Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Posts Tagged ‘Dieren

In het heetst van de strijd

leave a comment »

BennemanMBENNEMAN, M., In het heetst van de strijd. Moord en doodslag in het dierenrijk. (Vert. Im Fadenkreuz des Schützenfischs. Die raffiniertesten Morde im Tierreich, 2008) A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2009, 286 pp. – ISBN 978 90 351 3426 3

Weet u hoe onze schattige eekhoorn afwisseling brengt in zijn nootjesdieet? Hebt u enig idee van de geraffineerde manier waarop de sympathieke dolfijn een school haringen verschalkt of de koddige zeeotter zijn kostje bijeenscharrelt? We laten ons graag vertederen door de natuur en haar beeldige bewoners, maar de realiteit is vaak heel wat minder aandoenlijk. Dieren hebben er geen moeite mee om andere dieren op sluwe en wrede manier om zeep te helpen. Het codewoord in de natuur is overleven, eten of gegeten worden.

Om buit te maken of te winnen in de strijd om sekspartners hebben sommige diersoorten ingenieuze methodes ontwikkeld. Ze verrassen de prooi in zijn eigen onderkomen, doen zich voor als een begeerlijke sekspartner, schieten met scherp of vormen regelrechte doodseskaders. Zij gaan zo weloverwogen en met zo’n koel berekende opzet te werk, dat men onwillekeurig aan moord met voorbedachten rade denkt. De geslepen manieren waarop ze hun prooien lokken, aanvallen en doden vertonen een verrassende gelijkenis met de wereld van de menselijke criminaliteit.

Bioloog, duiker, natuurfotograaf en journalist Markus Benneman leidt ons rond in de wondere wereld van de vreemdste dieren en hun jachtmethodes. Het listige raffinement waarmee vertrouwde en minder bekende diersoorten erin slagen andere dieren een kopje kleiner te maken, wordt zó levensecht beschreven dat het lijkt alsof je er zelf bij bent. Dit boek bevat niet alleen een boeiende en leerzame verzameling kortverhalen over leven en overleven in de natuur, het laat zich bovendien lezen als een thriller.

© Minervaria

Written by minervaria

9 februari 2013 at 19:12

Geplaatst in Biologie

Tagged with

Het gelijk van de dieren, het geluk van de mensen

with 2 comments

THIEME, M., Het gelijk van de dieren, het geluk van de mensen. A’dam, Cossee, 2009, 94 pp. – ISBN 978 90 5936 236 9

Opgeblazen kalkoenen die niet langer kunnen lopen, kippen die zo snel groeien dat hun botten breken, kalveren die hun eerste en tevens laatste levensweken nagenoeg onbeweeglijk in een nauwe kooi slijten, varkens die onverdoofd gecastreerd worden. We weten het onderhand allemaal, we zijn verontwaardigd en toch blijven we vlees eten.
Waarom denken wij ons alles met en jegens dieren te kunnen veroorloven? Wat levert ons dat op?

Nooit in de geschiedenis zijn dieren op zo grote schaal misbruikt als vandaag het geval is, zegt Marianne Thieme, voorzitster van de Nederlandse Partij voor de Dieren. Alleen al in Nederland sterven per jaar honderden miljoenen dieren in de bio-industrie na een kort en ellendig leven. De rechtvaardiging van dat groteske misbruik steunt niet op redelijke argumenten maar uitsluitend op emoties. Die gaan ten koste van mededogen, duurzaamheid en langetermijndenken. Vooral hebzucht is de oorzaak van de verschillende crises waarmee de wereld de afgelopen decennia werd geconfronteerd.

In dit heldere essay maakt Thieme duidelijk dat de intensieve veehouderij daar een zeer belangrijk aandeel in heeft. De bio-industrie is uitgegroeid tot een kweekvijver van problemen op het gebied van milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en biodiversiteit.
De maatschappelijke kosten zijn enorm. Ze worden voor een deel verhaald op de proefdieren. Die moeten bijdragen tot de genezing van ziekten die het gevolg zijn van onze ongezonde leefstijl. Bovendien betalen wij er allemaal voor, want ze worden gesubsidieerd uit gemeenschapsgeld.

