Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Religie’ Category

Spiegels

with 2 comments

hendriksi16HENDRIKS, I., Spiegels. Levendig Uitgever, 2016, 64 pp. – ISBN 978 94 91740 40 4

Op een paar decennia tijd is de verscheidenheid in de Westerse samenleving razendsnel toegenomen. De nieuwkomers uit alle delen van de wereld hebben hun eigen culturele en religieuze tradities meegebracht. Zo hebben ze de vanzelfsprekendheid van de Westerse levensbeschouwingen doorbroken.

Als reactie gaan veel mensen zich achter de eigen waarheid verschansen. De verschillen worden in de verf gezet en de standpunten gepolariseerd. Vaak fungeert religie daarbij als de splijtzwam bij uitstek, zowel voor gelovigen als niet-gelovigen. De meeste mensen zijn niet vertrouwd met andere levensovertuigingen. Ze zien dan ook vooral de verschillen met de eigen levensbeschouwing. Samenleven met mensen uit andere religieuze tradities wordt zeer moeilijk en zelfs onmogelijk geacht.

Toch hoeft dit niet zo te zijn. Religies zijn er immers niet om mensen te verdelen maar om hen te verbinden, aldus Mahatma Gandhi. Onder de grote verscheidenheid gaan immers opmerkelijke gelijkenissen schuil. Wie de verhalen van religies hoort en leest, merkt dat ze alle gaan over de zoektocht naar de diepere zin van het bestaan.

Ingeborg Hendriks verzamelde voor u een keur van uitspraken en verhalen uit de schriftelijke en mondelinge overlevering van de grootste religieuze tradities. Ze ordende deze wijsheden rond vier universele thema’s en laat de teksten verder voor zichzelf spreken. Men hoeft overigens niet zelf te geloven in een god om ze te kunnen smaken en waarderen. Mij spraken in het bijzonder de verhalen uit de mondelinge overlevering aan.

Zodoende biedt Spiegels uitstekend materiaal voor lessen levensbeschouwing in het onderwijs. Jongeren worden niet lastig gevallen met belerende teksten. De beelden, verhalen, allegorieën en wijsheden uit verschillende religieuze tradities nodigen hen vanzelf uit om stil te staan bij zingeving. Ze leren over de grenzen van het verschil heen te kijken en aandacht te krijgen voor wat werkelijk belangrijk is in het leven en wat mensen verbindt. Bij het boek is er ook lesmateriaal ontwikkeld, te raadplegen op de site van de uitgever en van de auteur.

Het werk is prachtig vorm gegeven en op maat van de doelgroep. Met een harde kaft en stevig glanspapier is het boek zeer geschikt voor intensief gebruik. De groot formaat letters en de kleurige illustraties maken het werk bovendien laagdrempelig. Het nodigt uit om er geregeld in te bladeren en te lezen. Spiegels is een aanwinst voor iedere bibliotheek.

@ Minervaria

Written by minervaria

29 september 2016 at 09:15

Geplaatst in Religie

Wetenschap en religie

leave a comment »

DixonT15DIXON, T., Wetenschap en religie. (Vert. Science and Religion: A Very Short Introduction, 2008) A’dam, Amsterdam University Press, 2015, 184 pp. – ISBN 978 90 89646941

Een botsing tussen wetenschap en religie is onvermijdelijk omdat hun verklaringen of standpunten onverenigbaar zijn. Zo luidt althans de gangbare opvatting. Toch klopt deze niet zonder meer. Politieke, sociale ethische motieven en achtergronden spelen een minstens even grote rol. De Britse historicus Thomas Dixon doet een informatief en onpartijdig onderzoek naar de meest gangbare conflicten tussen wetenschap en religie.

Zo maakt hij duidelijk dat het dispuut tussen Galilei en de Rooms Katholieke Kerk niet in de eerste plaats ging over zijn wetenschappelijke opvattingen. De Kerk had immers weinig problemen met de empirische wetenschap. Galilei had echter de pech dat hij in volle contrareformatie leefde. Hij werd vooral veroordeeld omdat hij de Kerk niet gehoorzaamd had.

Religie heeft doorgaans weinig problemen met het wetenschappelijk onderzoek naar de werking van de natuur. Het intellectuele meningsverschil heeft vooral betrekking op de vraag hoe de natuur is ontstaan en of er al dan niet een God is die er zich mee bemoeit. Wetenschap en religie zijn hier aan elkaar gewaagd. Geen van beide kon deze kwestie tot nu toe afdoende ophelderen.

Vooral de evolutietheorie stelt de religie op de proef. De meest prominente tegenstanders vinden we bij de islam en bij het protestantisme in de Verenigde Staten. Daar kant men zich echter niet zozeer tegen wetenschap op zich. In de Verenigde Staten heeft ‘intelligent design’, ook wetenschappelijk creationisme genoemd, immers een ruime aanhang. Dat de evolutietheorie er gevaarlijk gevonden wordt, is verklaarbaar vanuit de geschiedenis en onderwijspolitiek aldaar.

Vanaf de negentiende eeuw hebben wetenschappelijke studies naar de hersenen en de geest de religieuze overtuigingen verder ondermijnd. Gelovigen verzetten zich tegen het idee dat menselijk bewustzijn, moraliteit en zelfs religie wetenschappelijk te verklaren zijn. Is dit geen vrijbrief voor materialisme en moreel onverantwoordelijk gedrag? Ook dit lijkt eerder een schijnconflict. Moraliteit verdwijnt niet in een geseculariseerde wereld. Ze neemt wel andere, soms even dwingende vormen aan.

Ook al lijkt het zo, religie en wetenschap hoeven niet met elkaar in tegenspraak te zijn, besluit Dixon. Vooroordelen zijn er zowel bij de rechtlijnige gelovige als bij de doctrinaire wetenschapper. En openheid treft men ook bij beide strekkingen aan.

Wetenschap en religie is geen polemisch boek. Dixon haalt het debat uit de boksring en verheldert genuanceerd en onpartijdig over wat er in wezen op het spel staat. Daarin is hij naar mijn mening wel degelijk geslaagd.

© Minervaria

Written by minervaria

14 juni 2016 at 19:20

A Chronological Revision of the Origins of Christianity

leave a comment »

Bijna exact tien jaar geleden viel mijn oog op een boek met een intrigerende titel: De man die in 70 het kruis overleefde. De inhoud bleek even spannend als de titel suggereerde en was vrij overtuigend.

Toen ik ontdekte dat de auteur een bewerkte versie gepubliceerd heeft als e-book, weliswaar in het Engels, was mijn nieuwsgierigheid uiteraard gewekt. Ik wilde weleens weten of mijn toenmalige bezwaren, nl. de falsificatie van de stellingen, nog actueel zijn. En ik was aangenaam verrast!

VermeirenF15VERMEIREN, F (aut.), MACKIE, I & VAN LEEMPUT J. (transl.), A Chronological Revision of the Origins of Christianity. Amazon, e-book, 2015, 266 pp.

The Gospels tell us that Jesus was crucified and rose from the dead under the rule of Pontius Pilate. His disciples then recognized him as the long awaited Messiah, the Son of God, and went to preach the Gospel throughout the then known world. That’s how Christianity was born.

However, this story raises important issues that were never resolved. Why did the disciples of Jesus wait for 40 years to write down these startling events? And how do we explain that Paul, the main propagandist for Christianity, doesn’t speak about the life and final days of Jesus in his letters? Could it be possible that the events of the Gospels are placed in the wrong historical context?

While reading the report on the Jewish-Roman war by the Jewish-Roman historian Flavius Josephus, Frans Vermeiren found remarkable similarities between the Jesus of the Gospels and the Jesus from Josephus, whom the historian saved from the cross, are the same person. In an over three decades of research he read the Bible from cover to cover. He studied the early Christian texts apart from the Gospels as well as the work of important Roman historians and he immersed himself in contemporary research on the historical Jesus and the first century CE. So arises an intriguing but historically much more plausible version on the origins of Christianity.

Jesus was an important Essene priest who was crucified by the Romans during the siege of Jerusalem in 70 CE. He was still alive when he was taken from the cross through the intercession of Flavius Josephus and he recovered from his injuries. The Essenes, who had long been expecting a Messiah, regarded these events as the realization of their dreams, by which the defeat of the Jews against the Romans could be bent into a victory, albeit not on earth but in the afterlife. Christianity is the exponent and continuation of the Essene movement in Judaism.

This theory might sound rather controversial, but the author can justify his claim with very solid arguments. At first he presents the most important arguments in favor. Aside from the historical reports of Josephus, there are a lot of further clues that the traditional chronology of the origin of Christianity was antedated and that Jesus survived his execution. Moreover, there is a striking link between the belligerent messiah concept in the Jewish Essene texts and the description of Jesus as messiah in the New Testament.

In the second part of the book it becomes clear that there are good reasons to reject the principal objections against his theory. After critical review the epistles of Paul can be reconstructed as pre-Christian messianistic texts. There is also sound evidence that fragments outside the Bible are interpolations from a later date.

To portray Jesus as no more nor less than a historical human being certainly will hurt people who wholeheartedly believe in the teachings of traditional Christianity. A historical correction, however, does not destroy the spiritual message of Christianity. Moreover, this study shows that there are absolutely no grounds for Christian anti-Semitism since it was not the Jewish establishment or the Jews as a people that were responsible for Jesus’ execution.

There might remain some details to explain, but the arguments in favour of this daring and controversial claim are supported by varied and expert sources and provide the theory with a high degree of probability. Moreover, the theory exposed in this book is far more realistic than the supernatural assumptions claimed by traditional Christian belief and therefore is much more credible. Finally, the text is very well written and accessible to all readers. This fascinating book is highly recommended to everyone interested in religion and history.

© Minervaria

Written by minervaria

11 september 2015 at 12:26

Geplaatst in Geschiedenis, Religie

De Bijbel

leave a comment »

ArmstrongK07ARMSTRONG, K., De Bijbel. (Vert. The Bible. The Biography, 2007) A’dam, Mets&Schilt/Roeselare, Roularta Books, 2007, 262 pp. – ISBNB 978 90 5330 578 2

In bijna alle belangrijke godsdiensten worden bepaalde teksten als heilig beschouwd en als wezenlijk anders dan andere geschriften. Maar zijn die teksten wel zo heilig?

Hun uitzonderingspositie is immers de rechtvaardiging geweest van geweld, sektarisme en verregaande intolerantie. Jihadisten gebruiken de Koran om gruweldaden te rechtvaardigen. Christenen voeren actie tegen onderwijs in de evolutietheorie omdat die in tegenspraak is met het Bijbelse scheppingsverhaal. Joden stellen dat onderdrukkende maatregelen tegen Palestijnen legitiem zijn omdat God Kanaän aan de nakomelingen van Abraham heeft beloofd.

Omdat heilige teksten zo controversieel zijn is het belangrijk om helder te krijgen hoe ze ontstaan zijn en in de loop der eeuwen vorm gekregen hebben. Dit goed leesbare werk van een autoriteit in de bijbelwetenschap gidst u doorheen de wordingsgeschiedenis van de Bijbel. Het verduidelijkt hoe dit boek ontstond en hoe het aanleiding gaf tot heel uiteenlopende interpretaties. Veel hedendaagse veronderstellingen over de Bijbel zijn immers onjuist.

Het was helemaal niet de oorspronkelijk functie noch bedoeling om dogma’s en overtuigingen te staven met de Bijbel. De oorspronkelijke Bijbelteksten zijn de schriftelijke neerslag van mondelinge overlevering. Die bevatte legenden over goddelijke figuren en mythologische elementen, vergelijkbaar met de verhalen van Homerus. Ze probeerden de betekenis van gebeurtenissen te verklaren. Deze losse geschriften werden in de loop der tijden gebundeld en zo ontstond de Bijbel als boekwerk.

Aanvankelijk had die geen eenduidige, dwingende boodschap. De Bijbel werd geleidelijk een heilige tekst voor de Joden in Babylonische ballingschap. De lezingen ervan evolueerden in de context van historische gebeurtenissen. En omdat de Bijbel vol staat met tegenstrijdige verhalen werd het boek de basis van ontelbare religieuze sekten. Uit een van deze lezingen ontstond een eigenzinnige sekte die aan de basis lag van het christendom. En ook daarbinnen floreerden verschillende tradities.

Vanaf de renaissance werden deze teksten bestudeerd in hun oorspronkelijke taal. Men begon de inhoudelijke en historische discrepanties te zien. Onder invloed van het rationalisme ging men de Bijbel lezen met een objectievere bril. Pas toen bleek dat exegeten de tekst ten onrechte als een samenhangende tekst hadden beschouwd.

Omdat de tekst voor zoveel uiteenlopende verklaringen vatbaar is heeft hij aanleiding gegeven tot een kluwen van sekten en stromingen in joden- en christendom, die dan ook allemaal menen dat zij het gelijk aan hun kant hebben. Dat is op zijn beurt voer voor seculiere fundamentalisten die de draak steken met de aanspraken op de letterlijke onfeilbaarheid van de tekst.

Zo dreigt de Bijbel een giftige brandstof te worden voor haat en een vruchteloze polemiek. Juist omdat hun heilige teksten op zo’n stuitende wijze werden misbruikt, rust op joden, christenen en moslims de plicht om met een tegengeluid te komen waarin de milde kanten van hun religies worden benadrukt, besluit Karen Armstrong.

© Minervaria

Written by minervaria

7 maart 2015 at 19:34

Geplaatst in Geschiedenis, Religie

Atheïsme als basis voor de moraal

with 2 comments

VerhofstadtD14VERHOFSTADT, D., Atheïsme als basis voor de moraal. A’pen/Utrecht, Uitg. Houtekiet, 2013, 325 pp. – ISBN 978 90 8924 256 3

Waar men regeert in naam van God gaat de mens ten onder. (blz. 274)

In een interview met Joannie de Rijke (Knack, Nr. 7 van 11-17 februari 2015) zegt voormalig jihadist Morten Storm: “Maar hoe meer ik me engageerde in mijn religie, hoe meer ik mensen begon te haten. Als salafist voelde ik mij verheven boven de gewone mens. Wij waren beter dan andere moslims, beter dan iedereen die er andere gedachten op na hield. Daarom ben ik nu atheïst. Religies leren je dat alleen zij de waarheid in pacht hebben. De rest van de wereld heeft het mis en leeft met een valse waarheid. God haat hen en als gelovige haat je hen ook. Op den duur voel je zelfs geen empathie meer.”

Dit is in een notendop waarom religie niet de bron kan zijn van moraal. De ethiek moet definitief losgemaakt worden van allerlei religieuze denkbeelden, stelt Dirk Verhofstadt en hij toont uitvoerig aan waarom dit zo is. Atheïsme kan de grondslag zijn voor een verheven moraal die niet God maar de mens centraal stelt. Na de opkomst van de IS en de aanslag op Charlie Hebdo is dit heldere en goed leesbare boek zeer actueel.

Ongetwijfeld kunnen religies een opbouwende rol spelen in de samenleving en zorgen voor naastenliefde, verdraagzaamheid en meer samenhang tussen mensen. Maar diezelfde religies bezondigden zich in de loop van de geschiedenis doorlopend aan uitsluiting en onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden. In naam van God werden de gruwelijkste misdaden gepleegd en miljoenen mensen in diepe ellende gestort.

Elke godsdienst beschikt bovendien over een batterij aan symbolen, regels en normen die gelovigen aanmanen om hun God te behagen, zo niet wacht hun rampspoed en onheil. Maar bestaat die God wel? Een kritische doorlichting van de godsbewijzen toont aan dat ze alle mank lopen. Er is nog geen enkel sluitend bewijs ontdekt voor het bestaan van God. Er is gerede evidentie dat er helemaal geen God bestaat.

Ook het idee dat een moraal enkel en alleen kan bestaan op basis van een metafysische of bovennatuurlijke macht is een wijdverspreid misverstand. Onze moraal is niet gebaseerd op religie, maar op waarden en normen die door mensen overeengekomen zijn om een harmonieus samenleven mogelijk te maken. De moderne inzichten in de evolutie van de mens tonen aan dat mensen in staat zijn om een morele code te ontwikkelen. Die beoogt het vermijden van het onvrijwillig ondergaan van pijn.

Zo waren er reeds in de Oudheid verschillende ethische systemen die geen beroep doen op goddelijke tussenkomst maar het resultaat zijn van rationeel denken. Ze bieden een houvast aan al wie de keuze moet maken tussen goed en kwaad. Ethisch goed handelen dat gebaseerd is op de rede en op empathie is trouwens moreel hoogstaander dan regels gebaseerd op goddelijke geboden. “We moeten het goede niet doen omwille van een of andere God, maar uit diepe overtuiging dat elke mens recht heeft op waardigheid, zelfbeschikking en een leven met zo min mogelijk pijn en lijden.”, aldus Verhofstadt (blz. 274)

Omdat God en zijn geboden geen waarborg bieden voor ethisch handelen zijn er morele regels nodig die volkomen los staan van welke religie ook. Zeker in een multiculturele samenleving is er dringend nood aan een universele seculiere moraal. Die wordt verschaft door het seculier humanisme dat de rechten en vrijheden van elk individu centraal stelt, zoals neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De titel zal gelovigen waarschijnlijk afschrikken, maar dat is onterecht. Want dit boek is geen pamflet tegen religie, het is een pleidooi voor tolerantie. Het zet wel een paar hardnekkige misverstanden recht. In tegenstelling tot wat velen denken, betekent atheïsme niet dat godsdienst verboden wordt. Iedere mens gelooft wat hij wil, maar niemand mag zijn religie opdringen aan een ander. In het publieke domein moeten we er echter van uitgaan dat er geen God bestaat.

Goddeloosheid staat bovendien helemaal niet gelijk aan zedeloosheid en barbarij. In dit boek wordt overtuigend aangetoond dat een atheïstische levensbeschouwing perfect verzoenbaar is met een moreel hoogstaande levenswandel. Dirk Verhofstadt op bladzijde 274: “We hebben geen religie nodig om te beseffen dat we medemensen in nood moeten helpen, dat we hulpvaardig moeten zijn, dat we zorg moeten dragen voor de zwakkeren, dat we eerbied moeten hebben voor andere levende wezens, dat we ons moeten inzetten voor het milieu en de biodiversiteit.”

© Minervaria

Written by minervaria

25 februari 2015 at 22:00

De nieuwe religieuze intolerantie

leave a comment »

NussbaumM13NUSSBAUM, M., De nieuwe religieuze intolerantie. Een uitweg uit de politiek van de angst. (Vert. The New Religious Intolerance. Overcoming the Politics of Fear in an Anxious Age, 2012) A’dam, Uitg. Ambo, 2013, 320 pp. – ISBN 978 90 263 2640 0

‘Ooit, niet zo heel lang geleden, gingen Amerikanen en Europeanen prat op hun verlichte religieuze verdraagzaamheid.’ Martha Nussbaum zet meteen de toon. Die houding lijkt de afgelopen decennia drastisch veranderd, meer bepaald tegenover moslims. Anti-islamitische sentimenten nemen hand over hand toe, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Moslims worden op de arbeidsmarkt gediscrimineerd en het wordt hen moeilijk gemaakt om te leven volgens de regels van hun godsdienst.

De vooroordelen tegen moslims brengen mensen en overheden ertoe maatregelen te omarmen die regelrecht indruisen tegen de fundamenten van onze samenleving. Diezelfde vooroordelen kunnen bovendien misbruikt worden door politici die de bevolking willen ophitsen tegen bepaalde bevolkingsgroepen. Het is dringend nodig om de wortels bloot te leggen van de angst en achterdocht die tegenwoordig alle westerse samenlevingen ontsieren.

In een werkelijk gevaarlijke wereld is angst ontegensprekelijk een waardevolle emotie. Zonder angst zouden we blind zijn voor reële bedreigingen van leven en welzijn en ons niet beschermen tegen gevaren. Maar de religieuze angst die de westerse samenleving in haar greep heeft is niet op reële gevaren gebaseerd, maar op denkbeelden. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat deze angst de blik niet vertroebelt?

In de eerste plaats dienen mensen gelijk behandeld te worden. Wat voor de een geldt, geldt ook voor de ander. Iedere mens heeft het recht het eigen geweten te volgen. Vooroordelen en partijdigheid zijn laakbaar en vormen de grondslag van ethisch falen. We mogen ze dan ook in onze wetten en instituties niet tolereren. Moslims mogen niet anders behandeld worden op grond van hun religie.

Het tweede principe legt ons op om ons correct te informeren. In de gebruiken van een minderheid worden vaak onterecht gevaren voor de openbare orde en veiligheid gezien die we niet opmerken in de gewoonten van de meerderheid. Men mag zich niet vastklampen aan een beeld van moslims als mensen die allen hetzelfde zijn en allemaal een bedreiging vormen voor de veiligheid van de maatschappij.

Ten derde mogen we de zaken niet enkel door onze eigen bril bekijken. We hoeven niet in te stemmen met de doelstellingen van mensen die zich anders gedragen op grond van hun religie. Maar we kunnen proberen om ons in te leven in hun zienswijze. En we kunnen erkennen dat hun doelstellingen even zinvol zijn voor hen als onze eigen doelstellingen voor ons. Zo leggen we de basis voor respectvol samenleven.

Van ieder principe belicht de altijd scherpzinnige en bedachtzame Martha Nussbaum de valkuilen en mogelijkheden. Ze wijst op een fundamenteel verschil tussen de Europese en Amerikaanse houding tegenover nationale identiteit die de toepassing van deze principes in Europa heel wat moeilijker maakt. En ze illustreert haar heldere analyse uitvoerig met behulp van concrete situaties uit het verleden en het heden in Europa en de Verenigde Staten.

Deze drie leidende beginselen voor de democratische politieke praktijk verschaffen een leidraad om ons niet te laten meeslepen door de emotionele verwarring over de islam die onze samenleving verdeelt. Ze vormen de fundamenten van onze samenleving die gebouwd is op een eeuwenoude moraalfilosofie die terug gaat op Socrates en verder uitgewerkt werd door Emmanuel Kant. Deze legt de nadruk op de rechten die iedere mens op grond van zijn mens-zijn heeft.

Tegen deze zienswijze vallen uiteraard bezwaren in te brengen. Zo wordt het belang van wederkerigheid niet vermeld. De angst van de ‘autochtoon’ heeft echter ook te maken met de bezorgdheid dat moslims bovengenoemde rechten niet erkennen. In het licht van de toenemende radicalisering is een dergelijke angst wellicht niet helemaal ongegrond.

Midden de heftige emotionele beroering over de islam die de Westerse samenlevingen verdeelt is de doordachte rationele analyse van Martha Nussbaum een verademing. En ook als u het niet met haar eens bent is dit werk het lezen meer dan waard. Dit toegankelijke boek is een voorbeeld van zorgvuldig redeneren en biedt ruim stof tot nadenken en discussie.

© Minervaria

Written by minervaria

4 oktober 2014 at 21:09

Geplaatst in Filosofie, Maatschappij, Religie

Gebroken wil, verstorven vlees

leave a comment »

BosgraafE11BOSGRAAF, E., Gebroken wil, verstorven vlees. Over versterving in het Nederlandse kloosterleven. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2011, 343 pp. – ISBN 978 90351 3595 6

Tot ver in de jaren ’50 van de vorige eeuw werd versterving in katholieke kringen algemeen beschouwd als een middel om deugdzaam te leren leven. In de toenmalige kloostergemeenschappen werd uiteraard ook aan versterving gedaan, weliswaar veel strenger. Praktijken als stilzwijgen, langdurig gebed, vasten, het nachtkoor, zelfkastijding, geknield eten of een boeteketting dragen werden beschouwd als noodzakelijke disciplinering van lichaam en geest in dienst van de spirituele groei.

Emke Bosgraaf maakte een studie van de religieuze versterving in Nederlandse kloostergemeenschappen. Hij probeerde te achterhalen hoe en waarom versterving werd beoefend en poogde tevens meer inzicht te verwerven in de psychologische dynamiek erachter. Hiervoor raadpleegde hij een ruime waaier aan schriftelijke bronnen en interviewde hij een aantal religieuzen over de versterving in hun kloostergemeenschap. Hierdoor kreeg hij ook een vrij nauwkeurig beeld over de beleving en naleving van versterving in uiteenlopende kloosterordes.

In de kloosters werd een grote variatie aan verstervingspraktijken toegepast. Lichamelijk ongemak moest natuurlijke lichamelijke neigingen en begeerten beteugelen. Psychische of relationele beperkingen en bestraffingen stonden in dienst van gehoorzaamheid en het disciplineren van de wil. Wie intrad in het klooster keek meestal vreemd op want die praktijken werden met veel geheimzinnigheid omgeven. Maar hoe moeilijk het vaak ook was, men ging ervan uit dat het erbij hoorde.

In de jaren ’50 van de vorige eeuw kwam religieuze versterving echter onder vuur te liggen. Zowel vanuit psychologische, medische als theologische hoek werd er betwijfeld of de versterving, zoals die in de kloostergemeenschappen toegepast werd, wel tegemoet kwam aan de beoogde doelen. Als gevolg van deze kritiek zijn de meeste praktijken in de daaropvolgende decennia een stille dood gestorven. Voor velen was dat een verademing, voor sommigen viel een houvast weg. Toch is versterving niet uit het kloosterleven verdwenen. In een maatschappij van overvloed wordt bewuste onthechting als veel zinvoller beleefd. De oude praktijken worden nog beoefend in strenge lekengemeenschappen als Opus Dei.

Wat brengt mensen ertoe om zichzelf binnen een religieuze context te kastijden en zich vrijwillig ernstig te beperken? De gangbare psychoanalytische verklaringen houden het op dwangmatige boetedoening, uit de hand gelopen schuldgevoel of zelfbestraffing. Om verschillende redenen is dat erg kort door de bocht. Heel zeker zullen er kloosterlingen geweest zijn voor wie zelfkastijding geworteld was in een neurotische ingesteldheid. Het religieuze leven trekt echter niet zozeer mensen aan die kampen met verdrongen schuldgevoelens, maar hoofdzakelijk mensen met een verheven Ik-ideaal. En binnen de toenmalige sfeer van gehoorzaamheid aan gezag werden de verstervingspraktijken door de meesten niet in vraag gesteld.

Dit prettig leesbare tijdsdocument geeft het woord aan de laatste getuigen van een weinig bekend aspect van het kloosterleven in de vorige eeuw. Het zet een aantal misverstanden recht over versterving en wijst erop dat die voor de beoefenaars in de eerste plaats een positieve betekenis had. In de epiloog maakt de auteur bovendien duidelijk hoe de toenmalige cultuur van versterving de context leverde voor het ernstige misbruik van jonge kinderen dat de afgelopen jaren aan het licht kwam.

© Minervaria

Written by minervaria

16 juni 2013 at 10:45

Geplaatst in Geschiedenis, Religie