Boekrecensies Minervaria

Over mens en maatschappij

Archief voor de ‘Gezondheid en welzijn’ Categorie

Uitweg

leave a comment »

CHABOT, B. & BRAAM, S., Uitweg. Een waardig levenseinde in eigen hand. A’dam, Nijgh & Van Ditmar, 2010, 283 pp. – ISBN 978 90 388 9314 3

Niemand kan bestrijden dat zelfdoding dikwijls in overeenstemming is met ons eigen belang en onze plicht tegenover onszelf: ouderdom, ziekte of ongeluk kunnen het leven tot een last maken, een last die zwaarder kan wegen dan het leven zelf.

David Hume

Wat moet je als je hoogbejaard en hulpbehoevend bent, de vrienden wegvallen, je toekomst inkrimpt, vermoeidheid ieder bezoekje gauw te veel maakt en je vindt dat het genoeg geweest is? Wat kan je doen als je een ernstige chronische, maar niet dodelijke, ziekte hebt en steeds minder kunt, met 24 uur gedwongen bedrust en pijn in het vooruitzicht? Wat rest je als het verpleeghuis wenkt, waar zelfs de bedtijden voor je worden bepaald? Welke mogelijkheden zijn er nog voor mensen van wie het euthanasieverzoek klip-en-klaar wordt afgewezen?

Vaker dan bekend is overwegen mensen in voorliggende gevallen om zelf hun leven waardig te beëindigen. Dat is niet verboden, zolang men hiervoor zelf de verantwoordelijkheid neemt. Het is echter niet gemakkelijk om zonder hulp van een arts goede informatie te vinden over een waardig levenseinde in eigen beheer. Dit boek wil mensen met een weloverwogen doodswens informeren over hoe zij dat kunnen uitvoeren.

Om je leven zelf in waardigheid te beëindigen bestaan er twee manieren. De eerste is de medicijnmethode. Je stelt je eigen ‘pil van Drion’ samen, een combinatie van dodelijke medicijnen met slaapmiddelen, en neemt ze in. De andere methode is stoppen met eten en drinken. Anders dan gewoonlijk wordt gedacht, is bewust versterven geen gruwelijke dood. Met de juiste mondverzorging en verzachtende medicijnen, is stoppen met eten en drinken voor hoogbejaarden en ernstig zieken draaglijk. Bovendien biedt de periode van verzorging de mogelijkheid van een intens afscheid van de dierbaren, verspreid over meerdere dagen.

In Uitweg worden beide methoden uitgebreid en nauwkeurig beschreven. Als je stopt met eten en drinken is het belangrijk te weten wat je te wachten staat, hoelang het kan duren en welke maatregelen getroffen moeten worden om dorst en ander ongemak te vermijden. Kies je voor de medicijnmethode, dan dien je te weten welke medicijnen nodig zijn en in welke combinatie je ze moet innemen. Er wordt ook uitgelegd hoe je ze in bezit krijgt en hoe je ze moet innemen om te voorkomen dat je later in het ziekenhuis wakker wordt. Daarom belichten de auteurs ook verschillende onzekere en gevaarlijke methoden om uit het leven te stappen.

Rond het zelfgekozen levenseinde spelen allerlei wetten en regels een rol. De auteurs leggen de ongeschreven spelregels en valkuilen rond euthanasie bloot en geven praktische adviezen voor het doen van een succesvol euthanasieverzoek. Ze leggen uit  hoe je binnen de wet kan blijven als een dierbare je bijstaat bij zelfdoding en welke hulp strafbaar is.

De auteurs hebben alles gedaan om van Uitweg een echt praktisch handboek te maken. Bij iedere methode hoort een checklist en een geheugensteun met alle te nemen stappen. Er is een handig overzicht van alle potentieel dodelijke medicijnen, met vermelding van de juiste combinatie en dosis. Men vindt ze alfabetisch geordend terug in het medicijnregister, met vermelding van de betreffende pagina. In de uitklapbare tabel van de achterflap zijn diezelfde medicijnen te vinden, met hun merknamen in negen West-Europese en vier Engelstalige landen. Achter in het boek is bovendien een adressenlijst opgenomen van de instanties waar men in Nederland en Vlaanderen anoniem terecht kan met vragen over een doodswens.

Toch is dit geen handleiding met hapklare recepten. Het boek belicht de verschillende facetten van een zelfgekozen levenseinde en situeert de zelfgekozen dood in een breder perspectief. De auteurs definiëren zelfeuthanasie ten opzichte van zelfmoord of suïcide en euthanasie. Ze houden een warm pleidooi voor een goede dood en de mogelijkheid om op je eigen manier te sterven. De algemene inzichten worden raak geïllustreerd met ontroerende verhalen van nabestaanden en interviews met deskundigen.

De delicate kwestie van het zelfgekozen levenseinde wordt in dit boek met een zeldzame openhartigheid besproken. Door te informeren willen de auteurs de bevoogding doorbreken van artsen en wetgevers inzake het levenseinde. Op geen enkele wijze willen zij een impulsieve, eenzame en verminkende zelfdoding bevorderen. Een waardig levenseinde vraagt een intensieve voorbereiding en de nabijheid en steun van medemensen en is alleen al daardoor onverenigbaar met een overhaaste beslissing.

Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor mensen met een weloverwogen doodswens en voor hun naasten. Maar je hoeft eigenlijk niet te wachten op een ziekte of doodswens om het te lezen en altijd binnen handbereik te hebben. Ik kan het iedereen aanraden die het levenseinde binnen eigen beheer wil houden als het aan de orde komt.

@  Minervaria

Written by minervaria

30 november 2011 at 14:45

Geplaatst in Gezondheid en welzijn

Getagged met ,

Kans op slagen

leave a comment »

DE GROOF, K. & T. DE GENDT (Red.), Kans op slagen. Een integrale kijk op geweld in gezinnen. Leuven, Lannoo Campus, 2007, 284 pp. – ISBN 978 90 209 7419 5

‘Een 35-jarige man werd veroordeeld tot een celstraf van 12 maanden, waarvan de helft effectief, voor het mishandelen van zijn 28-jarige vriendin. Volgens de burgerlijke partij zou de man het slachtoffer niet alleen gedurende drie dagen hebben geslagen, maar probeerde hij haar ook te verstikken. Op de rechtbank ontkende de man de feiten. Tijdens zijn voorarrest kreeg hij verschillende malen bezoek van zijn vriendin.’

Het gezin is de plaats waar we liefde en warmte verwachten te ontvangen. Daarom zijn we altijd geschokt wanneer we lezen over kinder- of partnermishandeling. Toch is geweld binnen gezinnen de meest voorkomende vorm van geweld in een samenleving. Maar omdat het tot de intieme leefsfeer behoort, wordt het afgedekt en zelden openlijk besproken. Het is beladen met schaamte, angst en machteloosheid, en daardoor taboe. Het geweld dat aan de oppervlakte komt is slechts het topje van de ijsberg.
Huiselijk geweld is ‘stil’ geweld.

Familiaal geweld moet nochtans wel degelijk besproken en aangepakt worden, want het stopt nooit vanzelf. Bovendien weten we dat iemand die geweld in het gezin ervaart, hetzij als getuige of als slachtoffer, een beduidend grotere kans loopt later in het leven zelf geweld te plegen of te ondergaan.
Hulpverleners dienen dus alert te zijn op signalen van familiaal geweld. Ze moeten inzicht hebben in de mechanismen achter het geweld om er op gepaste wijze mee om te gaan.

Dit boek bevat bijdragen van academici en praktijkmensen. Ze bespreken diverse aspecten van familiaal geweld, waarvan mannen en vrouwen, kinderen en ouderen het slachtoffer zijn. Alle auteurs vertrekken van een integrale en gezinsgerichte benadering. Geweld binnen gezinnen is immers een complex fenomeen, dat vaak van generatie op generatie doorgegeven wordt en waarvan de verschillende componenten nooit los van elkaar gezien mogen worden.

In het eerste deel komen algemene aspecten van familiaal geweld en de hulpverlening aan de orde. De auteurs lichten de verschillende vormen van huiselijk geweld toe alsook waarom het zo vaak voorkomt. Ze geven inzicht in de geweldspiraal bij dader en slachtoffer, en benadrukken het belang van situationele factoren en van het kunnen omgaan met conflicten zonder tot geweld over te gaan. De auteurs belichten ook de taak en positie van de hulpverlener in geval van vermoeden van geweld. Tenslotte wijzen ze op de noodzaak van een efficiënt netwerk van hulpverlening en nauwe samenwerking tussen justitie en de welzijnszorg.

