor de internationale prijzen.

Voor ons, rijke bewoners van de min of meer rijke landen, was het leven nog nooit zo goed. Voor ons is de wereld één grote supermarkt. Maar die welvaart wordt in feite mogelijk gemaakt door de mensen die honger lijden. Armoede en honger hebben dezelfde oorzaak. De voornaamste oorzaak van honger is rijkdom. De honger van miljoenen mensen is het gevolg van plundering, aldus Martín Caparrós. Ze is de grootste schandvlek van deze wereld.

Op dit moment bestaat de strijd tegen de honger voornamelijk uit het versterken van de liefdadigheid. Maar honger is geen humanitair probleem, het is een politiek probleem. Een kritische analyse van de humanitaire hulp toont aan dat deze slechts een druppel is op een hete plaat. In veel gevallen bestendigt ze alleen de situatie. In plaats van berusting en realisme moet er een politieke en ideologische oplossing komen.

“Honger is geen fataliteit. Elk kind dat van honger sterft is een vermoord kind.”, aldus Jean Ziegler, voormalig rapporteur van de Verenigde Naties. Deze uitspraak tekent de teneur van dit boek. Martín Caparrós laat de feiten spreken en geeft de hongerende mensen zelf het woord. Hun tragische verhaal vormt de rode draad in zijn vlijmscherpe analyse van de honger in de wereld.

Als je een non-fictieboek leest verwacht je inzicht te verwerven in een onderwerp. Maar af en toe lees je er een dat je ook naar de keel grijpt. Dit boek is één lange aanklacht tegen het fundamenteel onrecht dat de rijke landen in het leven geroepen hebben en in stand houden. Misschien vinden sommige lezers dit boek te links. Maar dit zal Martín Caparrós een zorg zijn.

“Hoe kunnen we in godsnaam doorgaan met ons leven terwijl we weten dat dit soort dingen gebeuren?” roept hij herhaaldelijk vertwijfeld uit. En ten diepste verontwaardigd wordt hij cynisch. “Toekomst is een luxe van mensen die te eten hebben.” “Regeren is profiteren van de algemene onwetendheid om die tot het uiterste uit te buiten.” Ook de religie, die de mensen aanspoort in hun lot te berusten, krijgt een veeg uit de pan.

Honger is een beklijvend manifest dat een onuitwisbare indruk nalaat. Alhoewel dit boek niet eens zo moeilijk geschreven is, valt het slechts met mondjesmaat te lezen. Het is zo confronterend, dat men het bijna niet uit het hoofd kan zetten. Als u dit werk gelezen hebt grijpt u nooit meer gedachteloos naar een snack.

© Minervaria

Written by minervaria

13 januari 2016 at 16:24

JES!

leave a comment »

vanEmpelFSickingC14Van EMPEL, F &  C. Sicking, JES! Towards a Joint Effort Society. Vancouver, Leanpub in coop. with Studio nonfiXe, Vught, 2014, 217 pp.

Dertig jaar geleden beloofden de pleitbezorgers van het neoliberaal economisch beleid dat iedereen beter zou worden van de vrije markt. Deze voorspelling is tot nu echter niet uitgekomen. De globale welvaart mag dan enorm toegenomen zijn, ze is niet evenwichtig verdeeld. Er leven nog steeds minstens 1 miljoen mensen in schrijnende armoede en overal ter wereld neemt de inkomensongelijkheid toe. Bestaat er een alternatief?

In JES! presenteren Frank van Empel en Caro Sicking een dynamisch model voor de evolutie naar een Joint Effort Society, waarin de fundamentele menselijke vrijheid en zelfwerkzaamheid werkelijk gerealiseerd worden. In zulke samenleving wint iedereen, want niet competitie staat centraal, maar samenwerking. Een coöperatieve houding genereert immers meer productieve oplossingen voor een probleem. Deze opvatting delen ze met denkers van verschillende pluimage. Hoe kunnen wij een wereld creëren waarin iedereen beter af is?

De auteurs lanceren daarvoor een nieuw begrip: ecolutie. Ecolutie staat voor een dynamisch ontwikkelingsproces van alle krachten in een samenleving naar een wereld waarin samenwerking centraal staat en waarin ieder individu maximaal participeert. Het doel is niet groei maar vooruitgang. Hoe kan een samenleving evolueren van competitie naar coöperatie en wat is daarvoor nodig? Kan een maatschappij eigenlijk wel gestuurd worden?

Maatschappelijke veranderingsprocessen gaan immers alle kanten uit en hebben begin noch einde. Ze gedragen zich als een rizoom, een ondergronds wortelsysteem dat zich ongericht verspreidt. De werkelijkheid is als een jungle van onderling verbonden en wederkerige systemen. Verandering is de essentie van het leven. Orde scheppen in de werkelijkheid is een kunstmatige ingreep. De realiteit ontsnapt telkens weer aan ieder schema.

Aan dit bezwaar komt het begrip ecolutie tegemoet. Naargelang de aangevoelde noodzaak worden bestaande realiteiten afgebroken, herschikt en in een nieuwe vorm opgebouwd. Deze wordt weer afgebroken op het ogenblik dat ze niet meer aan de noden beantwoordt. Dit veranderingsproces vindt plaats binnen drie maatschappelijke sectoren: besluitvorming, gedrag en technologie/instellingen. Deze zijn onderling met elkaar verbonden. Ze haken als tandwielen in elkaar, zetten elkaar beweging en onderhouden deze tegelijk.

Een verkenning van deze sectoren maakt duidelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is. Zo is democratische besluitvorming een conditio sine qua non voor ecolutie, maar wereldwijd nog lang niet gerealiseerd. Het gedrag van individuen, groepen en organisaties kan beweging in gang zetten, maar ook tegenhouden. De wisselwerking tussen technologie en instellingen kan een explosie van welvaart met zich brengen, maar logge bureaucratische structuren vormen vaak torenhoge obstakels voor echte vooruitgang.

Tenslotte wordt uitgezocht hoe deze krachten kunnen ‘draaien ‘ in de richting van een Joint Effort Society. Samenwerkingsstrategieën, het vormen van allianties in de plaats van het voeren van oppositie en het cultiveren van tegenstellingen zien we nu al in de werking van de Europese Unie en andere internationale organisaties en instituties.

De lectuur van dit boek riep bij mij gemengde gevoelens op. Het lijdt geen twijfel dat het neoliberalisme en het vrije marktdenken hun belofte niet ingelost hebben. Met treffende voorbeelden tonen de auteurs aan hoe de competitieve economie de wereld voor heel wat mensen juist slechter heeft gemaakt in plaats van beter. Zij scharen zich begeesterd achter de vele autoriteiten die overtuigd zijn dat een coöperatieve samenleving veel meer voordelen biedt.

Maar is dat niet het intrappen van een open deur? Verandering begint uiteraard met de vaststelling dat de bestaande situatie niet voldoet. Het idee van ‘ecolutie’ als veranderingsmodel houdt beloftes in, maar echte krachtlijnen kreeg ik niet gepresenteerd. Ik las hoe dit veranderingsproces eruit kan zien en hoe er over de hele wereld hoopgevende initiatieven genomen worden die daartoe een aanzet kunnen geven. Maar ik miste welke voorwaarden daarvoor nodig zijn en hoe deze kunnen gerealiseerd worden, welke hindernissen te verwachten zijn en hoe die genomen kunnen worden. Deze toch belangrijke kwesties blijven grotendeels onder de radar.

Een eventuele vervolgpublicatie zou bovendien een meer samenhangend betoog mogen leveren. Het is niet omdat veranderingsprocessen in een samenleving wanordelijk verlopen, dat men zich bij het bestuderen ervan kan beperken tot een verzameling ideeën, hoe inspirerend ook.

Het is tenslotte jammer dat de tekst zoveel storende taalslordigheden bevat en geschreven is in slecht Engels, dat te lezen is als een letterlijke vertaling uit het Nederlands. Geregeld stootte ik op een verkeerde schrijfwijze van zegswijzen en begrippen. Een voorbeeld: contradictio in terminus. Een oplettende redactie had dit kunnen voorkomen.

© Minervaria

Written by minervaria

21 maart 2014 at 17:54

The story of stuff

leave a comment »

LeonardA10LEONARD, A., The story of stuff. (Vert. The Story of Stuff, 2010) Utrecht, A.W. Bruna Uitgevers, 2010, 376 pp. – 978 90 229 9604 1

In 1972 verscheen Grenzen aan de groei, het eerste rapport van de Club van Rome. Door critici werden de wetenschappers voor doemdenkers versleten en het rapport is in de vergetelheid geraakt. De mantra van onze politici, economen en de media is nu economische groei. Het is bijna een seculier geloof geworden dat dit de beste strategie is om tot een betere wereld te komen. En economische groei kan alleen worden ondersteund door consumptie.

