Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Superdiversiteit

leave a comment »

GELDOF, D., Superdiversiteit. Hoe migratie onze samenleving verandert. Leuven, Uitg. ACCO, 2015 (5e dr.) 230 pp.

Op een goede halve eeuw tijd evolueerden de landen van West-Europa van een relatief homogene naar een erg diverse samenleving. De etnisch-culturele diversiteit zal in de Europese samenlevingen de volgende jaren enkel toenemen, hoezeer bijna alle regeringen deze proberen af te remmen. Dit roept onzekerheid op en polarisatie. Mensen sluiten zich op in wij-zij tegenstellingen. Is de multiculturele samenleving inderdaad mislukt?

Hoe het antwoord op deze vraag ook luidt, de multiculturele samenleving is een feit. Op zich is dat een goede noch een slechte ontwikkeling. Ze brengt echter een aantal lastige problemen mee. In Superdiversiteit verkent Dirk Geldof hoe mensen met heel uiteenlopende etnisch-culturele achtergronden toch vreedzaam kunnen samenleven.

De gastarbeiders die tijdens de wederopbouw naar Europa werden gehaald om in de mijnen en zware industrie te werken kwamen uit een beperkt aantal landen. De nieuwe migranten komen echter uit de hele wereld en ze vestigen zich bij voorkeur in de grote steden. Daar bestaat de bevolking intussen uit een brede waaier van minderheden. Superdiversiteit of diversiteit binnen de diversiteit wordt het kenmerk van de grote steden.

Deze bewoners onderhouden intensieve contacten met familie en vrienden in hun land van oorsprong of in andere landen over de hele wereld. Ze sympathiseren met de gebeurtenissen in hun land van herkomst. Hun loyaliteiten zijn gespreid. Men beschouwt dit vaak als een gebrek aan integratie. Het is echter de vraag of integratie nog een haalbaar concept is in een samenleving waarin diversiteit normaal is.

Het klassieke wij-zijdenken gaat niet meer op. Iedereen zal zich aan iedereen moeten aanpassen, in de eerste plaats in de steden. In een superdiverse samenleving wordt actief pluralisme immers de grondhouding. Dit vraagt een enorme psychologische omschakeling van alle bewoners. Maar er is geen alternatief. In onze samenleving is diversiteit normaal geworden.

Werkbaarder is dus om in te zetten op sociale verbondenheid. Leven in diversiteit wordt de regel in samenlevingen van de eenentwintigste eeuw. De bal ligt in het kamp van de steden want diversiteit is nu al één van de hoofdkenmerken van stedelijkheid. Steden zullen in de toekomst een belangrijke rol spelen als emancipatiemachine.

De samenleving bestaat uit de mensen die er wonen, ongeacht hun origine. En haar kwaliteit hangt af van wat wij ervan maken. De manier waarop we met de superdiversiteit omgaan, zal de toekomst van onze steden en samenleving mee bepalen. Het is onze verantwoordelijkheid om er een succes van te maken.

Het is jammer dat de auteur daarvoor geen krijtlijnen uitzet. Ik miste suggesties om de sociale verbondenheid tussen stedelijke bewoners te bewerkstelligen. Er wordt ook weinig aandacht besteed aan de dagelijkse samenlevingsproblemen die de groeiende diversiteit in de steden meebrengt. En de huidige radicalisering en verscherping van de cultuurverschillen en onverenigbaarheden komen niet aan de orde.

Positief is dan weer het realistische uitgangspunt van dit werk. Er wordt geen energie verspild aan ideologische disputen over de wenselijkheid van een multiculturele samenleving. Verhelderend vond ik ook de analyse van de evolutie van de verscheidenheid in de stedelijke bevolking en de consequenties ervan. Er worden ook interessante en goed onderbouwde verbanden gelegd, onder andere tussen etniciteit en ongelijkheid.

© Minervaria

Advertenties

Written by minervaria

12 oktober 2016 at 16:40

Geplaatst in Uncategorized

Spiegels

with 2 comments

hendriksi16HENDRIKS, I., Spiegels. Levendig Uitgever, 2016, 64 pp. – ISBN 978 94 91740 40 4

Op een paar decennia tijd is de verscheidenheid in de Westerse samenleving razendsnel toegenomen. De nieuwkomers uit alle delen van de wereld hebben hun eigen culturele en religieuze tradities meegebracht. Zo hebben ze de vanzelfsprekendheid van de Westerse levensbeschouwingen doorbroken.

Als reactie gaan veel mensen zich achter de eigen waarheid verschansen. De verschillen worden in de verf gezet en de standpunten gepolariseerd. Vaak fungeert religie daarbij als de splijtzwam bij uitstek, zowel voor gelovigen als niet-gelovigen. De meeste mensen zijn niet vertrouwd met andere levensovertuigingen. Ze zien dan ook vooral de verschillen met de eigen levensbeschouwing. Samenleven met mensen uit andere religieuze tradities wordt zeer moeilijk en zelfs onmogelijk geacht.

Toch hoeft dit niet zo te zijn. Religies zijn er immers niet om mensen te verdelen maar om hen te verbinden, aldus Mahatma Gandhi. Onder de grote verscheidenheid gaan immers opmerkelijke gelijkenissen schuil. Wie de verhalen van religies hoort en leest, merkt dat ze alle gaan over de zoektocht naar de diepere zin van het bestaan.

Ingeborg Hendriks verzamelde voor u een keur van uitspraken en verhalen uit de schriftelijke en mondelinge overlevering van de grootste religieuze tradities. Ze ordende deze wijsheden rond vier universele thema’s en laat de teksten verder voor zichzelf spreken. Men hoeft overigens niet zelf te geloven in een god om ze te kunnen smaken en waarderen. Mij spraken in het bijzonder de verhalen uit de mondelinge overlevering aan.

Zodoende biedt Spiegels uitstekend materiaal voor lessen levensbeschouwing in het onderwijs. Jongeren worden niet lastig gevallen met belerende teksten. De beelden, verhalen, allegorieën en wijsheden uit verschillende religieuze tradities nodigen hen vanzelf uit om stil te staan bij zingeving. Ze leren over de grenzen van het verschil heen te kijken en aandacht te krijgen voor wat werkelijk belangrijk is in het leven en wat mensen verbindt. Bij het boek is er ook lesmateriaal ontwikkeld, te raadplegen op de site van de uitgever en van de auteur.

Het werk is prachtig vorm gegeven en op maat van de doelgroep. Met een harde kaft en stevig glanspapier is het boek zeer geschikt voor intensief gebruik. De groot formaat letters en de kleurige illustraties maken het werk bovendien laagdrempelig. Het nodigt uit om er geregeld in te bladeren en te lezen. Spiegels is een aanwinst voor iedere bibliotheek.

@ Minervaria

Written by minervaria

29 september 2016 at 09:15

Geplaatst in Religie

Sapiens

leave a comment »

HARARI, Y.N., Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid. (Vert. From Animals into Gods. A Brief History of Humankind, 2012) A’dam, Uitg.0 Thomas Rap, 2016 (8e dr.), 462 pp. – ISBN 978 94 004 0310 9

Het wordt steeds duidelijker dat er gedurende ongeveer twee miljoen jaar verschillende mensensoorten tegelijk leefden. Hoe komt het dat slechts een ervan is overgebleven? Hoe heeft Homo Sapiens alle andere mensensoorten de vergetelheid in gedrukt? Wat was het geheim van zijn succes?

Volgens Yuval Noah Harari, professor geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, heeft Sapiens de wereld veroverd omdat hij een unieke taal beheerste. Hiermee kon hij niet alleen de waarneembare werkelijkheid benoemen, maar ook een imaginaire realiteit oproepen. Door zijn superieure cognitieve vermogens kon Homo Sapiens de beperkingen van de biologie overstijgen. Hij vertelde verhalen en creëerde gemeenschappelijke mythen die hem in staat stelden om in grotere groepen te leven en samen te werken, handel te drijven en informatie uit te wisselen.

De opkomst van nieuwe manieren van denken en communiceren gaf ongeveer zeventigduizend jaar geleden de aftrap voor de cognitieve revolutie. De rondtrekkende groepen sapiens met hun verhalen begonnen de wereld in snel tempo te koloniseren. De eerste golf van sapienskolonisatie veroorzaakte een van de grootste ecologische rampen van de geschiedenis van de aarde. Lang voordat het eerste boerendorpje werd gebouwd waren nagenoeg alle grote diersoorten verdwenen.

Nadat hij als enige van zijn soort overbleef, begon de mens te knutselen aan de levensloop van een paar planten- en diersoorten. Zo’n twaalfduizend jaar geleden veranderde de agrarische revolutie de wereld nog veel ingrijpender. Voor de meeste mensen viel dit allesbehalve positief uit. Landbouw verzwaarde het bestaan van mensen en ging gepaard met veel persoonlijk leed.

De agrarische gemeenschappen waren immers patriarchale systemen die dreven op hiërarchie en onderdrukking. Ze maakten daarvoor gebruik van gemeenschappelijke mythes, zoals religieuze stelsels, die het geloof in een bovenmenselijke orde voorhielden. Het schrift en een geldeconomie lieten mensen toe zich te organiseren in steeds grotere samenwerkingsverbanden. Zo ontstonden wereldrijken en groeide de collectieve macht van mensen dramatisch.

Ongeveer vijfhonderd jaar geleden begon de derde omwenteling, de wetenschappelijke revolutie. Deze begon in West-Europa en ging hand in hand met de opkomst van het kapitalisme en van het moderne imperialisme. De Europese ontdekkingsreizen werden gestuurd door het rusteloze gevoel dat er achter de horizon misschien iets belangwekkends te ontdekken viel. En daarvoor waren uiteraard veel geld en investeringen nodig.

De wetenschappelijke revolutie vormde de basis voor de industriële en later technologische revolutie. Deze bracht de wereld in een stroomversnelling. De technologische revolutie wordt een doorlopende revolutie. Ze gaf de aanzet tot een explosie van menselijke productiviteit en heeft tientallen grote omwentelingen in de menselijke samenleving teweeggebracht. Sapiens wordt steeds minder de speelbal van de grillen van de natuur. En omdat we evolueren naar één mensheid is er minder oorlog en meer internationale vrede.

Maar die winst heeft een keerzijde. Het imperialisme bracht inheemse volkeren onnoemelijk veel leed toe. De wilde wereld gaat ten onder aan ecologisch verval. De kweek van dieren op industriële schaal geeft aanleiding tot onvoorstelbaar dierenleed en ongebreideld consumentisme. Mensen moeten zich steeds meer plooien naar industrie en overheid. En er is geen enkele aanwijzing dat mensen nu gelukkiger zijn.

En wat staat de mensheid nog te wachten? Sapiens heeft een begin gemaakt met het doorbreken van de wetten van de natuurlijke selectie en ze te vervangen door deze van ‘intelligent design’. Zal sapiens zijn eigen opvolger creëren die hem zal vervangen? Staat ons een toekomst te wachten van cyborgs? Wordt dit het einde van Homo Sapiens?

Homo Sapiens heeft zijn succes te danken aan zijn vermogen om een alternatieve wereld te creëren. Cultuur is de drijvende kracht achter de geschiedenis van de mensheid. Niet iedereen zal het met deze stelling eens zijn, maar Harari toont met verve aan dat dit zeker een belangrijke factor is. Zijn betoog wordt bijzonder goed onderbouwd met originele en gedurfde redeneringen. Een triomfantelijk verhaal is het echter niet geworden. Het sapiensregime heeft helaas weinig voortgebracht om trots op te zijn, stelt Yuval Harari ietwat mismoedig vast.

Dat oordeel geldt in ieder geval niet voor zijn boek, dat met recht een meesterwerk kan genoemd worden. Ook wie met het onderwerp vertrouwd is, doet er heel wat intrigerende en vernieuwende inzichten op. Het werk is bovendien zeer toegankelijk geschreven. Sapiens is genieten van begin tot eind.

© Minervaria

Written by minervaria

13 augustus 2016 at 19:12

Geplaatst in Cultuur, Geschiedenis

Wetenschap en religie

leave a comment »

DixonT15DIXON, T., Wetenschap en religie. (Vert. Science and Religion: A Very Short Introduction, 2008) A’dam, Amsterdam University Press, 2015, 184 pp. – ISBN 978 90 89646941

Een botsing tussen wetenschap en religie is onvermijdelijk omdat hun verklaringen of standpunten onverenigbaar zijn. Zo luidt althans de gangbare opvatting. Toch klopt deze niet zonder meer. Politieke, sociale ethische motieven en achtergronden spelen een minstens even grote rol. De Britse historicus Thomas Dixon doet een informatief en onpartijdig onderzoek naar de meest gangbare conflicten tussen wetenschap en religie.

Zo maakt hij duidelijk dat het dispuut tussen Galilei en de Rooms Katholieke Kerk niet in de eerste plaats ging over zijn wetenschappelijke opvattingen. De Kerk had immers weinig problemen met de empirische wetenschap. Galilei had echter de pech dat hij in volle contrareformatie leefde. Hij werd vooral veroordeeld omdat hij de Kerk niet gehoorzaamd had.

Religie heeft doorgaans weinig problemen met het wetenschappelijk onderzoek naar de werking van de natuur. Het intellectuele meningsverschil heeft vooral betrekking op de vraag hoe de natuur is ontstaan en of er al dan niet een God is die er zich mee bemoeit. Wetenschap en religie zijn hier aan elkaar gewaagd. Geen van beide kon deze kwestie tot nu toe afdoende ophelderen.

Vooral de evolutietheorie stelt de religie op de proef. De meest prominente tegenstanders vinden we bij de islam en bij het protestantisme in de Verenigde Staten. Daar kant men zich echter niet zozeer tegen wetenschap op zich. In de Verenigde Staten heeft ‘intelligent design’, ook wetenschappelijk creationisme genoemd, immers een ruime aanhang. Dat de evolutietheorie er gevaarlijk gevonden wordt, is verklaarbaar vanuit de geschiedenis en onderwijspolitiek aldaar.

Vanaf de negentiende eeuw hebben wetenschappelijke studies naar de hersenen en de geest de religieuze overtuigingen verder ondermijnd. Gelovigen verzetten zich tegen het idee dat menselijk bewustzijn, moraliteit en zelfs religie wetenschappelijk te verklaren zijn. Is dit geen vrijbrief voor materialisme en moreel onverantwoordelijk gedrag? Ook dit lijkt eerder een schijnconflict. Moraliteit verdwijnt niet in een geseculariseerde wereld. Ze neemt wel andere, soms even dwingende vormen aan.

Ook al lijkt het zo, religie en wetenschap hoeven niet met elkaar in tegenspraak te zijn, besluit Dixon. Vooroordelen zijn er zowel bij de rechtlijnige gelovige als bij de doctrinaire wetenschapper. En openheid treft men ook bij beide strekkingen aan.

Wetenschap en religie is geen polemisch boek. Dixon haalt het debat uit de boksring en verheldert genuanceerd en onpartijdig over wat er in wezen op het spel staat. Daarin is hij naar mijn mening wel degelijk geslaagd.

© Minervaria

Written by minervaria

14 juni 2016 at 19:20

Gratis geld voor iedereen

leave a comment »

BregmanR14BREGMAN, R., Gratis geld voor iedereen. En nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen. A’dam, De correspondent, 2014, 255 pp. – ISBN 978 90 822 5630 7

Ben je gek? Gratis geld voor iedereen? Zo verzanden we binnen de kortste keren in een hangmatsamenleving waar niets en niemand nog beweegt. Wie zal er nog willen werken? En waar zal men het geld vandaan halen?

Het onvoorwaardelijk basisinkomen, voor velen een onhaalbare utopie, begint echter langzaam in de geesten door te sijpelen. Vorig jaar heeft men in Finland besloten om het basisinkomen te gaan testen. Binnenkort wordt er in Zwitserland een referendum over georganiseerd. Het is één van de ideeën in dit boek die de droom van een betere wereld dichterbij kunnen brengen.

Leven we dan niet nu al in de beste aller werelden? Ja hoor, zegt Rutger Bregman. We leven in Luilekkerland, we hebben het nog nooit zo goed gehad. De economische vooruitgang heeft ons leven welvarend en comfortabel gemaakt. Maar het is niet al goud wat blinkt. Want diezelfde voorspoed heeft ons ook consumentisme, doorgeschoten individualisme, materialisme en ziekmakende werkstress gebracht. En we blijven in die ratrace meedraaien, omdat we ons niet durven voorstellen hoe het beter kan.

De geschiedenis leert echter dat de manier waarop we onze samenleving hebben ingericht niet vanzelfsprekend is. Het kan altijd anders. En dus is het hoog tijd voor nieuwe dromen en ideeën. Want ideeën kunnen de wereld veranderen. Bregman houdt een bevlogen pleidooi voor de terugkeer van de utopie.

Utopieën koesteren radicale ideeën over een andere, betere wereld. De twintigste eeuw heeft de utopie echter een kwalijke reputatie bezorgd. De nachtmerries van het fascisme, het communisme, het nazisme liggen nog vers in het geheugen. En de opmars van IS met het bijhorende terrorisme duwt ons weer met de neus op de gevaren van de utopie. Utopieën hoeven echter niet noodzakelijk uit te monden in totalitaire systemen. Dromen van de ideale maatschappij kan ook zonder de pasklare antwoorden van het fanatisme. Een utopie die goede vragen stelt en richtingen aangeeft is een poging om de toekomst te ontgrendelen, om de ramen van het denken weer open te zetten.

Zo zijn een onvoorwaardelijk basisinkomen en een werkweek van 15 uur nu nog zonderlinge dromen. Maar hoe lang zal dat nog duren? Nu al wordt duidelijk dat de economische en technologische evoluties herverdeling van werk en geld onvermijdelijk zullen maken. De ideale maatschappij van de toekomst hanteert een ander belastingstelsel en nieuwe maatstaven van vooruitgang. En ze is een wereld zonder grenzen waarin er geen armoede heerst.

De economische crisis en de recente opmars van het religieus fundamentalisme en terrorisme lijken doemdenken te rechtvaardigen. Velen zoeken hun heil in een conservatieve visie die denkt dat vroeger alles beter was en vooral wil behouden wat er is. Met een aanstekelijk positieve, optimistische levensvisie gaat de jonge filosoof Rutger Bregman daar lijnrecht tegenin.

Zijn verfrissend vooruitgangsoptimisme brengt een radicaal andere toekomst tot leven, met een kwalitatief beter leven voor alle mensen. Die mooie dromen zijn bovendien geen natte vingerwerk, maar goed doordacht. Hij haalt dan ook de mosterd bij eminente denkers als Philippe Van Parijs, die wereldwijd erkenning geniet als promotor van het basisinkomen.

Gratis geld voor iedereen is een ronduit inspirerend boek. Het is bovendien heel toegankelijk en onderhoudend geschreven en een waar plezier om te lezen.

© Minervaria

Kritische bedenkingen bij het basisinkomen:
Geluk voor iedereen?

Written by minervaria

28 mei 2016 at 19:17

Het Onwaarschijnlijkheidsprincipe

with 2 comments

HandD14HAND, D., Het Onwaarschijnlijkheidsprincipe. Waarom toeval, wonderen en zeldzame gebeurtenissen iedere dag voorkomen. (Vert. The Improbability Principle. Why Coincidences, Miracles and Rare Events Happen Every Day, 2014) A’dam, Ambo/Anthos Uitgevers, 2014, 283 pp. – ISBN 978 90 263 2721 6

Mensen die meermalen een loterij winnen, de bliksem die bij herhaling dezelfde pechvogel treft, financiële rampen die zich keer op keer voltrekken, …

Soms is een samenloop van gebeurtenissen zo onaannemelijk dat ze gestuurd lijkt door geheimzinnige buiten- of bovennatuurlijke krachten. Allerlei vormen van bijgeloof, profetieën, goden, wonderen, occulte verschijnselen en paranormale krachten worden dan ook ingeroepen om deze verrassende gebeurtenissen te verklaren.

Ingewikkelde en mysterieuze theorieën zijn echter geheel overbodig. De kans of waarschijnlijkheid dat een gebeurtenis plaats grijpt wordt afdoende verklaard door de wetten van de kansberekening. Zo zegt de wet van de onvermijdelijkheid dat er zich altijd een van alle mogelijke gebeurtenissen zal voordoen. En volgens de wet van de werkelijk grote aantallen heeft zelfs een onaannemelijke gebeurtenis een gerede kans om zich voor te doen, als er maar voldoende gebeurtenissen zijn.

Met deze wetten bent u misschien vertrouwd uit het werk van Leonard Mlodinov, Nassim Taleb of Spyros Madrikadis. De Britse statisticus David Hand gaat nog een stapje verder. In dit boek toont hij aan hoe deze en andere wetten elkaar versterken en een toevallige samenloop van gebeurtenissen afdoende kunnen verklaren.

De verschillende wetten van de kansberekening vormen samen de pijlers of strengen van het Onwaarschijnlijkheidsprincipe. Zo kan een uitkomst die eerst buitengewoon onaannemelijk leek, in feite heel waarschijnlijk zijn en het onverwachte dus helemaal niet zo onverwacht. De combinatie van deze wetten is er de oorzaak van dat ogenschijnlijk uiterst ongewone gebeurtenissen zich dagelijks voordoen.

De kracht van het Onwaarschijnlijkheidsprincipe wordt bovendien versterkt doordat de menselijke psychologie niet goed toegerust is om de kans op toevallige gebeurtenissen correct in te schatten. Wij laten ons vaak verrassen en beschouwen gebeurtenissen als hoogst onwaarschijnlijk omdat onze intuïtieve waarneming ons misleidt. Wij slaan geregeld de bal mis omdat we ons vergissen.

En het is niet alleen leuk om dat allemaal te weten, het is ook nuttig. Want in allerlei sectoren moeten soms levensbelangrijke beslissingen genomen worden op basis van de inschatting van kansen. Zo vloeien gerechtelijke dwalingen vaak voort uit veronderstellingen die berusten op verkeerd begrepen kansberekening. De auteur toont aan hoe een beter begrip van het Onwaarschijnlijkheidsprincipe een toepassing vindt in de wetenschap, het zakenleven, de medische wereld en de rechtspraak.

Volgens de New Scientist is dit werk een voortreffelijke inleiding in het kritisch denken. Daar ben ik het helemaal mee eens. In Het Onwaarschijnlijkheidsprincipe maakt u kennis met de fascinerende wereld van het toeval en de kansberekening. En die is veel spannender dan de vergezochte theorieën over mysterieuze verschijnselen zoals buitenaardse tussenkomsten, verborgen boodschappen in de Bijbel of paranormale dieren die de uitkomst van een wedstrijd voorspellen.

U hoeft bovendien niet bang te zijn dat de inhoud u boven het petje zal gaan. Alleen het beperkte deel over de oorzaak en werking van het universum is een taaie brok, maar dat kunt u gerust overslaan. De auteur is erin geslaagd om wiskundige wetenschap over toeval en kansen op een inzichtelijke en onderhoudende wijze voor te stellen. En de epiloog en appendices bevatten een bondige herhaling van de wetten en hun uitkomsten.

© Minervaria

Written by minervaria

11 mei 2016 at 16:31

Geplaatst in Kanstheorie

De bonobo en de tien geboden

with one comment

deWaalF13de WAAL, F., De bonobo en de tien geboden. Moraal is ouder dan de mens. (Vert. The Bonobo and the Atheist. In Search of Humanism among the Primates, 2013) Uitg. Atlas Contact, 2013, 286 pp. – ISBN 978 90 254 3836 0

Waar komt moraal vandaan? Religies beweren dat er geen moraal is zonder God. Het atheïsme houdt staande dat moraal gedicteerd wordt door de rede. Zou er inderdaad geen moraal zijn zonder religie? Of worden morele afwegingen echt door de rede gemaakt? Geen van beide visies heeft het goed, aldus primatoloog Frans de Waal. Moraal komt niet van boven als een reeks onwrikbare principes of wetten, maar hoort bij de menselijke natuur.

De wortels van de menselijke moraal liggen in onze evolutionaire voorgeschiedenis als sociale dieren. Dieren die in een groep leven hebben immers belang bij een harmonieuze gemeenschap. Hun overleving hangt af van goede onderlinge betrekkingen en van een gemeenschap die op samenwerking gericht is. Steun verlenen en geen schade berokkenen is cruciaal binnen een sociale gemeenschap. Het zijn sociale emoties die aanzetten tot moreel handelen.

Deze sociale emoties delen mensen met andere sociale zoogdieren. Dan denken we in de eerste plaats aan mensapen. Maar er zijn talloze voorbeelden die duidelijk maken dat ook andere sociale zoogdieren zoals honden, dolfijnen en olifanten elkaars welzijn ter harte nemen. Deze hoog-intelligente diersoorten hebben belang bij een goede onderlinge verstandhouding.

Van alle sociale diersoorten gelijken bonobo’s waarschijnlijk het meest op de gemeenschappelijke voorouder van mens en mensaap. Ze geven blijk van empathie en dankbaarheid, ze zijn in staat om het perspectief van anderen in te nemen, ze zijn gesteld op verzoening en ze hechten belang aan rechtvaardigheid, wederkerigheid en gelijkheid. Deze oeroude eigenschappen hebben de weg geplaveid voor zelfbeheersing en impulsbeheersing als basis voor een sociale code die moet zorgen voor de nodige harmonie.

Mensen waren dus al volop moreel toen ze nog in groepjes over de savanne rondzwierven. Er is geen God nodig om de menselijke moraal te verklaren. De moraal ontstond eerst en de religie sprong er bovenop. Religie moet echter niet bevochten worden zoals militante atheïsten doen. Religie heeft immers een functie. In een ingewikkelde wereld moet er immers ook nagedacht worden over morele regels. De menselijke moraal onderscheidt zich van deze van dieren doordat ze een uitgebreid stelsel van rechtvaardiging, toezicht en straf hanteert binnen een universele standaard.

De Waal staat wel sceptisch tegenover pogingen om moreel gedrag te vangen in eenvoudige onwrikbare regels, al dan niet religieus. Sommige morele theorieën zijn niet te rijmen met de huidige kennis van de biologie. Heel leerrijk vond ik zijn weerlegging van het utilitarisme op grond van biologische feiten, alsook de bespreking van verschillende theorieën die in de loop van de voorbije eeuw werden ontwikkeld over altruïsme.

Over sociale emoties bij dieren heeft Frans de Waal al vaker gepubliceerd. In dit werk bundelt hij deze inzichten tot een coherente visie op de oorsprong van de menselijke moraal. Die komt niet van hoger, noch van god, noch van de rede, maar van binnenuit. Ze zit ingebakken in onze biologische bagage.

Behoudens een paar stroeve filosofische passages is De bonobo en de tien geboden een prettig leesbaar boek, inzichtelijk en onderhoudend geschreven.

© Minervaria

Written by minervaria

24 februari 2016 at 20:24

Geplaatst in Antropologie, Moraal