Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Onderwijs’ Category

Niet voor de winst

leave a comment »

NussbaumM11NUSSBAUM, M., Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. (Vert. Not for profit, 2010) A’dam, Uitg. Ambo, 2011, 214 pp. – ISBN 978 90263 2665 3

Er is een crisis gaande in het onderwijs. Overal ter wereld worden de geesteswetenschappen wegbezuinigd. In functie van het sterke streven naar winst op de wereldmarkten moeten ze plaats maken voor vakken die meer onmiddellijk economisch en praktisch nut hebben. Martha Nussbaum vindt dit een verontrustende ontwikkeling. Er dreigen waarden verloren te gaan die van groot belang zijn voor de toekomst van de democratie.

Het is juist dat de nationale belangen van democratieën een sterke economie vereisen en een bloeiend zakenleven. Maar economische groei volstaat niet voor de groei en bloei van een democratie. Democratie is zelfs niet nodig voor economische groei. Ook niet-democratische landen kunnen het economisch (zeer) goed doen. In een democratisch systeem hebben mensen echter ook een goed leven omdat ze een stem hebben in het beleid dat hun leven bepaalt.

Want als we willen dat onze democratieën levend en alert blijven hebben we kritische en mondige burgers nodig, die tevens betrokken zijn op anderen en respect hebben voor elkaar. De opvoeding tot kritisch, geïnformeerd, onafhankelijk en empathisch democratisch burgerschap wordt het best gediend door een brede en gevarieerde training in de geesteswetenschappen.

Jonge mensen dienen kennis te maken met verschillende landen en culturen en inzicht te krijgen in de wereldgeschiedenis en in de politieke, sociale en economische structuren. Zo krijgen ze de kans om wereldburgers te worden met een ruime en open kijk op de wereld en het vermogen om deze te zien door de ogen van iemand anders.

Om haar stelling te staven doet de auteur beroep op een keur van vooraanstaande pleitbezorgers voor vernieuwend onderwijs in de geesteswetenschappen. Deze pioniers brachten op zeer verschillende wijze de socratische methode in de praktijk. Zij leerden de jongeren nadenken, argumenteren en debatteren. Zij besteedden ook veel aandacht aan het cultiveren van kunst, een uitstekend middel tot inleven en samenhorigheid.

In dit manifest houdt Martha Nussbaum een warm pleidooi voor de geesteswetenschappen in het onderwijs en roept op tot actie. Het aanpakken en verbeteren van de vrij uitzichtloze situatie van de kunsten en geesteswetenschappen in het onderwijs vergt overigens niet zozeer geld, maar vooral toegewijde mensen en steun voor de programma’s.

En ze besluit: “De geesteswetenschappen doen iets wat veel kostbaarder is dan geld opleveren. Ze maken de wereld tot een plek waar het leven de moeite waard is, ze brengen mensen voort die in staat zijn om andere mensen te beschouwen als volledige mensen, met eigen gedachten en gevoelens die respect en inlevingsvermogen verdienen, en landen die in staat zijn om angst en argwaan te overwinnen en te kiezen voor een welwillend en redelijk debat.” Dit mag dan wellicht te optimistisch zijn, zonder adequaat onderwijs in de geesteswetenschappen zou de wereld voor velen wellicht nog minder aangenaam zijn.

Zoals alle andere werken van Martha Nussbaum is ook dit boek echt voor de lezer geschreven. Daarom is het jammer dat de vertaling te wensen overlaat. Deze is te dicht bij het Engels gebleven, met lange en ingewikkelde zinnen zonder een enkele komma.

© Minervaria

Advertenties

Written by minervaria

31 mei 2015 at 16:12

Geplaatst in Filosofie, Onderwijs

De terugkeer van het gezag

leave a comment »

FUREDI, F., De terugkeer van het gezag. Waarom kinderen niets meer leren. (Vert. Wasted, 2009) A’dam, Meulenhoff, 2011, 304 pp. – ISBN 978 90290 8629 5

Het gebeurt vaker dat de titel van een vertaald boek de lading niet dekt, maar hier heeft de uitgever de bal toch flink mis geslagen. Niet de terugkeer, maar de teloorgang van het gezag baart de notoire Britse socioloog Frank Furedi zorgen. Dit is immers de belangrijkste reden waarom een grote groep jongeren niet meer de basiskennis verwerft om met succes een voortgezette opleiding te volgen. Als gevolg daarvan hebben onderwijsinstellingen hun normen verlaagd en leveren zij ondermaatse diploma’s af.

Nog nooit is er zoveel geld en energie gepompt in het onderwijs. Zijn sociale en economische gewicht nemen alleen maar toe. Toch kan het de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Furedi noemt dit de paradox van het onderwijs: hoe meer de samenleving investeert in en verwacht van het onderwijs, des te minder resultaten het oplevert. Hoe komt het dat het onderwijs zoveel moeite heeft met onderwijzen?

De crisis in het onderwijs is een crisis van het gezag, zegt Furedi. De moderne samenleving heeft een ongemakkelijke verhouding met volwassenheid en het gezag van volwassenen. Het gevolg is dat de traditionele taak van het onderwijs onder druk staat. De samenleving heeft het belang van cultuuroverdracht als een intrinsiek waardevolle activiteit uit het oog verloren. Daarmee verspilt ze een groot deel van de middelen en energie die in het instituut onderwijs worden gestoken. Verspilde kansen, verspild potentieel en verspilde jeugd zijn het resultaat.

De wortels van de Westerse samenleving liggen in het verzet tegen traditioneel gezag. Dat heeft veel positieve gevolgen gehad. Gezag kan niet meer willekeurig worden uitgeoefend, men moet rekenschap afleggen van zijn handelen. Bewegingen die opkomen voor meer democratische rechten zien het als hun doel om het gezag te beperken.
Maar voor veel mensen is gezag inmiddels per definitie het tegenovergestelde van vrijheid. Gezag in al zijn gedaanten wordt door velen vaak verdacht gevonden.

In de moderne samenleving wordt de waardering van het gezag van volwassenen op verschillende manieren ondermijnd, stelt Furedi. De uitoefening van volwassen verantwoordelijkheid geniet weinig culturele steun, integendeel. Onze samenleving idealiseert de eeuwige jeugd en associeert volwassenheid met oubolligheid. En wanneer het gezag van volwassenen betwist wordt, komt de kerntaak van het onderwijs, cultuuroverdracht, in het gedrang.

De afbrokkeling van het gezag van volwassenen heeft niet alleen de ordehandhaving in de klas ernstig bemoeilijkt en soms onmogelijk gemaakt, maar heeft ook de status van de leerkracht aangetast. Centraal in het onderwijs staat niet meer de kennisoverdracht maar wel het kwetsbare kind. Die zogenaamde ‘kindgerichtheid’ is echter een vrijbrief geworden voor een anti-intellectuele sfeer op school en heeft geleid tot de verlaging van het onderwijsniveau en devaluatie van diploma’s.

Aan de uitholling van het gezag doen onderwijskundigen trouwens gretig mee. Het belang van traditionele vakken als geschiedenis en literatuur wordt door hen in twijfel getrokken. Traditionele theoretische kennis zou volgens hen ‘beperkt’ zijn. Zij zweren bij ‘ervaringsgericht’ leren en beweren dat dit lonender is dan het ‘oude’ leren.
Diezelfde onderwijskundigen, en ook de beleidsmakers, hebben zich bovendien bekeerd tot de doctrine van ‘levenslang leren’. Het reguliere leren wordt zelfs vaak in ongunstige zin vergeleken met informele vormen van leren. Daarmee wordt het gezag van regulier onderwijs impliciet of expliciet in twijfel getrokken.

De crisis in het gezag van volwassenen ondermijnt ook de opvatting dat volwassenen iets belangrijks kunnen doorgeven aan de jongere generaties. Ouders en gezagsdragers voelen zich vaak onzeker over wat zij kinderen en jongeren kunnen en mogen opleggen. Scholen krijgen zodoende de verantwoordelijkheid toegeschoven voor de socialisatie van hun leerlingen. Soms lijkt het er zelfs op dat scholen oplossingen moeten bedenken voor problemen waar de samenleving als geheel geen antwoord op heeft.

Gezag is echter essentieel voor het onderwijs. Kinderen en jongeren zijn niet uit zichzelf gemotiveerd om kennis en vaardigheden te verwerven die zij niet onmiddellijk kunnen gebruiken. Zonder de waardering voor het gezag van volwassenen, is een groot deel van de maatschappelijke investeringen en van de noeste arbeid en inspanningen van docenten zinloos, aldus Furedi.

Het onderwijs moet weer autonoom kunnen functioneren, zegt hij. Het mag geen slagveld zijn waarop sociaal-politieke belangen worden uitgevochten. Onderwijs is doel op zich en niet een middel tot een ander doel. De kerntaak van het liberaal-humanistisch onderwijs is kennisverwerving en het stimuleren van de cognitieve ontwikkeling van de jeugd. Daarvoor zijn een gedegen lerarenopleiding nodig en solidariteit tussen volwassenen in de uitoefening van gezag.

Dit boek gaat over de situatie in Groot-Britannië en de Verenigde Staten, maar onderwijsmensen hier te lande zullen hun bekommernissen zeker herkennen. Furedi legt immers de vinger op een pijnlijke wonde. Zijn vlijmscherpe betoog nodigt uit tot nadenken en discussie.

In zijn bevlogenheid valt Furedi vaak in herhaling, maar dit vond ik niet echt storend. Zoals we van hem gewoon zijn, is de tekst is uitermate vlot geschreven.
Dit boek is een regelrechte must voor iedereen die oprecht met het onderwijs begaan is.