Annie Leonard ziet het helemaal anders. Twee decennia lang reisde ze de wereld rond om de internationale handel in afval te volgen en te onderzoeken. In 2007 werd haar kortfilm The Story of Stuff, een samenvatting van haar bevindingen, een internationale hit. Dit boek biedt een uitgewerkte en meer diepgaande studie van het verhaal van afval.

Afval is het laatste stadium van de spullen die we iedere dag onnadenkend gebruiken. Vóór het eenvoudige T-shirt, de zitbank, het koffiezetapparaat en de geavanceerde computer of tablet afval worden, hebben ze een ingewikkeld proces doorlopen waarvan wij meestal geen flauw benul hebben.

In dit boek toont Leonard ons wat er gebeurt met de materialen waarvan onze spullen gemaakt zijn. Ze legt de vinger op de talloze problemen die aan onze manier van omgaan met de spullen kleven, voor het milieu, voor de maatschappij en de toekomst. Het fundamentele probleem is niet in de eerste plaats het individuele gedrag van mensen of een slechte manier van leven, maar het rammelende systeem dat zij de dodelijke neem-maak-weggooi-machine noemt.

Het begint bij de ontginning van grondstoffen. Voor de spullen die we kopen, gebruiken en vervolgens weggooien wordt een onrustwekkend grote aanslag gepleegd op de beperkte hoeveelheid waardevolle grondstoffen die onze aarde rijk is. Het massaal kappen van bossen, de verspilling en vervuiling van water en de invasieve methodes waarmee delfstoffen worden gewonnen hebben een verwoestende uitwerking op ons klimaat en het leefmilieu van miljarden mensen.

Met de productie van onze meest simpele spullen is vervolgens een nauwelijks te bevatten hoeveelheid materialen, machines en gevaarlijke chemicaliën gemoeid. Die leggen een loodzware hypotheek op het milieu en onze gezondheid, maar nog veel meer op die van de arbeiders in de productie en hun gezinnen.

Veel van onze spullen hebben bovendien al de halve wereld afgereisd voor ze in de winkelschappen liggen. De milieuvervuilende effecten van het mondiaal en internationaal transport, dat voortdurend met allerhande goederen zeult op zoek naar een plaats waar de productie het goedkoopst is, veroorzaakt enorme milieuvervuiling. De gevolgen voor de mensen in de derdewereldlanden zijn bovendien ronduit mensonterend.

En de spullen moeten natuurlijk gekocht worden. Daartoe worden geraffineerde methodes gebruikt, en met ongehoord succes. In de geïndustrialiseerde wereld worden hallucinante bedragen uitgegeven in de jacht op spullen. Dat exuberante consumptiepatroon heeft uiterst nare gevolgen. Overconsumptie is een ernstige bedreiging van de nog resterende natuurlijke hulpbronnen van de aarde. En wat het betekent als de burger herleid wordt tot consument heeft Samuel Barber uitvoerig betoogd.

Tenslotte worden spullen in no time rommel en rommel wordt afval. Tonnen spullen worden er weggegooid, zelfs als ze nog prima werken of niet eens gebruikt werden. Wist u dat u per jaar gemiddeld een halve ton afval produceert? Deze immense verspilling van materialen, energie en vernuft vormt een levensgrote bedreiging voor het leefmilieu en de gezondheid van mensen, vooral in de derdewereldlanden.

Haarfijn wordt het niets en niemand ontziende systeem achter onze kleding, boeken, speelgoed, meubelen, auto’s, computers, tablets en nog veel meer ontleed. Het onthutsende verhaal achter onze spullen is een schrijnende illustratie hoe het milieu en de sociale rechtvaardigheid moeten inbinden ten gunste van de economische groei.

Het groeimodel van het kapitalisme zoals het nu functioneert, is niet duurzaam. Economische groei moet in dienst staan van de mens en mag geen doel op zich zijn. Ongebreidelde groei kent weinig voordelen en zeer veel nadelen. Er is een overvloed aan bewijzen dat we afstevenen op een ernstige milieucrisis, die in grote mate veroorzaakt wordt door ons consumptiepatroon.