Een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen door de intensieve veehouderij en een vermindering van de vleesconsumptie in de wereld vormen de grote uitdagingen voor het klimaatbeleid, stelt Thieme. Een betere wereld voor dieren zal ook een betere wereld voor mensen opleveren.
Daarmee maken we niet alleen een pragmatische keuze voor welbegrepen eigenbelang maar kiezen we ook voor een ethiek van mededogen met andere levende wezens. Daarvoor is een mentaliteitsverandering nodig in de richting van duurzaamheid en mededogen.

Zelfs als de samenleving nog niet zover is, kunnen we deze keuze reeds als individu maken en minder vlees eten. Thieme neemt dan ook de ‘Besparingstabel minder vlees’ op zoals berekend door het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit Amsterdam (onderaan opgenomen).

Wie van een voorvechter van milieu en dieren een hoogdravend en zweverig sentimenteel verhaal verwacht komt bedrogen uit. Ik was aangenaam getroffen door de heldere en nuchtere stijl van dit essay, dat zeer degelijk en rationeel onderbouwd is.

Dit dunne boekje is een absolute stellingname tegen het lijden van dieren voor menselijk gewin of plezier. Het is zeer toegankelijk geschreven en laat zich derhalve zeer vlot lezen.
Warm aanbevolen!

© Minervaria

Lees ook: NUSSBAUM, M., Een waardig bestaan. Over dierenrechten.

Weetje: Koeien hebben gemiddeld 7,7 kg voedsel nodig om 1 kg eiwit (vlees) te maken. Varkens hebben 6,3 kg, kippen 3,6 kg en krekels gemiddeld 1,7 kg voedsel nodig om 1 kg eiwit te maken.

Deze koe kost u zes maanden van uw leven

Written by minervaria

28 februari 2011 at 22:14

Een waardig bestaan

leave a comment »

NUSSBAUM, M., Een waardig bestaan. Over dierenrechten. (Vert. Compassion and Humanity) A’dam, Ambo, 2007, 135 pp. – ISBN 90 263 2068 2

Legbatterijen, kippen met geknotte snavel, slachtafval in het voer van konijnen en runderen, opeen gepakte schapen op transport, kalveren die onmiddellijk na de geboorte van hun moeder worden weggehaald om vetgemest te worden, kleurstoffen in het voedsel van vis omwille van het roze kleurtje. Kan dat allemaal wel?

In juni 2000 deed het hooggerechtshof van Kerala (India) een gedenkwaardige uitspraak over circusdieren: “Hoewel ze niet behoren tot de soort homo sapiens, zijn zij ook wezens met recht op een waardig bestaan en een humane behandeling, zonder wreedheid en marteling. (…) Daarom is het niet alleen onze fundamentele plicht om onze dierlijke vrienden medelijden te betonen, maar ook om hun rechten te erkennen en te beschermen. (…) Als mensen recht hebben op grondrechten, waarom dieren dan niet?”

Volgens Martha Nussbaum is het niet meer dan redelijk dat mensen rechtvaardige betrekkingen onderhouden met dieren. Met hen delen mensen immers de wereld en zijn schaarse hulpbronnen. We hebben veel gemeen met dieren, hoewel we in veel opzichten ook van hen verschillen. In de meeste gevallen is er echter vooral strijd om te overleven en machtsmisbruik.

Het recht op een waardig bestaan vormt de kern van de vermogensbenadering in de ethiek. Tot nu toe heeft deze benadering zich beperkt tot rechtvaardigheidskwesties bij en tussen mensen, maar volgens Nussbaum is er geen enkele goede reden om ze niet uit te breiden tot over de soortgrens, dus tot de niet-menselijke dieren. Ze neemt nadrukkelijk afstand van de stoïcijnse en joods-christelijke traditie die een zeer duidelijk onderscheid maken tussen mensen en de rest van de natuur. Met dit boekje wil ze daarvoor een adequate theoretische benadering leveren.

De vermogensbenadering of capabilities approach is een vorm van politiek liberalisme. Dit gaat uit van het idee dat mensen de kans zouden moeten krijgen om zich op hun eigen wijze te ontplooien zolang ze anderen geen kwaad doen. De vermogensbenadering benadrukt daarin de notie van respect en gelijke menselijke waardigheid en een waardig leven. Rechtvaardigheid heeft te maken met de kansen die mensen krijgen om hun vermogens te ontplooien.

Nussbaum wil een theoretische basis leggen voor een vermogensbenadering die ook voor dieren geldt. Die vertrekt vanuit een ethische bewondering voor elke vorm van leven. We leven in een wereld met vele verschillende soorten dieren die er allemaal naar streven om hun leven te leiden, ieder met zijn eigen waardigheid. Het is dus niet meer dan rechtvaardig dat al die wezens de kans krijgen om te blijven bestaan en zich ten volle te ontplooien als datgene wat ze zijn.

De vermogensbenadering gaat daarmee verder dan de gangbare rechtvaardigheidstheorieën. De invloedrijke sociaal contracttheorie (Kant en Rawls) veronderstelt een overeenkomst tussen gelijke redelijke partners. Dit uitgangspunt vormt al een probleem voor mensen met beperkte vermogens, en dus zeker voor dieren. Het utilitarisme (Bentham en Mill, en Peter Singer) biedt wel een uitweg in het doel van meer welzijn voor iedereen, maar daar worden verscheidenheid en individualiteit niet in rekening gebracht.

Nussbaum zoekt dus naar een basis voor een uitgebreide vermogensbenadering. Het algemene doel zou volgens haar moeten zijn “dat geen enkel dier dat over bewustzijn en gevoel beschikt dient te worden beroofd van de kans op een florerend leven, en leven in het soort waardigheid dat relevant is voor zijn species, en dat alle dieren die over een zekere mate van bewustzijn beschikken bepaalde positieve kansen dienen te krijgen om te floreren.” (p. 42)

Om zo’n wereld echt waar te maken is het nodig een beperkte verzameling politieke principes na te streven die zijn gericht op bescherming en het bevorderen van de zelfredzaamheid van dieren. Om ons een idee te vormen van waardigheid voor een bepaalde diersoort kunnen we om te beginnen beroep doen op de meevoelende verbeeldingskracht. In een zorgvuldig opgebouwd betoog bespreekt Nussbaum verder een aantal belangrijke kwesties voor de realisatie van een rechtvaardige behandeling van dieren. Ze pleit voor een respectvol en intelligent paternalisme en formuleert voorzichtige en doordachte antwoorden op vragen als:

– Welke verplichtingen hebben mensen tegenover dieren?

– Tellen de belangen van dieren even zwaar als die van mensen?

– Wanneer en onder welke voorwaarden is het doden van dieren (g)een kwaad?

Nussbaum geeft eerlijk toe dat de vermogensbenadering geen complete rechtvaardigheidstheorie is, en dat ze voor een aantal problemen nog geen oplossing ziet, bijvoorbeeld het gebruik van proefdieren in dienst van de menselijke gezondheid of de relaties tussen dieren onder elkaar (bv. roof- en prooidieren). De vraag is volgens mij of een rechtvaardigheidstheorie door mensen gewild en uitgewerkt ook moet gelden binnen de dierenwereld en dus aan dieren moet worden opgelegd.

Dit boek biedt niet alleen een uitwerking van een ethische theorie over dierenrechten, maar tevens een zeer inzichtelijke kennismaking met de vermogensbenadering zelf.

Het betoog van Nussbaum is zeer goed te volgen, want ze schrijft, in tegenstelling tot andere moderne filosofen als Rawls en Amartya Sen, in een eenvoudige en toegankelijke stijl. Het is tevens een schoolvoorbeeld van de systematische uitwerking van een filosofisch probleem.

© Minervaria

Written by minervaria

20 september 2008 at 12:40

Geplaatst in Ethiek, Filosofie

Tagged with

Denken als de dieren

leave a comment »

GRANDIN, T. & C. JOHNSON, Denken als de dieren. De visie van een autistische wetenschapster op het gedrag van dieren. (Vert. Animals in Translation) Utrecht, Bruna, 2005, 348 pp. – ISBN 90 229 8785 X

Temple Grandin is doctor in de zoölogie en autistisch. Menselijke emotie en interactie zijn voor haar moeilijk te begrijpen, maar ze lijkt wel het gedrag van dieren intuïtief te begrijpen. Dit boek is het resultaat van de 40 jaren die ze met en voor dieren heeft gewerkt.

Volgens haar zijn er heel wat parallellen tussen autistische mensen en dieren. Ze zijn beiden vooral detailwaarnemers, gericht op verschillen en ze denken in beelden. Niet-autistische (‘normale’) mensen daarentegen zoeken vooral gelijkenissen, generaliseren en verbaliseren. Normale mensen zien en horen schema’s, autistische mensen en dieren krijgen de ruwe zintuiglijke informatie. Vanuit die parallellen meent Temple Grandin dat zij het gedrag van dieren veel beter kan begrijpen omdat zij zich kan verplaatsen in het perspectief van het dier, en ervaren wat het dier ervaart.

Grandin wijt deze verschillen resp. gelijkenissen aan de werking van de prefrontale cortex, waardoor wij de informatie filteren en selecteren en inpassen in een groter geheel. Bij autistische mensen blijkt die prefrontale cortex niet optimaal te werken, bij dieren is ze afwezig of veel minder ontwikkeld. Deze stelling wordt door haar onderbouwd met resultaten uit onderzoek in verscheidene disciplines als de neurologie, de zoölogie, de ethologie, de evolutietheorie.

In het boek komen uitgebreid verschillende onderwerpen aan de orde. Zij verdedigt met verve en zeer degelijk onderbouwd haar stelling dat dieren gevoelens hebben en denken, zelfs in bepaalde opzichten blijk geven van genialiteit. Dieren zijn volgens haar te vergelijken met autistische savants.

Al heb ik bedenkingen over bepaalde stellingen, toch is het een zeer leerrijk boek. Het bevat een schat aan informatie over de psyche van dieren én mensen, over agressie en angst, pijn en lijden, waarneming en cognitie (o.a. taal). Je zou het boek kunnen beschouwen als een soort naslagwerk over hogervermelde thema’s. Vaak benadert Grandin een probleem van een heel originele kant, waardoor je er meteen een ander zicht op krijgt.

Omdat autistische mensen vaak sociaal onhandig zijn, wordt hen vaak – ten onrechte – afstandelijkheid en ongevoeligheid toegeschreven. Temple Grandin levert hier het bewijs van het tegendeel: zij is een fervente pleitbezorgster van het dierenwelzijn, maar ook van een positieve benadering van mensen op basis van hun mogelijkheden en niet op grond van hun beperkingen.

Het werk besluit met een omvangrijke gids voor het begrijpen en aanpakken van problemen bij gedrag en training van dieren. Er is een uitgebreide notenlijst en dito bibliografie.

Het is een origineel en persoonlijk boek, dat bovendien vlot geschreven is en in een begrijpelijke taal. Er komt nogal wat herhaling in voor, maar dat heeft voor- en nadelen. Ik vond dit niet hinderlijk.

Verwante lectuur: Natuurlijke intelligentie

© Minervaria

Written by minervaria

22 november 2006 at 21:31

Geplaatst in Biologie, Psychologie

Tagged with

Natuurlijke intelligentie

leave a comment »

van de GRIND, W., Natuurlijke intelligentie. Over denken, intelligentie en bewustzijn van mensen en van andere dieren. A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2004 (2e dr.), 347 pp. – ISBN 90 5712 186 7

Honden- of paardenliefhebbers kunnen je eindeloos vertellen hoe verstandig en gevoelig hun viervoeter wel is. Maar is dat wel zo? Kan een hond denken? Kan een paard bang zijn? Kan een kat verliefd zijn? Kunnen vissen pijn lijden, kunnen apen een taal leren, hebben dolfijnen sociale gevoelens? Zijn dieren intelligent of leren ze die vaardigheden enkel door middel van niet-bewuste conditioneringsprocessen? Hebben dieren gevoelens of reageren ze alleen reflexmatig op prikkels?

Hierover zijn de meningen verdeeld. Aan de ene kant staan diegenen die alleen aan de mens een ‘geest’ toekennen, aan de andere kant diegenen die ook dieren met ‘geest’ willen bedelen. Het gaat hier niet zomaar om een theoretische kwestie, want die visie is ook relevant voor de wijze waarop er met dieren wordt omgegaan.

Volgens van de Grind kan deze kwestie alleen worden beantwoord als je psychische verschijnselen op natuurwetenschappelijke wijze bestudeert. Want dergelijke vragen roepen tegenvragen op: wat bedoel je met pijn lijden, wat is een taal leren, wat versta je onder intelligentie? Zijn studie beweegt zich dus op de grens tussen psychologie en natuurwetenschap: de cognitieve neurowetenschap. En ze gaat niet alleen over intelligentie, maar ook over denken, gevoelens en bewustzijn bij dieren en mensen.

Prof. dr. ir. Wim van de Grind is emeritus hoogleraar Vergelijkende Fysiologie aan de Universiteit Utrecht. De vergelijkende fysiologie bestudeert het leven en de levensprocessen in evolutionaire context en interesseert zich voor alle dieren, inclusief mensen. Deze discipline kan ons zeer veel leren over universele psychische verschijnselen. Bijdragen uit dit gebied vormen dan ook het zwaartepunt van dit boek.

Volgens van de Grind kunnen alle problemen betreffende cognitie en emoties in principe aangepakt worden met de normale methoden van de natuurwetenschappen. Hij doet dus beroep op wetenschappen als biologie, de evolutietheorie, de ethologie en de neurowetenschappen om meer inzicht te verkrijgen in de aard van psychische verschijnselen bij mensen en dieren. Maar dit zijn niet de enige invalshoeken die hij hanteert. Ook de filosofie, psychologie, theorievorming over kunstmatige intelligentie en robotologie kunnen ons iets vertellen over hoe psychische verschijnselen in elkaar zitten.

Binnen deze algemene vraagstelling pakt van de Grind op een systematische en strikt wetenschappelijke wijze verschillende thema’s aan: denken en intelligentie, waarneming, gevoelens en emotie en tenslotte bewustzijn. Het is nagenoeg onmogelijk om de veelheid aan inzichten in dit boek samen te vatten. Het is ongelooflijk rijk, zowel inhoudelijk als methodisch. De auteur neemt nooit genoegen met een algemene vraagstelling, maar formuleert die steeds opnieuw zo dat ze voor natuurwetenschappelijk onderzoek in aanmerking komt. Voor de houdbaarheid van een theorie is wetenschappelijkheid voor hem immers de toetssteen. In een afzonderlijke paragraaf licht hij daarom op inzichtelijke wijze toe wat wetenschappelijke kennis is, en verheldert hij het onderscheid met subjectieve kennis (zoals geloof). Hier maakt hij ook een zijsprongetje naar de controverse tussen evolutietheorie en creationisme.

Voor zijn stellingnames baseert van de Grind zich vooral op de studie van de waarneming, omdat via deze weg fysische prikkels omgezet worden in betekenisvolle waarnemingen die aanzetten tot betekenisvol gedrag. Betekenisgeving is immers een zeer krachtige indicator voor een psychisme, ook en zelfs wanneer het gaat om eenvoudig toenaderings- en vermijdingsgedrag. Waarom immers zouden dieren bepaalde prikkels opzoeken resp. vermijden als ze geen aanleiding gaven tot (on)aangename gewaarwordingen?

Aangezien gedrag slechts betekenis krijgt binnen een specifieke context, moeten we het psychisme van dieren dan ook relateren aan deze context. Het waarnemings- en denkvermogen van dieren is immers afgestemd op hun eigen wijze van leven in hun eigen habitat. Willen we dus de vraagstelling naar het psychisme van dieren kunnen beantwoorden, dan moeten we diersoortonafhankelijke criteria kunnen hanteren. Dit gebeurt dit door de ecologische fysica, waarin de studie van de waarneming een belangrijke plaats inneemt. Van de Grind beperkt zich hierbij tot de visuele waarneming, omdat deze het meest nauwkeurig is bestudeerd.

Op strikt wetenschappelijke wijze betoogt van de Grind welke hypothesen uit filosofie, psychologie, kunstmatige intelligentie en robotologie vanuit de natuurwetenschappelijke studie al dan niet houdbaar zijn. Op systematische en nauwkeurige wijze toont hij aan hoe uit een diepgaande studie van de neurologische en fysiologische aspecten van de waarneming conclusies te trekken vallen over zeer verscheidene psychische verschijnselen als cognitie, gevoelens en bewustzijn. Een belangrijke conclusie lijkt te zijn dat de extreme standpunten van de computationele richting in de psychologie en kunstmatige intelligentie, alsook bepaalde filosofische visies zoals die van D. Dennett, onhoudbaar zijn, omdat zij geen rekening houden met het feit dat dieren en mensen dynamische organismen zijn.

Het boek is oorspronkelijk opgezet als studieboek bij een multidisciplinaire cursus aan de Universiteit Utrecht, waar biologiestudenten enige filosofische grondslagen leren en studenten cognitieve kunstmatige intelligentie enige biologische grondslagen.
Toch is het best leesbaar. Bepaalde onderdelen vond ik zeer boeiend geschreven, zowel naar inhoud als naar stijl. Natuurlijk is enige neurologische voorkennis wel noodzakelijk om alles goed te begrijpen. Ik heb er in elk geval zeer veel uit geleerd.

De auteur is een ongelooflijk erudiet man, die zich in zijn betoog zeer strikt houdt aan wetenschappelijke criteria. Vaagheid en onduidelijkheid staan niet in zijn woordenboek, en worden telkens vertaald in concrete vraagstellingen en onderzoek.
Er is een uitgebreide verklarende woordenlijst, en een dito literatuurlijst en trefwoordenregister.

© Minervaria

Written by minervaria

28 oktober 2006 at 21:24

De gouden kooi. Over het ontstaan van het huisdier

leave a comment »

GAUTIER, A., De gouden kooi. Over het ontstaan van het huisdier. A’pen/Baarn, Hadewijch, 1998, 320 pp. – ISBN 90 5240 462 3

Een bij wijlen interessant boek over de biologische en culturele aspecten van het verschijnsel domesticatie. Wat zijn huisdieren en waarin bestaat domesticatie? Wie zijn de wilde voorouders van onze huisdieren? In welk opzicht verschillen huisdieren van hun wilde voorouders? Wat zijn de biologische oorzaken van de typische kenmerken van huisdieren? Hoe kwam de mens ertoe op zeer uiteenlopende plaatsen dieren te domesticeren?

Gautier is paleontoloog en heeft vooral ervaring in het Nabije Oosten, Egypte en Afrika.
Hij geeft voorzichtige antwoorden op bovenstaande vragen. Soms zou een steviger theorie wel nuttig zijn geweest, maar er is zo weinig met zekerheid geweten over dit onderwerp, en er moet zoveel afgeleid worden uit karige vondsten, dat enige voorzichtigheid waarschijnlijk wel aangewezen is.

In elk geval wel een interessant boek als geheel. Bepaalde hoofdstukken zijn te gedetailleerd voor een leek, maar ze kunnen makkelijk overgeslagen worden. Leest ook vlot. Er zijn veel illustraties en diagrammen, waardoor men beter kan volgen. De studie is voldoende gedocumenteerd.

© Minervaria

Written by minervaria

2 januari 2006 at 12:31

Geplaatst in Natuurwetenschappen

Tagged with

De dierencrisis

leave a comment »

VANDENBOSCH, M., De dierencrisis. A’pen, Houtekiet, 2005, 372 pp. – ISBN 90 5240 687 1

Zoals de auteur, oprichter van GAIA, zelf zegt: dit boek is een reflectie op de relatie dier-mens vanuit verschillende standpunten. In verschillende hoofdstukken geeft Vandenbosch beschouwingen in een ‘zoektocht naar een uitweg uit de roestige kooien van de dierencrisis’.

Hij presenteert inderdaad een aantal beschouwingen over de wijze waarop nu en in het verleden door mensen met dieren wordt omgegaan, en gebruikt hiervoor een schat aan documentatiemateriaal.

De eerste helft van het boek heeft mij geboeid, er waren veel nieuwe gegevens en er wordt een duidelijke visie gepresenteerd. Gaandeweg vervalt de auteur echter in herhaling.

Het boek mist ook een duidelijke algemene structuur en gedachtegang. Er is geen nummering, en de tekst is nooit ingedeeld in alinea’s. Daardoor krijg je soms een doorlopende tekst van meer dan 1 bladzijde. Dit bemoeilijkt de leesbaarheid.
Uit de bronnenlijst vallen wel verschillende interessante verwijzingen te halen.

Ik vond het boek van Noske over de relatie mens-dier, ook door Vdb aangehaald, echter veel interessanter dan het zijne. De dierencrisis komt vaak niet boven het anekdotische uit.

© Minervaria

Written by minervaria

10 augustus 2005 at 12:30

Geplaatst in Maatschappij

Tagged with