Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archive for the ‘Economie’ Category

De ondernemende staat

leave a comment »

MAZZUCATO, M., De ondernemende staat. Waarom de markt niet zonder overheid kan. (Vert. The Entrepreneurial State, 2014) A’dam, Uitg. Nieuw Amsterdam, 2015, 320 pp. – ISBN 97890 468 1930 2

Wereldwijd wordt verkondigd dat een logge staat de krachten van het revolutionaire bedrijfsleven alleen maar beknot. Als de staat zich er maar niet teveel mee bemoeit, zal de private sector zich voluit op ondernemerschap en innovatie kunnen storten, zo wordt ons voorgehouden. Maar klopt dat wel?

Het is net andersom, zegt Mariana Mazzucato, hoogleraar economie. De computerwetenschap, het internet, GPS, nanotechnologie, robotica en nieuwe geneeswijzen zijn niet ontwikkeld door de private sector maar dankzij de overheid. Die investeerde in fundamenteel en toegepast onderzoek en in de kenniseconomie. Zonder de overheid stond de groene technologie nog in haar kinderschoenen. Ze is vooral een succesverhaal in die landen waar de staat veel heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling ervan.

Grote innovaties vereisen immers tijd en geduld en brengen in eerste instantie extreme onzekerheid mee. Dat soort riskante ondernemingen laten particuliere beleggers liever over aan overheidslaboratoria. Pas wanneer ontwikkelingen lucratief lijken te worden komt het privaat initiatief op de proppen. Beleggers willen immers alleen investeren wanneer er winst kan gemaakt worden. Het rendement van revolutionaire staatsinvesteringen wordt daarmee vrijwel geheel geprivatiseerd.

Exemplarisch voor de gang van zaken is het verhaal van Apple, een bedrijf dat doorgaans voorgesteld wordt als lichtend voorbeeld van dynamische kracht. Er wordt echter niet bij verteld dat het succes van Apple gebouwd is op investeringen van de overheid. In essentie heeft Apple eigenlijk alleen een aantal kerntechnologieën, die dankzij overheidsonderzoek zijn ontwikkeld, gecombineerd tot innovatieve consumptiegoederen.

Apple loopt echter wel met de winsten weg en stuurt steeds weer aan op belastingverlaging. Bovendien verplaatste het zijn lucratieve activiteiten voor een belangrijk deel naar het buitenland waar het meer winst kan maken. Ook andere succesvolle bedrijven, zoals de farmaceutische sector, teren op overheidsinvestering, maar houden de winsten voor zichzelf en proberen zoveel mogelijk belastingen te ontduiken.

Als de staat zoveel investeert in startende en risicovolle ondernemingen is het echter niet meer dan billijk dat een deel van de opbrengst terugkeert naar de overheid. Dit is alleen al belangrijk om de innovatieve cyclus in stand te kunnen houden. Maar ook de belastingbetaler heeft recht op de opbrengst onder vorm van sociale voorzieningen. Mensen zouden met recht behoorlijk verontwaardigd zijn als ze zouden beseften dat grote concerns bakken geld verdienen met innovaties die mogelijk gemaakt zijn door hun belastinggeld, maar dat ze daar nauwelijks iets van terug zien.

De verhouding tussen kosten en baten van innoverende technologie zou veel eerlijker verdeeld moeten zijn. Het zou pas rechtvaardig zijn als de staat een direct rendement zou krijgen op investeringen in innovatie. Om dit te verwezenlijken doet de auteur een aantal concrete suggesties.

In dit boek worden een aantal hardnekkige mythes over de rol van de staat en van het privaat initiatief in de markt en de economie met verve doorprikt. Als u wilt weten hoe uw belastinggeld innovatie en economische groei bevordert, maar ook hoe grote bedrijven onbeschaamd met de winst gaan lopen, lees dan De ondernemende staat!

© Minervaria

Written by minervaria

17 mei 2017 at 14:05

Geplaatst in Economie

Tagged with

Schaarste

leave a comment »

MULLAINATHAN, S. & E. SHAFIR, Schaarste. Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen. A’dam, Maven Publishing, 2013, 359 pp. – ISBN 978 94 9057 499 4

Je deadlines niet halen en jezelf in de schulden steken. Wat hebben ze met elkaar gemeen? In beide gevallen gaat het om schaarste. Je komt iets tekort, je hebt minder dan je voor je gevoel nodig hebt. Eenzame mensen lijden onder een tekort aan sociale contacten, mensen op dieet onder een tekort aan voedsel.

Maar schaarste is meer dan ongelukkig zijn. Schaarste krijgt mensen in de greep en het wordt steeds moeilijker om eruit te geraken. Sommige mensen blijven geld lenen, anderen hebben altijd tijd tekort, weer anderen worden steeds eenzamer of hoppen van het ene dieet op het andere zonder succes. Schaarste is de gemeenschappelijke noemer van zeer uiteenlopende psychische en maatschappelijke problemen.

In dit boek proberen econoom Mullainathan en psycholoog Shafir te vatten hoe schaarste mensen in de greep krijgt en houdt. Het is niet alleen een kwestie van minder. Schaarste neemt bezit van het denken en de geest en verandert ons denkpatroon ingrijpend. Deze belasting van onze mentale vermogens maakt het leven er alleen maar moeilijker op.

In tijden van overvloed kunnen we ons veroorloven om de zaken op hun beloop te laten. Bij schaarste gaan al onze gedachten rond het tekort draaien. We moeten keuzes maken, de aandacht wordt gescherpt. Dat levert een voordeel op: we focussen op dringende kwesties.

Maar daarvoor betalen we een prijs. Die dringende zaken sleuren ons in een tunnelvisie waarin we in beslag genomen worden door het tekort. Zo hebben we geen speelruimte meer om ons om andere, belangrijke aspecten van ons leven te bekommeren. Dit is meteen het meest wezenlijke aspect van de psychologie van de schaarste. Ze beperkt de speelruimte of bandbreedte.

Schaarste tast bovendien de meest fundamentele capaciteiten aan. Ze heeft een negatieve invloed op de intelligentie en op de zelfbeheersing. Mensen gaan impulsiever reageren. Ze beginnen brandjes te blussen en gaan zich vervolgens kortzichtig gedragen. Daardoor lopen ze stelselmatig achter en raken vervolgens steeds verder achterop.

Schaarste creëert een denkpatroon dat leidt tot meer schaarste en dat vervolgens de schaarste in stand houdt. Zo komen mensen terecht in de schaarsteval. En juist wanneer ze het zich niet kunnen permitteren, verhoogt de aantasting van de bandbreedte de kans om fouten te maken.

Zo zijn arme mensen niet dom, lui of slordig, zoals vaak gedacht wordt. Dat armen er niet in slagen om uit hun precaire situatie te komen is niet in de eerste plaats te wijten aan persoonlijke eigenschappen, maar aan het feit dat ze arm zijn. Armoede vormt een belasting voor het denken. Gedegen wetenschappelijk onderzoek toont aan dat we onder deze omstandigheden allemaal zouden falen.

Waarom zou men dus niet méér doen met het vergroten van de bandbreedte? Een drastisch andere opzet van sociale programma’s zou de speelruimte van arme mensen kunnen vergroten, zodat ze meer plaats en gelegenheid hebben om zich met belangrijke zaken bezig te houden. Waarop wachten de beleidsmakers?

© Minervaria

Written by minervaria

18 april 2017 at 19:13

Geplaatst in Economie, Maatschappij

Tagged with

Gratis geld voor iedereen

leave a comment »

BregmanR14BREGMAN, R., Gratis geld voor iedereen. En nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen. A’dam, De correspondent, 2014, 255 pp. – ISBN 978 90 822 5630 7

Ben je gek? Gratis geld voor iedereen? Zo verzanden we binnen de kortste keren in een hangmatsamenleving waar niets en niemand nog beweegt. Wie zal er nog willen werken? En waar zal men het geld vandaan halen?

Het onvoorwaardelijk basisinkomen, voor velen een onhaalbare utopie, begint echter langzaam in de geesten door te sijpelen. Vorig jaar heeft men in Finland besloten om het basisinkomen te gaan testen. Binnenkort wordt er in Zwitserland een referendum over georganiseerd. Het is één van de ideeën in dit boek die de droom van een betere wereld dichterbij kunnen brengen.

Leven we dan niet nu al in de beste aller werelden? Ja hoor, zegt Rutger Bregman. We leven in Luilekkerland, we hebben het nog nooit zo goed gehad. De economische vooruitgang heeft ons leven welvarend en comfortabel gemaakt. Maar het is niet al goud wat blinkt. Want diezelfde voorspoed heeft ons ook consumentisme, doorgeschoten individualisme, materialisme en ziekmakende werkstress gebracht. En we blijven in die ratrace meedraaien, omdat we ons niet durven voorstellen hoe het beter kan.

De geschiedenis leert echter dat de manier waarop we onze samenleving hebben ingericht niet vanzelfsprekend is. Het kan altijd anders. En dus is het hoog tijd voor nieuwe dromen en ideeën. Want ideeën kunnen de wereld veranderen. Bregman houdt een bevlogen pleidooi voor de terugkeer van de utopie.

Utopieën koesteren radicale ideeën over een andere, betere wereld. De twintigste eeuw heeft de utopie echter een kwalijke reputatie bezorgd. De nachtmerries van het fascisme, het communisme, het nazisme liggen nog vers in het geheugen. En de opmars van IS met het bijhorende terrorisme duwt ons weer met de neus op de gevaren van de utopie. Utopieën hoeven echter niet noodzakelijk uit te monden in totalitaire systemen. Dromen van de ideale maatschappij kan ook zonder de pasklare antwoorden van het fanatisme. Een utopie die goede vragen stelt en richtingen aangeeft is een poging om de toekomst te ontgrendelen, om de ramen van het denken weer open te zetten.

Zo zijn een onvoorwaardelijk basisinkomen en een werkweek van 15 uur nu nog zonderlinge dromen. Maar hoe lang zal dat nog duren? Nu al wordt duidelijk dat de economische en technologische evoluties herverdeling van werk en geld onvermijdelijk zullen maken. De ideale maatschappij van de toekomst hanteert een ander belastingstelsel en nieuwe maatstaven van vooruitgang. En ze is een wereld zonder grenzen waarin er geen armoede heerst.

De economische crisis en de recente opmars van het religieus fundamentalisme en terrorisme lijken doemdenken te rechtvaardigen. Velen zoeken hun heil in een conservatieve visie die denkt dat vroeger alles beter was en vooral wil behouden wat er is. Met een aanstekelijk positieve, optimistische levensvisie gaat de jonge filosoof Rutger Bregman daar lijnrecht tegenin.

Zijn verfrissend vooruitgangsoptimisme brengt een radicaal andere toekomst tot leven, met een kwalitatief beter leven voor alle mensen. Die mooie dromen zijn bovendien geen natte vingerwerk, maar goed doordacht. Hij haalt dan ook de mosterd bij eminente denkers als Philippe Van Parijs, die wereldwijd erkenning geniet als promotor van het basisinkomen.

Gratis geld voor iedereen is een ronduit inspirerend boek. Het is bovendien heel toegankelijk en onderhoudend geschreven en een waar plezier om te lezen.

© Minervaria

Kritische bedenkingen bij het basisinkomen:
Geluk voor iedereen?

Written by minervaria

28 mei 2016 at 19:17

Honger

leave a comment »

CaparrosM14CAPARRÓS, M., Honger. (Vert. El Hambre, 2014) A’dam, Uitg. Wereldbibliotheek, 2015, 656 pp. – ISBN978 90 284 2622 1

Eén op vijf aardbewoners is te dik en één op zeven heeft honger. Sommigen zeggen dat één op de 3 te dik is en één op de 9 honger heeft. De ene bron heeft het over 790 miljoen ondervoede mensen op de wereld, de andere over 840 miljoen mensen. En volgens de ene sterft iedere 5 seconden een kind van de honger en de andere zegt dat het om de 7 seconden gebeurt. Maar wat maakt het uit en wat zeggen cijfers echt?

Pas als je met de mensen spreekt en in hun leefomstandigheden duikt kun je de omvang van het probleem correct inschatten. De Argentijnse journalist Martín Caparros neemt u mee naar straatarme gebieden met straatarme mensen. Miljoenen overleven er in de meest strikte zin van het woord in onvoorstelbaar ellendige omstandigheden. Ze zijn volstrekt nutteloos, overbodig voor de maatschappij. Hun voornaamste dagelijkse zorg is om te zien of ze iets te eten kunnen bemachtigen. Soms eten ze voldoende, maar ze zijn er nooit zeker van dat ze het zullen krijgen. En die honger treft vooral de allerkleinsten, de kinderen onder vijf jaar.

De auteur sprak met tientallen hongerende mensen in onder andere India, Bangla Desh, Argentinië en Zuid-Soedan. Hij documenteert hun schrijnende verhalen over de dagelijkse strijd om hun kinderen en zichzelf in leven te houden en uit de klauwen van ziekte te blijven. En hij gaat op zoek naar de oorzaken van deze mensonterende situatie. Hoe komt het dat in deze hoogontwikkelde wereld bijna 2 miljard mensen zonder uitzicht op verbetering gebukt gaan onder rauwe armoede en honger?

Natuurlijk zijn er veel gebieden waar voedselproductie zeer bewerkelijk is. De wereldbevolking is de afgelopen decennia bovendien exponentieel toegenomen. Maar het probleem is niet dat er een tekort is aan voedsel. Alle organisaties, onderzoekers en regeringen zijn het erover eens dat er in de wereld meer dan genoeg voedsel wordt geproduceerd om alle mensen op aarde te voeden en nog 4 of 5 miljard meer.

Het probleem is dat al die mensen geen geld hebben om het te kopen. En dat is niet hun eigen schuld, zoals sommigen durven beweren. Meer dan ooit is gebrek aan voedsel het gevolg van een sociale en economische orde die deze mensen de kans ontneemt om behoorlijk te eten. Op de wereldmarkt zijn er immers grote belangen gemoeid bij de productie en verkoop van voedsel.

Voedsel werd een investering zoals olie, goud of zilver. Op de beurs worden de internationale voedselprijzen gemanipuleerd, zodat ze de pan uit rijzen. Voedsel is geen consumptiegoed meer maar een middel tot speculatie waarmee grof geld te verdienen is. Voor miljoenen mensen is voedsel onbetaalbaar geworden.

De export van voedsel is bovendien veel lucratiever dan de verkoop in eigen land. Het beschikbare land wordt gebruikt voor exportgewassen, waardoor de bevolking niet meer zelfvoorzienend is. Zo werd Argentinië, het land van de auteur, de sojaschuur van de wereld terwijl de ongelijkheid er onrustbarend toenam en honderdduizenden mensen in diepe armoede dompelde. De opbrengst van de teelten gaat naar het buitenland en de overschotten worden gewoon weggegooid.

In veel Afrikaanse landen, waar eigendommen slecht geregistreerd zijn, is voedsel ook een machtsmiddel geworden. Buitenlandse bedrijven kopen landbouwgrond van de regering als investeringsgoed. De boeren verliezen hun land, worden afhankelijk van een loon en moeten vervolgens duur voedsel kopen voor de internationale prijzen.

Voor ons, rijke bewoners van de min of meer rijke landen, was het leven nog nooit zo goed. Voor ons is de wereld één grote supermarkt. Maar die welvaart wordt in feite mogelijk gemaakt door de mensen die honger lijden. Armoede en honger hebben dezelfde oorzaak. De voornaamste oorzaak van honger is rijkdom. De honger van miljoenen mensen is het gevolg van plundering, aldus Martín Caparrós. Ze is de grootste schandvlek van deze wereld.

Op dit moment bestaat de strijd tegen de honger voornamelijk uit het versterken van de liefdadigheid. Maar honger is geen humanitair probleem, het is een politiek probleem. Een kritische analyse van de humanitaire hulp toont aan dat deze slechts een druppel is op een hete plaat. In veel gevallen bestendigt ze alleen de situatie. In plaats van berusting en realisme moet er een politieke en ideologische oplossing komen.