Maar wat kunnen we doen? Moeten we terug naar de paardentram of misschien een leven als holbewoner? Helemaal niet. We kunnen wel bewuster omgaan met onze spullen. Waarom nieuwe kopen als de oude het nog prima doen? Maar de belangrijke veranderingen moeten gebeuren in het systeem zelf. De huidige ondoordachte methoden om grondstoffen te winnen en spullen te produceren en te verdelen, moeten radicaal heringericht worden met het oog op duurzaamheid.

De ontstellende waarheid achter je nieuwe T-shirt, het blikje frisdrank of bier naast je, het nieuwe speelgoed van je jarige kind en het goedkope tablet van de aanbieding in de supermarkt is huiveringwekkend. Maar er is hoop. De weg naar duurzame consumptie is nog bezaaid met diepe putten en loodzware rotsblokken, maar hier en daar liggen er stapstenen en zijn de obstakels geruimd. Er zijn alternatieven voorhanden en ze worden steeds vaker toegepast.

Met haar boek wilde Annie Leonard de ingewikkelde gang van de materialen door de economie op een zo eenvoudig mogelijke manier te ontrafelen. In dat opzet is ze met glans geslaagd. De tekst is vlot leesbaar en wordt duidelijk geïllustreerd met verhelderende tekeningen en grafieken. Ook in haar tweede doel is ze geslaagd. De lectuur van dit boek spoorde mij aan om nog veel bewuster en zorgvuldiger om te gaan met de voorwerpen die mijn leven vergemakkelijken.

Wie liever kijkt dan leest, een dik boek niet ziet zitten of een voorsmaakje wil hebben kan ook de film bekijken. Voor Nederlandse ondertiteling klikt u op CC en kiest Dutch.

© Minervaria

Written by minervaria

1 februari 2013 at 14:00

Geplaatst in Ecologie, Economie, Maatschappij

Tagged with , ,

De uitvinding van de mensheid

with 2 comments

STUURMAN, S., De uitvinding van de mensheid. Korte wereldgeschiedenis van het denken over gelijkheid en cultuurverschil. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2009, 573 pp. – ISBN 978 90 351 3493 5

All humans are born free and equal in dignity and rights. They are endowed with reason and conscience and should act towards one another in a spirit of brotherhood.

De Universal Declaration of Human Rights laat er geen twijfel over bestaan: alle mensen zijn gelijk en moeten behandeld worden als medemensen. Van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens gaat een groot internationaal gezag uit. Nagenoeg alle landen op de wereld hebben deze verklaring ondertekend. Organisaties die de naleving ervan bewaken en overtreders op de vingers tikken, zoals Amnesty International en Human Rights Watch, genieten overal veel ontzag.

Wat wij nu als vanzelfsprekend beschouwen is dit echter lange tijd niet geweest. Dat alle mensen gelijk zijn is immers geen feit maar een idee dat geleidelijk in de geesten heeft postgevat. En wanneer een idee eenmaal denkbaar wordt, evolueert het geleidelijk naar werkelijkheid, zegt politicoloog Siep Stuurman. De ‘mensheid’ kan dus beter gezien worden als een uitvinding, een voorstel om de menselijke verhoudingen op een nieuwe manier te bekijken en te waarderen.

Hoe was het mogelijk dat mensen vreemdelingen, die andere gebruiken hebben, andere goden aanbidden en er anders uitzien, als medemensen en zelfs als gelijken zijn gaan beschouwen? In dit boek onderzoekt Stuurman hoe de gelijkheidsgedachte in verschillende culturen en beschavingen ontstond, geëvolueerd is en tenslotte vaste grond heeft gekregen. Zijn verkenningstocht omvat bijna 3000 jaar ideeëngeschiedenis vanaf de tijd van Homeros tot nu.

De eerste ons bekende denkbeelden over gemeenschappelijke menselijkheid ontstonden in stedelijk-agrarische schriftculturen die zich moesten verdedigen tegen de nomaden aan hun grenzen. Toen al erkenden schrijvers en dichters over de cultuurverschillen heen dat deze gevreesde stammen, hoe anders en afschrikwekkend ook, eveneens mensen waren. De grote religieuze en filosofische stromingen zoals het christendom, de islam, het confucianisme, het boeddhisme en de Griekse en Romeinse filosofie maakten vervolgens denkbaar dat alle mensen deel uitmaakten van eenzelfde schepping. Toch was men nog ver van de gelijkheidsgedachte zoals wij die kennen. Gelijk was iemand als hij het ‘goede leven’ leidde volgens de juiste religieuze of filosofische stroming.

