Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Het miskende kind in onszelf

leave a comment »

STROECKEN, G., Het miskende kind in onszelf. Leuven/Amersfoort, ACCO, 2000 (8e dr.), 235 pp. – ISBN 90 334 3156 4

Eenmaal we volwassen zijn denken we dat we onze kindertijd achter ons gelaten hebben. Niets is minder waar, aldus Gaby Stroecken. Als volwassene dragen wij nog altijd het vroegere Kind in onszelf mee. Maar het volwassen Kind gaat vaak gebukt onder angst, eenzaamheid, onzekerheid en verlatenheid. Dit boek is een pleidooi voor dit Kind. Want wat het Kind in de volwassene nodig heeft is er te mogen ‘zijn’.

Het uitgangspunt van de auteur is dit van de humanistische psychologie: de mens is wezenlijk goed. Maar wij zijn allemaal gekwetst door onze opvoeding en dragen dus een miskend Kind mee in onszelf. Dit miskende Kind uit zich doorheen al onze handelingen en in het bijzonder in onze relaties met anderen. Daarin ervaren wij een herhaling van belevingen uit onze vroegste kindertijd. Omdat we nog geketend zijn aan ons miskennende verleden, blijven wij zoeken naar het verloren geluk, de onvoorwaardelijke aanvaarding van wie we zijn. Om echt gelukkig te zijn moeten wij in het reine komen met dit verleden, zodat wij ons echte Ik kunnen ontdekken en waarderen. Pas dan kunnen wij ten volle onze mogelijkheden ontplooien en dit ook voor anderen (onze kinderen) mogelijk maken. Zoniet zadelen wij onze kinderen op met onze eigen onverwerkte pijn uit het verleden.

In een eerste deel belicht Stroecken een aantal belangrijke aspecten van de sociale en emotionele ontwikkeling in de vroege kindertijd. Hier benadrukt zij het belang van de opbouw van fundamenteel vertrouwen en een veilige hechting voor een gezond zelfgevoel. Met enige reserve kan ik mij vinden in haar betoog. Volgens mij overwaardeert zijn de rol van de prenatale ontwikkeling.

In het tweede deel bespreekt zij vervolgens hoe het kan mis lopen met deze ontwikkeling van gehechtheid en de groei van het Ik. Ook hier ben ik het niet eens met haar stellingen over de prenatale ontwikkelingen. De affectieve investering van ouders in het (ongeboren) kind is natuurlijk zeer belangrijk voor zijn ontwikkeling, maar het is niet realistisch te stellen dat dit reeds van bij de conceptie zo zwaar weegt. Het is immers erg dubieus in hoeverre er reeds sprake kan zijn van een emotionele communicatie wanneer de noodzakelijke neurologische ontwikkeling bij het kind nog niet aanwezig is.

Het belang en de rol van de opvoeding komt in het derde deel aan de orde. Zij spreekt over de ‘zwarte opvoeding’ die de gevoelens van het kind ontkent en het probeert te kneden naar de wensen, verwachtingen en normen van de ouders, het onderwijs en de maatschappij. Het kind wordt vaak gebruikt in dienst van het lijden van het miskende Kind in de ouders, dat zij zelf verdrongen en ontkend hebben. Machtsmisbruik en geweld, maar ook verschillende psychische stoornissen hebben vaak een miskend Kind als achtergrond. Ook in dit betoog kan ik mij grotendeels vinden.

Bij dit deel heb ik echter weer bedenkingen. De eerste betreft haar visie op de westerse maatschappij. Volgens haar wordt de opvoeding te zeer gericht op het aanpassen van het kind. Dit zou in ‘primitieve’ samenlevingen niet het geval zijn. Volgens mij heeft elke samenleving een meer of minder uitgesproken doel met de opvoeding, en wordt elk kind, in welke samenleving ook, gekneed in functie van dit doel.

Een tweede bedenking gaat over haar aandacht voor extreme situaties, zowel van de kant van de opvoeder/machthebber, als van de kant van het kind/volwassene. Als haar bedoeling is aan te tonen dat wij allen miskende kinderen zijn, was het veel interessanter geweest aandacht te besteden aan de doorsnee opvoedingssituatie.

Een derde opmerking heeft betrekking op haar verklaring voor psychische stoornissen en hun neurologische achtergrond. Haar verklaring houdt te weinig rekening met de biologische achtergrond van psychische stoornissen.

Met betrekking tot de opvoeding besteedt zij volgens mij ook te weinig aandacht aan het verantwoord bieden van grenzen en structuur. Het is net daar dat de waarden en normen van de opvoeder botsen met de wensen en verlangens van het kind, en opvoeders vaak problemen ervaren.

Is er een uitweg om het miskende Kind in zichzelf te ontlasten en ruimte te maken voor het echte Kind of Ik? Ja, en die wordt in het 4e deel aangereikt. Om weer contact te krijgen met het echte Kind in onszelf ziet Stroecken vier wegen: inzicht verwerven in ons verleden, de trauma’s herbeleven, zichzelf toestaan te rouwen en (eventueel) therapie. Op dit laatste sluit m.i de PRI nauw aan.

Ondanks alle voorgaande opmerkingen is dit een boek dat waardevolle inzichten biedt over de belevingswereld van kinderen en volwassenen en hun onderlinge wederkerige afhankelijkheid voor emotionele gezondheid.

© Minervaria

Advertenties

Written by minervaria

30 juni 1999 bij 22:36

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: