Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Posts Tagged ‘Emoties

Nul empathie

leave a comment »

BARON-COHEN, S., Nul empathie. Een theorie van de menselijke wreedheid. (Vert. Zero Degrees of Empathy – A new theory of human cruelty, 2011) A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2012, 239 pp. – ISBN 978 90 5712 343 6

Een kampbewaker dwingt een man om de strop rond de hals van zijn vriend te leggen, dokters amputeren de handen van een vrouw en hechten ze verkeerd-om weer aan, rebellen slaan kinderen voor de ogen van hun moeders dood tegen de muur, een man verkracht zijn dochter bijna dagelijks terwijl hij haar meer dan 20 jaar in een kelder gevangen houdt. Bij zoveel horror staat ons verstand stil, we kunnen er niet bij. Hoe is het mogelijk dat mensen andere mensen zo beestachtig kunnen behandelen?

Door zijn Joodse achtergrond maakte Simon Baron-Cohen reeds vroeg in zijn leven kennis met de gruwelijke gevolgen van de nietsontziende barbaarsheid waarmee mensen andere mensen kunnen behandelen. De verklaring van filosofie en religie, het ‘kwaad’ zit in de mens, heeft hij altijd ontoereikend gevonden. Als je de menselijke wreedheid echt wilt begrijpen dan moet je inzien waarom mensen elkaar als objecten behandelen.

Gedurende dertig jaar deed Baron-Cohen onderzoek naar empathie. In Nul empathie presenteert hij een wetenschappelijke invalshoek voor het debat over de menselijke wreedheid. Mensen zijn onverschillig voor het leed van anderen omdat hun natuurlijke gevoelens van medeleven met een lijdende medemens uitgeschakeld zijn. Wanneer iemand een ander mens als een object behandelt, komt dat niet door het ‘kwaad’ maar door afwezigheid van empathie.

Empathie is ons vermogen om ons in te leven in de gedachten of gevoelens van anderen. Dat vermogen is niet bij iedereen even groot. We bevinden ons allemaal op een empathiespectrum dat van hoog naar laag loopt. Deze verschillen kunnen teruggebracht worden tot de werking van een aantal gebieden in de hersenen, het empathiecircuit.

Het vermogen tot empathie is vrij stabiel maar kan veranderen naargelang de omstandigheden. Als we opgeslorpt worden door ons werk zijn we meer bezig met onszelf dan met anderen. In een vlaag van woede of een dronken bui kunnen we iemand kwetsen. Dit zijn tijdelijke toestanden van empathie-erosie.

Er zijn echter mensen die altijd moeite hebben om zich in anderen in te leven. Voor hen is het zeer lastig, soms bijna onmogelijk om bevredigende relaties te onderhouden. Ze behandelen hun medemensen nagenoeg altijd als objecten en zijn bijna uitsluitend op zichzelf gericht. Deze mensen bevinden zich aan het laagste uiteinde van het empathiespectrum, ze hebben nul empathie.

Voor sommigen van hen heeft dit tekort uitsluitend negatieve gevolgen. Hun leven is bezaaid met moeilijkheden en mislukkingen. De psychiatrie noemt hun probleem een persoonlijkheidsstoornis. Vanuit het empathieperspectief zijn zij nul-negatief. Bij anderen is het gebrek aan empathie de tegenpool van een positieve eigenschap. Mensen met Asperger en klassiek autisme missen empathie, maar munten vaak uit in het systematiseren en het herkennen van patronen. Zij zijn nul-positief.

Baron-Cohen exploreert uitgebreid hoe deze mensen in het leven staan en maakt ons attent op de problemen waarmee zij geconfronteerd worden. Hij stelt vast dat bij hen het empathiecircuit inderdaad anders functioneert dan bij de modale mens, en wel met een specifiek patroon bij iedere vorm van nul empathie. De oorzaak ligt in een ingewikkelde wisselwerking van erfelijkheid met de omgeving, meer bepaald in de mogelijkheid om een veilige hechting te ontwikkelen.

Tenslotte zet Baron-Cohen zijn bevindingen op een rijtje. Aan de resultaten van zijn onderzoek koppelt hij een aantal interessante bespiegelingen over de menselijke wreedheid. We hoeven geen genoegen te nemen met machteloze verzuchtingen over het ‘kwaad’ in de mens. De wetenschap biedt een veel hoopvoller perspectief dan religie of filosofie.

Een aantal psychiatrische stoornissen, zoals borderline, psychopathie en anorexia nervosa, worden begrijpelijker en beter te behandelen als je ze bekijkt vanuit het standpunt van empathie. De bril van empathie zou kunnen leiden tot meer menselijke en effectieve vormen van rechtspraak en straf. In de plaats van mensen te laten rotten in gevangenissen zouden we hen trainingsprogramma’s in empathie kunnen laten volgen. Er zijn immers aanwijzingen dat iemand ook op latere leeftijd nog empathie kan ontwikkelen.

Het boek bevat twee interessante bijlagen. De eerste is de empathievragenlijst voor volwassenen en voor kinderen, waarmee je je eigen empathiequotiënt kunt berekenen. De tweede is een handleiding waarmee je kunt herkennen of iemand tot de groep mensen met nul empathie behoort. Wie zich verder in het onderwerp wil verdiepen zal heel zeker inspiratie vinden in de uitgebreide literatuurlijst.

Net als Frans de Waal is Baron-Cohen ervan overtuigd dat empathie een van de meest waardevolle hulpbronnen van onze wereld is. Begrip voor de positie van de andere partij is de enige manier om voortslepende conflicten op te lossen. Hij eindigt daarom met een emotionele oproep om meer medeleven te betonen en te gebruiken. ‘Ondergedompeld in empathie wordt ieder probleem oplosbaar.’, stelt hij. ‘Het is gratis en kan niemand onderdrukken.’

Nul empathie is geen horrorboek en verdrinkt niet in de verontwaardiging. Op een serene wijze laat het ons kennis maken met een reeks vernieuwende inzichten over gedrag dat voor de meesten van ons onbegrijpelijk is. Daarnaast worden oude, vertrouwde begrippen, zoals gehechtheid, door een wetenschappelijke onderbouwing uit de intuïtieve sfeer gehaald. Zo krijgen ze een rechtmatige plaats in een frisse benadering van het menselijk gedrag. Dit is de grote verdienste van dit boek.

Daarom is het jammer dat het betoog nogal slordig opgebouwd is en warrig geschreven. Ten behoeve van de leesbaarheid had de vertaling de oorspronkelijke tekst bovendien wat meer mogen loslaten. Een belangwekkend en actueel onderwerp als dit verdient een betere uitwerking.

@ Minervaria

Deze recensie verscheen ook op Noorderlicht

Written by minervaria

1 maart 2012 at 18:35

Geplaatst in Psychiatrie, Psychologie

Tagged with ,

Waarom vrouwen zich meer schamen dan mannen

leave a comment »

BANEKE, J., Waarom vrouwen zich meer schamen dan mannen. Over psychologie, criminaliteit en cultuur. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2009, 295 pp. – ISBN 978 90 351 3364 8

Als gevolg van een bijzonder hatelijke pestcampagne tegen haar op het internet heeft de directrice van een Britse school onlangs ontslag genomen uit haar functie. Wat beweegt mensen ertoe om hen soms totaal onbekende personen op internet van de meest walgelijke zaken te betichten? Psychologen denken dat dit onder meer te verklaren valt door de anonimiteit van het medium. Als niemand mij ziet of weet wie ik ben, vallen remmingen weg die mij anders weerhouden van onfatsoenlijk of schaamteloos gedrag.

Hiermee is een belangrijke functie van schaamte gegeven. Volgens sommige auteurs zou schaamte fundamenteler zijn dan schuld. Schaamte of de vrees voor schaamte zet ons aan tot sociaal aanvaardbaar gedrag. Schaamte, zo denkt men, is ontstaan in de evolutie als sociaal signaal om het eigen gedrag af te stemmen op anderen. Baneke legt uit hoe schaamte berust op een specifiek netwerk van verbindingen in de hersenen die zeer dicht aanleunen bij het stresssysteem.

De titel van dit boek zet de lezer op het verkeerde been. Dit boek gaat niet over verschillen tussen mannen en vrouwen en het valt helemaal niet in de categorie Mars-en-Venus. Het gaat over de emotie schaamte.

In de psychologie en de sociale wetenschappen is het onderzoek naar schaamte pas relatief laat op gang gekomen. Joost Baneke, klinisch en forensisch psycholoog en hoogleraar aan de Universiteit Twente, heeft de afgelopen jaren onderzoek verricht naar schaamte, geestelijke gezondheid en criminaliteit. In dit boek presenteert hij het resultaat daarvan.

Schaamte is een diepmenselijke en complexe emotie met veel functies. Er is een hele familie van aan schaamte verwante woorden. Schroom, schuchterheid, schande, verlegenheid, twijfel, minderwaardigheid, bescheidenheid zijn allemaal gevoelens en emoties die op een of andere manier met schaamte te maken hebben. Sommige ervan krijgen altijd een negatieve betekenis, andere worden, afhankelijk van de context, positiever gewaardeerd.
In dit boek verkent Joost Baneke verschillende betekenissen en interpretaties van schaamte.

Hij toont aan hoe schaamte zowel een verbindende als vervreemdende kracht kan zijn. Schaamte voelen we als gevolg van vernedering, gekrenktheid, maar ze kan ook een uiting zijn van respect voor anderen. Ze kan ons ervan weerhouden, maar ook aanzetten tot agressie en geweld. Baneke maakt duidelijk hoe een schaamtecultuur of cultuur van de eer, die wij vooral op een negatieve manier kennen, ook positieve aspecten inhoudt. Schaamte of eer zijn een uiting van respect voor de ander, van onderlinge verbinding en gevoel van fatsoen.

In zijn praktijk als forensisch psycholoog krijgt Joost Baneke ook te maken met mensen die schijnbaar geen schaamte kennen. Schaamteloosheid lijkt verband te houden met de vroegkinderlijke emotionele relaties. Hij onderzoekt dus hoe schaamte wortelt in het hechtingsproces en de ontwikkeling van het empathisch vermogen. En omdat vrouwen in het algemeen meer dan mannen gericht zijn op het leggen en onderhouden van relaties, empathischer zijn en zichzelf daardoor sneller zien door het oog van de ander, schamen zij zich meer dan mannen.

En zo krijgt de lezer in het achtste hoofdstuk eindelijk een antwoord op de titelvraag. Of liever: dat antwoord moet je zelf vinden. Want het boek van Baneke leest als een ongeleide wandeling door een bos. Het is, zoals hij zelf zegt, het verslag van onderzoek, theorieën en beschouwingen over schaamte. Hiervoor heeft hij zich grondig verdiept in de mythologie, de filosofie, het neurologisch en wetenschappelijk onderzoek, de literatuur en de psychoanalyse.

Wie een samenhangende en inzichtelijke visie verwacht over de emotie schaamte in haar vele gedaanten en aspecten blijft echter op zijn honger zitten. Baneke beperkt zich tot de bespreking en samenvatting van divers onderzoek en de inzichten van verschillende autoriteiten over schaamte. Om zijn betoog goed te kunnen volgen heb je echter heel wat voorkennis nodig uit uiteenlopende domeinen: de Griekse mythologie, de psychoanalyse, het hersenonderzoek, de filosofie, de cultuurstudie.

Dit werk heeft meer weg van een studieboek en het vraagt nogal wat zelfwerkzaamheid om de rijke en gevarieerde inhoud te verwerken. Ook al heeft de auteur zich heel zeker beijverd om de tekst voor de modale lezer toegankelijk te maken, zijn betoog blijft verre van gemakkelijk verteerbaar.

Misschien ligt dit wel aan de complexiteit van het onderwerp. Van een deskundige die daar gedurende jaren een studie van gemaakt heeft mag je echter meer verwachten. Toch heb ik kennis gemaakt met een paar interessante en verrijkende invalshoeken uit verschillende disciplines. Heel zeker zijn een aantal daarvan onvolledig of eenzijdig. Dat mannen zich in het algemeen minder schamen dan vrouwen is bijvoorbeeld betwistbaar. Het is waarschijnlijker dat ze er op een andere manier mee omgaan en er uiting aan geven (zie Als mannen konden praten).

Ik mis een bronnen- of literatuurlijst, maar er zijn wel een uitgebreide notenlijst, personen- en zakenregister opgenomen.