Ook de wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar andere culturen groeide snel. Al in de oudheid brachten avontuurlijke figuren ettelijke jaren door bij andere culturen. Hieruit besloten ze dat die geen verzameling bizarre en afwijkende geplogenheden waren, maar een samenhangend en rationeel geheel van instellingen en gebruiken. Tegen het einde van de middeleeuwen was men van mening dat, over de culturen heen, alle mensen mensen zijn.

Dat belette de Europeanen echter niet om de inheemse volkeren in de pas ontdekte nieuwe wereld te decimeren en op mensonwaardige manier uit te buiten. Hun leefwijze was zó anders dat ze door de meesten als ronduit inferieur werden bestempeld. Sommige moedige mannen verhieven echter hun stem tegen de onderdrukking en de uitroeiing van de inheemse bevolking. Hun pleidooi voor respect voor de menselijkheid van de ‘indianen’ deed in Europa nieuwe denkvormen over gelijkheid en cultuurverschil ontstaan.

Het hedendaags denken over gelijkheid en ongelijkheid werd vooral door de Verlichting ingrijpend en onherroepelijk veranderd. Die stelde de traditionele vormen van ongelijkheid tussen de standen, de seksen, de religies en de volkeren ter discussie. Alle mensen werden geacht begiftigd te zijn met rede en gevoel. De waarneembare maatschappelijke verschillen tussen de mensen werden verklaard uit de materiële en sociale omgevingsfactoren. Die gaven de mensen meer of minder ruimte om hun natuurlijke vermogens te ontplooien. Op grond van deze visie ontstond dan weer een nieuwe vorm van ongelijkheid. Men onderscheidde immers twee categorieën van mensen: de ‘verlichte’ burgers, zij die al ‘gelijk’ waren en de groep die dat nog niet was en moest ‘opgevoed’ worden.

Deze zienswijze werd ondersteund door het wetenschappelijk racisme en de filosofische geschiedenis. Met behulp daarvan probeerden de Europese kolonisten de slavernij en hun machtspositie in de kolonies te handhaven. Zo ontstond een soort ‘kleurbarrière’ die tot in de helft van de 20e eeuw bleef bestaan. Deze theorieën werden door een aantal strijdvaardige Amerikaanse en Aziatische activisten tegen slavernij met klem bestreden en weerlegd.

Na de afschaffing van de slavernij moest de pedagogische beschavingsmissie bij de gekleurde volkeren het kolonialisme rechtvaardigen. De antikolonialistische tegenstemmen gingen echter steeds luider klinken. Hun kritiek legde de basis voor het ideeëngoed dat na het debacle van de tweede wereldoorlog gemeengoed geworden is. Tegenwoordig fungeren de mensenrechten als de normatieve code voor een geglobaliseerde wereld.

Toch zijn hiermee gelijkheid en gelijke rechten niet echt vanzelfsprekend geworden. In een wereld van grootschalige migratie steken ideeën over ongelijkheid massaal weer de kop op. Verschil en superioriteit worden weer benadrukt. Gelijkheid, pluraliteit en verdraagzaamheid moeten weer bevochten worden.

Dit lijvige boek heb ik met groeiende belangstelling gelezen. Het was een opfrissing van de standpunten en inzichten over gelijkheid en menselijkheid van bekende denkers, wetenschappers en activisten, zoals  Herodotus, John Stuart Mill, Franz Boas, Mahatma Gandhi. Maar bovenal haalt Siep Stuurman een aantal minder bekende of vergeten figuren van onder het stof der geschiedenis. Ik maakte kennis met niet-westerse pioniers van de antropologie, Ssu-ma Ch’ien en Ibn Chaldun, en met de vurige pleidooien voor een menselijke behandeling van inheemsen en tegen slavernij van gedreven mannen zoals Frederick Douglas, Bartholomé Las Casas, Dadabhai Naojori.

Als actief lid van Amnesty International liggen gelijke rechten mij uiteraard nauw aan het hart. Dit inhoudelijk zeer rijke werk heeft mij dan ook van begin tot eind kunnen boeien. De tekst is zeer vlot geschreven en dus voor de doorsnee geïnteresseerde leek zeer toegankelijk.

©  Minervaria

Written by minervaria

14 september 2012 at 20:25

Geplaatst in Geschiedenis, Maatschappij, Politiek

Tagged with