Voor u gelezen

Over mens en maatschappij

Archief beheerder

De tirannie van verdienste

leave a comment »

SANDEL, M., De tirannie van verdienste. Over de toekomst van de democratie (Vert. The Tyranny of Merit, 2020) Utrecht, Uitg. Ten Have, 2020, 365 pp. – ISBN 978 90 259 0750 1

Een CEO van de bel20 verdient 6.533 euro per dag. Voor datzelfde bedrag moeten de meeste mensen meer dan drie maanden werken. Hoezo kun je rijk worden “als je maar hard genoeg werkt”? Michael Sandel, hoogleraar politieke wetenschappen aan Harvard University, heeft er een duidelijke visie over.

In de voorbije veertig jaar is het ongenuanceerde marktdenken nagenoeg overal ter wereld de overheersende ideologie geworden. Alles werd een zaak van vraag en aanbod met rampzalige gevolgen voor de gewone mens. De ongelijkheid is schrikbarend toegenomen. Tot overmaat van ramp hebben de centrumlinkse partijen kritiekloos het discours van de markt omarmd.

Het allesoverheersende geloof in de markt trok de sociale verhoudingen scheef en bevorderde een meritocratische mentaliteit. Als je maar hard genoeg werkt, kun je alles bereiken, luidt het devies. Wie het ‘maakt’ in het leven heeft dit dus verdiend. Succes en mislukking werden de graadmeter voor verdienste, arbeid heeft aan waardigheid ingeboet. Mensen uit de arbeidersklasse hebben aan economische en culturele status ingeleverd en veel mensen hebben het gevoel dat de elites op hen neerkijken.

Op zich is er natuurlijk niets mis met de vrije markt, noch met verdienste. Als je hard werkt voor iets, dan heb je het ook verdiend om ervoor beloond te worden. Het wordt echter een probleem als we gaan denken dat we onze successen op eigen kracht behaald hebben. Er zijn zoveel factoren die het al dan niet mogelijk maken om succes te boeken. Is het werkelijk je eigen verdienste dat je toevallig over de talenten beschikt waaraan een marktsamenleving waarde hecht?

In een dergelijke context is loon naar verdienste een vorm van tirannie, van onrechtvaardigheid. De tirannie van verdienste feliciteert de winnaars en kleineert de verliezers. De rol van het lot, tegenslag en toeval wordt volledig genegeerd. Aan verdienste wordt een moreel kaartje gehangen. Wie goed presteert heeft dit aan zichzelf te danken, wie mislukt heeft het eveneens aan zichzelf te danken.

Het gevolg is dat wie bovenaan de maatschappelijke ladder belandt, inderdaad gaat geloven dat dit succes verdiend is. En diegenen die geen succes kennen, raken ervan overtuigd dat ze hun falen helemaal aan zichzelf te danken hebben. Het meritocratisch geloof stapelt de ene belediging op de andere. Zo worden diploma’s en certificaten systematisch overgewaardeerd, waardoor de handarbeiders en het kantoorpersoneel steeds minder aanzien genieten.

De overheid, die het zou moeten opnemen voor de gewone burger en solidariteit en samenhang zou moeten bevorderen, heeft grandioos gefaald. De gestage uitholling van de maatschappelijke status van mensen die niet gestudeerd hebben of het niet ‘gemaakt’, heeft fundamenteel wantrouwen bij de burger veroorzaakt. De populistische onvrede wortelt in moreel ressentiment tegen diegenen die ‘onverdiend’ profiteren van de mondialisering.

Hoe geraken we daaruit? Hoe kan de tirannie van verdienste overwonnen worden zonder die verdienste op zich af te schuiven? We moeten op een andere manier gaan denken over succes, zegt Sandel. Hij werkt dit uit voor twee concrete thema’s, onderwijs en waardig werk.

Er moet weer waardering komen voor andere vormen van onderwijs dan universiteit. De overwaardering van diploma’s ondergraaft de maatschappelijke erkenning van en achting voor mensen die daar niet over beschikken. Mensen mét diploma zijn dan weer geneigd om neer te kijken op zij die er geen hebben. En de laatsten worden nauwelijks vertegenwoordigd in de beleidsorganen van de politiek.

Een hervorming van de belastingen zou kunnen bijdragen tot een herwaardering van werk. Door belasting op werk wordt de waarde van werk immers aangetast en werknemers krijgen een steeds kleiner deel van de koek die ze helpen produceren. Belastingen zouden zich moeten verhouden tot de bijdrage aan het algemeen welzijn. Financiële transacties zouden dus zwaarder belast moeten worden, arbeid minder zwaar.

Ongenadig fileert Michael Sandel de meritocratische samenleving van de voorbije veertig jaar. Zijn discours is vooral toegesneden op de Angelsaksische landen, waar het marktdenken het zwaarst heeft toegeslagen. In Europa is dit, hoewel minder desastreus, echter in vele opzichten ook van toepassing. Het succes van de populistische partijen zegt voldoende.

Sandel is niet de enige die de uitwassen van de doorgedreven neoliberalisering aan de kaak stelt en een gelijkaardige analyse maakt. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de politiek dit nog steeds niet lijkt door te hebben. Misschien is het toch niet zo verbazend, aangezien mensen zonder universitair diploma nauwelijks vertegenwoordigd worden in de beleidsorganen van de politiek.

Dit boek legt ongenadig de vinger op de neoliberale wonde. Veel inzichten waren niet echt nieuw voor mij, maar Sandel legt interessante verbanden en maakt er een samenhangend en degelijk onderbouwd geheel van.

©  Minervaria

 

Written by minervaria

8 maart 2021 at 16:25

De mens

leave a comment »

PHILLIPS, T., De mens. Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups. (Vert. Humans, 2018) A’dam, Thomas Rap, 2019, 301 pp – ISBN 978 94 004 0263 8

In 1977 voorspelde de directeur van de Digital Equipment Corporation, dat de computerbusiness altijd een nichehandel zou blijven, want: “Individuen hebben geen reden om thuis een computer te hebben.”

Minder lachwekkend was de voorspelling van de Britse premier Neville Chamberlain. Eind september 1938 zwaaide hij triomfantelijk met het Verdrag van München en verklaarde  dat de vrede nu gewaarborgd was. Geen jaar later viel Duitsland Polen binnen.

De hele menselijke geschiedenis laat zich volgens Tom Phillips lezen als een catalogus van miskleunen. Grote leiders en uitvinders hebben weliswaar schitterende prestaties geleverd, maar evenveel gekke figuren hebben er een compleet zooitje van gemaakt. De wereldgeschiedenis zit vol voorbeelden van de afgrijselijke vergissingen die we als soort hebben gemaakt. De mens beschikt blijkbaar over een ingebakken vermogen om keer op keer op rampzalige wijze de mist in te blijven gaan.

We kunnen het onze hersenen verwijten. Ze mogen ons dan wel in staat stellen tot grootse verwezenlijkingen, ze laten het op de meest onhandige ogenblikken afweten. We zien graag wat we willen zien en gaan ervan uit dat de dingen zijn zoals we ze verwachten. En we steken geen energie in het ontkrachten van onze eigen veronderstellingen. Al die cognitieve blunders stapelen zich op in de samenleving en leiden ertoe dat we steeds opnieuw dezelfde fouten blijven maken.

Tom Phillips spit de menselijke blundergeschiedenis uit vanaf de ontdekking van de landbouw tot de hoogtechnologische ontwikkelingen in onze tijd. De uitvinding en het succes van de landbouw ondersteunde de menselijke neiging om te denken dat we ongestraft grote veranderingen kunnen aanbrengen in de geografie van onze omgeving. Landbouw was echter de stap naar een aantal fundamentele miskleunen, zoals de verstoring van ecosystemen, milieuproblemen, overbevolking, financiële ongelijkheid en oorlogvoering.

Het is bijna niet te geloven wat er voor incompetente, bizarre autocraten heersten over grote gebieden in de wereld, zoals de eerste keizer van China. Sommige van die idiote sujetten zetten, onder het roepen van onsamenhangende dingen, de meest onzinnige en verwoestende oorlogen in gang. Hun overmoedige achterban ging er vaak van uit dat ze die lui wel in de hand konden houden.

Het triomfantelijke kolonialisme, een ronduit slechte zaak, was een aaneenschakeling van kortzichtigheid en  incompetentie. Zo landde Columbus per ongeluk in Midden-Amerika omdat hij de verkeerde lengtematen gebruikte voor zijn tocht naar Azië.

Zelfs de democratie en de diplomatie, die algemeen als verstandige instellingen beschouwd worden, kennen hun rare kronkels. In theorie zijn ze een uitstekende uitvinding, maar in de praktijk blijken ze vaak onhandig en niet realistisch. Wat dacht u bijvoorbeeld van een labrador als verkozen burgemeester?

Je zou denken dat mensen na al die miskleunen hun les wel geleerd zouden hebben. Niets is minder waar. De wetenschappelijke, technologische en industriële ontwikkelingen hebben de mensheid veel vooruitgang opgeleverd. Maar ze verschaften ook de mogelijkheid om de boel te verprutsen op een schaal die voorheen ondenkbaar was, aldus Tom Phillips. Zo zitten we nu opgescheept met zware milieuproblemen en klimaatverandering.

Al die misvattingen en fatale vergissingen brengen de nodige zorgen mee en ze moeten uiteraard serieus genomen worden. De cabaretier Tom Phillips, die ook wetenschappelijk geschoold is, bekijkt ze echter van een ongebruikelijke kant. Het eeuwige menselijke geklungel herbergt immers de nodige absurditeit.

Ironisch en spitsvondig hekelt hij het diep ingebakken vermogen van de mens om zichzelf consequent voor de gek te houden met verhalen en waanvoorstellingen over een glorieus verleden en de eigen daden. Zelfs eminente figuren sloegen de bal met enige regelmaat volledig mis.

In De mens krijgt u een hoogst ongewone, verfrissende kijk geserveerd op het menselijke doen en laten. Het boek laat zich lezen als een amusante causerie met een schitterende afsluiting. Het was een en al genieten.

© Minervaria

Written by minervaria

11 februari 2021 at 09:49

Geplaatst in Antropologie, Geschiedenis

Grote verwachtingen

leave a comment »

Grote verwachtingenMAK, G., Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019. Uitg. Atlas Contact, 2019, 557 pp. – ISBN 978 90 450 3977 0

In deze wereldomvattende crisis toont de Europese Gemeenschap zich vrij daadkrachtig in de bestrijding van het coronavirus. Europa maakt o.a. middelen vrij ter ondersteuning van de economie en onderhandelt over vaccins. Je zou haast vergeten dat in de voorbije twee decennia het Europese project talloze malen onder zware druk heeft gestaan.

Maar Geert Mak houdt ons bij de les. Bijna exact 20 jaar na zijn eerste boek over de geschiedenis van Europa, pakt hij uit met een lijvig vervolg. In een chronologisch overzicht maakt hij een grondige en genuanceerde analyse van de problemen en uitdagingen waarmee Europa in de eerste twee decennia van de 21e eeuw werd geconfronteerd.

Na de vliegende start van de eeuw, met de introductie van de euro, maakte het optimistische Europa een periode van snelle en diepgaande veranderingen door. De euforie van de eeuwwisseling deemsterde langzaam weg en maakte plaats voor desillusies. In Europa stapelde zich de ene crisis op de andere.

De muntunie plaatste de lidstaten voor onmogelijke opgaven. De globalisering zorgde voor het verlies van de kleinschaligheid en menselijke betrokkenheid. De overhaaste toetreding van de voormalige Oostbloklanden bleek een fiasco. De massale emigratie naar het Westen had dramatische gevolgen voor het thuisland en was koren op de molen van nationalistische en populistische partijen in het Westen.

Ze kregen nog meer munitie na de aanslag op de Twin Towers in New York. De islam en de moslims werden de nieuwe zondebok voor de achteruitgang van de lagere en middenklasse. De bloedige conflicten in Afrika en Klein-Azië zorgden daar bovenop voor een stroom vluchtelingen en migranten. Het Europese asielsysteem bleek een chaos. Ultrarechts spon er garen bij, Europa raakte steeds verder verdeeld.

Dan waren er nog de Griekse kredietcrisis, die de muntunie bedreigde, en de Oekraïense kwestie, die de wankele verstandhouding met Rusland zwaar op de proef stelde. De aanvankelijke Europese eensgezindheid begon te verwateren. Er was geen openheid ontstaan, maar een ondoorgrondelijk netwerk van natiestaten.

Het enthousiasme voor Europa ging tanen. De eenmaking van Europa was ondoordacht en inderhaast gebeurd, maar hield veel te weinig rekening met de realiteit. De nakende Brexit bracht andere landen op het idee om ook hun eigen weg te gaan. En na de verkiezing van Donald Trump in de VS verbrokkelde het Atlantisch bondgenootschap. In de nieuwe wereldorde stond Europa alleen.

In de eerste twee decennia van de 21e eeuw hing het Europese project meerdere malen aan een zijden draad. Dit roept een paar fundamentele vragen op. Kan er eigenlijk wel een Europese identiteit ontstaan in een continent met 60 talen en 40 landen? Kan Europa meer worden dan de optelsom van nationale democratieën?

In het laatste hoofdstuk maakt Geert Mak de balans op. Het is niet allemaal kommer en kwel. Op andere vlakken is de unie wel gegroeid en verstevigd. Het vertrouwen van de burgers in de Europese leiders is weer gestegen. We zitten echter wel in een gevaarlijke overgangsfase. De vraag is wat Europa daarin kan bieden.

Sedert de publicatie van dit boek is er weer heel wat veranderd. Voor het oplossen van de Brexit-crisis heeft Europa zich zeldzaam eensgezind getoond en voor de aanpak van de covidcrisis kijken de lidstaten toch weer richting Europa. Het lijkt wel een illustratie van de aloude vaststelling dat een gemeenschappelijke vijand de onderlinge solidariteit verhoogt. En de verkiezing van Joe Biden belooft een grondige ommekeer in de verzuurde relatie met de VS en het herstel van het Atlantische bondgenootschap.

Met Grote verwachtingen heeft Geert Mak alvast mijn verwachtingen over zijn boek ruim ingelost. Behalve het grondig uitgewerkte overzicht van de evoluties in Europa van 1999 tot 2019, vond ik er een zeer kritische en doordachte analyse van de meest verontrustende ontwikkelingen in het Europa van vandaag.

Hij stelt fundamentele vragen bij de doorgedreven neoliberale wending. De ontmanteling van de overheid en publieke diensten en de ongebreidelde groei van de ongelijkheid veroorzaakten. een zware teleurstelling en wantrouwen bij de doorsnee burger. Die leidden tot de uitholling van de traditionele politieke partijen en de opkomst van populisme en nationalisme. En hij fileert het nationalisme met zijn eenvoudige oplossingen, het gekoesterde slachtofferschap en de nostalgie naar een verleden dat nooit bestond.

Laat u niet afschrikken door het formaat van deze turf. De tekst is geschreven met een  journalistieke pen en is dus vlot te lezen. Grote verwachtingen is een boek om te lezen en opnieuw te lezen.

©  Minervaria

Written by minervaria

28 januari 2021 at 10:55

Geplaatst in Europa, Geschiedenis

Wat bomen ons vertellen

leave a comment »

TROUET, V., Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen. (Vert. Tree Story: The History of the World Written in Rings, 2020) Tielt, Uitg. Lannoo, 2020, 296 pp. – ISBN 978 94 014 6675 2

Hebt u het al opgemerkt? Het snijvlak van een omgehakte boom staat vol concentrische cirkels. Hoe ouder een boom, des te dikker de stam en hoe meer cirkels. Ze worden jaarringen genoemd, omdat bomen ieder jaar zo’n ring vormen. De dendrochronologie telt en bestudeert deze jaarringen in bomen en houten voorwerpen.

Op het eerste zicht lijkt dit een vrij saaie bezigheid. Maar dit is het allerminst, wat Valerie Trouet betreft. En dat zult u geweten hebben. Gepakt en gezakt neemt ze u mee op haar avontuurlijke tochten naar verafgelegen en onherbergzame gebieden om er oeroude bomen te monsteren. En ze vertelt u hoe de dendrochronologie uit hun jaarringpatronen een schat aan informatie haalt.

Want die jaarringen leren ons heel wat. Hun samenstelling, vorm en dikte is immers afhankelijk van de omstandigheden waaronder de boom het afgelopen jaar verkeerde. Omdat een boom ieder jaar een nieuwe maakt, zijn jaarringen absoluut en op het jaar af nauwkeurig te dateren.

Bomen zijn dan ook ideale toegangswegen tot de reconstructie van het verleden. Ze kunnen zeer oud worden en blijven onder bepaalde omstandigheden prima bewaard, zelfs dood. Dank zij de dendrochronologie kennen we precies de jaren in het verre verleden waarin een aardbeving plaatsvond, een vulkaanuitbarsting, overstroming of andere natuurrampen.

Ook door de mens veroorzaakte rampen zijn in de jaarringen vastgelegd. Men is het er bijvoorbeeld over eens dat grootschalige ontbossing verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van het broeikaseffect. Ontbossing is echter al heel lang bezig. Voor de kolonisatie door de mens waren de kale Paaseilanden en IJsland bedekt met bos.

De meeste pre-industriële samenlevingen maakten immers kwistig en voortdurend gebruik van hout om te bouwen, te koken en hun woningen te verwarmen en om kunstvoorwerpen te maken. Jaarringdatering van hout, gevonden bij opgravingen, maakt het mogelijk om archeologische vondsten zeer nauwkeurig te dateren. Zo levert de dendrochronologie tevens een essentiële bijdrage aan onze kennis over vroege menselijke nederzettingen, handelsroutes en historische gebeurtenissen.

Jaarringen van bomen verschaffen ons ook heel wat informatie over klimaatschommelingen in het verleden en de invloed ervan op ecosystemen en samenlevingen. De dendroklimatologie laat zien hoe samenlevingen in het verleden de invloed ondergingen van klimaatveranderingen. De bloei en het verval van het Romeinse Rijk werd, behalve door socio-economische factoren zoals corruptie, burgeroorlogen en invallen van de barbaren, bepaald door klimaatveranderingen. Ook de successen van Djenghis Khan en zijn veroveringstochten, de opkomst en verval van het Oeigoerse Rijk, de ondergang van de Maya-samenleving en van de Khmers in huidige Cambodja worden begrijpelijker als men ook klimatologische factoren in rekening brengt.

Kennis van de invloed van natuurrampen in het verleden kan ons bovendien helpen om toekomstige uitdagingen beter het hoofd te bieden. Zo kan herbebossing in de strijd tegen klimaatverandering vakkundig worden aangepakt. En kennis over aardbevingen in het verre verleden kan helpen om een aardbeving in de toekomst op te vangen.

Er valt uiteraard nog veel meer te leren in dit fascinerende boek. Ik had er geen vermoeden van dat bomen ons zoveel kunnen vertellen. Valerie Trouet is bovendien een zeer begenadigd schrijfster. Wat bomen ons vertellen vat niet alleen samen wat het jaarringonderzoek heeft opgeleverd, maar het is ook het persoonlijke verhaal van een wetenschapster die begeesterd is door haar vak.

De tekst is bovendien zeer goed gedocumenteerd met een uitgebreide index van boomsoorten en een handig register van de gebruikte termen.

© Minervaria

Written by minervaria

2 augustus 2020 at 10:40

De economie van list en bedrog

leave a comment »

AKERLOF, G. & R. SHILLER, De economie van list en bedrog. Hoe de vrije markt ons voor de gek houdt (Vert. Phishing for Phools, 2016) AUP, 2017, 284 pp. – ISBN 9789048533855

Hebt u steevast meer mee naar huis dan u op uw boodschappenlijstje schreef? Staan er achteraan in een kast een paar keukentoestellen die u hooguit een paar keer gebruikt hebt wegens te ingewikkeld en teveel afwas? Krijgt u om de maand een catalogus in de bus die vol staat met geniale accessoires? U krijgt bovendien nog ‘exclusieve’ geschenken als u zich laat verleiden.

Die overvloed aan keuzemogelijkheden heeft u te danken aan de vrije markt. Die maakt het leven van mensen aangenamer en comfortabeler. Maar vrije markten produceren niet alleen wat we nodig hebben en echt willen. Ze creëren ook behoeften die ervoor zorgen dat we de dingen kopen die zij te verkopen hebben. Doel is u zover te krijgen dat u uw geld uitgeeft aan overbodige spullen waarvoor u gewoonlijk ook nog teveel betaalt.

Dit is natuurlijk niet nieuw. Iedere producent en handelaar probeerde altijd al zoveel mogelijk te verkopen. Het probleem is dat manipulatie en misleiding ingebakken kenmerken van het systeem geworden zijn. De vindingrijkheid waarmee de producenten ons het gevoel geven dat we hun producten echt nodig hebben kent nauwelijks grenzen. De auteurs noemen dit ‘phishing for phools’, meteen de oorspronkelijke titel van hun boek.

Phishing betekent mensen zover proberen te krijgen dat ze dingen doen die niet in hun belang zijn maar in het belang van de ‘visser’. Phishing in de reguliere handel is een gevolg van de werking van het economisch systeem. De concurrentiedruk drijft producenten tot misleiding en manipulatie. Als de ene de kans niet grijpt zal een andere het wel doen. Zelfs in moreel integere bedrijven worden leidinggevenden vaak gedwongen om mee te doen om te kunnen concurreren en te overleven.

De vrijemarkteconomie gaat ervan uit dat consumenten kiezen op rationele gronden en dus altijd de beste keuze maken. Maar dat verhaal klopt niet, want mensen beslissen in eerste instantie intuïtief. Daniel Kahnemann heeft overvloedig aangetoond dat wij daardoor gemakkelijk beslissingen nemen die niet in ons belang zijn. Er is veel zelfbeheersing nodig om alleen te kopen wat je echt nodig hebt en niet wat handelaars en fabrikanten willen dat je koopt.

In De economie van list en bedrog maken de auteurs duidelijk hoe sterk phishing for phools ons leven beïnvloedt. Geslepen afzetterspraktijken maken de dienst uit in zeer uiteenlopende domeinen. Dan denken we natuurlijk in de eerste plaats aan reclame en marketing. Maar ook in de huizen- en automarkt, de handel in creditcards, de voedings- en farmaindustrie vormen ze een lucratieve business. En ze ondermijnen de democratie in de politiek.

Gelukkig zijn er instanties en personen, zoals de consumentenorganisaties, die zich verzetten en de afzetterij proberen te doorprikken. Juist dankzij deze mensen kan het vrije marktsysteem zo goed functioneren als het doet, benadrukken de auteurs. Ze hebben al heel wat bereikt, maar er zijn ook aspecten  waar ze geen greep op hebben.

Voor een goed begrip: Akerlof & Shilling kanten zich niet tegen het vrijemarktsysteem zelf. Mensen moeten vrij kunnen kiezen. Maar wat is die vrijheid waard als mensen zo gemakkelijk gemanipuleerd kunnen worden? Economieën zijn ingewikkelder dan het ‘gezonde’ vrije marktverhaal. De theorie van economische groei zou moeten rekening houden met phishing for phools. Economen negeren echter systematisch de rol van misleiding en bedrog.

In wezen heb ik in dit boek weinig nieuw geleerd. Maar het is nooit weg om daar weer bij stil te staan, al was het maar om mijn eigen koopgedrag onder controle te houden. De uitwerking van de voorbeelden is niet altijd herkenbaar, want ze hebben betrekking op toestanden in de VS. Daar wordt niet-scrupuleus gedrag zonder meer beloond. Gelukkig is het in Europa nog niet zo de spuigaten uitgelopen als daar, maar de essentie is herkenbaar.

©  Minervaria

Written by minervaria

26 juni 2020 at 21:01

Geplaatst in Economie

De barbaren

leave a comment »

BOGUCKI, P., De barbaren. Verloren beschavingen buiten Rome en Hellas. (Vert. The Barbarians: Lost Civilisations, 2017) Uitg. Omniboek, 2019,271 pp. – ISBN 978 94 0191 5717

Al zijn in de loop der eeuwen talrijke geschriften vernietigd of verloren gegaan, toch weten wij vrij veel over de klassieke beschavingen op de noordelijke kust van de Middellandse zee. De tegenstelling met de volkeren die ten noorden daarvan woonden, kan bijna niet groter zijn. De Grieken en Romeinen noemden hen ‘barbaren’ omdat ze ongeletterd waren en niet in steden woonden.

Auteurs als Herodotos en Tacitus schreven neer wat zij over hen wisten. Maar veel overgeleverde informatie moet met een korrel zout genomen worden, want is neergeschreven door de ‘tegenstrever’. We weten niet hoe zij zichzelf noemden en daarom gebruikt Peter Bogucki, archeoloog en antropoloog, consequent de term ‘barbaren’.

De barbaren is de neerslag van 40 jaar archeologisch onderzoek naar de gemeenschappen die Midden- en Noord-Europa bevolkten vanaf de late steentijd tot en met de ijzertijd. Het verhaal van de Europese barbaren is er een van opmerkelijke innovatie, mobiliteit en sociale complexiteit.

Omdat ze zelf geen schriftcultuur kenden, hebben deze volkeren ons geen rechtstreekse getuigenissen nagelaten. Wij kennen hun verhaal alleen door archeologische vondsten van nederzettingen, offerplaatsen, monumenten en graven. Het is indrukwekkend hoeveel informatie daaruit door archeologen afgeleid kan worden. Hun vondsten ondersteunen het gangbare beeld van deze volkeren als gewelddadig en moordlustig niet. ­

Deze gemeenschappen, die tussen 2000 en 500 v.C. het Europa ten noorden van de Alpen bevolkten, konden zich in veel opzichten meten met de klassieke beschavingen. Hun samenlevingen waren met elkaar verbonden door gemeenschappelijke voorwerpen en gebruiken. Het leven was gewelddadig en hard, maar er was wel een belangrijke mate van technologische ontwikkeling.

De opgravingen onthullen heel wat over het leven van de gewone mens, zijn huizen, bezigheden, middelen van bestaan, zijn rituelen. De meeste mensen waren boeren en ambachtslui. Ze bedreven akkerbouw en veeteelt. Uit de vondsten leidt men af dat er een bloeiende handel was met de Griekse stadstaten en later met het Romeinse Rijk. Over hun eigen handels- en machtscentra weten we echter weinig.

Als ze in contact kwamen met andere beschavingen maakten ze slim gebruik van de mogelijkheden die dit bood om maatschappelijk hogerop te komen. Rijke grafvondsten duiden op de opkomst van een rijke en machtige elite en dus veranderingen in de sociale politieke structuren. De talrijke veenlijken wijzen erop dat er mensenoffers werden gebracht.

De wereld van de barbaren veranderde heel vaak, onder andere onder invloed van klimaatveranderingen, maar na 500 n.C. werd hun de wereld helemaal door elkaar geschud. Onder invloed van de Romeinse invasies en later de opkomst van het christendom,kreeg hun samenleving een andere sociale organisatie. Ze werden geletterd en konden niet meer als ‘barbaren’ betiteld worden.

Toch leven deze barbaren op een of andere manier verder in de Europese beschaving, zegt Peter Bogucki. Zijn laatste hoofdstuk stelde mij echter teleur. Het gaat vooral over de wijze waarop zij nu voorgesteld worden en inspiratie geven aan tekenaars of films. Ik leerde echter niets over hoe hun wereld voortleeft in hedendaagse instituties of hoe de vermenging tussen de barbaarse en klassieke wereld een typisch Europese samenleving vormde. Dit is misschien voer voor historici?

Niettemin vond ik het een zeer boeiend werk. Ik kreeg een hele reeks tips voor bezoeken aan musea en sites. Het is bovendien zeer inzichtelijk geschreven en treffend geïllustreerd. Voor mij mocht het gerust twee keer zo dik zijn.

©  Minervaria

Aansluitend: dit boek wordt zeer goed aangevuld door Aan de rand van de wereld

Written by minervaria

27 mei 2020 at 10:48

Eeuwen van duisternis

leave a comment »

NIXEY, C., Eeuwen van duisternis. De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur. (Vert. The Darkening Age, 2017) Hollands Diep, 2018 (2e dr.), 398 pp. – ISBN 978 90 488 4718 1

In 2014 werd binnen het IS-kalifaat muziek verboden en werden boeken verbrand. Het jaar daarop begonnen IS-militanten met het systematisch verwoesten van de resten van de antieke steden Nimrud en Palmyra. ‘Valse afgoden’ moesten worden vernietigd. De wereld zag met afgrijzen hoe drieduizend jaar oude beelden omver gehaald werden en met mokers kapot geslagen.

Het was niet de eerste keer dat de stad Palmyra en haar heiligdommen aangevallen werd en verwoest. En waarschijnlijk hebt u nooit gehoord over de prachtige tempel van Serapis in het huidige Egypte. Dat hoeft niet te verbazen, want in 392 n.C. is hij door een bisschop, met de hulp van een troep fanatieke christenen, met de grond gelijk gemaakt.

Catherine Nixey heeft het voor u uitgeplozen. Ze schreef een beklijvend en uitstekend gedocumenteerd boek, ruim geïllustreerd, over de grotendeels onbekende tragedie achter de ‘triomf’ van het christelijke geloof. Er wordt, in haar eigen woorden, ‘ongegeneerd gerouwd over de grootste verwoesting van kunst die de mensheid ooit heeft meegemaakt’.

Ons werd altijd voorgehouden dat de kerk licht had gebracht in heel Europa. Mensen zouden zich massaal en graag tot het zachtmoedige christendom bekeerd hebben, dat mijlen verheven was boven de eeuwenoude godencultussen. Minder bekende geschriften, en veel objecten in musea en archeologische vindplaatsen, vertellen echter een ander verhaal.

In de polytheïstische klassieke samenlevingen heerste religieuze tolerantie. De goden bestonden gewoon naast elkaar en iedereen kon verschillende goden aanbidden en dienen. De Romeinse autoriteiten kregen echter te maken met een sekte die zeer recalcitrant was en overtuigd van het eigen grote gelijk. Wie een andere god aanbad, was niet gewoon anders, maar dwaalde en moest desnoods met geweld bekeerd worden. Groepjes fanatieke christenen verstoorden geregeld de openbare orde en gingen zich te buiten aan beschadiging en vernieling van gebouwen en kunstwerken.

Sommige keizers traden hardhandig op, maar dit waren uitzonderingen. Er zijn niet veel jaren geweest waarin christenen op last van een keizer zijn vervolgd. Het was de eerste 250 jaar n.C. officieel beleid van de meeste keizers om de christenen te negeren en te zeggen dat er niet actief jacht op hen mocht worden gemaakt. Martelingen en executies gebeurden niet zozeer omwille van hun geloof maar omdat zij de rust verstoorden.

Naarmate het aantal aanhangers van het christendom toenam, werden deze steeds driester. Christelijke moralisten spraken hun afkeer uit over alle aspecten van het ‘heidense’ leven. Ze trokken van leer tegen alles wat niet strookte met de christelijke leer. In de loop van de 4e eeuw nam de druk op de ‘andersgelovigen’ toe. Kunstenaars, filosofen en andersdenkenden werden op allerlei manieren geterroriseerd.

Toen met de eerste christelijke keizer Constantijn de christenen effectief aan de macht kwamen, werd het christendom staatsreligie. Meteen werden alle andere cultussen verboden en de cultusobjecten vernietigd. Beelden werden brutaal beschadigd en bij sommige werd een kruis in het voorhoofd gekerfd. Hele bibliotheken werden geplunderd en verwoest. De restanten van de grootste bibliotheek ter wereld, die van Alexandrië, zijn door christenen verwoest.

Er installeerde zich een gedachtencensuur. Iedereen moest desnoods met geweld tot het ware geloof bekeerd worden. Mensen werden verplicht zich te laten dopen en naar de kerk te gaan. Huizen werden doorzocht en geplunderd door fanatieke christelijke bendes. Filosofen werden mishandeld en vogelvrij verklaard, beroemde scholen gesloten. Ook feesten werden verboden.

Overal in de klassieke wereld stierven de oude religies uit en werd het christendom allesoverheersend. De repressie door het staatsgezag nam gestaag toe. In de 6e eeuw vaardigden de Romeinse keizers wetten en verboden uit die andersgelovigen viseerden. Een complete leefwijze was ten dode opgeschreven.

Een combinatie van onwetendheid, angst en waanzin bracht de vrijwel volledige verwoesting mee van alle Latijnse en Griekse literatuur. De geschriften van de Grieken zijn nagenoeg allemaal verdwenen. Naar schatting is minder dan 10 procent van alle klassieke literatuur tot in onze tijd bewaard gebleven. Het was het begin van de donkere middeleeuwen die Europa eeuwenlang in hun greep hielden.

Eeuwen van duisternis is een ware, maar droevige, revelatie.

© Minervaria

 

Written by minervaria

30 april 2020 at 15:12

Geplaatst in Cultuur, Europa, Geschiedenis, Oudheid, Religie

Tagged with

Terug naar de feiten

leave a comment »

VAN CRAEYNEST, B., Terug naar de feiten. Hoe onze economie er echt voor staat. Uitg. Pelckmans/Polis, 2019, 228 pp. – ISBN 978 94 6310 400 5

België is een van de meest welvarende landen in de wereld. Opdat dit in de toekomst zo blijft, zijn echter flinke beleidsingrepen nodig. Alleen al de snelle vergrijzing van de bevolking stelt het land voor enorme economische en financiële uitdagingen.

In het publieke debat wordt daarover echter heel wat onzin verkocht, zegt Bart Van Craeynest, hoofdeconoom  van VOKA. Politici van alle strekkingen spelen graag in op de onzekerheid van mensen over de toekomst. Hun uitspraken en stellingen steunen vaak niet op correcte feiten en objectieve analyses. Het gevolg is dat de oplossingen niet werken. De realiteit is immers veel genuanceerder dan men haar doorgaans voorstelt.

De uitdagingen voor België zijn niet min. Te weinig Belgen werken, ons belastingstelsel vertoont heel wat tekortkomingen, de begroting draait al jaren vierkant, de overheid werkt verre van efficiënt en er is een toenemend mobiliteitsprobleem.

Voor elk van die problemen maakt Van Craeynest telkens een analyse op basis van feiten en cijfers. Hij zoekt naar de oorzaak en evalueert de maatregelen die voorgesteld of getroffen worden. Die schieten volgens hem over het algemeen schromelijk tekort om het probleem ten gronde op te lossen.

Zo doorprikt hij een aantal gemeenplaatsen over overheidsschuld en -begrotingen. Hij relativeert het begrotingstekort en toont aan waarom een besparingsbeleid van de overheid doorgaans negatief is voor de economie. Heilige huisjes, zoals de ingewikkelde staatsstructuur en de salariswagens, worden niet gespaard.

Ook misvattingen over economische groei worden vakkundig weerlegd. Zo maakt hij brandhout van de idee dat een economie zonder groei beter zou zijn. Als iemand er dan op vooruit gaat, is dat altijd ten koste van iemand anders. En hij toont aan waarom de overheid niet kan beheerd worden zoals een gezin en een bedrijf.

Als besluit bespreekt hij een aantal mogelijke ingrepen om de uitdagingen dan wél ten gronde aan te pakken. Omdat economie geen exacte wetenschap is, geeft geen enkele economische analyse echter eenduidige antwoorden. Deze beperkingen hebben ook consequenties voor het beleid.

Voor niet-economen is de economie vrij ondoorzichtige materie. Daarom krijgt u een aantal tips om de economische analyses te interpreteren. Van Craeynest probeert economische begrippen en redeneringen bovendien zo inzichtelijk mogelijk te maken voor de modale lezer. Daar is hij naar mijn mening niet voor de volle honderd procent in geslaagd. Het kan hem echter niet kwalijk genomen worden, want economie blijft een ingewikkelde zaak.

Niettemin is het een vrij goed leesbaar werk geworden. En wellicht is het na de coronacrisis actueler dan ooit?

©  Minervaria

Written by minervaria

30 maart 2020 at 15:17

Geplaatst in Economie

Tagged with

Focus AAN/UIT

leave a comment »

TIGCHELAAR, M. & O. de BOS, Focus AAN/UIT. Dicht de 4 concentratielekken en krijg meer gedaan in een wereld vol afleiding. A’dam, Uitg. Unieboek/Het Spectrum, 2019, 224 pp. – ISBN 978 90 00 35969 1

De hele dag druk bezig en ‘s avonds ontdekken hoe weinig er eigenlijk uit uw handen gekomen is. To-dolijstjes die alleen maar langer worden. Tijdens het lezen bedenken dat er nog drie klussen moeten opgeknapt worden. In bed liggen malen over wat er nog allemaal moet gedaan worden. Herkent u het ook?

Ik moet mijn dag beter indelen, denkt u dan. Neen, zegt Mark Tigchelaar, dat is niet de oplossing. Je moet je beter kunnen afsluiten voor afleiding en allerhande prikkels. Rust, overzicht en controle is wat je nodig hebt. Je moet beter kunnen focussen. De kwaliteit van ons werk hangt trouwens voor een groot deel af van onze focus.

Maar focussen is niet natuurlijk. Onze hersenen zijn afgesteld om alert te zijn op wat er om ons heen gebeurt. Ze nemen continu prikkels op die de aandacht afleiden. Gemiddeld hebben we zo’n 500 concentratielekken per dag. Ons concentratievermogen neemt bovendien af over de tijd. En zo zijn we dan ook geleidelijk minder productief. De vraag is dan ook: hoe leren we ons af te sluiten voor de prikkels om ons heen?

Tigchelaar onderscheidt 4 soorten concentratielekken en legt uit hoe ze ontstaan. Ze houden verband met de manier waarop onze hersenen omgaan met informatie. Als we daarmee rekening houden, dan kunnen we de concentratielekken beter dichten en onze focus zelf in handen houden. Dit maakt ons weerbaarder tegen stress en zorgt ervoor dat we structureel meer gedaan krijgen.

U krijgt tal van praktische tips om de concentratielekken te dichten. U leert onder meer hoe u minder snel moe wordt en waarom druk zijn niet samengaat met productief zijn. U krijgt tips om af te kicken als u verslaafd bent aan sociale media. U leert waarom multitasken goed is voor de focus en de concentratie. Had u er al aan gedacht dat er meer uit uw handen komt als u minder uren werkt per dag? En wist u dat bewegen de beste manier is om de aandacht weer op te laden?

Want om te kunnen focussen is het belangrijk om geregeld te ontfocussen. Focus is bovendien niet voor alle activiteiten geschikt. We streven immers niet alleen productiviteit na, er moeten ook oplossingen bedacht worden. Dit vraagt creativiteit en die is juist gediend met open aandacht. In Focus AAN/UIT krijgt u dus ook tips hoe u kunt ontfocussen.

Op de bijhorende website kunt u de tien belangrijkste tips downloaden en u krijgt er een gratis onlinetraining cadeau. Uiteraard kunnen bedrijven en instellingen de auteur inhuren voor het geven van workshops en lezingen. Het enthousiasme van de auteur is aanstekelijk. Ik kreeg meteen zin om alvast een paar tips toe te passen.

© Minervaria

Written by minervaria

29 februari 2020 at 08:30

Geplaatst in Management

De mythe van de moederliefde

leave a comment »

BADINTER, E., De mythe van de moederliefde. Geschiedenis van een gevoel. Utrecht, Bijleveld, 1983, 271 pp. – ISBN 906 1318 017

In 1780 werden in Parijs van de 21.000 pasgeborenen 19.000 onmiddellijk na de geboorte uitbesteed bij een voedster. Dit was in Frankrijk al ettelijke eeuwen gebruikelijk. Pasgeboren baby’s werden ingebakerd en op open karren naar het platteland vervoerd. Om dit betaalde werk te verrichten had de voedster haar eigen kind vaak bij een andere voedster ondergebracht of ze gaf het een papje te eten.

Kinderen werden aan de lopende band uitbesteed en verlaten. Ze stierven in groten getale omdat hun ouders nauwelijks naar hen omkeken. Hoe moet een dergelijke achteloosheid worden uitgelegd, zeker in een tijd waarin borstvoeding van levensbelang was voor het kind? En hoe valt te verklaren dat de moeder van latere eeuwen onmiddellijk na de geboorte overweldigd werd door een instinctieve liefde voor haar kind?

In haar eerste boek uit 1980 presenteert Elisabeth Badinter, filosofe en militant feministe, een studie over de veranderende opvattingen over moederschap in de voorbije eeuwen. Hierin toont ze overtuigend aan dat de manier waarop moederliefde wordt geuit, varieert naargelang het moederschap door de maatschappij hoog of laag gewaardeerd wordt.

Voor het einde van de 18e eeuw telde het kind nauwelijks in het gezin. Het werd vaak als last beschouwd, als onbeduidend bekeken en in het beste geval geduld. Maar in de laatste dertig jaar van de achttiende eeuw kwam er een nieuwe filosofie op. Denkers zoals Rousseau hemelden de moeder-kindrelatie op en kenden aan de moeder een bijna goddelijke status toe.

Langzaam groeide het idee dat een koesterende, zorgende moeder onontbeerlijk was voor de overleving en het welzijn van het kind. Op allerlei manieren werd vrouwen aangepraat dat het moederschap een noodzakelijke en edele taak was, en een bron van menselijk geluk.  De moeder was ten volle verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind. Ze had de plicht haar kind op te voeden tot een gelovig christen en gehoorzaam burger.

In de negentiende eeuw ging het moderne gezin zich groeperen rond de moeder. De vrouw aan de haard werd opgesloten in haar moederrol. Moeders waren bovendien ondergeschikt aan de man/vader. Veel vrouwen voelden zich daar goed bij, maar andere werkten hun frustratie hierover uit op hun  kinderen. Hun relatie kenmerkte zich niet zozeer door liefde, maar door controleren en macht uitoefenen.

Daar deed de psychoanalyse in de twintigste eeuw nog een schep bovenop. Als er met het kind iets mis ging, was de moeder schuldig. Ook al zijn hun teksten en inzichten nu achterhaald, de psychoanalisten hebben zeer veel invloed gehad op het moderne beeld van de ‘normale’ zorgende moeder.

Dank aan de feministische theorieën van de jaren 60 van de 20e eeuw kunnen vrouwen er voor de eerste maal in de geschiedenis zelf voor kiezen om huis en kinderen te verlaten en buitenshuis te gaan werken als mogelijkheid tot zelfontplooiing. Dit was uiteraard niet mogelijk geweest zonder efficiënte anticonceptie.

De moderne evolutie bewijst dat het moederschap niet altijd de voornaamste levensvervulling van de vrouw is en moet zijn. Meteen wordt duidelijk dat de gezinsverhoudingen zoals wij die kennen, niet vanzelfsprekend zijn. Ze zijn een Westerse uitvinding en niet zonder meer te extrapoleren naar andere samenlevingen.

Dit werk heeft bij verschijnen felle reacties uitgelokt. In haar antwoord, dat in de latere uitgaven opgenomen is, geeft Badinter haar doordachte visie op moederliefde. Moederliefde is geen allesoverheersende emotie die een vrouw overvalt na de geboorte van haar kind. Zoals ieder menselijk gevoel is het veranderlijk, broos en onvolmaakt. Misschien is het niet zo diep in de vrouwelijke natuur gegrift. Moeders geven het kind aandacht en genegenheid wanneer zij daar maatschappelijk voor beloond worden.

Elisabeth Badinter mag het nog meemaken dat ook vaders emotioneel veel nauwer betrokken zijn bij hun kinderen. We zien steeds meer jonge vaders actief bezig met de verzorging en opvoeding van hun kinderen. In veel landen kunnen ze gebruik maken van vaderschapsverlof. Alhoewel nog in een pril stadium, de thuisblijvende vader wordt niet meer met de nek aangekeken. En heel recent kunnen en mogen vrouwen (en mannen) tot uiting brengen dat zij geen kinderen willen of dat het leven zonder kinderen even en zelfs meer bevredigend kan zijn.

Heel wat boeken zijn snel verouderd, maar dat is zeker niet het geval voor De mythe van de moederliefde. Alleen al de studie van de gebruiken en het gedachtegoed uit de 18e eeuw maakt het de moeite waard. Dit geldt ook voor de kritische kijk op het ideeëngoed van de psychoanalyse, die in Frankrijk nog altijd veel invloed heeft.

Het thema blijft bovendien actueel. Alhoewel vrouwen in het Westen kunnen studeren en een carrière uitbouwen, is de feministische strijd nog niet gestreden. Veel werkende moeders moeten nog altijd genoegen nemen met een lager loon. Het vinden van een geschikte kinderopvang is vaak een heksentoer. En ze voeren nog altijd driekwart van de onbetaalde zorgtaken uit met een enorme impact op hun leven.

©  Minervaria

Deze baanbrekende sociologische studie wordt door antropologe, primatologe Sarah Blaffer Hrdy evolutionair en antropologisch grondig onderbouwd in Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis.

Written by minervaria

10 februari 2020 at 17:42