© Minervaria

Written by minervaria

18 februari 2010 at 17:55

Geplaatst in Maatschappij, Psychologie

Tagged with

Oplevingen van het denken

leave a comment »

NUSSBAUM, M., Oplevingen van het denken. Over de menselijke emoties. (Vert. Upheavals of Thought. The Intelligence of Emotions, 2001) A’dam, Ambo, 2005 (2e dr.), 710 pp. – ISBN 90 263 1872 3

Emoties geven vorm aan het landschap van ons geestelijke en sociale leven, zegt Martha Nussbaum. Marcel Proust noemt ze ‘bodemverheffingen van het brein’.

Toch werden emoties in de Westerse filosofie lang naar het verdomhoekje verwezen. Emoties zouden redeloze sensaties zijn, ongericht en niet vatbaar voor rede en verstandelijke overwegingen. Ze zouden het leven alleen maar lastig maken en redelijk gedrag in de weg staan. Als leidraad voor moraal of denkbeelden over een goed leven kunnen ze al zeker niet dienen. Geen wonder dat de aanhangers van de rede er niet goed raad mee wisten en godsdiensten menen beroep te moeten doen op externe machten om de slechte neigingen van mensen te beteugelen.

Deze opvatting strookt echter niet met de realiteit, stelt Martha Nussbaum, en doet onrecht aan een belangrijk aspect van het menselijk leven. Ze zet haar betoog in met haar persoonlijke verhaal van het verdriet en de ontreddering bij het onverwachte overlijden van haar moeder. Haar emoties waren duidelijk niet redeloos en ongericht, maar intelligente reacties op het verlies van een persoon die voor haar waardevol was.

Met deze opvatting schaart Martha Nussbaum zich aan de zijde van de Griekse en Romeinse stoïcijnen. Volgens de stoïcijnen zijn emoties waardeoordelen die een groot belang voor ons welbevinden toekennen aan zaken en mensen die we niet in de hand hebben. Zij is het echter niet eens met de stoïcijnse conclusie dat emoties altijd een slechte leidraad zijn voor het handelen en zoveel mogelijk uit het goede leven gebannen moeten worden. Volgens haar vormen emoties integendeel een belangrijke en zelfs onmisbare basis voor een ethisch leven. In dit lijvige werk onderzoekt ze of en hoe deze stelling hout snijdt.

Daarvoor is in de eerste plaats een toereikende theorie over emoties nodig. Het eerste deel van haar werk wijdt Martha Nussbaum dus aan een filosofische analyse van de emoties. Hierin verruimt zij de oorspronkelijke visie van de stoïcijnen. Waardeoordelen zijn cognitieve processen in de moderne betekenis van het ontvangen en verwerken van informatie, die voor een groot deel niet-verbaal en niet-rationeel verlopen. Deze visie noemt zij een cognitief-evaluatief of neostoïcijns standpunt.

In een zorgvuldig opgebouwd betoog onderzoekt zij vervolgens de geldigheid van haar uitgangspunt. Het literaire werk van Marcel Proust is het aanknopingspunt en vormt de rode draad. Ze maakt een kritische analyse van de visie van belangrijke filosofen, en fundeert haar standpunt op de resultaten van psychologisch en neurowetenschappelijk onderzoek over emoties. Vervolgens herziet ze haar basishypothese en vult deze aan op basis van inzichten in de emoties van dieren, de culturele bepaaldheid en uitingen van emoties en het belang van de vroegkinderlijke relaties als wortels voor onze volwassen emoties (de objectrelatietheorie). Een uitstapje naar de Kindertotenlieder van Mahler laat haar toe haar theorie nog verder te verfijnen.

In dit deel slaagt Martha Nussbaum er volgens mij met glans in het standpunt van de ‘tegenpartij’ te weerleggen. Emoties zijn wel degelijk geen ongestuurde driften waaraan we overgeleverd zijn en die geen enkel verband hebben met de persoonlijke geschiedenis of de sociale context. Integendeel, wanneer we inzien hoe de persoonlijke vroegkinderlijke ervaringen van mensen negatieve emoties voeden die uiteindelijk kunnen leiden tot de maatschappelijke uitsluiting van groepen mensen, dan beseffen we pas goed hoe zwaar de ethisch-politieke consequenties van emoties wegen.

