Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Posts Tagged ‘Oorlog

Handelaren des doods

leave a comment »

FeinsteinA11FEINSTEIN, A., Handelaren des doods. De internationale wapenhandel. (Vert. The Shadow World, 2011) A’dam, De Bezige Bij, 2011, 752 pp. – ISBN 978 90 234 6463 1

De recente aanslagen in Parijs en Beiroet hebben nog maar eens duidelijk gemaakt dat een wereld zonder conflict en oorlog een utopie is. Wapens en wapenindustrie zullen dan ook onontbeerlijk blijven. In de afgelopen decennia is de wapenhandel echter buitenmatig gegroeid en gaan functioneren als motor van allerlei oorlogen die overal ter wereld onnoemelijk veel ellende en menselijk lijden veroorzaken. Veel van die oorlogen zouden waarschijnlijk toch plaats gevonden hebben, maar de explosie van de wapenhandel heeft ze veel ernstiger, langduriger en destructiever gemaakt. En waar halen terroristische organisaties hun wapens vandaan?

Andrew Feinstein, journalist en oud-parlementslid voor het Zuid-Afrikaanse ANC, heeft zich vastgebeten in het onderzoek naar de internationale wapenhandel. Gedurende meer dan 10 jaar voerde hij talloze gesprekken met wapenhandelaren, tussenpersonen en klokkenluiders. Hij verzamelde honderdduizenden pagina’s aan documenten, archieven en ander bronnenmateriaal over de wereldwijde wapenhandel.

De neerslag daarvan leest u in Handelaren des doods. Het is een ronduit hallucinant verhaal over de gang van zaken in de machtige, besloten wereld van de internationale wapenhandel. Feinstein belicht de beruchtste conflicten van de laatste decennia en toont ondubbelzinnig aan hoe de wapenindustrie de oorlogen van de laatste halve eeuw heeft veroorzaakt en in stand gehouden.

De hoeveelheid gekochte wapens over de hele wereld is absurd en beangstigend. Er gaan miljarden om in de wapenhandel, gefinancierd door banken die naar buiten uit prestigieus en respectabel ogen. Wapenbedrijven halen voor duizelingwekkende bedragen aan overheidscontracten binnen en slagen erin zich vrijwel geheel aan het toezicht en de controle van overheden te onttrekken.

De belangrijkste huidige netwerken zijn na de tweede wereldoorlog ontstaan in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In de voorbije decennia zijn ze steeds geraffineerder, complexer en giftiger geworden en hebben ze zich uitgebreid over de hele wereld. Sommige landen, onder andere Saoedi-Arabië, spannen echter de kroon. Zowel in democratische als niet-democratische landen is er een stuitende belangenvermenging van de wapenhandel en de overheid. Hoge functionarissen en tussenpersonen slaan straffeloos miljarden achterover als smeergeld voor wapenaankopen, en dit met medeweten van regeringen.

Vervolging van wapenhandelaren wordt ernstig bemoeilijkt door allerhande obstakels. Bedrijven en individuele wapenhandelaren in deze industrie hoeven zich zelden te verantwoorden voor de rechter. Als ze zaken doen met wapenhandelaren knijpen regeringen graag een oogje dicht voor corruptie en wetsovertredingen. En ook de georganiseerde misdaad pikt er graag meer dan één graantje van mee.

In verschillende landen, vooral in Afrika, heeft de wapenhandel maatschappelijke en etnische conflicten gemilitariseerd en massale sterfte, armoede, vluchtelingenstromen en mensenrechtenschendingen veroorzaakt. De vele doden en gewonden in allerlei oorlogen zijn natuurlijk de belangrijkste slachtoffers van de wapenhandel. Maar de belastingbetalers financieren deze mee en moeten intussen inboeten op maatschappelijke ontwikkeling en zorg.

Handelaren des doods is een intrigerend verslag over een onderwerp dat ons allen aanbelangt, maar waarover zelden iets te lezen valt in de pers. Als u benieuwd bent naar wat er gebeurt achter de gestroomlijnde beelden van handen schuddende diplomaten, dan moet u dit boek zeker lezen. Het is zeer inzichtelijk geschreven en buitengewoon goed gedocumenteerd. Alle bronnenmateriaal is achteraan te vinden en op de website van het boek: http://www.theshadowworldbook.com/.

© Minervaria

Written by minervaria

24 november 2015 at 13:03

Geplaatst in Maatschappij, Politiek, Uncategorized

Tagged with

De evolutie van de oorlog

leave a comment »

VAN CREVELD, M., De evolutie van de oorlog. Van de Marne tot Irak. Utrecht, Uitg. Het Spectrum, 2007, 368 pp. – ISBN 978 90 274 4550 6

Wordt de volgende oorlog uitgevochten met Iran? In ieder geval zijn reusachtige Amerikaanse, Britse en Franse oorlogsbodems al door de Straat van Hormuz gevaren. Tegen die technologische en materiële overmacht maakt Iran geen schijn van kans. Tenzij het kernwapens kan inzetten, maar dan zou het land diep in de eigen huid snijden. En laten kernwapens nu net de inzet zijn van het conflict.

Sedert het bestaan van de atoombom is de wijze waarop internationale conflicten militair worden beslecht ingrijpend veranderd, zegt Martin van Creveld. In dit boek verheldert hij hoe de razendsnelle technologische vooruitgang het aanzien van de oorlog grondig heeft veranderd en de wil om oorlog te voeren juist heeft afgezwakt.

De oorlogen van de twintigste eeuw waren een rechtstreekse voortzetting van de oorlogen die sinds de tweede helft van de zeventiende eeuw in Europa gevoerd waren. Oorlog werd zonder meer als een volstrekt legitiem instrument van de internationale politiek beschouwd. De verschillende Europese grootmachten hadden in de loop van eeuwen een enorme concentratie van militaire kracht opgebouwd.

De eerste WO kwam als een verrassing, maar de betrokken landen waren al een decennium bezig met zich te bewapenen op een gigantische schaal zoals nooit eerder in de geschiedenis vertoond was. Toen de oorlog effectief uitbrak was men ervan overtuigd dat het allemaal niet lang zou duren. Tot ver in de negentiende eeuw trokken ruziënde landen immers gewoon tegen elkaar ten strijde. Zelfs al sleepte het conflict gedurende jaren voort, het werd in een aantal min of meer beperkte veldslagen beslecht.

Maar de romantische ideeën over heldendaden in een heftige veldslag werden al spoedig hardhandig de kop ingedrukt. De oude, vertrouwde strategieën bleken door de moderne technologie niet meer te werken. De oorlog mondde uit in een langgerekte uitputtingsslag, en de overwinning was voor de partij die de grootste troepensterkte kon inzetten. Aan weerszijden waren miljoenen slachtoffers gevallen, zowel onder militairen als burgers.

Ook de Tweede Wereldoorlog liep, met een veel meer geavanceerde uitrusting, op een stellingenoorlog uit. Aan beide kanten werkte de militaire industrie op kruissnelheid technologische vernieuwingen uit en de getalsterkte van de betrokken legers was nog nooit zo groot geweest. Spitstechnologie maakte finaal korte metten met de oorlog. Op 6 augustus 1945 maakte de atoombom op Hiroshima minstens 75.000 slachtoffers in één klap.

Met de atoombom werden zowel de internationale verhoudingen als de oorlogvoering grondig door elkaar geschud. De uitwerking van twee verwoestende oorlogen had het martiale vuur van de belangrijkste Europese mogendheden gedoofd. De potentiële vernietigingskracht van kernwapens noodzaakte de supermachten tot een afschrikkingstrategie in plaats van oorlog. Tijdens de Koude Oorlog gingen ze gewoon door met de productie en verbetering van hun kernwapens.

Ze hielden ook niet op met de ontwikkeling en productie van conventionele wapens. Die werden ingezet en getest in verschillende conflicten die sinds 1945 werden uitgevochten tussen derde- of vierderangslanden. Decennium na decennium was iedere nieuwe generatie van wapensystemen veel krachtiger dan de vorige. De ontwikkeling ervan bracht de supermachten aan de rand van het bankroet. Maar anders dan ze verwacht hadden bleken die technologische finesses niet doorslaggevend bij de uitkomst van de oorlogen na 1950. Als er gewonnen werd was dat vooral te danken aan hun materiële overwicht.

Tegen de nieuwste uitdaging, de opstandige bewegingen en het terrorisme, hebben die legers met hun geavanceerde uitrusting helemaal het nakijken. Pogingen van geoefende strijdkrachten om guerrillastrijders en terroristen uit te schakelen zijn uitgelopen op een lange, bijna ononderbroken reeks mislukkingen. Tegen het soort dreigingen als de spectaculaire aanslagen van Al-Qaeda op het World Trade Center en het Pentagon hebben noch tanks, noch oorlogsschepen, noch gevechtsvliegtuigen, raketschilden of wat voor andere esoterische vormen van oorlogvoering ook, enig nut.

Dit boek is lang op de plank blijven staan. De vernietigingen en gruwelijkheden van een oorlog zijn niet meteen het meest aantrekkelijke onderwerp om over te lezen. Maar de lectuur is best meegevallen. Het was een leerrijke kennismaking met een wereld waarover ik zeer weinig afwist. Voor zover het onderwerp het toelaat beschrijft Martin van Creveld, een van de meest gereputeerde krijgshistorici ter wereld, de militaire ontwikkelingen en operaties in de twintigste eeuw op een serene manier. Hij onderwerpt het hele militaire gebeuren bovendien aan een zeer kritische blik.

De auteur hoedt zich voor al te veel vakjargon. Zelfs de passages met veel technische uitleg laten zich door de onderhoudende stijl vlot lezen.

@ Minervaria

Written by minervaria

24 januari 2012 at 16:51

Geplaatst in Geschiedenis, Politiek

Tagged with

Erger dan oorlog

leave a comment »

GOLDHAGEN, D.J., Erger dan oorlog. Volkerenmoord, eliminationisme en aanhoudende schending van de menselijkheid. (Vert. Worse than war. 2009) A’pen/A’dam, Manteau/De Bezige Bij, 2009, 719 pp. – ISBN 978 90 223 2418 9

Vanaf het begin van de twintigste eeuw is er geen moment geweest waarop niet ergens op de wereld volkeren het slachtoffer waren van massavernietiging. Voor zover we nu weten hebben die slachtingen tenminste 127 miljoen levens gekost. Daarbovenop hebben ze het leven en de toekomst van miljarden mensen grondig en blijvend verwoest. Dat is veel en veel meer dan het aantal militaire oorlogsslachtoffers. Toch krijgen massamoorden op het avondnieuws minder aandacht dan een huisbrandje en wordt er bedroevend weinig ondernomen om deze gruwel te voorkomen of te stoppen.

Deze laksheid wordt veroorzaakt door een verkeerd begrip van de krachten achter massavernietigingen. Al te vaak wordt massamoord beschouwd als een uit de hand gelopen situatie of een ongewenste manifestatie van de menselijke natuur. Als je alle massamoorden uit de 20e eeuw grondig bestudeert kom je echter tot andere conclusies, stelt Daniel Goldhagen. Massamoord is geen oncontroleerbaar gebeuren, maar een min of meer systematische manier waarop groepen, volkeren of staten zich ontdoen van groepen mensen die niet gewenst zijn.

In veel maatschappijen is men van oordeel dat bepaalde groepen schadelijk zijn voor het welzijn van de meerderheid of soms van een machtige minderheid. Zo groeit het verlangen om bepaalde bevolkingsgroepen te elimineren. Achter massamoord, massale verdrijvingen, enorme kampsystemen, uithongering en massaverkrachtingen zit een eliminatie-ideologie.

Vooroordelen, hatelijkheden en wraakzin kunnen lange tijd tamelijk onschuldig ondergronds smeulen, maar vervolgens snel uitlopen in gewelddadige en moorddadige handelingen. Alles wat daarvoor nodig is, zijn politieke leiders die gedreven zijn door een eliminatie-ideologie en de latent aanwezige eliminatieovertuigingen van mensen tot leven wekken. Zij zijn de hoofdrolspelers die het eliminatiebeleid bepalen en de massavernietigingen in gang zetten.

Leiders begaan deze misdaden immers niet zonder hulp van anderen. De uitvoering ervan wordt weliswaar slechts door een of een paar mensen in gang gezet, maar ze wordt gedragen door een groot deel van de bevolking, die er met genoegen aan meewerkt. Ieder lid van die samenleving dat niet nee zegt, draagt dus een zware persoonlijke verantwoordelijkheid. Binnen hetzelfde politieke en culturele klimaat vermoordt of martelt immers niet iedereen als de gelegenheid zich voordoet. Mensen maken die keuze op basis van hun visie op de samenleving.

Goldhagen toont overvloedig aan hoe breed gedragen eliminatieovertuigingen in de afgelopen eeuw konden leiden tot een ontmoedigende reeks wrede massaslachtingen. De concrete realisatie ervan kan variëren, de onderliggende motieven zijn gelijkaardig. Sommige groepen mensen worden ongewenst of schadelijk geacht en moeten daarom verdwijnen. Uit de wijze waarop deze gewelddadige uitbarstingen ophouden, leren we welke doorslaggevende rol politieke leiders spelen.

Hoe komen mensen op het idee dat leden van bepaalde groepen moeten uitgeschakeld worden? En waarom zijn daar in de afgelopen eeuw zoveel miljoenen mensen slachtoffer van geweest? Goldhagen betoogt dat eliminatiepolitiek in de hand gewerkt wordt door de wijze waarop de moderne politieke wereld is gestructureerd. Vooral in niet-democratische staten die aan natievorming doen, dromen politieke leiders, en met hen veel gewone burgers, over het radicaal veranderen van de maatschappij volgens een veelbelovend scenario.

De onderlinge afhankelijkheid van moderne staten en de toenemende democratisering heeft het gevaar op massale eliminatie over de gehele wereld misschien verminderd, maar op kleinere schaal bestaat het nog. De grootste actuele bedreiging gaat volgens hem uit van de politieke islam. Voor het moment is dit de enige hedendaagse politieke ideologie met mondiale ambities, die het gebruik van geweld predikt om het beleid, de maatschappij en de cultuur van andere landen te hervormen.

Het is de hoogste tijd dat de internationale gemeenschap de omvang van dit inhumane fenomeen onderkent en doeltreffende actie onderneemt. Hij toont aan hoe slecht de internationale instituties en het mondiale statenstelsel op dit moment toegerust zijn om een einde te maken aan massamoord en –eliminatie. De internationale arena kan bovendien moeilijk strikte en effectieve maatregelen treffen die gericht zijn op het bestrijden van massaslachtingen, en zeker niet op de vele verschijningsvormen van eliminatie. De organisatie van de Verenigde Naties en de internationale wetgeving maakt het voor staten zelfs mogelijk om een eliminatiebeleid uit te voeren.

Alleen een fundamentele verandering van de internationale instituties en de ingesteldheid van de deelnemende landen kan een einde maken aan uitroeiingsbeleid. Ondertussen hoeven we echter niet machteloos toe te zien. Hij ziet mogelijkheden in een internationaal offensief om meer landen te democratiseren en in de afschrikking van een rigoureus strafbeleid. Deze interventies kunnen de politieke en culturele grond wegmaaien onder de voeten van politieke leiders die eliminatiebeleid overwegen en hen verhinderen het daadwerkelijk uit te voeren. Voorts wijst hij op de verantwoordelijkheid van de media om correcte en volledige informatie te verspreiden.

Voor dit lijvige werk heeft Goldhagen met talloze slachtoffers en overlevenden van massaslachtingen gepraat en hun getuigenissen opgetekend. Hij heeft nagenoeg alle gevallen van massamoord in de afgelopen twintigste eeuw grondig bestudeerd, wat ook de politieke achtergronden, motieven en ideologische kleur van de daders waren. Daarom is het des te opvallender dat hij met geen woord rept over de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen door Israël, noch over de decennialange gijzeling in afgesloten gebieden zonder een reëel politiek en economisch perspectief. Hij kan natuurlijk aanvoeren dat het niet om massamoord gaat, maar het maakt wel deel uit van een eliminatiepolitiek, die zijn grond vindt in een zuiverheidsideologie.

Toch kan niemand dit beklijvende werk zonder meer naast zich neerleggen. Geen mens kan onberoerd blijven bij de schrijnende onmenselijkheden, gruwelijkheden en wreedheden die miljoenen mensen in de afgelopen eeuw moesten ondergaan. Het moet onze diepe verontwaardiging wekken. Deze feiten moeten ons tevens waarschuwen voor iedere politieke leider die de bevolking, op welke manier ook, probeert op te zetten tegen een andere bevolkingsgroep. Een openbaar betoog dat slachtoffergroepen vernedert en kleineert zet mensen immers aan tot haat en baant de weg voor potentiële eliminatieprogramma’s.

© Minervaria

Aansluitend:
Oproep om moslims te slachten zorgt voor ophef in Frankrijk
Duitse neonazi’s mogen van rechter vliegend tapijt gebruiken
Niet geld, maar diepe haat was drijfveer van Jodenjagers

Over dit thema schreef Abram de Swaan Compartimenten van vernietiging

Written by minervaria

4 oktober 2011 at 19:01

Geplaatst in Maatschappij, Politiek

Tagged with ,

Achter gesloten deuren

with 2 comments

REES, L., Achter gesloten deuren. De geheime afspraken tussen Stalin, de nazi’s en het Westen. (Vert. World War II: Behind Closed Doors) A’dam, Uitg. Ambo/Manteau, 2008, 427 pp. – ISBN 978 90 223 2292 5

Met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 eindigde de Tweede Wereldoorlog. Zo luidt de officiële versie. Het einde van de oorlog betekende echter niet de bevrijding van alle landen die hadden geleden onder de bezetting door de nazi’s. In de zomer van 1945 wisselden de bevolkingen van Polen, de Baltische staten en een aantal andere Oost-Europese landen eenvoudig de ene tiran in voor de andere. Voor miljoenen mensen eindigde de Tweede Wereldoorlog pas twintig jaar geleden met de val van het communisme.

Anders dan wij leerden, werd het lot van de Oost-Europese volken echter al tijdens de oorlog beslecht. In dit omvangrijke boek vraagt de Britse historicus Laurence Rees zich af hoe dit onrecht mogelijk is geweest. Is het niet paradoxaal dat Groot-Brittannië, dat Duitsland de oorlog verklaarde na de inval in Polen, het lot van dit land zonder tegenstand van betekenis overliet aan de willekeur van de Sovjet-Unie? Welk aandeel had het Westen in de verdeling van Europa naar invloedssferen? Churchill en Roosevelt waren immers door de wol geverfde politici en wisten vanaf het begin zeer goed wat voor soort regime het stalinisme was. Wat was hun rol in het verloop van de gebeurtenissen tijdens en na de Tweede wereldoorlog?

Het verhaal van Rees start bij het Molotov-Ribbentroppact op 24 augustus 1939 tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. Uit platte pragmatische overwegingen sloten toen twee aartsvijanden, die elkaar grondig haatten, een voor de buitenwereld onbegrijpelijk pact. In ruil voor de toezegging elkaar met rust te laten verdeelden Duitsland en de Sovjet-Unie de heerschappij over Europa. Maar zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Beide partijen hielden zich niet aan hun belofte en de Sovjet-Unie belandde in het kamp van de geallieerden.

De deelname van de Sovjet-Unie aan de oorlog bracht echter morele en politieke complicaties met zich mee. Die konden de Westerse geallieerden zich in hun strijd tegen Hitler evenwel niet veroorloven. Er stonden immers enorme geopolitieke belangen op het spel. Churchill en Roosevelt wisten zeer goed met welk soort regime ze te maken hadden. Maar ze wilden de oorlog winnen op een manier die henzelf en hun eigen landen zo weinig mogelijk zou kosten. Ze voelden zich dus genoodzaakt om achter de schermen enorme politieke concessies te doen.

De spilfiguur in het boek van Rees is Jozef Stalin. Zijn verstandhouding met Churchill en Roosevelt slingerde tijdens de Tweede Wereldoorlog heen en weer op de maat van zijn kille berekeningen. De persoonlijkheden van de leiders drukten een zware stempel op het verloop van de acties en contacten. Churchill en Roosevelt hadden enorme ego’s en waren ieder op hun eigen manier overtuigd dat ze Stalin wel in de hand konden houden. Ze negeerden echter al te vaak de mening en raad van hun functionarissen, die een veel betere kijk hadden op de persoon en de bedoelingen van de realistische Stalin.

Bijzonder interessant zijn de nabeschouwingen. Daarin vraagt Rees zich af of er alternatieven waren voor de Westerse geallieerde leiders. Hadden ze de Sovjetheerschappij over Oost-Europa kunnen voorkomen, en daarmee de wrede onderdrukking van miljoenen mensen? Met de kennis die we nu hebben over de afloop van de oorlog zijn veel toenmalige gebeurtenissen en situaties onaanvaardbaar. Maar binnen de krappe speelruimte waarover ze beschikten hadden ze zich in ieder geval rechtlijniger en eerlijker moeten opstellen, oordeelt Rees.

De Tweede wereldoorlog werd ons altijd voorgesteld als een ‘morele’ oorlog, een moderne kruistocht tegen het kwaad. Maar uit alle gegevens waarover we nu beschikken moeten we besluiten dat deze oorlog overwegend werd gevoerd op basis van keiharde pragmatische overwegingen. De ontluisterende waarheid is dat de Tweede Wereldoorlog een conventioneel machtsconflict was over traditioneel, ouderwets eigenbelang. Morele principes of ideologie waren daarbij van ondergeschikt belang. De ene oorlog is natuurlijk de andere niet, maar dit lijkt mij voor nagenoeg alle oorlogen het geval.

Voor zijn onderzoek reisde Rees door de voormalige Sovjet-Unie en de door haar overheerste landen van Oost-Europa. Hij raadpleegde de documenten die pas na de perestrojka in Rusland openbaar gemaakt werden en spoorde mensen op die deze moeilijke jaren hadden overleefd. Zo is zijn boek niet alleen een weergave van de mentaliteit en overtuigingen van de politieke elite, maar laat het ook de schrijnende menselijke gevolgen zien van de beslissingen die Stalin en de westerse geallieerden achter gesloten deuren namen.

Dit indrukwekkende werk spoort ons aan om alle oorlogsretoriek, van eender welke politicus, zeer kritisch te blijven onthalen. Het boek leest als een roman en is ook voor een leek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog perfect te volgen.

© Minervaria

Written by minervaria

19 oktober 2010 at 12:10

Geplaatst in Geschiedenis, Politiek

Tagged with

Troostmeisjes

leave a comment »

ARS, B., Troostmeisjes. Verkrachting in naam van de keizer. A’dam/A’pen, Uitg. De Arbeiderspers, 2000, 319 pp. – ISBN 90 295 00247

‘Ik voelde mij een levende dode’, jammert de Koreaanse Yi Yôngsuk in het boek van Brigitte Ars.

Het verhaal van de militaire troostmeisjes in het Japanse leger is het wreedste geval van schending van vrouwenrechten in de twintigste eeuw. In de vijftienjarige oorlog, die begon met de invasie van Mantsjoerije in 1931 en eindigde met de overgave aan de geallieerden in 1945, werden naar schatting tussen de 200.000 en 400.000 Koreaanse, Indonesische, Nederlandse, Chinese, Filippijnse en andere vrouwen systematisch verkracht en misbruikt in dienst van de soldaten van het Japanse leger. Door dit meedogenloze en door en door racistisch en seksistisch systeem werden vooral arme meisjes getroffen.

Door de Japanners werden ze ‘troostmeisjes’ genoemd, een wreed eufemisme voor een rauwe werkelijkheid. Omschrijvingen als ‘gedwongen militaire sekswerksters’ of ‘militaire dwangprostituees of seksslavinnen’ zouden veel correcter zijn. De vrouwen waren immers slachtoffer van een systematische, collectieve en geïnstitutionaliseerde verkrachting door Japanse soldaten en van een omvangrijke handel in vrouwen. In Japan bestond al eeuwenlang een gereguleerd prostitutiesysteem dat een sfeer had gecreëerd waarin mannen het als een recht beschouwden vrouwen voor hun seksueel plezier te gebruiken. Het fenomeen van de troostmeisjes lag in feite in het verlengde daarvan.

Lange tijd bleef het systeem van de troostmeisjes een van de grootste geheimen van de Tweede Wereldoorlog. Pas na vijftig jaar van massale en collectieve zwijgzaamheid kwam het verhaal stukje bij beetje naar buiten, eerst in Korea, daarna in andere Aziatische landen en in Nederland. De schaamte van de vrouwen was zo groot dat ze bleven zwijgen, zelfs toen ze niets meer te verliezen hadden. Het lijkt bijna een wonder dat een van de grootste tragedies in de geschiedenis nog net werd ontdekt voordat de getuigen hun relaas mee het graf in zouden nemen.

In dit boek vertelt Brigitte Ars, die als journaliste zes jaar in Maleisië heeft gewerkt, hun verhaal. Ze heeft met talrijke vrouwen gesproken en hun strijd voor erkenning van nabij gevolgd. Het verdriet zit heel diep. Veel vrouwen vechten nog iedere dag met de lichamelijke en vooral psychische gevolgen van de onmenselijke en mensonterende omstandigheden waarin ze moesten leven en werken. De getuigenissen van de vrouwen geven weer wat in geen enkel officieel document terug te vinden is.

Een van de belangrijkste redenen om dit systeem uit de grond te stampen was het voorkomen van massale verkrachtingen onder de bevolking van de overwonnen landen. Men wilde bovendien het moreel onder de militairen hoog houden. Hongerende en arme meisjes uit landen als Korea, China en de Filippijnen werden aanvankelijk onder valse voorwendselen geronseld en later met geweld ontvoerd en verkracht. Ze werden vervolgens ondergebracht in trooststations of ‘troostfaciliteiten’ zoals de Japanse legerleiding ze noemde. Door de Verenigde naties worden ze onverbloemd ‘verkrachtingskampen’ genoemd. Daar leefden de meisjes een troosteloos leven en werden ze door de Japanse soldaten en officieren vaak op gruwelijke wijze mishandeld en gemarteld.

Voor velen ging na afloop van de oorlog de ene nachtmerrie over in de andere. Slechts 30% van de meisjes zou de kampen overleefd hebben. Voor de overblijvenden was er geen opvang, geen Rode Kruis, geen medische hulp. Ze bestonden eenvoudig niet en werden aan hun lot overgelaten. Ook de geallieerden negeerden of mimaliseerden het probleem. In de door mannen gedomineerde geschiedschrijving en oorlogsjournalistiek had het verhaal van de vrouw immers geen nieuwswaarde. Pas toen ook Nederlandse vrouwen hun droevige geschiedenis openbaar maakten kon het probleem op internationale belangstelling rekenen.

Maar de overlevende vrouwen bleven moedig hun rechten opeisen. Hun strijd heeft zich uitgebreid van een klein groepje tot een internationale vrouwenbeweging. Die heeft, nu de meeste troostmeisjes zijn overleden, ervoor gezorgd dat seksueel geweld in oorlogen eindelijk op de agenda staat. Dankzij studies naar het systeem van dwangprostitutie wordt nu wereldwijd onderzoek gedaan naar soortgelijke systemen en gezocht naar wetgeving om ze in de toekomst te voorkomen. Onder invloed van de troostmeisjesbeweging staan verkrachting, seksslavernij en gedwongen prostitutie nu duidelijk omschreven als oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Behalve aan het verhaal van de dwangprostitutie besteedt Brigitte Ars ook aandacht aan de achtergronden en de functie van verkrachting en seksueel geweld in oorlogstijd. En niet alleen Japan maar ook Duitsland maakte zich massaal schuldig aan seksuele terreur. Net als Japan speelde de Duitse staat tijdens de Tweede Wereldoorlog de rol van pooier. Over deze verborgen geschiedenis kan ook nu nog niet gesproken worden. Minachting voor vrouwen maakt heel vaak deel uit van een ideologie van het superieure ras. In de recente conflicten in voormalig Joegoslavië en Rwanda is dit ook duidelijk gebleken.

Dit boek vol diepe ellende stemt je niet bepaald vrolijk. Het vertelt een indroevig verhaal, maar het is een must voor al wie met het lot van vrouwen begaan is. Ik heb het met stijgende verontwaardiging gelezen. Want het is geen verleden tijd, het gebeurt nog steeds. Telkens weer zie je dat vrouwen in een oorlog als wapen worden gebruikt en als vanzelfsprekend worden mishandeld. In talloze arme landen bloeien vrouwenhandel en seksindustrie weelderig en maken ze gigantische winsten.

Het werk is goed gedocumenteerd en bevat een uitgebreide notenlijst. Brigitte Ars schrijft met grote betrokkenheid en respect voor de vrouwen, zonder enige sentimentaliteit. De bijzonder vlot geschreven tekst – bijna té vlot voor een dergelijk onderwerp – laat zich zeer gemakkelijk lezen.

© Minervaria

Written by minervaria

19 juli 2009 at 12:21

Geplaatst in Geschiedenis, Maatschappij

Tagged with ,

De grote beschavingsoorlog

leave a comment »

FISK, R., De grote beschavingsoorlog. De verovering van het Midden-Oosten. (Vert. The Great War for Civilisation) A’dam, Ambo/Anthos, 2006 (3e dr.), 1437 pp. – ISBN 90 8549 001 4

Alle oorlogen worden uitgevochten in naam van de beschaving. Ze hebben grootse doelen: tegen de internationale terreur, tegen het Kwaad, om het land te zuiveren van terrorisme, voor een nieuwe wereldorde. Maar wie in de oorlog zit merkt bedroevend weinig van beschaving. Oorlog is een diep vat vol ellende. Oorlog gaat niet in de eerste plaats over winnen en verliezen, maar over lijden en dood. Oorlog is, aldus Robert Fisk, het ultieme falen van de menselijke geest. Oorlog is de arrogantie van de macht.

Dit is de hoofdteneur van het imposante werk van Robert Fisk. Als Midden-Oostencorrespondent voor de Britse krant The Independent is hij gedurende meer dan 30 jaar getuige geweest van de talrijke gruwelijke oorlogen in de recente geschiedenis van het Midden-Oosten.

In De grote beschavingsoorlog kijkt hij terug op deze woelige periode, en probeert hij een samenhang te vinden in al de gebeurtenissen en herinneringen uit de tijd waarin hij het te druk had met in leven te blijven. Volgens Fisk vloeit de tragische recente geschiedenis van het Midden-Oosten voort uit de verdragen die tussen de toenmalige machthebbers werden gesloten na de Eerste Wereldoorlog, die de Grote Beschavingsoorlog werd genoemd. Hun ambities hebben geleid tot het trekken van kunstmatige grenzen en staten, waardoor hele volkeren werden uiteen getrokken en kapot gemaakt. Dit leidde weer tot de talrijke conflicten en oorlogen van de afgelopen en huidige eeuw in dat gebied. De hele moderne geschiedenis van het Midden-Oosten berust op een opeenstapeling van historisch onrecht en historische vergissingen van de laatste eeuw. En als men dit inziet, dan krijgt men een verklaring voor het feit dat zoveel Arabieren het Westen zijn gaan haten.

Het boek van Robert Fisk is een levendig, dramatisch, ontnuchterend, persoonlijk en vaak ontroerend verslag van een correspondent in een gebied dat al decennialang door oorlog wordt geteisterd. Hij heeft deze gebeurtenissen van zeer dichtbij meegemaakt, van de Russische bezetting in Afghanistan tot en met de Amerikaanse bezetting van Irak. Hij verschaft geen strikt historische analyse van de gebeurtenissen, maar legt heel veel feiten en verbanden bloot die ons door de westerse pers nooit werden verschaft. Hij was getuige van het vele onrecht en de verschrikkelijke ellende van miljoenen mensen in het Midden-Oosten die onschuldig lijden onder list, bedrog, verraad en hypocrisie van de machthebbers van verschillende pluimage.

Fisk steekt zijn verontwaardiging over deze gruwelijkheden, gewelddadigheden en onrechtvaardigheden niet onder stoelen of banken. Zijn boek is een aanklacht tegen en afrekening met leugenachtige journalistiek die de taal van de machthebbers kritiekloos overneemt. Het is het schokkende relaas van een moedige en integere journalist die altijd op zoek was naar de waarheid en die tot op de bodem wilde uitspitten. Want als wij dat niet doen, zo zegt hij zelf, “dan dragen wij bij aan precies die vooroordelen die er juist voor zorgen dat er oorlogen ontstaan.” (p. 370)

Het lezen van dit boek heeft behoorlijk wat tijd gevraagd. Het is een dikke turf, bovendien in kleine druk gezet. Het verhaal is weliswaar vlot en meeslepend geschreven, maar het is vaak moeilijk om in dit uitgebreide relaas met de vele details door de bomen het bos nog te zien.

Bij het lezen over zoveel ellende overviel mij bovendien geregeld een zeer droevig gevoel van machteloosheid. Maar het was de moeite meer dan waard, omwille van de herkenning, het medeleven en de nieuwe inzichten.

© Minervaria

Written by minervaria

22 september 2007 at 16:22

Geplaatst in Geschiedenis, Politiek

Tagged with