Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Politiek’ Category

Honger

leave a comment »

CaparrosM14CAPARRÓS, M., Honger. (Vert. El Hambre, 2014) A’dam, Uitg. Wereldbibliotheek, 2015, 656 pp. – ISBN978 90 284 2622 1

Eén op vijf aardbewoners is te dik en één op zeven heeft honger. Sommigen zeggen dat één op de 3 te dik is en één op de 9 honger heeft. De ene bron heeft het over 790 miljoen ondervoede mensen op de wereld, de andere over 840 miljoen mensen. En volgens de ene sterft iedere 5 seconden een kind van de honger en de andere zegt dat het om de 7 seconden gebeurt. Maar wat maakt het uit en wat zeggen cijfers echt?

Pas als je met de mensen spreekt en in hun leefomstandigheden duikt kun je de omvang van het probleem correct inschatten. De Argentijnse journalist Martín Caparros neemt u mee naar straatarme gebieden met straatarme mensen. Miljoenen overleven er in de meest strikte zin van het woord in onvoorstelbaar ellendige omstandigheden. Ze zijn volstrekt nutteloos, overbodig voor de maatschappij. Hun voornaamste dagelijkse zorg is om te zien of ze iets te eten kunnen bemachtigen. Soms eten ze voldoende, maar ze zijn er nooit zeker van dat ze het zullen krijgen. En die honger treft vooral de allerkleinsten, de kinderen onder vijf jaar.

De auteur sprak met tientallen hongerende mensen in onder andere India, Bangla Desh, Argentinië en Zuid-Soedan. Hij documenteert hun schrijnende verhalen over de dagelijkse strijd om hun kinderen en zichzelf in leven te houden en uit de klauwen van ziekte te blijven. En hij gaat op zoek naar de oorzaken van deze mensonterende situatie. Hoe komt het dat in deze hoogontwikkelde wereld bijna 2 miljard mensen zonder uitzicht op verbetering gebukt gaan onder rauwe armoede en honger?

Natuurlijk zijn er veel gebieden waar voedselproductie zeer bewerkelijk is. De wereldbevolking is de afgelopen decennia bovendien exponentieel toegenomen. Maar het probleem is niet dat er een tekort is aan voedsel. Alle organisaties, onderzoekers en regeringen zijn het erover eens dat er in de wereld meer dan genoeg voedsel wordt geproduceerd om alle mensen op aarde te voeden en nog 4 of 5 miljard meer.

Het probleem is dat al die mensen geen geld hebben om het te kopen. En dat is niet hun eigen schuld, zoals sommigen durven beweren. Meer dan ooit is gebrek aan voedsel het gevolg van een sociale en economische orde die deze mensen de kans ontneemt om behoorlijk te eten. Op de wereldmarkt zijn er immers grote belangen gemoeid bij de productie en verkoop van voedsel.

Voedsel werd een investering zoals olie, goud of zilver. Op de beurs worden de internationale voedselprijzen gemanipuleerd, zodat ze de pan uit rijzen. Voedsel is geen consumptiegoed meer maar een middel tot speculatie waarmee grof geld te verdienen is. Voor miljoenen mensen is voedsel onbetaalbaar geworden.

De export van voedsel is bovendien veel lucratiever dan de verkoop in eigen land. Het beschikbare land wordt gebruikt voor exportgewassen, waardoor de bevolking niet meer zelfvoorzienend is. Zo werd Argentinië, het land van de auteur, de sojaschuur van de wereld terwijl de ongelijkheid er onrustbarend toenam en honderdduizenden mensen in diepe armoede dompelde. De opbrengst van de teelten gaat naar het buitenland en de overschotten worden gewoon weggegooid.

In veel Afrikaanse landen, waar eigendommen slecht geregistreerd zijn, is voedsel ook een machtsmiddel geworden. Buitenlandse bedrijven kopen landbouwgrond van de regering als investeringsgoed. De boeren verliezen hun land, worden afhankelijk van een loon en moeten vervolgens duur voedsel kopen voor de internationale prijzen.

Voor ons, rijke bewoners van de min of meer rijke landen, was het leven nog nooit zo goed. Voor ons is de wereld één grote supermarkt. Maar die welvaart wordt in feite mogelijk gemaakt door de mensen die honger lijden. Armoede en honger hebben dezelfde oorzaak. De voornaamste oorzaak van honger is rijkdom. De honger van miljoenen mensen is het gevolg van plundering, aldus Martín Caparrós. Ze is de grootste schandvlek van deze wereld.

Op dit moment bestaat de strijd tegen de honger voornamelijk uit het versterken van de liefdadigheid. Maar honger is geen humanitair probleem, het is een politiek probleem. Een kritische analyse van de humanitaire hulp toont aan dat deze slechts een druppel is op een hete plaat. In veel gevallen bestendigt ze alleen de situatie. In plaats van berusting en realisme moet er een politieke en ideologische oplossing komen.

“Honger is geen fataliteit. Elk kind dat van honger sterft is een vermoord kind.”, aldus Jean Ziegler, voormalig rapporteur van de Verenigde Naties. Deze uitspraak tekent de teneur van dit boek. Martín Caparrós laat de feiten spreken en geeft de hongerende mensen zelf het woord. Hun tragische verhaal vormt de rode draad in zijn vlijmscherpe analyse van de honger in de wereld.

Als je een non-fictieboek leest verwacht je inzicht te verwerven in een onderwerp. Maar af en toe lees je er een dat je ook naar de keel grijpt. Dit boek is één lange aanklacht tegen het fundamenteel onrecht dat de rijke landen in het leven geroepen hebben en in stand houden. Misschien vinden sommige lezers dit boek te links. Maar dit zal Martín Caparrós een zorg zijn.

“Hoe kunnen we in godsnaam doorgaan met ons leven terwijl we weten dat dit soort dingen gebeuren?” roept hij herhaaldelijk vertwijfeld uit. En ten diepste verontwaardigd wordt hij cynisch. “Toekomst is een luxe van mensen die te eten hebben.” “Regeren is profiteren van de algemene onwetendheid om die tot het uiterste uit te buiten.” Ook de religie, die de mensen aanspoort in hun lot te berusten, krijgt een veeg uit de pan.

Honger is een beklijvend manifest dat een onuitwisbare indruk nalaat. Alhoewel dit boek niet eens zo moeilijk geschreven is, valt het slechts met mondjesmaat te lezen. Het is zo confronterend, dat men het bijna niet uit het hoofd kan zetten. Als u dit werk gelezen hebt grijpt u nooit meer gedachteloos naar een snack.

© Minervaria

Written by minervaria

13 januari 2016 at 16:24

Handelaren des doods

leave a comment »

FeinsteinA11FEINSTEIN, A., Handelaren des doods. De internationale wapenhandel. (Vert. The Shadow World, 2011) A’dam, De Bezige Bij, 2011, 752 pp. – ISBN 978 90 234 6463 1

De recente aanslagen in Parijs en Beiroet hebben nog maar eens duidelijk gemaakt dat een wereld zonder conflict en oorlog een utopie is. Wapens en wapenindustrie zullen dan ook onontbeerlijk blijven. In de afgelopen decennia is de wapenhandel echter buitenmatig gegroeid en gaan functioneren als motor van allerlei oorlogen die overal ter wereld onnoemelijk veel ellende en menselijk lijden veroorzaken. Veel van die oorlogen zouden waarschijnlijk toch plaats gevonden hebben, maar de explosie van de wapenhandel heeft ze veel ernstiger, langduriger en destructiever gemaakt. En waar halen terroristische organisaties hun wapens vandaan?

Andrew Feinstein, journalist en oud-parlementslid voor het Zuid-Afrikaanse ANC, heeft zich vastgebeten in het onderzoek naar de internationale wapenhandel. Gedurende meer dan 10 jaar voerde hij talloze gesprekken met wapenhandelaren, tussenpersonen en klokkenluiders. Hij verzamelde honderdduizenden pagina’s aan documenten, archieven en ander bronnenmateriaal over de wereldwijde wapenhandel.

De neerslag daarvan leest u in Handelaren des doods. Het is een ronduit hallucinant verhaal over de gang van zaken in de machtige, besloten wereld van de internationale wapenhandel. Feinstein belicht de beruchtste conflicten van de laatste decennia en toont ondubbelzinnig aan hoe de wapenindustrie de oorlogen van de laatste halve eeuw heeft veroorzaakt en in stand gehouden.

De hoeveelheid gekochte wapens over de hele wereld is absurd en beangstigend. Er gaan miljarden om in de wapenhandel, gefinancierd door banken die naar buiten uit prestigieus en respectabel ogen. Wapenbedrijven halen voor duizelingwekkende bedragen aan overheidscontracten binnen en slagen erin zich vrijwel geheel aan het toezicht en de controle van overheden te onttrekken.

De belangrijkste huidige netwerken zijn na de tweede wereldoorlog ontstaan in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In de voorbije decennia zijn ze steeds geraffineerder, complexer en giftiger geworden en hebben ze zich uitgebreid over de hele wereld. Sommige landen, onder andere Saoedi-Arabië, spannen echter de kroon. Zowel in democratische als niet-democratische landen is er een stuitende belangenvermenging van de wapenhandel en de overheid. Hoge functionarissen en tussenpersonen slaan straffeloos miljarden achterover als smeergeld voor wapenaankopen, en dit met medeweten van regeringen.

Vervolging van wapenhandelaren wordt ernstig bemoeilijkt door allerhande obstakels. Bedrijven en individuele wapenhandelaren in deze industrie hoeven zich zelden te verantwoorden voor de rechter. Als ze zaken doen met wapenhandelaren knijpen regeringen graag een oogje dicht voor corruptie en wetsovertredingen. En ook de georganiseerde misdaad pikt er graag meer dan één graantje van mee.

In verschillende landen, vooral in Afrika, heeft de wapenhandel maatschappelijke en etnische conflicten gemilitariseerd en massale sterfte, armoede, vluchtelingenstromen en mensenrechtenschendingen veroorzaakt. De vele doden en gewonden in allerlei oorlogen zijn natuurlijk de belangrijkste slachtoffers van de wapenhandel. Maar de belastingbetalers financieren deze mee en moeten intussen inboeten op maatschappelijke ontwikkeling en zorg.

Handelaren des doods is een intrigerend verslag over een onderwerp dat ons allen aanbelangt, maar waarover zelden iets te lezen valt in de pers. Als u benieuwd bent naar wat er gebeurt achter de gestroomlijnde beelden van handen schuddende diplomaten, dan moet u dit boek zeker lezen. Het is zeer inzichtelijk geschreven en buitengewoon goed gedocumenteerd. Alle bronnenmateriaal is achteraan te vinden en op de website van het boek: http://www.theshadowworldbook.com/.

© Minervaria

Written by minervaria

24 november 2015 at 13:03

Geplaatst in Maatschappij, Politiek, Uncategorized

Tagged with

Kleinstaterij

leave a comment »

StuerV14STUER, V., Kleinstaterij. De terugkeer van de natie en de afkeer van Europa. A’pen, Uitg. De Bezige Bij, 2014, 251 pp. – ISBN 978 90 8542 6257.

Het nationalisme is weer in opmars. Onder het motto van de zelfbeschikking der volkeren willen separatistische bewegingen de bestaande staatsverbanden uit elkaar rukken. Andere verzetten zich met hand en tand tegen verdere Europese integratie. Wat zijn hun beweegredenen en hoe realistisch zijn hun aspiraties?

Het nationalisme gaat ervan uit dat de wereld bestaat uit naties. Volkeren hebben een bepaalde eigenheid en samenhang, met een gedeelde cultuur en een gezamenlijk verleden, die hen anders maken dan andere naties. De leden van deze volksgemeenschappen bezitten een collectieve identiteit en moeten zelf kunnen beschikken over hun toekomst. Een democratie is alleen haalbaar als de staat samenvalt met de natie of volksgemeenschap.

De ogenschijnlijk eenvoudige oplossing van het nationalisme roept in de praktijk echter heel wat vragen en bezwaren op. Als voorwaarde voor democratie en vrede is zelfbeschikking voor een volk inderdaad een mooi principe. Toch is een natiestaat geen noodzakelijke voorwaarde voor een bloeiende democratie, noch voor een leefbare samenleving. Er zijn genoeg voorbeelden van moderne natiestaten die een ouderwetse tirannie geworden zijn.

De collectieve identiteit, de sluitsteen van het natiestaatbetoog, kan vervolgens onmogelijk concreet ingevuld worden. Waar blijft de individuele vrijheid als de collectieve identiteit van een volk centraal staat? En wat is dan het lot van vreemde minderheden die niet passen in die collectieve identiteit? Moeten zij dan maar wijken? En moeten mensen in nood zoals vluchtelingen, die niet in het eigen kraam passen, dan maar ergens anders hun toevlucht zoeken?

Het ontstaan van naties en staten blijkt trouwens veel ingewikkelder te zijn dan de nationalistische mythe het wil. Een zuivere natiestaat bestaat immers niet. Zelfs natuurlijk lijkende staatsgrenzen staan niet garant voor een zuivere natiestaat. Elk land is een accident van de geschiedenis. Het is overigens maar de vraag in hoeverre een hedendaagse maatschappij kan voldoen aan de criteria van een eenduidige nationale cultuur.

Maakt dit een echte democratie dan onmogelijk? Zijn harmonie, culturele eenstemmigheid of ethische eensgezindheid echt noodzakelijk voor een weerbare en werkende democratie? Is het niet veel realistischer om een pragmatisch standpunt in te nemen dan een ideaal voor ogen te houden dat toch nooit bereikt kan worden? Een levende samenleving met een systeem van rechten en vrijheden lijkt trouwens eerder gediend met diversiteit en tegenstrijdige visies.

Tot slot lijken nationalistische partijen in een spreidstand te staan als het gaat over het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap. Een ideologie die het zelfbeschikkingsrecht van volkeren centraal stelt, valt niet te rijmen met het inperken van de nationale soevereiniteit die de kern vormt van de Europese gemeenschap. Juist daardoor slaagt Europa er telkens in een terugval in minder democratie te voorkomen.

Als speechwriter van voormalig Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso en woordvoerder van Karel De Gucht is Vincent Stuer wellicht wat te weinig kritisch voor Europa. In Kleinstaterij toont hij aan waarom de natiestaat een onrealistisch en onhaalbaar idee is. Politiek bestuur moet niet gebaseerd zijn op rechtlijnige ideologie, maar op pragmatisme. Het is altijd gevaarlijk als men de werkelijkheid ondergeschikt maakt aan een idee.

Zijn conclusie liegt er niet om. “Keer op keer blijkt nationalisme een onweerstaanbare kracht om naties van elkaar te onderscheiden, om staten te verdelen, maar een die nooit bij machte is mensen ook samen te brengen. De belofte van de natie blijft telkens onvervuld. Kleinstaterij en verdeeldheid blijven achter.” (p. 235)

© Minervaria

Written by minervaria

25 september 2015 at 16:12

Geplaatst in Politiek

Tagged with

De Europese revolutie

leave a comment »

CaldwellC13CALDWELL, C., De Europese revolutie. Hoe de Islam ons voorgoed veranderde. (Vert. Reflections on the Revolution in Europe. Immigration, Islam and the West, 2009) A’dam, Ambo, 2009, 391 pp. – ISBN 978 90 263 2105 4

“West-Europa werd een multi-etnische samenleving in een vlaag van verstrooidheid.”
De eerste zin zet meteen de teneur.

Alle Europese landen komen tot het besef dat ze op de een of andere manier, zonder daar ooit bewust voor te hebben gekozen, in bazaars van wereldculturen veranderd zijn. De massale immigratie uit niet-Europese landen en culturen en de multi-etnische samenlevingen die daar het gevolg van zijn, markeren een breuk in de Europese geschiedenis. Voor het eerst in zijn moderne geschiedenis is Europa een werelddeel van migranten.

De migratie paste in de naoorlogse situatie, maar de economische voordelen waren marginaal en tijdelijk. De gastarbeiders werden tewerkgesteld in sectoren die afliepen en enkele decennia later waren de ongeschoolde migranten overbodig geworden. Men dacht dat ze zouden terugkeren maar dat was niet het geval. En ze kwamen in aanmerking voor bijstand.

Vooral de massale immigratie uit islamitische landen is problematisch voor de Europese bevolking. De komst van de islam heeft geleid tot de verbreking van een groot aantal Europese zeden en gewoonten, vaststaande ideeën en staatsstructuren. De problemen met immigratie en de islam zijn in alle West-Europese landen dezelfde.

Er zijn etnische kolonies gevormd waar de immigranten de gewoonten van hun thuisland koesteren. In die parallelle samenlevingen vormt de islam het bindende element. De bewoners identificeren zich met hun godsdienst en voelen zich vooral solidair met moslims in andere landen. Ze staan wantrouwig tegenover de dominante Europese cultuur. Terrorisme en bendevorming hebben er een vruchtbare bodem gevonden.

De islam verschaft gelovige moslims meer verbondenheid en bezieling dan de seculiere Europese samenleving, die gebaseerd is op individualisme, vrijheid en onbepaaldheid. Het is de vraag of zelfs de “gematigde” islam verenigbaar is met vrijzinnige instituties. Het Europese secularisme is voor de meesten niet aantrekkelijk. De immigranten willen een beter leven, maar ze willen niet per se een Europees leven. Voorlopig is de islam de sterkste in de strijd om de identiteit.

Moslims komen bovendien uit culturen waar vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen en er over huwelijk en voortplanting anders gedacht wordt dan in Europa. De demografische vooruitzichten zijn dan ook dat de moslimpopulatie in sterkere mate zal toenemen dan de autochtone bevolking.

Islamitische immigranten zijn geen passieve inwoners maar oefenen invloed uit op het Europese leven. Door intimidatie en terrorisme zetten hardliners de democratie en vrijzinnigheid onder druk. En omdat het ontbreekt aan inzicht in wat de terroristen zo kwaad maakt, behelpt men zich met lukrake gissingen en ideeën.

Het grote probleem van Europa is dat er cultureel gesproken helemaal geen Europese gemeenschap is. De meeste Europeanen kunnen desgevraagd niet zeggen wat de waarden van Europa zijn. Toch zijn de omstandigheden voor een culturele eenwording van Europa nu gunstiger dan tientallen jaren geleden. De massale immigratie kan Europeanen meer bewust maken van hun gemeenschappelijke belangen en identiteit.

Europa staat voor een grote uitdaging. Tot nu toe is daar weinig adequaat en samenhangend mee omgegaan. Of Europa voor het eerst in zijn geschiedenis met succes niet-Europese minderheden kan opnemen, zal ervan afhangen of autochtonen en allochtonen Europa als een bloeiende of in verval geraakte beschaving beschouwen. De auteur lijkt geneigd tot het laatste.

Toch spreekt hij dat niet met zoveel woorden uit. Hij beperkt zich tot een analyse van de Europese situatie. De oorspronkelijke Engelse titel van het boek is dan ook accurater dan de Nederlandse vertaling. Over de toekomst spreekt hij zich wijselijk niet uit. Die is uiteraard moeilijk te voorspellen. Het staat echter wel vast dat er uit de confrontatie met de islam een veranderd Europa te voorschijn zal komen.

In Europa is ieder debat over immigratie onvermijdelijk politiek gekleurd. Als Amerikaan kan Christopher Caldwell een politiek onbevooroordeelde positie innemen en zodoende de feiten en pijnpunten benoemen zonder meteen partij te kiezen. Daarom is De Europese revolutie een waardevol boek, alhoewel nauwelijks bekend en niet meer te koop. Het is vlot leesbaar, en de scherpe en kritische analyse zet aan het denken en levert voer voor discussie.

© Minervaria

Written by minervaria

28 april 2015 at 15:54

Geplaatst in Europa, Maatschappij, Politiek

Tagged with

Dictators

leave a comment »

OveryR04OVERY, R., Dictators. Hitlers Duitsland en Stalins Rusland. (Vert. The Dictators. Hitler’s Germany and Stalin’s Russia, 2004) A’dam, De Bezige Bij, 2005, 767 pp. – ISBN 90 234 1309 1

Het beeld van de almachtige despoot is te simplistisch. De opkomst van dictators als Hitler en Stalin kadert in het politieke klimaat en de morele opvattingen van hun tijd. In dit indrukwekkende boek beschrijft Richard Overy, hoogleraar Moderne Geschiedenis aan King’s College in London, hoe het mogelijk was dat deze dictaturen twee moderne Europese samenlevingen zo lang in hun greep konden houden.

Hun idealen waren niet te verzoenen. Het sovjetcommunisme beoogde het paradijs voor de hele mensheid, het nationaalsocialisme de heilstaat voor een welbepaald volk. Maar deze idealen bezielden een totalitair systeem dat het droombeeld moest realiseren van een volmaakte samenleving. Voor dit doel moest er aanhoudend strijd geleverd worden tegen het onvolmaakte heden.

Deze utopieën wortelden in negentiende eeuwse wetenschappelijke theorieën. Zowel Duitsland als de de Sovjet-Unie leed onder het traumatische schokeffect van de Eerste Wereldoorlog. In beide samenlevingen was er bovendien een vruchtbare culturele bodem voor persoonsverheerlijking. Miljoenen mensen leverden zich gewillig over aan de autoriteit van de leider. Er bestond weinig ruimte voor onderdanen die weigerden zich daardoor te laten inpalmen.

Die leider bestuurde echter geen eenmansonderneming. De dictatuur werd gemaakt door de partij. De partij rukte onweerstaanbaar op in de staatsorganen en bepaalde uiteindelijk de hele staat. Ze doordrong en beheerste alle aspecten van het dagelijkse leven. Behalve met de economie, het onderwijs en sociale voorzieningen, bemoeide de staat zich met persoonlijke relaties, kunst en cultuur en met de meest onschuldige vormen van vrijetijdsbesteding.

Wij zijn geneigd te denken dat zoiets alleen te realiseren valt door middel van angst en terreur. Niets is minder waar. In brede kringen konden de dictators en hun entourage rekenen op een meegaande en positieve mentaliteit. Een aanzienlijk deel van de bevolking verleende bovendien haar enthousiaste medewerking aan de onderdrukking van mensen en groepen die als vijand beschouwd werden. Ook het gigantisch kampenstelsel met zijn gruwelijke uitwassen liet de meeste inwoners op zijn minst onverschillig.

Hoe was het mogelijk was dat deze regimes miljoenen mensen de dood konden indrijven zonder protest van de bevolking? In beide systemen werd het leven beschouwd als een strijdperk waarin de wetten van de natuur werden uitgevochten. Het individu telde niet mee. Iedere vorm van humanisme werd gezien als zwakheid en bedreiging van de samenleving. De wetgeving stond in dienst van de belangen van het collectief tegen de vijanden van de samenleving. Zowel Duitsers als Russen identificeerden zich met de dictatuur en meenden dat deze iets te bieden had. Evenals hun leiders waren zij ervan overtuigd dat ze geschiedenis maakten.

In dit boeiende boek krijgt u een genuanceerd en vrij objectief beeld van hoe het er aan toe ging in beide dictaturen op de meest uiteenlopende gebieden. Richard Overy ontrafelt de historische processen en mentaliteiten die deze twee dictaturen mogelijk hebben gemaakt, in stand hebben gehouden en tot een grootschalig moorden hebben gebracht. Hiervoor baseerde hij zich op het wetenschappelijk onderzoek sedert de voormalige Sovjetarchieven in 1990 opengesteld werden.

Dit magistrale werk is tevens een waarschuwing voor alle ideologieën die niet de individuele mens maar het collectief centraal stellen en die teren op wij-zijdenken en vijandbeelden. Het mag dan een lijvig werk zijn, het is zeer toegankelijk geschreven en dus vlot leesbaar.

© Minervaria

Written by minervaria

13 april 2015 at 10:12

Het verdriet van Kopenhagen

leave a comment »

VermeendW10VERMEEND, W., Het verdriet van Kopenhagen. Op weg naar een ander klimaatbeleid. A’dam, Lebowski, 2010, 237 pp. – ISBN 978 90 488 0568 6

Volgens de klimaatcommissie van de Verenigde Naties zal de gemiddelde temperatuur in de wereld deze eeuw hoogstwaarschijnlijk met meer dan twee graden Celsius stijgen. En als het gebruik van fossiele brandstoffen niet fors vermindert zou ze tegen het einde van de eeuw zelfs met zes graden Celsius kunnen toenemen. Alhoewel men zich bewust is van de ernstige gevolgen, is er na twintig klimaatconferenties nog slechts weinig overeenstemming bereikt over de noodzakelijke maatregelen.

Onder wetenschappers wordt er nog steeds gebakkeleid over de oorzaak van de opwarming. Dit boek gaat ervan uit dat die ligt in het toenemende gebruik van fossiele brandstoffen gedurende de laatste twee eeuwen. Die fossiele brandstoffen raken echter stilaan op terwijl het energieverbruik gestadig stijgt. Het klimaatprobleem is dus nauw verbonden met het energieprobleem.

Er is maar één manier om die twee problemen in één klap op te lossen. Wereldwijd moet het beleid gericht zijn op een snelle vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. De doelstelling is een ‘groene’ wereldeconomie die zoveel mogelijk draait op duurzame energie. Daarover kan de mensheid in beginsel voor onbeperkte tijd beschikken en ze tast het leefmilieu nu en in de toekomst niet aan.

Het zal echter nog heel wat voeten in de aarde hebben om die voor de hand liggende oplossing te realiseren. De energieopwekking in de meeste landen is verre van duurzaam of slechts met mondjesmaat. En de meeste maatregelen die genomen worden bieden geen adequate oplossing en blijken soms onaanvaardbare nadelen te hebben. Bovendien kan duurzame energie de komende vijftig jaar zeker niet afdoend voorzien in de toenemende behoeften van de wereld.

Alleen met een breed pakket maatregelen kan de opwarming van de aarde worden tegengegaan. De beste oplossing bestaat uit wereldwijde investeringen in niet-fossiele energiecentrales. Daarbij zal de voorkeur moeten uitgaan naar duurzame bronnen zoals wind- en zonne-energie en waterkracht, maar we zullen niet zonder kernenergie kunnen. Die zal moeten opgewekt worden door het nieuwste type veilige centrales. De keuze van een land zal afhangen van de geografische ligging en de kosten van investeringen.

De opgave is om economische groei te doen samengaan met vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Voor deze ommezwaai zal niet op de markt kunnen gerekend worden, want het saldo van investering en opbrengst is op korte termijn te klein. Er zijn dus actieve regeringen nodig die met de juiste overheidsmaatregelen een economische groeigolf creëren. Daarvoor is internationale samenwerking en overeenstemming dringend noodzakelijk.

Nationaal beleid, hoe belangrijk ook, heeft nauwelijks invloed op wereldniveau, vindt Vermeend. Toch maakt hij een evaluatie van het energiebeleid in Nederland. Dat blijkt in een aantal opzichten helemaal niet zo verstandig. Hij stelt daarom een aantal goed uitgedachte maatregelen voor om in Nederland een groene economie te realiseren.

Intussen zijn er vier jaar verstreken en is dit werk in sommige opzichten wellicht niet meer actueel. Het wetenschappelijk onderzoek staat bovendien niet stil. Maar de problematiek is nog lang niet achterhaald, integendeel. De meeste huidige investeringen in energievoorziening zullen de wereld nog gedurende ettelijke tientallen jaren opzadelen met een massale uitstoot van koolstofdioxide. En veilige kerncentrales zullen waarschijnlijk pas over een paar tientallen jaren echt rendabel zijn.

In dit toegankelijk geschreven werk maakt Willem Vermeend u wegwijs in het klimaatprobleem en de maatregelen die zich opdringen. Hij toont aan waarom bepaalde oplossingen beter zijn dan andere en waarom ze niet toegepast worden. En op basis van de beschikbare kennis tekent hij een pakket realistische maatregelen uit om het klimaatprobleem doeltreffend aan te pakken.

© Minervaria

Lees ook: Hans Bruyninck, directeur van het Europees Milieuagentschap over De uitdaging van de eeuw.

Written by minervaria

5 februari 2015 at 14:48

Geplaatst in Ecologie, Economie, Politiek

Tagged with

De limieten van de markt

leave a comment »

DeGrauweP14DE GRAUWE, P., De limieten van de markt. De slinger tussen overheid en kapitalisme. Tielt, Uitg. Lannoo, 2014, 236 pp. – ISBN 978 94 014 01391 6

Laat de markt spelen en iedereen gaat erop vooruit, zo orakelen diegenen die de rol van de overheid tot een minimum willen beperken. In dit boek wordt dit fabeltje vakkundig doorprikt. Het klopt dat geen enkel systeem erin slaagt zoveel welvaart te creëren als de vrije markt. Maar als we niet opletten rijdt die markt zichzelf de vernieling in, zegt de vooraanstaande econoom Paul De Grauwe.

Het marktsysteem steunt op het idee dat individuen die hun eigenbelang nastreven tevens de welvaart van de hele samenleving verhogen. Dat is echter een misvatting. Het is niet per definitie goed voor anderen als iemand erop vooruit gaat. Vaak werkt het zelfs andersom. De milieuproblematiek is daarvan het meest in het oog springende voorbeeld. Het marktsysteem voorziet ook niet in publieke goederen en staat onverschillig tegenover ongelijkheid in een samenleving.

Wanneer men markten ongebreideld hun gang laat gaan leidt dat tot steeds meer publiek kwaad en minder publiek goed. Dit gaat in tegen het rechtvaardigheidsgevoel van mensen. Uiteindelijk zullen die mensen zich organiseren om het marktsysteem te veranderen of omver te werpen. En er zijn geen mechanismen binnen het systeem zelf die ervoor kunnen zorgen dat het zichzelf niet vernietigt. Het marktsysteem is aangewezen op regulering van buitenaf om ervoor te zorgen dat het niet instort.

De overheid is de enige instantie die in staat is om de schade van de marktwerking te beperken, om publieke goederen te verschaffen en aan herverdeling te doen. De overheid stuit echter evenzeer op grenzen. Ze kan alleen maar zorgen voor collectieve goederen en diensten als er een sterke vrije markt bestaat. En teveel overheid leidt tot inefficiëntie en verlamt de economie.

Een mix van markt en staat zal er altijd moeten zijn. Beide systemen vullen elkaar aan. De vraag is dan hoe die taakverdeling er precies uit moet zien. Hoever mogen we de markt laten gaan om welvaart te creëren? Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid in het creëren van welvaart? En hoe kunnen deze inzichten toegepast worden op de huidige heikele economische situatie? De overheid moet meer slagkracht krijgen, zegt Paul De Grauwe.

Hij werkt dit uit voor 2 onderwerpen, productiviteit en loonkosten, en ontkracht daarmee enkele hardnekkige mythes. Hoge loonkosten verminderen de productiviteit niet en tasten de concurrentiekracht van de bedrijven niet aan. Het klopt ook niet dat de overheid parasiteert op de industrie. Zonder tussenkomst van de overheid zou de industrie niet eens kunnen werken. Wel moeten er mechanismen ontwikkeld worden die overheidsdiensten doelmatiger maken.

Hij maakt ook duidelijk hoe de oprichting van de eurozone de overheid veel minder slagkrachtig heeft gemaakt ten opzichte van de financiële en economische markten. Europese overheden hebben het daardoor veel moeilijker dan vroeger om een corrigerende rol te spelen voor het marktsysteem. En hij houdt een pleidooi voor een progressieve vermogensbelasting. Die kan het kapitalisme redden van de kapitalisten, zo stelt hij.

Er is altijd een pendelbeweging geweest tussen de markt en de overheid. De afgelopen dertig jaar sloeg die door in de richting van de markt. Deze stuit echter vroeg of laat op haar grenzen. De vraag is enkel wanneer dat zal zijn. Wat zal er dan gebeuren? Keren we terug naar een economie waarin de overheid alle touwtjes in handen heeft? Moeten we ons schrap zetten voor een omverwerping van het kapitalistisch systeem?

Twee scenario’s zijn denkbaar. Ofwel gaat het systeem ten onder aan de opwarming van de aarde en het protest tegen de toenemende graad van ongelijkheid, ofwel houden hervormingen het failliet van het marktsysteem tegen. De Grauwe is niet optimistisch. Het huidige marktsysteem zal zich heel lastig laten hervormen. Het zal buitengewoon moeilijk zijn om het doemscenario te vermijden en een catastrofe te voorkomen.

Een luchtig boek is De limieten van de markt zeker niet. Maar het gaat wel resoluut in tegen het neoliberale adagio en dit niet vanuit een ideologisch perspectief maar gebaseerd op gedegen onderzoek. Als u dit boek gelezen hebt zijn ingewikkelde economische processen bovendien heel wat duidelijker geworden. En het betoog is toegankelijk geschreven en goed gestructureerd.

© Minervaria

Written by minervaria

29 januari 2015 at 15:01

Geplaatst in Economie, Politiek