Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Bestaansleegte

with 2 comments

deHeijM13De HEIJ, M., Bestaansleegte. Hoe hechting leegte overwint. Delft, Uitg. Eburon, 2013, 193 pp. – ISBN 97890 5972 795 3

Ingrijpende persoonlijke ervaringen met zware psychische problemen hebben Monique de Heij op een eigen manier doen kijken naar psychische stoornissen. Ze spreekt liever over psychische verstoring, een ontregeling van de psyche. Mensen in ernstige psychische nood leveren een zware en dikwijls eenzame strijd met bestaansangst. Daaraan wordt in de psychiatrie en psychotherapie vaak te weinig aandacht gegeven.

In dit boek koppelt de auteur haar eigen ervaringen aan belangrijke inzichten in de ontwikkeling van kinderen. Ze exploreert de verschillende voorwaarden die een kind in staat stellen om zijn bestaan ten diepste zin te geven en wel en wee in het leven het hoofd te bieden. Angst en bestaansleegte zijn in een mensenleven altijd aanwezig. Maar de mate waarin iemand die kan verdragen hangt af van het basisvertrouwen in zichzelf.

Psychische nood ontstaat wanneer iemand als kind te weinig zorg, empathie en verbinding heeft kunnen ervaren. Dan ontbeert het kind veiligheid en vertrouwen en moet het zijn toevlucht nemen tot overlevingsstrategieën. Een veilige hechting, door aansluiting op wat het kind nodig heeft, geeft het daarentegen het gevoel dat het kan en mag bestaan. Dit legt de basis voor vertrouwen en zelfrespect.

De auteur onderscheidt vier aansluitingsvormen die een kind toelaten om een positief zelfbeeld en een identiteit te vormen. Vervolgens onderneemt ze een poging om bewustzijn te definiëren en de ontwikkeling van zelfbewustzijn te vatten. Ze legt verband tussen hechting en loyaliteit. De loyaliteit van een onveilig gehecht kind kan beschouwd worden als een overlevingsstijl. De symptomen zoals in de DSM beschreven zijn in feite verdedigingspatronen, die vertellen hoe een kind overleefd heeft in een onveilige situatie.

Tenslotte verdiept de auteur zich in de betekenis van bestaansleegte, een toestand die vaak niet begrepen wordt. In de bestaansleegte raakt iemand het contact met de buitenwereld en zichzelf kwijt. De eenzaamheid van die toestand wordt veelal niet begrepen en dit maakt de mens nog kwetsbaarder dan hij al is. Dan juist is het cruciaal dat de kindpositie van de hulpvrager zich tijdelijk mag hechten aan de helper of therapeut.

In tegenstelling tot wat Monique de Heij beweert zijn er waarschijnlijk heel wat psychotherapeuten die dit zullen bevestigen. Haar beeld van psychische hulpverlening als oppervlakkig en ongevoelig lijkt mij toch erg ongenuanceerd. Heel zeker staat men vaak machteloos tegenover ondoorgrondelijk psychisch lijden. Dan is het wel erg jammer dat zij de lezer zelf in het ongewisse laat over de wijze waarop zij die veilige hechting in haar eigen psycho-integratieve benadering toepast.

Geregeld benadrukt zij immers hoe belangrijk het is om aan te sluiten op de behoeften van een kind, en, in het geval van een mens in psychische nood, op de kindpositie in de volwassene. Het belang van een veilige hechting voor de ontwikkeling en het psychisch welzijn van mensen kan inderdaad moeilijk onderschat worden. Om dat aan te tonen bewandelt zij echter een onnodig ingewikkeld traject met vage esoterische constructies zoals de Oerleegte en transpersoonlijke aansluiting. Haar suggestie dat psychosen uit hechtingsproblemen voortkomen wordt op geen enkele manier wetenschappelijk ondersteund.

Haar betoog mist samenhang en is lastig te volgen. Het lijkt veeleer een compilatie van ideeën, geïnspireerd door persoonlijke ervaringen en aangevuld met inzichten van anderen, met een onduidelijke functie. Zo haalt ze bijvoorbeeld de archetypen van Jung aan, maar daarmee wordt verder niets gedaan. De samenvatting met de kerngedachten op het einde van ieder hoofdstuk kan dit niet goedmaken, want die bevat niet meer dan losse stukken tekst.

Verder ergerde ik me regelmatig aan de vaagheid en onnauwkeurigheid waarmee met begrippen wordt omgegaan. Voorbeeld op bladzijde 109: ‘Hechting en loyaliteit zijn twee verschillende begrippen maar ze hebben elkaar nodig’. De tekst wordt verder doorlopend ontsierd door slordig taalgebruik, zoals ‘Het beeld gaat voorafgaand aan de gedachte.’ (p. 44). Zinnen zonder werkwoord zijn schering en inslag. Een paar voorbeelden: ‘Niet zozeer angst omdat je bang bent om hem/haar te verliezen, maar meer de angst alleen te zijn. Een angst die het gevoel van ‘houden van’ bedekt of vertekent.’ (p. 106); over de Oerleegte: ‘Op het moment dat we ons niet bewust zijn van ons lichaam. Een rust die je niet als leegte ervaart maar als Zijn in de leegte.’ (p. 65)

Ondanks de rommelige uitwerking heeft Bestaansleegte zeker verdiensten. Het vestigt terecht de aandacht op de existentiële nood van mensen met psychische problemen, waaraan al te vaak wordt voorbijgegaan. Monique de Heij leeft oprecht met hen mee en probeert om hun verwarring en ontreddering onder woorden te brengen. Zo poogt ze het onzegbare zegbaar te maken. Zodoende hoopt ze de hulpverlener de hand te reiken om mensen die verstrikt zijn geraakt in de leegte van het bestaan beter te begrijpen. En mensen die psychisch lijden kunnen in dit boek herkenning en erkenning vinden.

© Minervaria

Meer informatie over dit boek

Written by minervaria

31 oktober 2013 bij 20:09

2 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Beste recensente, hartelijk dak dat u het boek ‘Bestaansleegte ‘hebt gelezen. Spijtig dat u de tekst anders heeft opgevat dan ik heb bedoeld, dat hulpverleners oppervlakkig en ongevoelig zouden zijn.
    Ik beschrijft juist de machteloosheid ten aanzien van het begrip bestaansleegte. Met gedragscognitieve therapie kan je een zelfbeeld verstevigen, ik heb geen oordeel over deze technieken en hanteer deze ook tijdens een behandeling, maar een zelfgevoel opbouwen kan alleen door hechting.
    In het boek bestaansleegte wordt dit uitgelegd, hoe een zelfgevoel van een kind wordt gevormd, en dat dit iets anders is dan het zelfbeeld of ego genoemd. Het zelfbeeld en het zelfgevoel van een Vrager hoeven niet altijd met elkaar overeen te komen, en hoe groter de kloof tussen hen hoe meer overlevingsmechanismen de Vrager nodig heeft om nog enigszins verbinding met zichzelf te ervaren.

    Nu op dit moment is de definitie van bestaansleegte dat gevoelens en gedragingen die er horen te zijn niet meer aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld: vreugde.
    Wat ik aan deze definitie heb toegevoegd is: dat ook de gedragingen en gevoelens die er niet horen te zijn wegvallen, zoals bijvoorbeeld: somberheid en suïcidegedrag.

    As de lezer aan het eind begrijpt wat bestaansleegte is, kan degene ook vatten hoe met behulp van hoofdstuk acht een Helper kan aansluiten op de bestaansleegte van de Vrager. Een van de punten is dat de Helper kan verdragen dat overlevingsmechanismen van een Vrager kunnen toenemen op het moment dat hij zich gaat hechten. Deze overlevingsmechanismen kunnen zich laten zien in de vorm van idealiseren van zichzelf, de ander of situatie of het devalueren. Het is de kunst om niet veroordeeld te zijn over dit gedrag, maar dit gedrag te zien als een poging tot het vormen van een zelfgevoel. Het is van levensbelang dat het verhaal achter de symptomen wordt gezien en gehoord. Je kan de symptomen van de Vrager zien als een uiting hoe de Vrager als kind heeft overleefd in een onveilige hechting.

    Wat ik met het boek wil bereiken is openheid over bestaansleegte, en samenwerking bewerkstelligen tussen verschillende disciplines in de gezondheidszorg, en ervaringsdeskundigen. Dat betekent meer tijd, aandacht en samenwerking voor de mens in psychiatrische nood. Het is immers te zot voor woorden dat de mens met een psychische aandoening een grotere financieel bijdrage moet leveren dan iemand die een lichamelijke aandoening heeft.
    Dus ben ik in de pen geklommen om uit te leggen waarom willen geen kunnen is vanuit de toestand bestaansleegte. Dat heeft niets te maken met de ongevoeligheid van hulpverleners, maar alles met het wegnemen van een oordeel. Ook ik ben een Vrager geweest, en het is belangrijk dat iemand je in deze toestand steunt en je niet ‘afwijst’ op overlevingsmechanismen.

    Vriendelijke groet,
    Monique de Heij.
    http://www.bestaansleegte.nl

    Monique de Heij

    11 maart 2014 at 11:20

    • Hartelijk dank voor de correcties en aanvullingen, mevrouw. De beoordeling van een boek is immers altijd gekleurd door de eigen achtergrond. Mijn bedenkingen gaan in hoofdzaak over de wijze waarop het onderwerp werd uitgewerkt. Over de kern van uw betoog ben ik het echter helemaal eens. Hechting is zonder discussie essentieel voor de ontwikkeling van een gezond gevoelsleven en veerkracht om het leven in al zijn aspecten aan te kunnen. Dit wordt overigens unaniem door ontwikkelingspsychologisch onderzoek ondersteund. Al komt de geestelijke gezondheidszorg er in crisistijd vaak bekaaid af, het valt te hopen dat zowel hulpverleners als beleidsmakers uw oproep ernstig nemen.
      Mvg

      minervaria

      11 maart 2014 at 13:21


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: