Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archief beheerder

De economie van list en bedrog

leave a comment »

AKERLOF, G. & R. SHILLER, De economie van list en bedrog. Hoe de vrije markt ons voor de gek houdt (Vert. Phishing for Phools, 2016) AUP, 2017, 284 pp. – ISBN 9789048533855

Hebt u steevast meer mee naar huis dan u op uw boodschappenlijstje schreef? Staan er achteraan in een kast een paar keukentoestellen die u hooguit een paar keer gebruikt hebt wegens te ingewikkeld en teveel afwas? Krijgt u om de maand een catalogus in de bus die vol staat met geniale accessoires? U krijgt bovendien nog ‘exclusieve’ geschenken als u zich laat verleiden.

Die overvloed aan keuzemogelijkheden heeft u te danken aan de vrije markt. Die maakt het leven van mensen aangenamer en comfortabeler. Maar vrije markten produceren niet alleen wat we nodig hebben en echt willen. Ze creëren ook behoeften die ervoor zorgen dat we de dingen kopen die zij te verkopen hebben. Doel is u zover te krijgen dat u uw geld uitgeeft aan overbodige spullen waarvoor u gewoonlijk ook nog teveel betaalt.

Dit is natuurlijk niet nieuw. Iedere producent en handelaar probeerde altijd al zoveel mogelijk te verkopen. Het probleem is dat manipulatie en misleiding ingebakken kenmerken van het systeem geworden zijn. De vindingrijkheid waarmee de producenten ons het gevoel geven dat we hun producten echt nodig hebben kent nauwelijks grenzen. De auteurs noemen dit ‘phishing for phools’, meteen de oorspronkelijke titel van hun boek.

Phishing betekent mensen zover proberen te krijgen dat ze dingen doen die niet in hun belang zijn maar in het belang van de ‘visser’. Phishing in de reguliere handel is een gevolg van de werking van het economisch systeem. De concurrentiedruk drijft producenten tot misleiding en manipulatie. Als de ene de kans niet grijpt zal een andere het wel doen. Zelfs in moreel integere bedrijven worden leidinggevenden vaak gedwongen om mee te doen om te kunnen concurreren en te overleven.

De vrijemarkteconomie gaat ervan uit dat consumenten kiezen op rationele gronden en dus altijd de beste keuze maken. Maar dat verhaal klopt niet, want mensen beslissen in eerste instantie intuïtief. Daniel Kahnemann heeft overvloedig aangetoond dat wij daardoor gemakkelijk beslissingen nemen die niet in ons belang zijn. Er is veel zelfbeheersing nodig om alleen te kopen wat je echt nodig hebt en niet wat handelaars en fabrikanten willen dat je koopt.

In De economie van list en bedrog maken de auteurs duidelijk hoe sterk phishing for phools ons leven beïnvloedt. Geslepen afzetterspraktijken maken de dienst uit in zeer uiteenlopende domeinen. Dan denken we natuurlijk in de eerste plaats aan reclame en marketing. Maar ook in de huizen- en automarkt, de handel in creditcards, de voedings- en farmaindustrie vormen ze een lucratieve business. En ze ondermijnen de democratie in de politiek.

Gelukkig zijn er instanties en personen, zoals de consumentenorganisaties, die zich verzetten en de afzetterij proberen te doorprikken. Juist dankzij deze mensen kan het vrije marktsysteem zo goed functioneren als het doet, benadrukken de auteurs. Ze hebben al heel wat bereikt, maar er zijn ook aspecten  waar ze geen greep op hebben.

Voor een goed begrip: Akerlof & Shilling kanten zich niet tegen het vrijemarktsysteem zelf. Mensen moeten vrij kunnen kiezen. Maar wat is die vrijheid waard als mensen zo gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden? Economieën zijn ingewikkelder dan het ‘gezonde’ vrije marktverhaal. De theorie van economische groei zou moeten rekening houden met phishing for phools. Economen negeren echter systematisch de rol van misleiding en bedrog.

In wezen heb ik in dit boek weinig nieuw geleerd. Maar het is nooit weg om daar weer bij stil te staan, al was het maar om mijn eigen koopgedrag onder controle te houden. De uitwerking van de voorbeelden is niet altijd herkenbaar, want ze hebben betrekking op toestanden in de VS. Daar wordt niet-scrupuleus gedrag zonder meer beloond. Gelukkig is het in Europa nog niet zo de spuigaten uitgelopen als daar, maar de essentie is herkenbaar.

©  Minervaria

Written by minervaria

26 juni 2020 at 21:01

Geplaatst in Economie

De barbaren

leave a comment »

BOGUCKI, P., De barbaren. Verloren beschavingen buiten Rome en Hellas. (Vert. The Barbarians: Lost Civilisations, 2017) Uitg. Omniboek, 2019,271 pp. – ISBN 978 94 0191 5717

Al zijn in de loop der eeuwen talrijke geschriften vernietigd of verloren gegaan, toch weten wij vrij veel over de klassieke beschavingen op de noordelijke kust van de Middellandse zee. De tegenstelling met de volkeren die ten noorden daarvan woonden, kan bijna niet groter zijn. De Grieken en Romeinen noemden hen ‘barbaren’ omdat ze ongeletterd waren en niet in steden woonden.

Auteurs als Herodotos en Tacitus schreven neer wat zij over hen wisten. Maar veel overgeleverde informatie moet met een korrel zout genomen worden, want is neergeschreven door de ‘tegenstrever’. We weten niet hoe zij zichzelf noemden en daarom gebruikt Peter Bogucki, archeoloog en antropoloog, consequent de term ‘barbaren’.

De barbaren is de neerslag van 40 jaar archeologisch onderzoek naar de gemeenschappen die Midden- en Noord-Europa bevolkten vanaf de late steentijd tot en met de ijzertijd. Het verhaal van de Europese barbaren is er een van opmerkelijke innovatie, mobiliteit en sociale complexiteit.

Omdat ze zelf geen schriftcultuur kenden, hebben deze volkeren ons geen rechtstreekse getuigenissen nagelaten. Wij kennen hun verhaal alleen door archeologische vondsten van nederzettingen, offerplaatsen, monumenten en graven. Het is indrukwekkend hoeveel informatie daaruit door archeologen afgeleid kan worden. Hun vondsten ondersteunen het gangbare beeld van deze volkeren als gewelddadig en moordlustig niet. ­

Deze gemeenschappen, die tussen 2000 en 500 v.C. het Europa ten noorden van de Alpen bevolkten, konden zich in veel opzichten meten met de klassieke beschavingen. Hun samenlevingen waren met elkaar verbonden door gemeenschappelijke voorwerpen en gebruiken. Het leven was gewelddadig en hard, maar er was wel een belangrijke mate van technologische ontwikkeling.

De opgravingen onthullen heel wat over het leven van de gewone mens, zijn huizen, bezigheden, middelen van bestaan, zijn rituelen. De meeste mensen waren boeren en ambachtslui. Ze bedreven akkerbouw en veeteelt. Uit de vondsten leidt men af dat er een bloeiende handel was met de Griekse stadstaten en later met het Romeinse Rijk. Over hun eigen handels- en machtscentra weten we echter weinig.

Als ze in contact kwamen met andere beschavingen maakten ze slim gebruik van de mogelijkheden die dit bood om maatschappelijk hogerop te komen. Rijke grafvondsten duiden op de opkomst van een rijke en machtige elite en dus veranderingen in de sociale politieke structuren. De talrijke veenlijken wijzen erop dat er mensenoffers werden gebracht.

De wereld van de barbaren veranderde heel vaak, onder andere onder invloed van klimaatveranderingen, maar na 500 n.C. werd hun de wereld helemaal door elkaar geschud. Onder invloed van de Romeinse invasies en later de opkomst van het christendom,kreeg hun samenleving een andere sociale organisatie. Ze werden geletterd en konden niet meer als ‘barbaren’ betiteld worden.

Toch leven deze barbaren op een of andere manier verder in de Europese beschaving, zegt Peter Bogucki. Zijn laatste hoofdstuk stelde mij echter teleur. Het gaat vooral over de wijze waarop zij nu voorgesteld worden en inspiratie geven aan tekenaars of films. Ik leerde echter niets over hoe hun wereld voortleeft in hedendaagse instituties of hoe de vermenging tussen de barbaarse en klassieke wereld een typisch Europese samenleving vormde. Dit is misschien voer voor historici?

Niettemin vond ik het een zeer boeiend werk. Ik kreeg een hele reeks tips voor bezoeken aan musea en sites. Het is bovendien zeer inzichtelijk geschreven en treffend geïllustreerd. Voor mij mocht het gerust twee keer zo dik zijn.

©  Minervaria

Aansluitend: dit boek wordt zeer goed aangevuld door Aan de rand van de wereld

Written by minervaria

27 mei 2020 at 10:48

Eeuwen van duisternis

leave a comment »

NIXEY, C., Eeuwen van duisternis. De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur. (Vert. The Darkening Age, 2017) Hollands Diep, 2018 (2e dr.), 398 pp. – ISBN 978 90 488 4718 1

In 2014 werd binnen het IS-kalifaat muziek verboden en werden boeken verbrand. Het jaar daarop begonnen IS-militanten met het systematisch verwoesten van de resten van de antieke steden Nimrud en Palmyra. ‘Valse afgoden’ moesten worden vernietigd. De wereld zag met afgrijzen hoe drieduizend jaar oude beelden omver gehaald werden en met mokers kapot geslagen.

Het was niet de eerste keer dat de stad Palmyra en haar heiligdommen aangevallen werd en verwoest. En waarschijnlijk hebt u nooit gehoord over de prachtige tempel van Serapis in het huidige Egypte. Dat hoeft niet te verbazen, want in 392 n.C. is hij door een bisschop, met de hulp van een troep fanatieke christenen, met de grond gelijk gemaakt.

Catherine Nixey heeft het voor u uitgeplozen. Ze schreef een beklijvend en uitstekend gedocumenteerd boek, ruim geïllustreerd, over de grotendeels onbekende tragedie achter de ‘triomf’ van het christelijke geloof. Er wordt, in haar eigen woorden, ‘ongegeneerd gerouwd over de grootste verwoesting van kunst die de mensheid ooit heeft meegemaakt’.

Ons werd altijd voorgehouden dat de kerk licht had gebracht in heel Europa. Mensen zouden zich massaal en graag tot het zachtmoedige christendom bekeerd hebben, dat mijlen verheven was boven de eeuwenoude godencultussen. Minder bekende geschriften, en veel objecten in musea en archeologische vindplaatsen, vertellen echter een ander verhaal.

In de polytheïstische klassieke samenlevingen heerste religieuze tolerantie. De goden bestonden gewoon naast elkaar en iedereen kon verschillende goden aanbidden en dienen. De Romeinse autoriteiten kregen echter te maken met een sekte die zeer recalcitrant was en overtuigd van het eigen grote gelijk. Wie een andere god aanbad, was niet gewoon anders, maar dwaalde en moest desnoods met geweld bekeerd worden. Groepjes fanatieke christenen verstoorden geregeld de openbare orde en gingen zich te buiten aan beschadiging en vernieling van gebouwen en kunstwerken.

Sommige keizers traden hardhandig op, maar dit waren uitzonderingen. Er zijn niet veel jaren geweest waarin christenen op last van een keizer zijn vervolgd. Het was de eerste 250 jaar n.C. officieel beleid van de meeste keizers om de christenen te negeren en te zeggen dat er niet actief jacht op hen mocht worden gemaakt. Martelingen en executies gebeurden niet zozeer omwille van hun geloof maar omdat zij de rust verstoorden.

Naarmate het aantal aanhangers van het christendom toenam, werden deze steeds driester. Christelijke moralisten spraken hun afkeer uit over alle aspecten van het ‘heidense’ leven. Ze trokken van leer tegen alles wat niet strookte met de christelijke leer. In de loop van de 4e eeuw nam de druk op de ‘andersgelovigen’ toe. Kunstenaars, filosofen en andersdenkenden werden op allerlei manieren geterroriseerd.

Toen met de eerste christelijke keizer Constantijn de christenen effectief aan de macht kwamen, werd het christendom staatsreligie. Meteen werden alle andere cultussen verboden en de cultusobjecten vernietigd. Beelden werden brutaal beschadigd en bij sommige werd een kruis in het voorhoofd gekerfd. Hele bibliotheken werden geplunderd en verwoest. De restanten van de grootste bibliotheek ter wereld, die van Alexandrië, zijn door christenen verwoest.

Er installeerde zich een gedachtencensuur. Iedereen moest desnoods met geweld tot het ware geloof bekeerd worden. Mensen werden verplicht zich te laten dopen en naar de kerk te gaan. Huizen werden doorzocht en geplunderd door fanatieke christelijke bendes. Filosofen werden mishandeld en vogelvrij verklaard, beroemde scholen gesloten. Ook feesten werden verboden.

Overal in de klassieke wereld stierven de oude religies uit en werd het christendom allesoverheersend. De repressie door het staatsgezag nam gestaag toe. In de 6e eeuw vaardigden de Romeinse keizers wetten en verboden uit die andersgelovigen viseerden. Een complete leefwijze was ten dode opgeschreven.

Een combinatie van onwetendheid, angst en waanzin bracht de vrijwel volledige verwoesting mee van alle Latijnse en Griekse literatuur. De geschriften van de Grieken zijn nagenoeg allemaal verdwenen. Naar schatting is minder dan 10 procent van alle klassieke literatuur tot in onze tijd bewaard gebleven. Het was het begin van de donkere middeleeuwen die Europa eeuwenlang in hun greep hielden.

Eeuwen van duisternis is een echte, maar droevige, revelatie.

© Minervaria

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Written by minervaria

30 april 2020 at 15:12

Geplaatst in Cultuur, Europa, Geschiedenis, Oudheid, Religie

Tagged with

Terug naar de feiten

leave a comment »

VAN CRAEYNEST, B., Terug naar de feiten. Hoe onze economie er echt voor staat. Uitg. Pelckmans/Polis, 2019, 228 pp. – ISBN 978 94 6310 400 5

België is een van de meest welvarende landen in de wereld. Opdat dit in de toekomst zo blijft, zijn echter flinke beleidsingrepen nodig. Alleen al de snelle vergrijzing van de bevolking stelt het land voor enorme economische en financiële uitdagingen.

In het publieke debat wordt daarover echter heel wat onzin verkocht, zegt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom  van VOKA. Politici van alle strekkingen spelen graag in op de onzekerheid van mensen over de toekomst. Hun uitspraken en stellingen steunen vaak niet op correcte feiten en objectieve analyses. Het gevolg is dat de oplossingen niet werken. De realiteit is immers veel genuanceerder dan men haar doorgaans voorstelt.

De uitdagingen voor België zijn niet min. Te weinig Belgen werken, ons belastingstelsel vertoont heel wat tekortkomingen, de begroting draait al jaren vierkant, de overheid werkt verre van efficiënt en er is een toenemend mobiliteitsprobleem.

Voor elk van die problemen maakt Van Craeynest telkens een analyse op basis van feiten en cijfers. Hij zoekt naar de oorzaak en evalueert de maatregelen die voorgesteld of getroffen worden. Die schieten volgens hem over het algemeen schromelijk tekort om het probleem ten gronde op te lossen.

Zo doorprikt hij een aantal gemeenplaatsen over overheidsschuld en -begrotingen. Hij relativeert het begrotingstekort en toont aan waarom een besparingsbeleid van de overheid doorgaans negatief is voor de economie. Heilige huisjes, zoals de ingewikkelde staatsstructuur en de salariswagens, worden niet gespaard.

Ook misvattingen over economische groei worden vakkundig weerlegd. Zo maakt hij brandhout van de idee dat een economie zonder groei beter zou zijn. Als iemand er dan op vooruit gaat, is dat altijd ten koste van iemand anders. En hij toont aan waarom de overheid niet kan beheerd worden zoals een gezin en een bedrijf.

Als besluit bespreekt hij een aantal mogelijke ingrepen om de uitdagingen dan wél ten gronde aan te pakken. Omdat economie geen exacte wetenschap is, geeft geen enkele economische analyse echter eenduidige antwoorden. Deze beperkingen hebben ook consequenties voor het beleid.

Voor niet-economen is de economie vrij ondoorzichtige materie. Daarom krijgt u een aantal tips om de economische analyses te interpreteren. Van Craeynest probeert economische begrippen en redeneringen bovendien zo inzichtelijk mogelijk te maken voor de modale lezer. Daar is hij naar mijn mening niet voor de volle honderd procent in geslaagd. Het kan hem echter niet kwalijk genomen worden, want economie blijft een ingewikkelde zaak.

Niettemin is het een vrij goed leesbaar werk geworden. En wellicht is het na de coronacrisis actueler dan ooit?

©  Minervaria

Written by minervaria

30 maart 2020 at 15:17

Geplaatst in Economie

Tagged with

Focus AAN/UIT

leave a comment »

TIGCHELAAR, M. & O. de BOS, Focus AAN/UIT. Dicht de 4 concentratielekken en krijg meer gedaan in een wereld vol afleiding. A’dam, Uitg. Unieboek/Het Spectrum, 2019, 224 pp. – ISBN 978 90 00 35969 1

De hele dag druk bezig en ‘s avonds ontdekken hoe weinig er eigenlijk uit uw handen gekomen is. To-dolijstjes die alleen maar langer worden. Tijdens het lezen bedenken dat er nog drie klussen moeten opgeknapt worden. In bed liggen malen over wat er nog allemaal moet gedaan worden. Herkent u het ook?

Ik moet mijn dag beter indelen, denkt u dan. Neen, zegt Mark Tigchelaar, dat is niet de oplossing. Je moet je beter kunnen afsluiten voor afleiding en allerhande prikkels. Rust, overzicht en controle is wat je nodig hebt. Je moet beter kunnen focussen. De kwaliteit van ons werk hangt trouwens voor een groot deel af van onze focus.

Maar focussen is niet natuurlijk. Onze hersenen zijn afgesteld om alert te zijn op wat er om ons heen gebeurt. Ze nemen continu prikkels op die de aandacht afleiden. Gemiddeld hebben we zo’n 500 concentratielekken per dag. Ons concentratievermogen neemt bovendien af over de tijd. En zo zijn we dan ook geleidelijk minder productief. De vraag is dan ook: hoe leren we ons af te sluiten voor de prikkels om ons heen?

Tigchelaar onderscheidt 4 soorten concentratielekken en legt uit hoe ze ontstaan. Ze houden verband met de manier waarop onze hersenen omgaan met informatie. Als we daarmee rekening houden, dan kunnen we de concentratielekken beter dichten en onze focus zelf in handen houden. Dit maakt ons weerbaarder tegen stress en zorgt ervoor dat we structureel meer gedaan krijgen.

U krijgt tal van praktische tips om de concentratielekken te dichten. U leert onder meer hoe u minder snel moe wordt en waarom druk zijn niet samengaat met productief zijn. U krijgt tips om af te kicken als u verslaafd bent aan sociale media. U leert waarom multitasken goed is voor de focus en de concentratie. Had u er al aan gedacht dat er meer uit uw handen komt als u minder uren werkt per dag? En wist u dat bewegen de beste manier is om de aandacht weer op te laden?

Want om te kunnen focussen is het belangrijk om geregeld te ontfocussen. Focus is bovendien niet voor alle activiteiten geschikt. We streven immers niet alleen productiviteit na, er moeten ook oplossingen bedacht worden. Dit vraagt creativiteit en die is juist gediend met open aandacht. In Focus AAN/UIT krijgt u dus ook tips hoe u kunt ontfocussen.

Op de bijhorende website kunt u de tien belangrijkste tips downloaden en u krijgt er een gratis onlinetraining cadeau. Uiteraard kunnen bedrijven en instellingen de auteur inhuren voor het geven van workshops en lezingen. Het enthousiasme van de auteur is aanstekelijk. Ik kreeg meteen zin om alvast een paar tips toe te passen.

© Minervaria

Written by minervaria

29 februari 2020 at 08:30

Geplaatst in Management

De mythe van de moederliefde

leave a comment »

BADINTER, E., De mythe van de moederliefde. Geschiedenis van een gevoel. Utrecht, Bijleveld, 1983, 271 pp. – ISBN 906 1318 017

In 1780 werden in Parijs van de 21.000 pasgeborenen 19.000 onmiddellijk na de geboorte uitbesteed bij een voedster. Dit was in Frankrijk al ettelijke eeuwen gebruikelijk. Pasgeboren baby’s werden ingebakerd en op open karren naar het platteland vervoerd. Om dit betaalde werk te verrichten had de voedster haar eigen kind vaak bij een andere voedster ondergebracht of ze gaf het een papje te eten.

Kinderen werden aan de lopende band uitbesteed en verlaten. Ze stierven in groten getale omdat hun ouders nauwelijks naar hen omkeken. Hoe moet een dergelijke achteloosheid worden uitgelegd, zeker in een tijd waarin borstvoeding van levensbelang was voor het kind? En hoe valt te verklaren dat de moeder van latere eeuwen onmiddellijk na de geboorte overweldigd werd door een instinctieve liefde voor haar kind?

In haar eerste boek uit 1980 presenteert Elisabeth Badinter, filosofe en militant feministe, een studie over de veranderende opvattingen over moederschap in de voorbije eeuwen. Hierin toont ze overtuigend aan dat de manier waarop moederliefde wordt geuit, varieert naargelang het moederschap door de maatschappij hoog of laag gewaardeerd wordt.

Voor het einde van de 18e eeuw telde het kind nauwelijks in het gezin. Het werd vaak als last beschouwd, als onbeduidend bekeken en in het beste geval geduld. Maar in de laatste dertig jaar van de achttiende eeuw kwam er een nieuwe filosofie op. Denkers zoals Rousseau hemelden de moeder-kindrelatie op en kenden aan de moeder een bijna goddelijke status toe.

Langzaam groeide het idee dat een koesterende, zorgende moeder onontbeerlijk was voor de overleving en het welzijn van het kind. Op allerlei manieren werd vrouwen aangepraat dat het moederschap een noodzakelijke en edele taak was, en een bron van menselijk geluk.  De moeder was ten volle verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind. Ze had de plicht haar kind op te voeden tot een gelovig christen en gehoorzaam burger.

In de negentiende eeuw ging het moderne gezin zich groeperen rond de moeder. De vrouw aan de haard werd opgesloten in haar moederrol. Moeders waren bovendien ondergeschikt aan de man/vader. Veel vrouwen voelden zich daar goed bij, maar andere werkten hun frustratie hierover uit op hun  kinderen. Hun relatie kenmerkte zich niet zozeer door liefde, maar door controleren en macht uitoefenen.

Daar deed de psychoanalyse in de twintigste eeuw nog een schep bovenop. Als er met het kind iets mis ging, was de moeder schuldig. Ook al zijn hun teksten en inzichten nu achterhaald, de psychoanalisten hebben zeer veel invloed gehad op het moderne beeld van de ‘normale’ zorgende moeder.

Dank aan de feministische theorieën van de jaren 60 van de 20e eeuw kunnen vrouwen er voor de eerste maal in de geschiedenis zelf voor kiezen om huis en kinderen te verlaten en buitenshuis te gaan werken als mogelijkheid tot zelfontplooiing. Dit was uiteraard niet mogelijk geweest zonder efficiënte anticonceptie.

De moderne evolutie bewijst dat het moederschap niet altijd de voornaamste levensvervulling van de vrouw is en moet zijn. Meteen wordt duidelijk dat de gezinsverhoudingen zoals wij die kennen, niet vanzelfsprekend zijn. Ze zijn een Westerse uitvinding en niet zonder meer te extrapoleren naar andere samenlevingen.

Dit werk heeft bij verschijnen felle reacties uitgelokt. In haar antwoord, dat in de latere uitgaven opgenomen is, geeft Badinter haar doordachte visie op moederliefde. Moederliefde is geen allesoverheersende emotie die een vrouw overvalt na de geboorte van haar kind. Zoals ieder menselijk gevoel is het veranderlijk, broos en onvolmaakt. Misschien is het niet zo diep in de vrouwelijke natuur gegrift. Moeders geven het kind aandacht en genegenheid wanneer zij daar maatschappelijk voor beloond worden.

Elisabeth Badinter mag het nog meemaken dat ook vaders emotioneel veel nauwer betrokken zijn bij hun kinderen. We zien steeds meer jonge vaders actief bezig met de verzorging en opvoeding van hun kinderen. In veel landen kunnen ze gebruik maken van vaderschapsverlof. Alhoewel nog in een pril stadium, de thuisblijvende vader wordt niet meer met de nek aangekeken. En heel recent kunnen en mogen vrouwen (en mannen) tot uiting brengen dat zij geen kinderen willen of dat het leven zonder kinderen even en zelfs meer bevredigend kan zijn.

Heel wat boeken zijn snel verouderd, maar dat is zeker niet het geval voor De mythe van de moederliefde. Alleen al de studie van de gebruiken en het gedachtegoed uit de 18e eeuw maakt het de moeite waard. Dit geldt ook voor de kritische kijk op het ideeëngoed van de psychoanalyse, die in Frankrijk nog altijd veel invloed heeft.

Het thema blijft bovendien actueel. Alhoewel vrouwen in het Westen kunnen studeren en een carrière uitbouwen, is de feministische strijd nog niet gestreden. Veel werkende moeders moeten nog altijd genoegen nemen met een lager loon. Het vinden van een geschikte kinderopvang is vaak een heksentoer. En ze voeren nog altijd driekwart van de onbetaalde zorgtaken uit met een enorme impact op hun leven.

©  Minervaria

Written by minervaria

10 februari 2020 at 17:42

Het bestverkochte boek ooit

leave a comment »

BLAUW, S., Het bestverkochte boek ooit. Hoe cijfers ons leiden, verleiden en misleiden. De Correspondent, 2018, 202 pp. – ISBN 97 890 8282 164 2

Hoezo, het ‘bestverkochte boek ooit’? En dan ontdekt u de kleine lettertjes: ‘met deze titel’. Zo gaat het ook met cijfers en getallen. Die zijn alleen niet zo snel te ontmaskeren.

Nagenoeg alles wordt tegenwoordig gemeten en in cijfers gegoten. Weegschalen zeggen of je meer dan wel minder moet eten en er zijn er die ook je BMI berekenen. Stappentellers vertellen of je die dag voldoende gelopen hebt, sleeptrackers of je wel normaal slaapt. Meer dan je je bewust bent bepalen procenten en gemiddelden je leven. Ze beïnvloeden niet alleen wat je eet en drinkt, maar ook waar je werkt, hoeveel je verdient, waar je woont, met wie je trouwt en op welke partij je stemt.

Omdat ze objectief ogen, laten we ons echter te gemakkelijk leiden door cijfers en getallen, zegt Sanne Blauw. Ze zijn veel te belangrijk geworden in ons leven. In dit boek herleidt ze de cijfers tot hun ware proporties. Wat zeggen cijfers écht?

Cijfers spelen nog niet zo lang een bepalende rol in het leven van mensen. Voor de negentiende eeuw hadden ze, behalve in de wetenschap, eigenlijk weinig te betekenen. Maar plots bleken ze een oplossing voor een aantal slepende problemen, vooral in de gezondheidszorg. Cijfers konden levens redden. Maar ze waren ook van strategisch belang. Bevolkingscijfers waren vaak beslissend in het al dan niet winnen van een oorlog. En zo begonnen cijfers te wegen op het beleid.

Men begon van alles te meten en in cijfers te gieten. Vaak was dat een vooruitgang, maar het kon ook dramatisch fout gaan. Want hoewel ze objectief ogen, zijn cijfers en berekeningen gebaseerd op subjectieve keuzes zoals waarden en normen. Cijfers kunnen gebruikt worden om bepaalde stellingen te bekrachtigen, zoals ‘blanke mensen zijn intelligenter dan zwarte’.

Er is dus ruim voldoende reden om door te vragen. Welke keuzes zijn er in een onderzoek gemaakt? Waar komen verschillen vandaan? Wat is er eigenlijk gemeten? Hoe moeten we de resultaten van steekproeven interpreteren? En wie bepaalt wat er verzameld wordt en wie komt er met de cijfers voor de dag? Het is immers schering en inslag dat belangenorganisaties cijfers publiceren die er gunstig uitzien voor hen.

Meer dan ooit worden bovendien op de uitkomsten van metingen en onderzoeksgegevens gesofisticeerde rekenmethodes of algoritmes losgelaten. Die leveren een schat aan cijfermatige informatie op over iets of iemand. Deze big data geven echter een valse indruk van objectiviteit. Ze verschaffen niet alleen een beeld van de werkelijkheid, ze dreigen deze ook te vervangen. We moeten op onze hoede zijn voor beslissingen die genomen werden op basis van big data-uitkomsten.

En er is nóg een reden om kritisch te zijn over cijfers. In Ons feilbare denken heeft Daniel Kahneman overvloedig aangetoond dat wij de waarde van cijfers spontaan inschatten op basis van onze onderbuikgevoelens.

Sanne Blauw studeerde econometrie en is journaliste bij De Correspondent. Die combinatie levert een degelijk onderbouwd, vlot leesbaar betoog en zeer begrijpelijk betoog op, ook voor wie niet wetenschappelijk geschoold is. Het is overigens een boek om regelmatig te raadplegen, want het verschaft je tot slot een praktische checklist om je niet door cijfers te laten ringeloren.

© Minervaria

Written by minervaria

31 januari 2020 at 16:51

Het menselijk getij

leave a comment »

MORLAND, P., Het menselijk getij. Hoe demografie de moderne wereld heeft vormgegeven. (vert. The Human Tide: How Population Shaped the Modern World, 2019) A’dam/A’pen, Uitg. Atlas/Contact, 2019, 440 pp. – ISBN 978 90 450 3707 3

In 1960 waren er 3 miljard mensen op de wereld. Nog voor het jaar 2000 was de wereldbevolking verdubbeld tot 6 miljard. De Verenigde Naties schatten dat de mondiale populatie halverwege 2017 de 7,6 miljard haalde. In 2050 zal de wereldbevolking bijna 8 miljard mensen bedragen. Dit is een gigantisch aantal.

Sedert de mensheid ongeveer tienduizend jaar geleden overging op de landbouw, leefden de meesten in vuiligheid en misère. De kindersterfte was ontzettend hoog en mensen stierven jong. In de 18e eeuw haalde naar schatting tussen een kwart en een derde van alle baby’s zijn eerste verjaardag niet.

Vanaf het begin van de negentiende eeuw kwam daar verandering in. De aanvankelijk bescheiden maar substantiële verbeteringen in materiële omstandigheden, voeding, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs hebben een ingrijpende demografische transitie veroorzaakt. Dit is de overgang van een hoog sterfte- en geboortecijfer naar een laag sterfte- en geboortecijfer binnen een bepaalde bevolkingsgroep.

Nagenoeg alle moderne samenlevingen kennen een spectaculair lage kindersterfte en een hoge levensverwachting. Waar de gebruikelijke voordelen van modernisering beschikbaar komen en vrouwen toegang krijgen tot onderwijs en anticonceptiemiddelen, veranderen de patronen die bepalend zijn voor de gezinsomvang.

Overal op de wereld is de bevolking intussen niet alleen toegenomen, maar heeft zich ook een omwenteling voorgedaan in de samenstelling van de bevolking. De demografische explosie van de voorbije twee eeuwen heeft de wereld een ander aanzien gegeven.

De groeispurt van de bevolking ging hand in hand met de industriële revolutie. Dit proces begon in Europa. De Britten waren eerst, andere Europese volkeren volgden iets later. Dit verklaart de oorsprong van de superioriteit van de taal en cultuur van de Angelsaksische landen. De bevolkingsexplosie in de Europese landen vormde vervolgens de grondslag voor de hedendaagse wereld.

Intussen heeft de demografische vloed ook de rest van de wereld bereikt, met een veel groter oppervlak en bevolking. In Japan, China en Oost en Zuidoost-Azië woont tegenwoordig bijna een derde van de wereldbevolking. De laatste wereldregio waar de demografische transitie zich voordoet is Afrika ten zuiden van de Sahara.

In Het menselijk getij verheldert de gerenommeerde demograaf Paul Morland de rol van bevolkingsgrootte en -samenstelling in de moderne geschiedenis. Demografische factoren bepalen uiteraard niet als enige de loop van de geschiedenis. Ze kunnen echter wel de krachtsverhoudingen tussen en binnen staten drastisch veranderen met mogelijk ontwrichtende gevolgen. Dit boek gaat over de macht van het getal.

Er is bijvoorbeeld een opmerkelijk verband tussen de gemiddelde leeftijd en het geweld in een land. Een samenleving met veel jongeren vergroot de kans op conflicten. Zo heeft het Palestijns-Israëlische conflict meer dan andere conflicten een demografische oorzaak. Bevolkingsaantallen en –groei bepalen ook de militaire slagkracht van een land. Ook het hedendaagse populisme in de moderne wereld kan mede verklaard worden door demografische ontwikkelingen.

Morland toont aan hoe demografische veranderingen over de hele wereld de economische en politieke ontwikkelingen beïnvloedden en vice versa. Waar bevolkingsgroei en industriële ontwikkeling hand in hand gingen was een fundamentele verschuiving in de machtsverhoudingen en het wereldsysteem onvermijdelijk. Niets daarvan zou mogelijk zijn geweest zonder onderwijs, vooral aan vrouwen, zo beklemtoont hij verschillende malen.

Kan kennis van de demografie in het verleden ook een vooruitblik bieden op de toekomst? We zijn op weg naar de eindfase van de eerste demografische transitie, meent Morland. Afrika ten zuiden van de Sahara is het laatste deel van de wereld dat nog volop in de eerste fase verkeert, met alle ellende van dien. Maar naarmate dit werelddeel moderniseert zal ook daar zich dezelfde evolutie aftekenen als in de andere werelddelen.

Het menselijk getij geeft u inzicht in een doorgaans onderbelicht aspect van de geschiedenis. Het werk is wetenschappelijk degelijk gefundeerd. Morland baseert zich op de best beschikbare bronnen, namelijk de gegevens van de VN. Aan het einde zijn er twee appendices met uitleg over de berekening van de gehanteerde cijfers.

Bij demografie komt natuurlijk heel wat wiskunde kijken. Maar laat u daardoor niet afschrikken, want het is niet nodig dat u alle details van de berekeningen kent om het betoog te volgen. Bovendien is de tekst heel vlot te lezen.

© Minervaria

Written by minervaria

31 oktober 2019 at 09:43

Geplaatst in Geschiedenis, Hedendaags, Maatschappij, Wereld

Tagged with

250 jaar over misdaden en straffen. Cesare Beccaria

leave a comment »

VERHOFSTADT, D., 250 jaar over misdaden en straffen. Cesare Beccaria. A’dam/A’pen, Uitg. Houtekiet, 2014, 303 pp. – ISBN 978 90 8924 314 0

‘Welke zijn nu de straffen, die behoren toegepast te worden op misdaden? Is de doodstraf een sanctie die werkelijk nuttig en noodzakelijk is voor de veiligheid van en de goede orde in de maatschappij? Is het aanwenden van pijnbank en foltering rechtvaardig en is daarmee het doel te bereiken dat de wetgeving nastreeft? Wat is de beste manier om het plegen van strafbare feiten te voorkomen?’

In Dei delitti delle e pene stelde Cesare Beccaria zijn principes over het strafrecht voor. Zijn uitgangspunt was dat elke mens, arm of rijk, recht heeft op een gelijke behandeling. Niemand mag beoordeeld worden op basis van zijn afkomst, familiebanden of connecties. Straffen moeten in verhouding staan tot de gepleegde misdrijven en de rechters die oordelen en bestraffen moeten onafhankelijk zijn. Een straf mag geen vergelding zijn, maar moet leiden tot het verminderen van misdaden in de samenleving. Ze moet de delinquent beletten zijn medeburgers nog eens te benadelen en de andere mensen ervan afhouden om hetzelfde te doen.

Dirk Verhofstadt heeft de 40 principes van Beccaria gebundeld tot negen. De basis is dat de regels van de groep ondergeschikt zijn aan die van het individu. Families, volkeren, naties of religies zijn niet het belangrijkste, wel het individu. Straffen moeten bovendien vastgelegd zijn in een wet, die voor iedereen geldt. Het strafrecht legt de basis voor rechtvaardigheid en tegen willekeur en het vormt de kern van een democratische en rechtvaardige samenleving.

Ons lijkt dit het intrappen van een open deur, maar in 1764 was Dei delitti e delle pene revolutionair. In die tijd werd het strafrecht beheerst door willekeur, machtsmisbruik en religieuze dogma’s. Hoe iemand berecht werd, was afhankelijk van diens plaats in de maatschappij. Rechters spraken straffen uit op basis van hun persoonlijke inschatting. Beklaagden werden gefolterd en op allerlei wijzen geïntimideerd om bekentenissen af te dwingen. Meningen en gedragingen die afweken van wat de kerk voorschreef werden zwaar bestraft.

De ideeën van Beccaria waren zeer vooruitstrevend voor die tijd. Ze waren zo radicaal dat ze onvermijdelijk botsten met die van de kerkelijke inquisitie. Beccaria werd daarom lang verguisd en bekritiseerd, vooral door de kerk. Hij had echter veel invloed op de Verlichte heersers. Hij inspireerde Verlichtingsdenkers en revolutionaire bewegingen, die een einde wilden maken aan het Ancien Regime en veel nadruk legden op de gelijke behandeling van alle burgers en zich keerden tegen het despotisme.

Tot de publicatie van het werk van Verhofstadt had ik nog nooit over Cesare Beccaria gehoord of gelezen. Een van de grootste Verlichtingsdenkers uit de geschiedenis lijkt compleet vergeten. In Milaan verdringen de toeristen zich voor de imposante duomo, terwijl de Piazza Cesare Beccaria op wandelafstand er nagenoeg verlaten bij ligt.

Toch hebben wij enorm veel aan te danken aan deze Italiaanse filosoof en rechtsgeleerde. Zijn werk heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de humanisering van het strafrecht van zowat alle Europese en Amerikaanse landen. Het vormt de basis voor de Universele Verklaring van de Mensenrechten en het bestaansrecht van de waakhonden Amnesty International en Human Rights Watch.

De denkbeelden van Beccaria blijven immers brandend actueel. Er zijn nog veel landen waar men mensen foltert en executeert, waar willekeurige arrestaties en processen plaats grijpen, rechtszittingen in het geheim gehouden worden, waar ketterij en godslastering worden bestraft, mensen zonder rechterlijk bevel worden vervolgd en opgepakt en waar homoseksuelen de doodstraf krijgen. En in de grootste democratie worden nog steeds mensen geëxecuteerd, sommigen compleet onschuldig.

Ook in democratische landen blijft het gevaar bestaan dat overheden buitensporige macht gebruiken tegenover de burgers, zodat ze opnieuw worden overgeleverd aan willekeur. Als we niet waakzaam blijven lopen zelfs de beste rechtssystemen het gevaar uitgehold te worden, bijvoorbeeld via kliklijnen.

Het werk bestaat uit twee delen: de samenvatting en bespreking van het boek van Beccaria door Dirk Verhofstadt wordt gevolgd door de meest recente vertaling van Dei delitti e delle pene. Een beetje tegendraads ben ik begonnen met het tweede en daar heb ik geen spijt van gehad. Dankzij de puike vertaling is het werk van Beccaria vrij goed leesbaar. En de prima duiding van Verhofstadt vormt daar een welkome aanvulling op.

Dit boek stond heel wat jaren op mijn leeslijstje. Maar mijn troost is dat dit werk nooit achterhaald is. Het is bovendien een must voor iedereen die de mensenrechten genegen is.

© Minervaria

Written by minervaria

21 september 2019 at 09:54

De waarde van alles

with 3 comments

MAZZUCATO, M., De waarde van alles. Onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie. A’dam, Uitg. Nw Amsterdam, 2018, 384 pp. – ISBN 978 90 468 2379 8

“Tussen 1975 en 2017 is het reële bbp van de Verenigde Staten ruwweg verdrievoudigd. Over deze periode nam de productiviteit met ongeveer 60 procent toe. Desondanks zijn de reële uurlonen van de meerderheid van de werknemers gestagneerd of zelfs gedaald. Dit betekent dat bijna vier decennia lang een kleine elite zich vrijwel de totale baten van een groeiende economie heeft toegeëigend.  Is dit omdat zij zulke buitengewone productieve leden van de samenleving zijn, zoals ze beweren?”

Reeds in de eerste alinea wordt de toon gezet. Geheel in lijn met haar vorige boek stelt Mariana Mazzucato zich uiterst kritisch op tegenover de gang van zaken in een wereld waar de ongelijkheid van rijkdom en inkomen alleen maar toeneemt. Het hele bedrijfsleven is doordrenkt van financiële operaties en de mentaliteit die ermee gepaard gaat. Men gaat beslissingen nemen in functie van geld in plaats van nut of bijdrage.

Want dit is waarover productiviteit moet gaan, vindt Mazzucato. Het is hoog tijd dat er weer een ernstig debat gevoerd wordt over wat waarde is en hoe ze tot stand komt. Waardecreatie gaat in de kern om het voortbrengen van nieuwe en nuttige goederen en diensten. Alleen zo kan er een duurzame en eerlijke economie gecreëerd worden, waarin de welvaart breder gedeeld wordt.

Tot in de negentiende eeuw maakten economen en filosofen onderscheid tussen twee soorten economische activiteiten. Productieve activiteiten droegen bij aan het algemeen welzijn, activiteiten die niets bijdroegen bestempelden ze als improductief. Ze vonden het noodzakelijk om de productieve activiteiten te bevorderen en improductieve te beperken.

Tegenwoordig zijn winst en verlies echter de maatstaf voor waarde geworden. De waarde van goederen en diensten wordt afgemeten aan hun prijs. Als gevolg hiervan worden activiteiten die niets bijdragen aan de samenleving maar wel duur zijn of veel kosten, zoals vervuilende bedrijven, als waardevol beschouwd. En activiteiten die nuttig zijn maar niets kosten, zoals gezinszorg en mantelzorg, tellen niet mee. Ook de overheid is niet waardevol want een verliespost.

Zo werd een ongebreidelde groei van de financiële sector mogelijk gemaakt. De financiële markten bepalen de waarde van bedrijven. Bedrijven functioneren niet meer hoofdzakelijk in functie van hun nut, maar van de opbrengst voor hun aandeelhouders. In deze visie wordt winst uit financiële transacties, waarvoor men niets heeft moeten doen, beschouwd als een inkomen dat ‘verdiend’ is.

In de financiële sector beweegt zich tegenwoordig een groot aantal tussenpersonen die zich toeleggen op het beheer van fondsen, het vermogensbeheerkapitalisme. Deze verdienen geld aan financiële transacties, niet door de reële economie te bedienen maar zichzelf. En het verplaatsen van geld op verschillende manieren, het casino-kapitalisme, stelt een aantal individuen in staat heel rijk te worden zonder werkelijke bijdrage aan de rijkdom van de samenleving.

Zo heeft de financiële sector het aandeel van improductieve waarde enorm doen toenemen. Ze is mede-veroorzaker van de groeiende ongelijkheid in inkomen en vermogen. En alhoewel zij het zo doen voorkomen om de hoogte van hun beloningen te rechtvaardigen, zijn het niet de financiële tussenpersonen die de echte risico’s nemen. Die situeren zich in de innovatie-economie, waarmee zij zich niet inlaten.

Die risico’s worden voor een groot deel door de overheid genomen. Net als in De ondernemende staat toont Mariana Mazzucato ook hier aan hoe de overheid een cruciale rol speelt in de innovatie-economie en zodoende positieve waarde schept. Ze versterkt haar pleidooi voor de herwaardering van de overheid en formuleert een aantal ideeën over de herwaardering van de publieke sector.

In De waarde van alles maakt ze brandhout van de fabeltjes van de gangbare neoliberale economische theorieën. Er zijn verschillende inconsistenties in de manier waarop economische groei tegenwoordig bepaald wordt. Mazzucato verheldert waar economische groei echt over moet gaan en verduidelijkt wanneer, waarom en hoe deze uit de hand gelopen is.  Ze kleedt de financiële sector uit en ontwart het ondoorzichtige kluwen van financiële machinaties waarvan vooral de actoren zelf rijker worden.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat vooral het laatste een buitengewoon taaie brok was. Ik heb de drie hoofdstukken over de financiële sector met heel veel moeite doorploegd, zonder dat ik er veel wijzer uit werd. Gelukkig rondt Mazzucato ze af met inzichtelijke conclusies. In ieder geval weet ik nu veel beter hoe de pakkers erin slagen om zoveel meer te verdienen dan de doeners.

De waarde van alles is een doordacht en leerrijk, maar ronduit ontluisterend en vaak ontmoedigend boek van een gerespecteerde econome over de neoliberale economie. Een index van de gebruikte terminologie zou het voor een leek toch beter te behappen maken.

© Minervaria

Aansluitend: Anja Meulenbelt: We zien kinderen krijgen niet als belangrijke maatschappelijke bijdrage. Daarmee doen we vrouwen tekort.

Written by minervaria

3 juli 2019 at 13:02

Geplaatst in Economie