Het tweede deel laat praktijkwerkers aan het woord over specifieke thema’s. Aan de orde komen onder andere het bespreekbaar maken van geweld in het gezin, stalking, werken met plegers van gezinsgeweld en het omzichtige werken met kinderen als slachtoffer en getuige. De twee boeiende bijdragen over familiaal geweld in allochtone kringen plaatsen familiaal geweld in een sociaal-cultureel perspectief. En ouderenmishandeling, een vaak ‘vergeten’ vorm van geweld, werd hier niet vergeten.

In het derde deel tenslotte zijn een aantal bruikbare methodische kaders voor de hulpverlening opgenomen. Zij vullen de praktische richtlijnen uit het vorige deel goed aan.

Het opzet van de redacteurs was om te verduidelijken hoe de verschillende vormen van geweld in gezinnen met elkaar samenhangen. Daarin zijn ze met glans geslaagd. Op overtuigende wijze breken ze een lans voor een integrale en gezinsgerichte benadering. Het geheel is met zorg samengesteld en de verschillende bijdragen zijn inhoudelijk diepgaand uitgeschreven.

Dit boek is vooral bestemd voor professionele hulpverleners. Uiteraard is de inhoud voor hen belangrijker dan de vorm. Toch had hier meer aandacht aan mogen besteed worden. Het houterige en afstandelijke taalgebruik van veel bijdragen is storend. Een slordige redactie heeft bovendien heel wat taalfouten laten staan, zoals het door elkaar gebruiken van enkel- en meervoud.
Ook een boek voor beroepskrachten verdient echter een aantrekkelijke presentatie en vlot leesbare tekst.

Niettemin kan ik dit werk aan alle geïnteresseerden aanbevelen. Het mag zeker niet ontbreken in de bibliotheek van agogische opleidingen en centra voor welzijnszorg.

© Minervaria

Written by minervaria

18 mei 2011 at 19:15

Geplaatst in Gezondheid en welzijn, Relaties

Getagged met

Auto-euthanasie

leave a comment »

CHABOT, B., Auto-euthanasie. Verborgen stervenswegen in gesprek met naasten. A’dam, Uitg. Bert Bakker, 2007, 304 pp. – ISBN 978 90 351 3161 3

Mensen hebben hun dood altijd al willen beheersen. Door de verbeterde medische diagnostiek en behandeling is dit pas in de laatste halve eeuw bij sommige ziekten ook mogelijk geworden. In westerse landen beschikken artsen over verschillende methodes om het overlijden te bespoedigen. Dank zij de euthanasiewetgeving kunnen zij mensen op verzoek uit hun ondraaglijke en uitzichtloze lijden verlossen zonder dat zij hiervoor gestraft worden. Maar in onze samenleving zijn er mensen die hun overlijden niet aan artsen willen overlaten. Ze willen zelf bepalen hoe en wanneer zij sterven.

Over deze manier van sterven verkeert de samenleving in zalige onwetendheid. Weinig mensen weten welke middelen je nodig hebt om op een serene manier een einde te maken aan je leven noch hoe je er aan komt. Ook zijn niet alle artsen bekend met de manier waarop iemand zichzelf zonder fysieke ellende van kant kan maken. In hun opleiding en bijscholingen komt dat thema in ieder geval niet aan de orde.

Als psychotherapeut en psychiater werd Boudewijn Chabot intensief met doodsverlangens van mensen geconfronteerd. Meer dan 10 jaar lang heeft hij verhalen verzameld over de wijzen waarop mensen proberen hun dood zelf te regisseren. Dit is mogelijk door het innemen van een dodelijke combinatie (slaap)middelen of door bewust te stoppen met eten en drinken. In beide gevallen gebeurt de levensbeëindiging in gesprek met een of meer naasten en zonder dat een arts een dodelijke handeling verricht. Chabot noemt deze methodes auto-euthanasie of zelfdoding in gesprek met naasten.

Ieder jaar benemen een aantal mensen zich het leven door middel van auto-euthanasie. Het zal geen verbazing wekken dat deze praktijk met geheimzinnigheid omgeven is. Zelfdoding roept onmiddellijk beelden op van wanhoopsdaden en gruwelijke verminking. Er is bitter weinig vakliteratuur over voorhanden en nauwelijks onderzoek naar gedaan. Men weet niet over hoeveel sterfgevallen per jaar het gaat en waarom mensen daartoe overgaan, noch hoe het verloopt. Voor het euthanasiedebat is het nochtans belangrijk dat hierover meer informatie beschikbaar is.

In dit boek presenteert Chabot de resultaten van een systematisch sociologisch onderzoek in Nederland tussen 1999 en 2004 naar die twee vrij onbekende wegen om het eigen leven met opzet te beëindigen. Met behulp van een combinatie van vragenlijsten en diepte-interviews met naasten van de overledenen wilde hij te weten komen hoe vaak mensen met behulp van deze methoden hun eigen dood veroorzaken, wie dit doet, waarom en hoe het verloopt.

Net omdat het over een zeer gevoelig onderwerp gaat, heeft hij dit onderzoek zeer zorgvuldig aangepakt. De methodologie is grondig doordacht en aan strenge criteria onderworpen. Hiermee heeft hij een solide basis gelegd voor later geactualiseerd onderzoek naar auto-euthanasie. Liefst twee hoofdstukken van het boek worden besteed aan de verantwoording van de gevolgde werkwijze. Wie daar geen boodschap aan heeft kan zich gerust beperken tot de interpretaties en conclusies.

Het verhaal van tien naasten over het zelfdodingsproces van een familielid of bekende, die Chabot ‘dossiers’ noemt, zullen echter zeker iedere lezer boeien. Anders dan tegenstanders vaak beweren, blijkt uit deze gevalsbeschrijvingen dat bewuste levensbeëindiging in gesprek met naasten geen impulsieve daad is uit wanhoop, maar weloverwogen en zeer doordacht. Je kan alleen maar ontzag hebben voor de vastberadenheid waarmee deze mensen kozen voor een waardige dood, soms in strijd met hun arts.

Uit het onderzoek blijkt dat beduidend meer mensen sterven als gevolg van auto-euthanasie dan in de overlijdensstatistieken vermeld wordt. Veel vaker dan men denkt worden artsen met dilemma’s geconfronteerd door patiënten die overwegen bewust ten dode te vasten en dorsten of een zelfdoding voor te bereiden met een dodelijke combinatie van middelen. Toch zouden zij patiënten met minder schroom van de nodige informatie moeten voorzien. Een goede relatie met de behandelende arts kan immers in belangrijke mate bijdragen tot een waardige dood.

Chabot doorprikt meteen een aantal hardnekkige vooroordelen over de verschillende methodes van levensbeëindiging.
Zijn centrale stelling is dat terminale sedatie, euthanasie en auto-euthanasie verschillende wegen zijn naar hetzelfde doel: een goede dood met zolang mogelijk contact met naasten. Dit wordt hier naar mijn mening met glans beargumenteerd.

Voorlopig, zegt hij, is auto-euthanasie in alle opzichten onbekend terrein. Terugkijkend op het langgerekte publieke debat dat de euthanasiewet voorafging, zou het weleens een hele tijd kunnen duren voor de samenleving met auto-euthanasie leert omgaan. Maar de onbekendheid belet niet dat het vaker gebeurt dan men denkt.

Dit leerrijke boek laat zich vlot lezen. Het is een ‘must’ voor iedereen die zich wil informeren over de mogelijkheden om bewust het eigen levenseinde in handen te nemen.

© Minervaria

Written by minervaria

23 maart 2011 at 19:57

Het gelijk van de dieren, het geluk van de mensen

with 2 comments

THIEME, M., Het gelijk van de dieren, het geluk van de mensen. A’dam, Cossee, 2009, 94 pp. – ISBN 978 90 5936 236 9

Opgeblazen kalkoenen die niet langer kunnen lopen, kippen die zo snel groeien dat hun botten breken, kalveren die hun eerste en tevens laatste levensweken nagenoeg onbeweeglijk in een nauwe kooi slijten, varkens die onverdoofd gecastreerd worden. We weten het onderhand allemaal, we zijn verontwaardigd en toch blijven we vlees eten.
Waarom denken wij ons alles met en jegens dieren te kunnen veroorloven? Wat levert ons dat op?

Nooit in de geschiedenis zijn dieren op zo grote schaal misbruikt als vandaag het geval is, zegt Marianne Thieme, voorzitster van de Nederlandse Partij voor de Dieren. Alleen al in Nederland sterven per jaar honderden miljoenen dieren in de bio-industrie na een kort en ellendig leven. De rechtvaardiging van dat groteske misbruik steunt niet op redelijke argumenten maar uitsluitend op emoties. Die gaan ten koste van mededogen, duurzaamheid en langetermijndenken. Vooral hebzucht is de oorzaak van de verschillende crises waarmee de wereld de afgelopen decennia werd geconfronteerd.

In dit heldere essay maakt Thieme duidelijk dat de intensieve veehouderij daar een zeer belangrijk aandeel in heeft. De bio-industrie is uitgegroeid tot een kweekvijver van problemen op het gebied van milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en biodiversiteit.
De maatschappelijke kosten zijn enorm. Ze worden voor een deel verhaald op de proefdieren. Die moeten bijdragen tot de genezing van ziekten die het gevolg zijn van onze ongezonde leefstijl. Bovendien betalen wij er allemaal voor, want ze worden gesubsidieerd uit gemeenschapsgeld.

Een verlaging van de uitstoot van broeikasgassen door de intensieve veehouderij en een vermindering van de vleesconsumptie in de wereld vormen de grote uitdagingen voor het klimaatbeleid, stelt Thieme. Een betere wereld voor dieren zal ook een betere wereld voor mensen opleveren.
Daarmee maken we niet alleen een pragmatische keuze voor welbegrepen eigenbelang maar kiezen we ook voor een ethiek van mededogen met andere levende wezens. Daarvoor is een mentaliteitsverandering nodig in de richting van duurzaamheid en mededogen.

Zelfs als de samenleving nog niet zover is, kunnen we deze keuze reeds als individu maken en minder vlees eten. Thieme neemt dan ook de ‘Besparingstabel minder vlees’ op zoals berekend door het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit Amsterdam (onderaan opgenomen).

Wie van een voorvechter van milieu en dieren een hoogdravend en zweverig sentimenteel verhaal verwacht komt bedrogen uit. Ik was aangenaam getroffen door de heldere en nuchtere stijl van dit essay, dat zeer degelijk en rationeel onderbouwd is.

Dit dunne boekje is een absolute stellingname tegen het lijden van dieren voor menselijk gewin of plezier. Het is zeer toegankelijk geschreven en laat zich derhalve zeer vlot lezen.
Warm aanbevolen!

© Minervaria

Lees ook: NUSSBAUM, M., Een waardig bestaan. Over dierenrechten.

Weetje: Koeien hebben gemiddeld 7,7 kg voedsel nodig om 1 kg eiwit (vlees) te maken. Varkens hebben 6,3 kg, kippen 3,6 kg en krekels gemiddeld 1,7 kg voedsel nodig om 1 kg eiwit te maken.

Deze koe kost u zes maanden van uw leven

Written by minervaria

28 februari 2011 at 22:14

Geluk is een keuze

with 5 comments

van der WERF, M., Geluk is een keuze. Verlicht je leven door loslaten. Uitg. Boekenbent, 2008, 297 pp. – ISBN 978 90 857 0246 7

“Geluk is geheel afhankelijk van onszelf”

Met deze uitspraak van Aristoteles zet Mariska van der Werf meteen de toon. Geluk hebben is immers niet hetzelfde als gelukkig zijn. Geluk is geen toeval of iets dat je overkomt. Het is niet afhankelijk van mensen of omstandigheden. Je hebt je geluk zelf in handen, geluk is een keuze.

Waarom lukt het je dan niet om gelukkig te worden, terwijl je toch echt wel je best doet? Te hoge verwachtingen, angst voor herhaling van het verleden of negatieve overtuigingen beletten je om dat doel te bereiken. Om gelukkiger te worden moet je die blokkades loslaten. Dat klinkt eenvoudig maar is het helemaal niet. Die blokkades zijn een deel van je leven geworden en je hebt je eraan gehecht. Door ze los te laten bevrijd je je echter uit een zelfopgelegde gevangenis. Loslaten verlicht je leven en maakt je vrij om de regie over je eigen leven in handen te nemen.

In het eerste deel van haar boek legt Mariska van der Werf uit wat ze onder duurzaam geluk verstaat en hoe je dat kunt bereiken. Er zijn verschillende soorten blokkades of weerstanden die ons beletten dit te realiseren. Die mogen dan wel lastig zijn, als je ze als een uitdaging beschouwt heb je ze al gedeeltelijk overwonnen.

