Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Wat vrouwen willen en mannen niet willen weten

leave a comment »

GURIAN, M., Wat vrouwen willen en mannen niet willen weten. (Vert. What Could He Be Thinking: How a Man’s Mind Really Works) Vianen/A’pen, The House of Books, 2004, 319 pp. – ISBN 90 443 0918 8

“Dat is echt iets voor een man.”
Of: “Typisch een mannenredenering.”
Mutatis mutandis wordt hetzelfde over vrouwen gezegd.

Blijkbaar voelen we intuïtief aan dat mannen en vrouwen niet alleen verschillend handelen maar ook anders denken en voelen. Toch is onze cultuur de laatste 30 jaar heel erg ‘gefeminiseerd’: de ideale mens is vrouwelijk geworden. We leven in een cultuur die op romantiek gebaseerd is en we denken in termen van het vervolmaken van intimiteit en nabijheid. Intimiteit van welk soort dan ook wordt altijd als middel tegen alle kwalen beschouwd. Maar toch blijkt de zogenaamd ‘nieuwe man’ geen succesnummer. Je ziet wel meer jonge vaders dan vroeger met kinderen zeulen, maar de taak- en tijdsverdeling in huishoudens ziet er in het algemeen nog hetzelfde uit als 20 jaar geleden.

Dit boek gaat over de mannelijke hersenen en psyche. Gurian baseert zich in gezins- en huwelijkstherapie op de inzichten uit de biologie over het verschil tussen vrouwelijke en mannelijke hersenen. Volgens hem brengt de biologie de menselijke natuur in kaart, en dus ook de vrouwelijke en de mannelijke. Hij noemt het laatste de ‘wetenschap van het man-zijn’. Die kan ons op het spoor brengen van de ‘mannelijke natuur’. Een hachelijke onderneming. Een beetje scepticus is meteen op zijn/haar hoede.

Toch vind ik het uitgangspunt van Gurian terecht. Volgens hem is een van de grootste gevaren voor de man-vrouwrelatie en het huwelijk van tegenwoordig, dat onze populaire cultuur ideologieën over mannen en vrouwen huldigt die geen rekening houden met de biologie. Mannen en vrouwen zitten niet alleen anatomisch anders in elkaar, hun hersenen verschillen in bouw en werking. Deze verschillen komen tot stand onder invloed van seksespecifieke hormonen. Mannen en vrouwen denken en voelen anders omdat hun hersenen anders in elkaar zitten. Het laatste is ondertussen aangetoond door middel van hersenscans.

In dit boek werkt Gurian deze stelling uit. De thema’s in volgorde van uitwerking: hoe zitten de mannelijke hersenen in elkaar, welke consequenties heeft dit voor de mannelijke psyche, welke invloed heeft dit voor de wijze waarop een doorsnee man omgaat met gevoelens, (vaste) relaties en vaderschap. Hij besteedt telkens ook aandacht aan wat hij ‘bruggenbreinen’ noemt: mannen die uitzonderingen vormen op de regel, de mannen die voldoen aan het beeld van de ‘moderne man’. Volgens Gurian blijven dat echter uitzonderingen.

Wat mij in zijn zienswijze bijzonder heeft aangesproken is de theorie van de nabije afstand. In langdurige relaties zijn er natuurlijke ritmes voor verbinding en losmaking, die steunen op de werking van de hersenen en die we moeten respecteren. In de afgelopen 30 jaren ging men er stilzwijgend van uit dat stress verminderde door intimiteit en dat menselijke liefde erdoor toenam. Maar onderzoek van de hersenen wijst uit dat het natuurlijk patroon in menselijke relaties een ritmische afwisseling vertoont tussen verbinding en loslaten. Gurian noemt dit relationele intelligentie. Komen we te dicht bij elkaar dan ervaart het brein stress, raken we te ver van elkaar af, dan ervaart het brein ook stress. Het brein is op zoek naar evenwicht tussen nabijheid en afstand.

Dit is trouwens in overeenstemming met observaties van baby’s. Er wordt gemeenzaam aangenomen dat baby’s zich vooral hechten en nabijheid zoeken. Maar als je zo’n hummel goed observeert zie je toch ook zo’n patroon van afwisseling tussen nabijheid en contact zoeken en zich afwenden. De baby moet dan even tot rust komen. Als hij daarin verhinderd wordt gaat zo’n kind wenen. Dit is een uiting van stress.

Een belangrijk verschil in de wijze waarop doorsnee mannen en vrouwen zich in relaties voelen en gedragen is, dat vrouwen eerder nabijheid zoeken en mannen geneigd zijn meer afstand te houden. Als we hiermee rekening houden, hebben we een veel grotere kans dat man-vrouwrelaties lukken.
Gurian besteedt dan ook in elk hoofdstuk aandacht hoe vrouwen en mannen door het zorgvuldig hanteren van dat evenwicht kunnen komen tot een beter begrip voor elkaar.

Bij de uitwerking van het thema heb ik een paar bedenkingen.

In de eerste plaats ergerde ik me gaandeweg meer aan het onnauwkeurig gebruik van terminologie. Het is natuurlijk niet gemakkelijk om de complexe werking van de hersenen en het verband met gedrag in een dergelijk bestek exact weer te geven. Maar toch worden termen als brein en hersensysteem te slordig gehanteerd. Ten onrechte ‘psychologiseert’ Gurian biologische functies en processen. Dit geeft de indruk alsof de mens samenvalt met zijn hersenen, en suggereert een onverantwoord reductionisme. Op p. 229 zegt hij bijvoorbeeld: “Het menselijk brein heeft evenzeer behoefte aan onafhankelijkheid als aan afhankelijkheid.” Het is echter niet het brein dat hieraan behoefte heeft, wel de mens. Het brein is ook niet op zoek naar een evenwicht tussen nabijheid en afstand (zie hoger), maar er zijn wel processen waarneembaar die wijzen op verhoogde stress wanneer er teveel van het ene of het andere is voor die specifieke mens.

Een tweede bedenking gaat over de polarisatie van de behoefte aan intimiteit en afstand. Mannen mogen dan wel in doorsnee meer afstand willen dan vrouwen, het is net als bij de vele andere eigenschappen waarin ze van elkaar verschillen. Er zijn vrouwen die meer van afstand houden en mannen die zich beter voelen bij nabijheid. De sekse mag het gedrag van mensen wel in hoge mate bepalen, ze vallen er niet mee samen en zijn in de eerste plaats een individu met een eigen persoonlijkheid.

Tenslotte heb ik moeite met de nadruk die gelegd wordt op de verantwoordelijkheid van vrouwen. Omdat vrouwen zich beter kunnen inleven in de gevoelswereld van andere mensen, zouden zij meer begrip moeten tonen en zich aanpassen. Vrouwen moeten volgens Gurian hun verwachtingen naar mannen op het gebied van verbondenheid en intimiteit bijstellen en zich voor deze zaken meer richten tot andere vrouwen. Daar zit wel iets in, maar het lijkt mij te eenzijdig. Als je dergelijke redenering doortrekt kom je tot uitspraken als: “Waarom zou ik moeite doen, ik ben nu eenmaal zo gemaakt.”

Naarmate ik verder kwam in het boek kreeg ik steeds meer een déja-vu gevoel. Eenmaal de hoofdzaken uitgelegd, komt er eigenlijk niet veel nieuws meer. De basisinzichten worden alleen nog toegepast op de verschillende domeinen van het leven (van mannen). Een belangrijk gebied is hierbij onderbelicht gebleven: mannenvriendschappen. In het licht van recent onderzoek lijkt mij dat een interessant en maatschappelijk relevant thema. Het is wellicht een goede zaak als ook mannen meer werk zouden maken van een sociaal netwerk ‘onder gelijken’, en dan niet alleen met professionele doeleinden. In niet-westerse culturen is dit gemeengoed. In onze maatschappij wordt dit vaak als achterhaald beschouwd, maar het kan man-vrouwrelaties wel minder beladen maken.

De titel van de Nederlandse vertaling tenslotte is bijzonder slecht gekozen, en geeft helemaal niet weer wat in dit boek besproken wordt.

Ondanks deze bedenkingen heb ik in dit boek veel geleerd. Vrouwen durven nogal eens meewarig doen over mannen en typisch mannelijke bezigheden, en die als onvolwassen bestempelen. Gurian geeft ons echter een ander beeld, menselijk, volwassen en bijwijlen ontroerend.

© Minervaria

Advertisements

Written by minervaria

6 oktober 2006 bij 20:24

Geplaatst in Gender, Psychologie

Tagged with

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: