Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Posts Tagged ‘Relaties

De zin van geven

leave a comment »

KleinS11KLEIN, S., De zin van geven. De kracht van ons onzelfzuchtige brein. (Vert. Der Sinn des Gebens, 2010) A’dam, Ambo, 2011, 316 pp. – ISBN 978 90 263 2362 1

In de afgelopen tien jaar is het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet fors gestegen. Na een ramp komt er vaak een golf van solidariteit op gang tussen mensen die anders niets met elkaar te maken hebben. En onderzoek toont bovendien aan dat mensen die zich inzetten voor anderen over het algemeen tevredener zijn, succesvoller en zelfs gezonder dan diegenen die slechts aan zichzelf denken.

Op het eerste zicht lijkt dat contradictorisch. Want wie iets weggeeft heeft het zelf niet meer en wie het voor zichzelf houdt is in het voordeel. Als delen iemand gelukkiger maakt, hoe valt dit te rijmen met de grondgedachte van de evolutietheorie dat ieder levend wezen in de eerste plaats gericht is op overleven? Waardoor laten mensen zich leiden als ze anderen helpen en delen? In De zin van geven gaat wetenschapsjournalist Stefan Klein op zoek naar antwoorden.

In de eerste plaats onderzoekt hij hoe het mogelijk was dat altruïsme de strijd om het bestaan kon overleven en zich kon verspreiden in de menselijke populatie. Door klimaatveranderingen en –rampen kroop de mensheid verschillende keren door het oog van een naald. Alleen die gemeenschappen konden overleven waarvan de leden voor elkaar opkwamen. De mensensoort die overbleef was deze die het beste met delen overweg kon.

Op de korte termijn zijn egoïsten beter af, maar op de langere termijn leveren karaktertrekken als welwillendheid, zachtmoedigheid en hulpvaardigheid een voordeel op in de evolutionaire concurrentiestrijd. Solidariteit loont bovendien op meer terreinen. Wanneer we vertrouwen schenken aan anderen, ons in hen inleven of aan hen binden komen stoffen vrij in de hersenen die ons een goed gevoel geven. Wellicht hebben we baat bij delen en geven omdat we ons daardoor prettiger gaan voelen.

Het vermogen om samen te werken en te delen vormt de basis van menselijke gemeenschappen. Solidariteit en samenhorigheid worden onderhouden door algemeen aanvaarde normen, een moraal en morele gevoelens zoals het rechtvaardigheidsgevoel. Mensen geven immers niet willekeurig, ze willen dat profiteurs gestraft worden. En ze vertrouwen ook niet iedereen. De keerzijde van samenhorigheid is de solidaire strijd tegen een andere groep. In het uiterste geval mondt deze uit in oorlog en rassenhaat.

De toekomst van de mensheid zal afhangen van de mate waarin we de positieve aspecten van het altruïsme in praktijk kunnen brengen zonder de negatieve kanten. De andere groep wordt steeds minder ‘anders’ en in het licht van de klimaatverandering vallen de belangen van de verschillende mensengroepen steeds meer samen. Er moet intensief gezocht worden naar manieren om vorm te geven aan een wereldgemeenschap met een economie die de welvaart van allen nastreeft.

In dit boeiende boek ontwart Stefan Klein het kluwen van strijdige opvattingen over de herkomst van altruïsme bij mensen. Hij maakt inzichtelijk hoe de evolutie het mogelijk maakte dat mensen elkaar helpen en met elkaar delen en verheldert hoe samenwerking en solidariteit in menselijke gemeenschappen konden groeien en bloeien. En dat doet hij op toegankelijke en onderhoudende wijze.

© Minervaria

Addendum: The First (and Most Important) Rule of Success

Advertenties

Written by minervaria

17 juni 2014 at 20:52

Troost vragen, geven en ontvangen

leave a comment »

BOSWIJK-HUMMEL, R., Troost vragen, geven en ontvangen. Haarlem, Uitg. De Toorts, 2003 (2e dr.), 238 pp. – ISBN 90 6020 794 7

In periodes van verdriet en wanhoop kunnen mensen elkaar vaak niet opvangen. Ze weten niet hoe ze deze sombere gevoelens met elkaar kunnen delen. Partners, familie- en gezinsleden, vrienden zouden elkaar wel willen bijstaan, maar deze pogingen verlopen soms zeer stroef. Ze zijn niet in staat om elkaar te steunen en daardoor ontstaan vaak misverstanden die bij beide partijen veel frustratie en teleurstelling opleveren.

Nogal wat mensen blijven heel lang met onverwerkte pijn zitten omdat ze die aan niemand kwijt konden. Omgaan met pijn en verdriet van anderen is verre van gemakkelijk. Troosten en getroost worden, het gaat niet vanzelf.

Je hoeft echter geen soort psychotherapeut te zijn of een bepaalde techniek te beheersen om iemand te kunnen troosten, zegt Riekje Boswijk-Hummel. Troosten is een heel gewone menselijke activiteit. Je hoeft eigenlijk niets speciaals te doen. Troosten is communicatie over gevoelens en emoties, contact houden en oprechte aandacht geven aan de ander.

Dat is echter niet evident, want negatieve gevoelens als pijn, verdriet, boosheid, wanhoop brengen ons van ons stuk. Het delen van deze gevoelens kost vaak moeite, zowel voor wie ze ervaart als voor wie ernaar luistert. We durven niet aangeven dat we het moeilijk hebben, of we weten ons geen raad met het leed van de ander.

Riekje Boswijk-Hummel gaat in dit boek uitgebreid in op de wijze waarop mensen met elkaar omgaan in de sombere en lastige perioden van het leven. Ze belicht hoe goedmenende troosters de bal mis kunnen slaan zodat de klager gefrustreerd en teleurgesteld achter blijft. Sommige mensen lijken ook ontroostbaar in een slachtofferrol te blijven steken en schrikken mogelijke troosters daardoor af.

Ze maakt duidelijk wat het verschil is tussen troost en medelijden, tussen erkennen en meevoelen, tussen aanvaarding en berusting. Ze legt uit waarom het niet voldoende is dat je jezelf kan troosten en waarom de troostende aanwezigheid van een ander mens zoveel beter werkt. En ze verheldert waarom net in een vaste relatie de partners er vaak niet in slagen elkaar troost te bieden bij gezamenlijk leed.

In het laatste hoofdstuk verschaft ze tenslotte een paar eenvoudige, maar inspirerende praktische aanwijzingen die kunnen helpen om te ontsnappen aan destructieve communicatie en bevredigende troostgesprekken te voeren.

Wie wil stilstaan bij het eigen leed en dat van anderen vindt in dit boek een praktische en bruikbare handleiding. Het is vlot geschreven in gewone taal en de inhoud is heel herkenbaar.

© Minervaria

Written by minervaria

15 april 2010 at 20:05

Geef je ouders maar de schuld!

leave a comment »

VAN MUNCHING, P. & B. KATZ, Geef je ouders maar de schuld! Waarom jouw liefdesleven een puinhoop is, en wat je eraan kunt doen. (Vert. Actually, It Is Your Parents’ Fault) Vianen/Antwerpen, The House of Books, 2007, 224 pp. – ISBN 90 443 1904 0

Verliefd worden mag gemakkelijk zijn, maar relaties zijn gecompliceerd. Om te beginnen gebeurt een romantische keuze niet willekeurig op basis van fysieke aantrekkingskracht (of een andere oppervlakkige reden). Ze is het resultaat van een complex proces, waarbij je onbewust eigenschappen in de ander herkent die op de een of andere manier met die van jou in elkaar zullen grijpen.

De keuze van een partner en de wijze waarop je met elkaar omgaat is ontstaan in de relaties met belangrijke personen in je vroege kindertijd. En wanneer je een romantische partner kiest en een relatie begint worden die vroegste interpersoonlijke ervaringen opnieuw actief. Je herbeleeft de gevoelstoestanden die je als heel jong kind ervaarde, en verwacht van de partner dat hij of zij tegemoet zal komen aan behoeften waarvan je je niet bewust bent. Je wordt verliefd op een beeld van jouw ideale partner. Als de verliefdheid overgaat zien je de partner steeds meer zoals hij/zij werkelijk is.

In een liefdesrelatie zijn vanaf het eerste moment voorspelbare patronen en duidelijk gedefinieerde fasen te onderkennen. Met inzicht in die processen kan een relatie meer bevredigend en de moeite waard gemaakt worden.

In dit vlot geschreven boekje maken een relatietherapeut en een journalist je wegwijs in het kluwen van onbewuste relatiepatronen die een liefdesrelatie in de verschillende fasen kunnen doen bloeien en/of bezwaren. Ze maken je ook duidelijk hoe je er zelf iets kan aan doen. Een gelukkig liefdesleven berust volgens hen op zelfkennis, kennis van de partner én van de relatie. Je kan er zelf iets aan doen, je hoeft je ouders niet de schuld te geven.

De schrijver/journalist heeft zijn best gedaan om de materie zo luchtig mogelijk voor te stellen. Deze typisch Amerikaanse soapstijl is op zijn best lachwekkend, en geleidelijk ergerlijk, maar als je hieraan voorbij kan kijken, is het best een boeiend en leerrijk boekje.

© Minervaria

Written by minervaria

30 oktober 2007 at 16:38

Geplaatst in Psychologie

Tagged with

Ik hou van twee mannen

leave a comment »

VEENEMANS, A., Ik hou van twee mannen. Polyamorie, liefhebben zonder grenzen. Andromeda, 2007, 280 pp. – ISBN 90 55992 12 6

Je ontmoet een aantrekkelijke man en wordt verliefd. Wat moet je nu met die andere man, met wie je getrouwd bent, of samenwoont en met wie je eventueel kinderen hebt? Een heikele zaak, temeer omdat monogamie de norm is. Vreemdgaan of scheiden, met alle nare gevolgen, zeker voor de duurzaamheid van het gezinsleven, worden dan vaak als enige oplossing gezien.

Je hoeft echter niet voor de ene of de andere te kiezen, meent Ageeth Veenemans, je kan ze ook beide houden. Ze is niet de enige, er zijn nog vrouwen en mannen die openlijk meer dan één liefdesrelatie hebben, al zijn ze niet met velen. Deze leefwijze wordt polyamorie genoemd, of ‘meervoudige liefde’. Binnen polyamorie zijn veel verschillende relatievormen mogelijk, waarin vriendschap, intimiteit, een emotionele band, spirituele verbondenheid en/of seksualiteit een plaats kunnen vinden. Polyamorie is volgens haar een respectvol alternatief voor vreemdgaan, scheiden en onthouding. Maar houden van meer dan één persoon tegelijk, past niet binnen de huidige moraliteit, aldus Veenemans.

In haar boek wil Veenemans het publiek laten kennis maken met polyamorie, het taboe doorbreken dat rust op het hebben van meerdere liefdesrelaties, en een steun bieden aan mensen in dezelfde situatie. Haar eigen ervaringen vormen het uitgangspunt. Sedert enkele jaren heeft ze een liefdesrelatie met twee mannen, haar echtgenoot en een vriend. Alle partijen kennen elkaar en zijn min of meer nauw op elkaar betrokken.

Ze start met haar eigen verhaal, hoe deze situatie is gegroeid en hoe zij hiermee omgaan en leven. In de volgende hoofdstukken legt ze uit wat polyamorie betekent en bespreekt ze bondig de geschiedenis van de monogamie. Vervolgens heeft ze het over de voordelen van polyamoreuze relaties, hoe je het succesvol kan maken, maar ook over de valkuilen ervan. Verliefd worden op een andere man/vrouw, en houden van twee mannen/vrouwen zijn immers twee verschillende zaken. Om dit te doen slagen moet er open over gecommuniceerd worden, en dit loopt zeker niet vanzelfsprekend. Er moeten ook praktische regelingen getroffen worden.

Maar kan dat wel, houden van twee mannen? Kan iemand wel evenveel van twee verschillende mensen houden? En is dat niet verschrikkelijk ingewikkeld? Ja het kan, zegt Ageeth Veenemans, en het is helemaal niet ongewoon. Je houdt toch ook van al je kinderen, ook al is dat van elk op een verschillende manier? En je kan toch niet van één persoon verwachten dat hij aan al je behoeften voldoet? Daar valt natuurlijk iets voor te zeggen, al is ouderliefde toch wel iets anders dan liefde tussen twee volwassenen.

Als je Veenemans mag geloven is polyamorie het ei van Columbus. Daarover heb ik wel twijfels en bedenkingen. Volgens haar is monogamie een mythe. De mens is en gedraagt zich van nature niet monogaam. Antropologisch onderzoek heeft echter herhaaldelijk aangetoond dat de mens van nature weliswaar niet monogaam is, maar wel serieel monogaam en dus niet polyamoureus. Mensen hebben nagenoeg altijd voorkeur voor één persoon als liefdespartner. Wanneer zich een derde aandient worden ze jaloers. Polyamorie is dus helemaal niet zo natuurlijk als Veenemans het voorstelt. Toch is ze daar niet blind voor. Jaloezie is het onderwerp van het laatste hoofdstuk.

En wat met de eerste partner? Veenemans gaat er wel erg vlotjes van uit dat zich met polyamorie ook voor hem/haar een beter leven aandient. Dit is volgens mij niet zo evident. Die man/vrouw heeft er immers niet voor gekozen de partner met een ander te delen. Ook de kinderen hoeven niet perse gelukkig te zijn met de nieuwe situatie. Alles went natuurlijk, maar of het van harte is?

Polyamorie wordt door haar bovendien geregeld verheerlijkt als een weg naar geluk en verheven liefde. Het zou bovendien een blijk van liefde zijn als je een polyamoureuze levensstijl bij je partner tolereert en actief steunt, ook als je er zelf niets mee op hebt. Veenemans stelt het voor als een soort spiritueel streven om natuurlijke gevoelens als jaloezie en naijver te overstijgen in onthechting en vreugde om het geluk van de andere. Zij is van mening dat door echte liefde deze natuurlijke neiging kan ‘overwonnen’ worden. Het tegenovergestelde van jaloers, ‘jalief’ (sic!), wordt voorgesteld als een soort extatische toestand. Polyamorie als de poort naar de hemel dus.

Volgens mij is dit behoorlijk overtrokken en erg onrealistisch. Het is in ieder geval de vraag of dit spoort met de menselijke realiteit. Ook zuiver praktisch lijkt mij deze levenswijze nogal ingewikkeld, omwille van de vele afspraken en de zorg beide partners niet tekort te doen. En soms moest ik denken aan een manier om van twee walletjes te eten zonder al te veel brokken te maken. En wat doe je wanneer je binnen een polyamoreuze situatie verliefd wordt op wéér een ander?

Toch is dit boek een boeiende en leerrijke kennismaking met deze relatievorm, ook als je er zelf niets mee te maken hebt. Er zijn immers verschillende manieren om uiting te geven aan gevoelens voor anderen, en om relaties vorm te geven. Bovendien zijn de richtlijnen, strategieën en stappen voor een succesvolle polyamoreuze relatie evenzeer geldig voor het slagen van een monogame relatie. Alle goede relaties hebben immers gemeen dat ze zijn gebaseerd op liefde, respect, openheid en eerlijkheid. Ook dit kan een reden zijn om het boek te lezen. Het controversiële onderwerp zet aan tot bedenkingen, het innemen van een standpunt, en zeker tot reflectie over hoe je zelf met relaties omgaat.

Het boek leest heel vlot, en de algemene inzichten worden rijkelijk geïllustreerd met persoonlijke ervaringen van de auteur zelf en van anderen.

© Minervaria

Written by minervaria

24 juni 2007 at 22:16

Geplaatst in Psychologie

Tagged with

De liefde en waar de hartstocht vandaan komt

leave a comment »

KAST, B., De liefde en waar de hartstocht vandaan komt. (Vert. 2004 Die Liebe und wie sich die Leidenschaft erklärt) A’dam, Wereldbibliotheek, 2006, 224 pp. – ISBN 90 284 2142 4

Wat een pak slaag is, dat weten we wel; maar wat liefde is daar is nog niemand achter gekomen, aldus Heinrich Heine. Daar lijkt verandering in te komen nu de wetenschap de liefde heeft ontdekt.

Liefde en wetenschap, zijn dat geen tegengestelde werelden? Houdt wetenschap zich niet bezig met meten, en is de liefde niet juist onmeetbaar, zelfs onmetelijk?
Toch is het mogelijk de liefde te bestuderen, van flirten tot en met jaloezie, van de eerste vlinders in de buik tot en met de ruzies die een relatie bankroet laten gaan. In de laboratoria van de hartstocht wordt onderzocht hoe verliefde hersenen werken, waarnemingsspecialisten zijn het mysterie van de schoonheid op het spoor, psychologen onderzoeken het patroon van de partnerkeuze, biologen ontsleutelen de moleculen van de monogamie.

En dat brengt ons op het volgende punt: wat komt na de verliefdheid? Hoe ontstaat uit verliefdheid liefde? Kan een liefde voor altijd zijn? Waarom stranden zoveel relaties en waarop stranden ze? Wat is het geheim van duurzame gelukkige paren?

De inzichten van het parenonderzoek helpen ons om de eigen relatie succesvol vorm te geven. Gelukkige paren hanteren een aantal spelregels, die zo universeel zijn als de liefde zelf. Die spelregels vallen te leren. Ze vormen een soort gereedschapskist, waarvan je de inhoud moet leren gebruiken.
Want dat bieden ons de laboratoria van de liefde: de gecompliceerde logica van de liefde is te leren. Met enige moeite, geeft Bas Kast toe, maar toch.

Dit boek geeft ons achtergrondkennis over de liefde, van de eerste flirt tot en met de geheimen van het succes van duurzame paren. De toverformule van de wetenschap voor een duurzame liefde? In de eerste plaats lichaamscontact, vervolgens interesse, constructief oplossen van conflicten en vooral aandacht voor elkaar. Ze worden stuk voor stuk uitgebreid besproken. En het recept van de auteur zelf luidt: een mengeling van vriendschap en erotiek.

Het boek is degelijk en veelzijdig gedocumenteerd, vlot geschreven, en het leest als een trein. Een aanrader!

© Minervaria

Written by minervaria

20 maart 2006 at 13:06

Geplaatst in Psychologie

Tagged with

Over de liefde. De evolutie van monogamie, overspel en scheiding

leave a comment »

FISHER, H., Over de liefde. De evolutie van monogamie, overspel en scheiding. (Vert. Anatomy of Love. The natural History of Monogamy, Adultery and Divorce, 1993) A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 1993, 380 pp. – ISBN 90 254 0225 9

Waarom worden mensen verliefd en willen we ons aan iemand binden? Waarom zijn mensen overspelig, scheiden ze, vallen ze daarna weer voor iemand en proberen ze het opnieuw?

De autoriteit in deze materie Helen Fisher ontdekte dezelfde patronen in overspel en paarbinding bij mens en dier. Zij zag ook patronen in de wijze waarop mensen paren vormen en weer uit elkaar gaan.

Uit de studie van deze patronen distilleerde ze een algemene theorie over seks en familieleven die verklaart waarom veel huwelijken op de klippen lopen, en wanneer dat bij voorkeur gebeurt.
Hiervoor maakt zij gebruik van inzichten uit verschillende disciplines: de biologie, de genetica, de evolutietheorie, de antropologie, de evolutionaire psychologie.

Eén van haar belangrijke bevindingen is dat paarvorming of monogamie kenmerkend is voor de menselijke soort, maar niet noodzakelijk permanente paarvorming. Seriële monogamie is meer regel dan uitzondering, en is dan ook over alle culturen heen te observeren. Culturele invloeden hebben wel invloed op het voorkomen daarvan. Zij schetst de invloed van de opkomst van landbouw op de factoren die paarvorming beïnvloeden. Vooral de ongelijkheid in macht tussen mannen en vrouwen werkt permanente monogamie in de hand. Maar waar macht gelijker verdeeld is, doet de seriële monogamie weer haar intrede.

Uit haar theorie heb ik vooral onthouden, dat het belang van materieel bezit in de seksuele selectie door vrouwen een vrij recent fenomeen is. Het blijkt ook relatief weinig belangrijk te zijn. Zodra dit criterium aan belang verliest doordat de vrouw minder afhankelijk is van de man voor het levensonderhoud van haarzelf en haar kinderen, komt de ware aantrekkingskracht weer naar boven. Die heeft veel meer te maken met persoonlijke eigenschappen en deugden.

© Minervaria

Written by minervaria

12 februari 2006 at 22:15

Geplaatst in Antropologie, Psychologie

Tagged with ,