Haar analyse leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat zowel positieve als negatieve emoties essentieel zijn voor de ontwikkeling van moraal en zelfbesef. Moraal kan niet ontstaan zonder emoties en is er voor haar voortbestaan voortdurend van afhankelijk. Deze visie biedt volgens haar een paar voordelen. Ze impliceert de waardering van de menselijke vrijheid. En omdat ze emoties beschouwt als de erkenning van afhankelijkheid en onvolledigheid, biedt ze ook perspectieven voor de ontwikkeling van een moraal van liefde, respect en mededogen.

Op welke manier nu kunnen emoties, die in de eerste plaats gericht zijn op het persoonlijk welbevinden, positief bijdragen aan een ethisch goed leven, dus ook gericht zijn op het welbevinden van anderen? Nussbaum wil deze vraag beantwoorden voor twee emoties die een grote rol spelen in de moraal: mededogen en liefde.

In het tweede deel van haar werk toont Nussbaum aan hoe mededogen een onmisbare schakel is in een goede menselijke ethiek. Mededogen vertrekt immers van het gezichtspunt van de toeschouwer, en is dus afhankelijk van subjectieve inschattingen. Die zijn natuurlijk niet betrouwbaar als fundering voor een algemene ethiek. Verschillende filosofen en denkers hebben mededogen als ethisch richtsnoer dus willen vervangen door de rede. Nussbaum toont aan waarom een dergelijke benadering tekort schiet. Voor haar is mededogen als emotie weliswaar feilbaar en onvolmaakt, want mogelijk onevenwichtig en partijdig, maar wel een betere leidraad voor ethiek dan de zuivere rede. En een liberale democratie kan niet buiten mededogen als ethisch fundament, stelt ze.

De vraag is dan ook hoe een meedogende samenleving eruit ziet. Martha Nussbaum is hier zeer duidelijk in. Alleen een samenleving die in al haar geledingen een gezonde emotionele ontwikkeling stimuleert kan een moraal van mededogen ondersteunen. Dit werkt zij voor verschillende samenlevingsaspecten ook bondig uit. In een dergelijke samenleving dienen er tegelijk rechtvaardige instituties te zijn, omdat men het onvolmaakte mededogen niet helemaal kan overlaten aan het particulier initiatief.
Als argument voor goed uitgebouwde sociale voorzieningen in een land kan dit zeker tellen!

Over wat rechtvaardig is zal er in ieder geval verschil van mening zijn. Nussbaum heeft bijvoorbeeld kritiek op de visie van John Rawls, en plaatst er haar eigen vermogensbenadering tegenover. Maar omdat dit buiten de context valt gaat zij er in dit werk niet op in.

Het verdedigen van mededogen als ethische emotie is echter betrekkelijk eenvoudig, zegt Nussbaum. Met de liefde, en dan vooral de erotische liefde, ligt het moeilijker. Liefde is immers nog partijdiger en maakt mensen kwetsbaar, en is daardoor gekoppeld aan jaloezie en woede. Liefde is moreel problematisch en heeft verheffing nodig om te kunnen bijdragen aan een ethisch leven. De vraag is dus hoe partijdige, afhankelijke en mogelijk jaloerse en wraakzuchtige liefde zodanig kan hervormd worden dat ze steun biedt aan algemeen sociaal mededogen, wederkerigheid en respect voor individuen.

In het derde en laatste deel onderzoekt ze verschillende traditionele opvattingen over de mogelijkheid om de liefde tot een morele deugd te verheffen. Hiertoe analyseert ze de werken van representatieve filosofen en kunstenaars uit verschillende periodes in de Westerse geschiedenis.

De meeste pogingen om de menselijke liefde een ethische dimensie te geven schieten volgens Nussbaum tekort. Zij wijzen de menselijke onvolmaaktheid af en spiegelen een onbereikbaar ideaal voor dat de menselijke lichamelijke liefde verlaagt. Daarmee verlagen ze ook alle groepen die met lichamelijkheid en onvolmaaktheid geassocieerd worden – vrouwen, zwarten, joden, homoseksuelen. Alhoewel haar analyse vaak moeilijk te volgen was omdat ik niet voldoende vertrouwd ben met de besproken teksten, heb ik er toch enkele verrassende inzichten aan overgehouden.

In het literaire werk van de Ierse schrijver James Joyce vindt zij haar eigen overtuiging het beste weergegeven. In de liefde worden we geconfronteerd met de onvolledigheid en onvolmaaktheid van mensen, zowel bij onszelf als bij anderen. Als we deze niet afwijzen maar aanvaarden kunnen we kiezen voor sociale rechtvaardigheid omdat iedereen onvolledig en onvolmaakt is en als dusdanig behoeftig maar ook de moeite waard om te worden liefgehad.
“Oog hebben voor de voor iedereen geldende behoeften van het lichaam is een wezenlijke stap naar een afwijzing van bekrompenheid en rassenhaat”, stelt zij (p. 612). Dit is een krachtig pleidooi voor vrijzinnig internationalisme.

Volle vier jaar stond deze turf op de boekenplank geduldig te wachten. Het leek me bijna ondoenbaar om dit dikke werk te doorworstelen. Ik had echter kunnen weten dat dit helemaal niet nodig was. Martha Nussbaum schrijft immers altijd uitzonderlijk toegankelijk, ook voor een niet-filosoof. Anders dan veel vakgenoten hanteert ze een eenvoudige en begrijpelijke taal en vermijdt zoveel mogelijk hinderlijk vakjargon. Dank zij de vakkundige vertaling van Patty Adelaar komt haar soms bijna poëtische taalgebruik ook in het Nederlands volledig tot zijn recht.

Dit werk is een schoolvoorbeeld van zorgvuldig filosofisch redeneren met veel aandacht voor details. Het betoog is stevig en veelzijdig onderbouwd door filosofische studie, wetenschappelijk onderzoek, de studie van kunst en literatuur en in even grote mate eigen ervaring en intuïtie. Het is dus ook een zeer persoonlijk werk, en de zorgzaamheid waarmee Nussbaum het thema aanpakt getuigt van hetzelfde respect, mededogen en liefde die ze in haar werk behandelt. Dat zij consequent de vrouwelijke derde persoonsvorm gebruikt is dan ook zeker geen detail.

Natuurlijk heeft Martha Nussbaum in dit werk het probleem van emoties in de ethiek niet opgelost. Maar met zijn ontzettend rijke inhoud biedt dit inspirerende en ongemeen boeiende boek in ieder geval veel stof tot nadenken. Terecht spreekt The New York Times over het magnum opus van Martha Nussbaum.

© Minervaria

Written by minervaria

3 oktober 2009 at 13:28

Geplaatst in Ethiek, Filosofie

Tagged with

De breinmachine

leave a comment »

NELISSEN, M., De breinmachine. De biologische wortels van emoties en gevoelens. Tielt, Lannoo, 2008, 296 pp. – ISBN 978 90 209 7622 9

Heel lang waren gevoelens en emoties het exclusieve domein van dichters, schrijvers en kunstenaars. Naar de aard en oorsprong van emoties is pas de laatste decennia diepgravend wetenschappelijk onderzoek gedaan. Dit pleidooi voor de waardering en erkenning van de rol van emoties in ons gedrag is geschreven door een begeesterde bioloog.

Mark Nelissen, professor in de gedragsbiologie aan de Universiteit Antwerpen, is gefascineerd door de evolutionaire verklaring van het menselijke gedrag. In zijn eerste boek, De bril van Darwin, schreef hij al een zeer vlotte introductie in het evolutionair denken over het menselijk gedrag. Nu richt hij de schijnwerper op de emoties. Hij toont aan hoe emoties door natuurlijke selectie in het evolutieproces zijn ontstaan en hoe ze in de hersenen door bepaalde gebieden en zeer specifieke stoffen worden gereguleerd.

Emoties spelen een enorm belangrijke rol in ons gedrag. We hebben een heel scala tot onze beschikking: o.a. angst, woede, verdriet, vreugde, afkeer, verliefdheid, schaamte, schuld en trots. Ze doorkruisen vaak onze bewuste bedoelingen en dan ervaren we ze als hinderlijk.

In feite zijn emoties zeer nuttige gedragssystemen met een lange evolutionaire geschiedenis. Emoties zijn de eigenlijke roergangers van ons doen en laten. Ze fungeren als de motor van ons gedrag, en kunnen dus beschouwd worden als een krachtige machine, een breinmachine. Emoties zijn de leveranciers van onze motivatie.
Ze zijn ontstaan als nuttige aanpassingen in miljoenen jaren van evolutie. Het zijn knappe overlevingsprogramma’s die ons in staat stellen om bij acute problemen een directe oplossing te vinden. In onze moderne samenleving echter zijn hun oplossingen soms niet meer functioneel, en kunnen ze ons het leven behoorlijk zuur maken.