© Minervaria

Lees ook het interview met Frank Furedi in Liberales: TERUG NAAR KENNISOVERDRACHT IN HET ONDERWIJS

Aansluitend:

Written by minervaria

10 mei 2011 at 08:50

Geplaatst in Maatschappij, Onderwijs

Tagged with

De waarde van opvoeden

leave a comment »

SAVATER, F., De waarde van opvoeden. Filosofie van onderwijs en ouderschap. Utrecht, Bijleveld, 2001, 207 pp. – ISBN 90 6131 668 5

In dit boek breekt de Spaanse filosoof Savater een lans voor opvoeding en onderwijs. Hij betoogt dat “opvoeden alles te maken heeft met onderwijs en omgekeerd, dat beide waardevol en respectabel zijn en dat het in beide gevallen gaat om een moedige prestatie in de frontlinie van de menselijke waardigheid.”

Onderwijs en opvoeding staan centraal in de menselijkheid en de ontwikkeling tot menselijkheid. Mensen worden geboren om mens te worden en we worden pas menselijk wanneer anderen ons opzettelijk met hun menselijkheid aansteken. Dit gebeurt bij uitstek in opvoeding en onderwijs. Vrijwel alles in de menselijke samenleving heeft een “pedagogisch oogmerk”.

Vanuit deze stelling bespreekt Savater een aantal problemen en vragen met betrekking tot het onderwijs. Hij gaat o.a. in op de (socialiserende) rol van het gezin, discipline in onderwijs en opvoeding, de plaats van ethiek en godsdienst in het onderwijs.

Hij houdt een pleidooi voor het belang van goede scholen, van goed betaalde leerkrachten en voor het zorgzame gezin. Leerkrachten (en opvoeders) zijn volgens hem de meest noodzakelijke, de meest beschavende en meest menselijke steunpilaren van een echt democratische wereld. Dit is natuurlijk zeer leuk om te lezen, maar dit is alleen zo als zij ook goed onderwijzen en opvoeden. In dit boek gaat het ook over wat hij als “goed” beschouwt. Hij relateert deze visie aan een aantal maatschappelijke relevante thema’s, bv. drugs en geweld.

Savater biedt een filosofische ruggesteun voor elke leerkracht en ouder. Het is een zeer vlot leesbaar boek, met een goed doordacht ideeëngoed. De auteur poogt ook niet moraliserend of belerend te zijn. Toch benadrukt hij dat zelf wat teveel naar mijn smaak. Niettemin geeft dit boek aanleiding tot heel wat kritische beschouwingen over de wijze waarop je zelf met opvoeding en onderwijs bezig bent, doordenkertjes dus.
In tegenstelling tot wat de Nederlandstalige titel suggereert heeft Savater het voornamelijk over opvoeden in het onderwijs.

© Minervaria

Written by minervaria

23 november 2002 at 19:06

Geplaatst in Filosofie, Onderwijs, Pedagogie

Voorbereiden op supervisie

leave a comment »

de VRIES-GEERVLIET, L., Voorbereiden op supervisie. Baarn, Nelissen, 2001 (5e dr.), 112 pp. – ISBN 90 244 1476 8

Dit dunne en vlot leesbare boekje is bestemd voor beginnende supervisanten, voor wie supervisie helemaal onbekend is. Supervisie lokt namelijk vaak nogal wat weerstand uit.

In een eerste deel wordt in begrijpelijke taal uitgelegd waarover het gaat, wat de doelstelling van supervisie zijn, welke fasen menonderscheidt, wat leren tijdens de stage betekent en wat de rol en het belang is van theoretische kaders in het werkveld en supervisie. Op deze manier raakt de supervisant stilaan vertrouwd met supervisie als leermethode, en ontwikkelt er misschien minder weerstand tegen.

In een tweede deel worden een aantal thema’s uitgewerkt die in supervisiesituaties regelmatig aan de orde komen, bv. omgaan met macht, conflicten, het uiten van gevoelens, onzekerheid, …
Per thema worden telkens een aantal reflectievragen geformuleerd.

In het derde deel komen een aantal veel voorkomende praktijksituaties uit diverse werkvelden aan de orde. Ze kunnen als voorbeeld en als oefening worden gebruikt.

Ook al biedt dit boekje aan de supervisor niet direct veel nieuwe inzichten, toch lijkt het mij een handig werkje om met supervisie te starten en supervisie te onderbouwen. Het eerste deel herinnert de supervisor aan de gevoelens en gedachten die veel supervisanten hebben tegenover supervisie. Het deel met de supervisiethema’s kan dankbaar materiaal en houvast bieden voor supervisiesessies. Het laatste deel kan aanknopingspunten bieden voor concrete supervisies.

Wat je niet mag verwachten van dit boekje: concrete richtlijnen en methodes om aan supervisie te doen.

© Minervaria

Written by minervaria

11 september 2002 at 19:05

Geplaatst in Onderwijs, Pedagogie