“Honger is geen fataliteit. Elk kind dat van honger sterft is een vermoord kind.”, aldus Jean Ziegler, voormalig rapporteur van de Verenigde Naties. Deze uitspraak tekent de teneur van dit boek. Martín Caparrós laat de feiten spreken en geeft de hongerende mensen zelf het woord. Hun tragische verhaal vormt de rode draad in zijn vlijmscherpe analyse van de honger in de wereld.

Als je een non-fictieboek leest verwacht je inzicht te verwerven in een onderwerp. Maar af en toe lees je er een dat je ook naar de keel grijpt. Dit boek is één lange aanklacht tegen het fundamenteel onrecht dat de rijke landen in het leven geroepen hebben en in stand houden. Misschien vinden sommige lezers dit boek te links. Maar dit zal Martín Caparrós een zorg zijn.

“Hoe kunnen we in godsnaam doorgaan met ons leven terwijl we weten dat dit soort dingen gebeuren?” roept hij herhaaldelijk vertwijfeld uit. En ten diepste verontwaardigd wordt hij cynisch. “Toekomst is een luxe van mensen die te eten hebben.” “Regeren is profiteren van de algemene onwetendheid om die tot het uiterste uit te buiten.” Ook de religie, die de mensen aanspoort in hun lot te berusten, krijgt een veeg uit de pan.

Honger is een beklijvend manifest dat een onuitwisbare indruk nalaat. Alhoewel dit boek niet eens zo moeilijk geschreven is, valt het slechts met mondjesmaat te lezen. Het is zo confronterend, dat men het bijna niet uit het hoofd kan zetten. Als u dit werk gelezen hebt grijpt u nooit meer gedachteloos naar een snack.

© Minervaria

Written by minervaria

13 januari 2016 at 16:24

Ons feilbare denken

with 3 comments

KahnemanD13KAHNEMAN, D., Ons feilbare denken. (Vert. Thinking, fast and slow, 2011) A’dam, Uitg. Business Contact, 2013, 527 pp. – ISBN 978 90 4700 060 0

Komt overspel meer voor bij politici dan bij advocaten of natuurkundigen? Als u denkt dat overspel vaker voorkomt bij politici, dan bent u in ieder geval in goed gezelschap. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman had er zelfs een aannemelijke verklaring voor. Tot hij besefte dat de uitstapjes van politici gewoon veel vaker in de media komen dan die van juristen of fysici. Zelfs Nobelprijswinnaars blijken niet immuun voor denkfouten.

De bron hiervan ligt in de ongemakkelijke samenspraak tussen twee denkbeeldige systemen in onze geest. Systeem 1 beoordeelt een situatie snel en intuïtief op basis van onmiddellijk zichtbare kenmerken. Systeem 2 daarentegen is actief bezig met ingewikkelde berekeningen, planning en besluitvorming.

Maar aandacht investeren vraagt energie en daarmee springt Systeem 2 behoedzaam om. Het controleert de interpretaties van Systeem 1, maar stelt er zich gemakkelijk mee tevreden. Systeem 1 is dan ook veel invloedrijker dan men op grond van ervaring zou denken. Wanneer er situaties moeten beoordeeld worden, legt het intuïtieve Systeem 1 het logische Systeem 2 telkens weer in de luren.

We gaan voort op een subjectieve ervaring van zekerheid en handelen vaak op basis van oordelen die niet gestaafd worden door feitelijke gegevens. We hebben het aartsmoeilijk om statistisch te denken en te oordelen. Wij beschouwen de wereld als ordelijker, eenvoudiger en voorspelbaarder en samenhangender dan ze is en we onderschatten de rol van toeval en geluk.

Krijgen we een moeilijke vraag, dan antwoorden we met behulp van de informatie die op het gegeven moment meteen beschikbaar is en dat merken we niet eens op. Ons wereldbeeld wordt bepaald door zeldzame gebeurtenissen zoals vliegtuigongevallen, aardbevingen, tsunami’s en bomaanslagen en dit leidt tot het overwaarderen van onwaarschijnlijke uitkomsten.

Belangrijke keuzes worden vaak gemaakt onder invloed van volstrekt irrelevante kenmerken van de situatie. En anders dan je zou denken zijn mensen geneigd om juist meer risico’s te nemen als ze dreigen te verliezen. Deze bevindingen gaan regelrecht in tegen de economische standaardtheorie. Deze gaat er vanuit dat mensen beslissen op basis van een rationele afweging van alle aspecten van de situatie.

Intuïtieve opvattingen en voorkeuren zijn de norm in ons mentale leven. In het dagelijkse leven is dit doorgaans gerechtvaardigd en levert het niet veel problemen op. Maar voor beslissingen met verreikende gevolgen varen we best niet blind op het eigen intuïtieve oordeel. Als we algemeen voorkomende beoordelings- en keuzefouten herkennen en begrijpen, zowel bij anderen als onszelf, hebben we meer kans ze te vermijden.

Daniel Kahneman heeft met zijn team talloze experimenten uitgevoerd om deze verkeerde inschattingen of heuristieken beter te doorgronden. Hij toont aan hoe gemakkelijk we ons laten leiden door intuïtieve opvattingen en voorkeuren. Zijn werk leverde een belangrijke bijdrage aan de gedragseconomie, die de rol van emoties centraal stelt.

In Ons feilbare denken maakt u kennis met de intrigerende resultaten die dit opleverde. Ze zijn niet alleen toepasselijk in de economische en financiële wereld. Ze hebben belang voor zeer uiteenlopende domeinen van het leven, zoals de rechtspraak, de bedrijfswereld, de gezondheidszorg en het overheidsbeleid. Zo vormen ze een onderbouwing voor libertair paternalisme, dat mensen beschermt tegen de kortzichtigheid van hun denksysteem.

U krijgt bovendien een boeiende inkijk in de interne keuken van wetenschappelijk onderzoek. U leert hoe de tekortkomingen van een bestaande theorie worden ontdekt, hoe men tot een nieuwe vraagstelling komt, hoe ingenieuze proefopstellingen bedacht worden om deze te toetsen, hoe problemen aangepakt worden en de resultaten verwerkt en geïnterpreteerd.

Het is inderdaad een verbazingwekkend rijk boek, zoals op de voorflap wordt aangekondigd. Maar het is wel een boek voor doorzetters, want het is niet erg onderhoudend geschreven. Geregeld verliest Kahneman zich bovendien in details die er voor de doorsnee lezer niet echt toe doen. Wie er echter in slaagt om vol te houden heeft ongetwijfeld enkele fascinerende ontdekkingen gedaan.

© Minervaria

Lees over dit onderwerp ook:

Written by minervaria

30 juni 2015 at 15:27

Geplaatst in Economie, Psychologie

Tagged with

Het verdriet van Kopenhagen

leave a comment »

VermeendW10VERMEEND, W., Het verdriet van Kopenhagen. Op weg naar een ander klimaatbeleid. A’dam, Lebowski, 2010, 237 pp. – ISBN 978 90 488 0568 6

Volgens de klimaatcommissie van de Verenigde Naties zal de gemiddelde temperatuur in de wereld deze eeuw hoogstwaarschijnlijk met meer dan twee graden Celsius stijgen. En als het gebruik van fossiele brandstoffen niet fors vermindert zou ze tegen het einde van de eeuw zelfs met zes graden Celsius kunnen toenemen. Alhoewel men zich bewust is van de ernstige gevolgen, is er na twintig klimaatconferenties nog slechts weinig overeenstemming bereikt over de noodzakelijke maatregelen.

Onder wetenschappers wordt er nog steeds gebakkeleid over de oorzaak van de opwarming. Dit boek gaat ervan uit dat die ligt in het toenemende gebruik van fossiele brandstoffen gedurende de laatste twee eeuwen. Die fossiele brandstoffen raken echter stilaan op terwijl het energieverbruik gestadig stijgt. Het klimaatprobleem is dus nauw verbonden met het energieprobleem.

Er is maar één manier om die twee problemen in één klap op te lossen. Wereldwijd moet het beleid gericht zijn op een snelle vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. De doelstelling is een ‘groene’ wereldeconomie die zoveel mogelijk draait op duurzame energie. Daarover kan de mensheid in beginsel voor onbeperkte tijd beschikken en ze tast het leefmilieu nu en in de toekomst niet aan.

Het zal echter nog heel wat voeten in de aarde hebben om die voor de hand liggende oplossing te realiseren. De energieopwekking in de meeste landen is verre van duurzaam of slechts met mondjesmaat. En de meeste maatregelen die genomen worden bieden geen adequate oplossing en blijken soms onaanvaardbare nadelen te hebben. Bovendien kan duurzame energie de komende vijftig jaar zeker niet afdoend voorzien in de toenemende behoeften van de wereld.

Alleen met een breed pakket maatregelen kan de opwarming van de aarde worden tegengegaan. De beste oplossing bestaat uit wereldwijde investeringen in niet-fossiele energiecentrales. Daarbij zal de voorkeur moeten uitgaan naar duurzame bronnen zoals wind- en zonne-energie en waterkracht, maar we zullen niet zonder kernenergie kunnen. Die zal moeten opgewekt worden door het nieuwste type veilige centrales. De keuze van een land zal afhangen van de geografische ligging en de kosten van investeringen.

De opgave is om economische groei te doen samengaan met vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Voor deze ommezwaai zal niet op de markt kunnen gerekend worden, want het saldo van investering en opbrengst is op korte termijn te klein. Er zijn dus actieve regeringen nodig die met de juiste overheidsmaatregelen een economische groeigolf creëren. Daarvoor is internationale samenwerking en overeenstemming dringend noodzakelijk.

Nationaal beleid, hoe belangrijk ook, heeft nauwelijks invloed op wereldniveau, vindt Vermeend. Toch maakt hij een evaluatie van het energiebeleid in Nederland. Dat blijkt in een aantal opzichten helemaal niet zo verstandig. Hij stelt daarom een aantal goed uitgedachte maatregelen voor om in Nederland een groene economie te realiseren.

Intussen zijn er vier jaar verstreken en is dit werk in sommige opzichten wellicht niet meer actueel. Het wetenschappelijk onderzoek staat bovendien niet stil. Maar de problematiek is nog lang niet achterhaald, integendeel. De meeste huidige investeringen in energievoorziening zullen de wereld nog gedurende ettelijke tientallen jaren opzadelen met een massale uitstoot van koolstofdioxide. En veilige kerncentrales zullen waarschijnlijk pas over een paar tientallen jaren echt rendabel zijn.

In dit toegankelijk geschreven werk maakt Willem Vermeend u wegwijs in het klimaatprobleem en de maatregelen die zich opdringen. Hij toont aan waarom bepaalde oplossingen beter zijn dan andere en waarom ze niet toegepast worden. En op basis van de beschikbare kennis tekent hij een pakket realistische maatregelen uit om het klimaatprobleem doeltreffend aan te pakken.

© Minervaria

Lees ook: Hans Bruyninck, directeur van het Europees Milieuagentschap over De uitdaging van de eeuw.

Written by minervaria

5 februari 2015 at 14:48

Geplaatst in Ecologie, Economie, Politiek

Tagged with

De limieten van de markt

leave a comment »

DeGrauweP14DE GRAUWE, P., De limieten van de markt. De slinger tussen overheid en kapitalisme. Tielt, Uitg. Lannoo, 2014, 236 pp. – ISBN 978 94 014 01391 6

Laat de markt spelen en iedereen gaat erop vooruit, zo orakelen diegenen die de rol van de overheid tot een minimum willen beperken. In dit boek wordt dit fabeltje vakkundig doorprikt. Het klopt dat geen enkel systeem erin slaagt zoveel welvaart te creëren als de vrije markt. Maar als we niet opletten rijdt die markt zichzelf de vernieling in, zegt de vooraanstaande econoom Paul De Grauwe.

Het marktsysteem steunt op het idee dat individuen die hun eigenbelang nastreven tevens de welvaart van de hele samenleving verhogen. Dat is echter een misvatting. Het is niet per definitie goed voor anderen als iemand erop vooruit gaat. Vaak werkt het zelfs andersom. De milieuproblematiek is daarvan het meest in het oog springende voorbeeld. Het marktsysteem voorziet ook niet in publieke goederen en staat onverschillig tegenover ongelijkheid in een samenleving.

Wanneer men markten ongebreideld hun gang laat gaan leidt dat tot steeds meer publiek kwaad en minder publiek goed. Dit gaat in tegen het rechtvaardigheidsgevoel van mensen. Uiteindelijk zullen die mensen zich organiseren om het marktsysteem te veranderen of omver te werpen. En er zijn geen mechanismen binnen het systeem zelf die ervoor kunnen zorgen dat het zichzelf niet vernietigt. Het marktsysteem is aangewezen op regulering van buitenaf om ervoor te zorgen dat het niet instort.

De overheid is de enige instantie die in staat is om de schade van de marktwerking te beperken, om publieke goederen te verschaffen en aan herverdeling te doen. De overheid stuit echter evenzeer op grenzen. Ze kan alleen maar zorgen voor collectieve goederen en diensten als er een sterke vrije markt bestaat. En teveel overheid leidt tot inefficiëntie en verlamt de economie.

Een mix van markt en staat zal er altijd moeten zijn. Beide systemen vullen elkaar aan. De vraag is dan hoe die taakverdeling er precies uit moet zien. Hoever mogen we de markt laten gaan om welvaart te creëren? Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid in het creëren van welvaart? En hoe kunnen deze inzichten toegepast worden op de huidige heikele economische situatie? De overheid moet meer slagkracht krijgen, zegt Paul De Grauwe.

Hij werkt dit uit voor 2 onderwerpen, productiviteit en loonkosten, en ontkracht daarmee enkele hardnekkige mythes. Hoge loonkosten verminderen de productiviteit niet en tasten de concurrentiekracht van de bedrijven niet aan. Het klopt ook niet dat de overheid parasiteert op de industrie. Zonder tussenkomst van de overheid zou de industrie niet eens kunnen werken. Wel moeten er mechanismen ontwikkeld worden die overheidsdiensten doelmatiger maken.

Hij maakt ook duidelijk hoe de oprichting van de eurozone de overheid veel minder slagkrachtig heeft gemaakt ten opzichte van de financiële en economische markten. Europese overheden hebben het daardoor veel moeilijker dan vroeger om een corrigerende rol te spelen voor het marktsysteem. En hij houdt een pleidooi voor een progressieve vermogensbelasting. Die kan het kapitalisme redden van de kapitalisten, zo stelt hij.

Er is altijd een pendelbeweging geweest tussen de markt en de overheid. De afgelopen dertig jaar sloeg die door in de richting van de markt. Deze stuit echter vroeg of laat op haar grenzen. De vraag is enkel wanneer dat zal zijn. Wat zal er dan gebeuren? Keren we terug naar een economie waarin de overheid alle touwtjes in handen heeft? Moeten we ons schrap zetten voor een omverwerping van het kapitalistisch systeem?

Twee scenario’s zijn denkbaar. Ofwel gaat het systeem ten onder aan de opwarming van de aarde en het protest tegen de toenemende graad van ongelijkheid, ofwel houden hervormingen het failliet van het marktsysteem tegen. De Grauwe is niet optimistisch. Het huidige marktsysteem zal zich heel lastig laten hervormen. Het zal buitengewoon moeilijk zijn om het doemscenario te vermijden en een catastrofe te voorkomen.

Een luchtig boek is De limieten van de markt zeker niet. Maar het gaat wel resoluut in tegen het neoliberale adagio en dit niet vanuit een ideologisch perspectief maar gebaseerd op gedegen onderzoek. Als u dit boek gelezen hebt zijn ingewikkelde economische processen bovendien heel wat duidelijker geworden. En het betoog is toegankelijk geschreven en goed gestructureerd.

© Minervaria

Written by minervaria

29 januari 2015 at 15:01

Geplaatst in Economie, Politiek