Nelissen legt uit hoe deze evolutionaire aanpassing tot stand is gekomen. Waarom zijn ze er, hoe hebben ze onze overleving gediend, en waarom bleven ze bestaan? Eerst doet hij dat voor de primaire of basisemoties, daarna voor de secundaire of complexe emoties. De laatste worden ook sociale emoties genoemd omdat ze optreden in de relaties met andere mensen. Deze emoties stellen ons in staat om samen te werken. Ze vormen de ultieme verklaring van de menselijke cultuur en samenleving.

Vervolgens staat hij stil bij de hersenen als generator van emoties. Nelissen legt uit hoe verschillende hersengebieden en hun verbinding met andere gebieden de emotieregulering verzorgen. Hierbij miste ik een overzichtelijke kaart van de hersenen. In een volgend hoofdstuk heeft hij het over serotonine, endorfine, dopamine en andere chemische stoffen die zorgen voor de overdracht van emotionele signalen in de hersenen.

Tenslotte keert hij terug naar zijn grote liefde, de evolutietheorie, en legt uit hoe de ontwikkeling van complexe sociale emoties de mens in staat hebben gesteld om samen te werken en cultuur en een complexe samenleving te creëren. De menselijke evolutie zou totaal anders zijn verlopen zonder de ontwikkeling van complexe sociale emoties.

Ieder hoofdstuk eindigt met een korte bronnenlijst en in de uitgebreide index kan men alle gebruikte termen opzoeken.

Enkele bedenkingen.
Het boek gaat over emoties en niet, zoals de titel suggereert, over gevoelens. Voor het laatste kan men beter bij Antonio Damasio terecht.
Een aantal evolutionaire verklaringen lijken mij onnauwkeurig en kort door de bocht. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het streven naar eenvoud en bondigheid.

Nelissen probeert immers zijn verhaal zo verteerbaar mogelijk te maken voor de modale lezer. Hij illustreert zijn inzichten bovendien aan de hand van een doorlopend fictief verhaal.
De essentiële punten van zijn betoog worden naar mijn smaak te vaak herhaald, maar ze maken het wel gemakkelijk te volgen. Het boek heeft mij tot het einde kunnen boeien.

© Minervaria

Written by minervaria

30 mei 2009 at 20:34

Geplaatst in Biologie, Evolutietheorie

Tagged with

Publieke tranen

leave a comment »

BEUNDERS, H., Publieke tranen. De drijfveren van de emotiecultuur. A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 2002, 304 pp. – ISBN 90 254 1722 1

De samenleving is emotioneler geworden, zegt men. Mensen uiten zich blijkbaar in het openbaar op sommige momenten emotioneler dan vroeger het geval was. Maar in welke opzichten is dit dan het geval? En hoe kunnen we dat dan verklaren? Dit zijn de belangrijkste vraagstellingen die de auteur poogt te beantwoorden.

Zijn stelling: de emotionalisering van de samenleving is deels een emancipatie van voorheen binnenshuis gehouden uitingen van gevoelens, en dus de voltooiing van de emancipatie van de burger, en deels een reactie op de grote veranderingen in de (Nederlandse) samenleving.

Het boek blijft jammer genoeg bij een verkenning van het domein. Als historicus legt de auteur verband met belangrijke historische veranderingen, zoals het einde van de Koude Oorlog, en de opmars van de media.

De uitwerking van het thema is gericht op de evoluties in Nederland, en daardoor niet altijd makkelijk te volgen, omdat het gaat om specifieke gebeurtenissen. Hier en daar wordt ook verwezen naar evoluties in andere landen (bv. de Witte Mars in België) of in Europa.

Op grond van de titel had ik hoge verwachtingen. Daarin ben ik teleurgesteld. De auteur blijft naar mijn mening teveel bij het beschrijven van ontwikkelingen, verklaringen blijven naar mijn mening eerder oppervlakkig. Over de drijfveren van de emotiecultuur wordt eigenlijk niet zoveel gezegd.

© Minervaria

Written by minervaria

14 april 2003 at 10:13

Geplaatst in Maatschappij

Tagged with ,