Voor wie het moeilijk vindt om die blokkades bij zichzelf te herkennen en om ze beter  los te kunnen laten, ontwikkelde ze de VITAL-methode. VITAL is een letterwoord dat staat voor Voelen, Inventariseren, Typeren, Accepteren en Loslaten. Deze stappen worden uitvoerig belicht in het tweede deel van het boek.

Vervolgens stelt ze een aantal waardevolle methodes en technieken voor die je kunnen helpen om de stappen in de VITAL-methode te zetten. Je leert er onder andere ademhalingstechnieken, hoe je kunt visualiseren, hoe je anders kunt kijken naar wat je overkomt en hoe rituelen en symbolen je helpen je leven zin te geven.

De apotheose van het boek wordt gevormd door veertien wegwijzers voor een gelukkiger leven die de auteur zelf met succes volgt. Het zijn stuk voor stuk waardevolle tips en raadgevingen om je leven en je geluk in eigen handen te nemen.

Over gelukkig zijn kun je praten en schrijven, om het te worden moet je iets dóen. Dit boek is dan ook een werkboek en dus vooral praktisch op te vatten. Het bevat een schat aan beproefde technieken, geplukt uit de weelderige tuin van methodes waarmee je meer zelfkennis verwerft en effectiever leert omgaan met mensen en gebeurtenissen in je leven. De auteur haalde de mosterd onder andere bij Neurolinguïstisch Programmeren, de Rationeel-Emotieve Therapie, de communicatieleer, hypnotherapie en relaxatietherapie.

Een beetje scepticus gaat echter steigeren wanneer deze werkelijk goede adviezen onderbouwd worden met pseudowetenschappelijke en esoterische verklaringen en begrippen zoals de wetten van het universum, chakra’s, meridianen, aura’s en karma. Deze begrippen worden bovendien oppervlakkig uitgelegd. Op zich zou dat niet zo erg zijn, als de auteur niet geregeld ook gevaarlijke uitspraken deed. Lichamelijke klachten laat je beter door een deugdelijke arts onderzoeken voor je je gaat afvragen welke psychologische betekenis erachter zou kunnen zitten. Galstenen hebben niets te maken met opgekropte woede. Ziekten moet je níet omarmen en niet alles wat je overkomt is goed voor je.

Is dit een goed zelfhulpboek? Onderzoek wijst uit dat niet de schrijver maar de lezer bepaalt of de verschafte adviezen behulpzaam zijn. In dit boek wordt je in ieder geval een ruime verscheidenheid aan technieken aangeboden. Sommige sluiten beter aan bij je eigen voorkeur dan andere. Mariska van der Werf laat je geheel vrij om de hulpmiddelen aan te wenden waarbij je je goed voelt.
Wie zich niet kan vinden in pseudowetenschap en esoterie vindt er ook nuttige raad of kan voor zelfhulp elders terecht.

Tussen die vele keuzemogelijkheden dreig je als lezer gemakkelijk het noorden kwijt te geraken. Een meer overzichtelijke indeling en gevarieerde bladspiegel waren een grote hulp geweest. De vele verwijzingen naar andere hoofdstukken voor een betere uitleg van een of andere techniek zijn bovendien behoorlijk onhandig.
Ondanks het aangename lettertype ergerde ik mij geregeld aan slordigheden in taal en vormgeving. De bladspiegel is erg monotoon.
Sommige belangrijke begrippen worden niet of onvoldoende uitgelegd, bijvoorbeeld ankeren.

Bij de degelijke adviezen mis ik tenslotte een weg naar geluk, die zijn deugdelijkheid overvloedig heeft bewezen. Je inzetten voor een doel buiten jezelf, hetzij ten bate van anderen hetzij om iets te verwezenlijken, is volgens recent onderzoek een van de meest effectieve manieren om een gelukkig leven te leiden.

© Minervaria

Interessante tips op: Pluk je geluk
Zeven sleutels tot geluk

Written by minervaria

29 oktober 2010 at 10:44

Geplaatst in Gezondheid en welzijn

Getagged met ,

Het einde van de psychotherapie

leave a comment »

VERHAEGHE, P., Het einde van de psychotherapie. A’dam, De Bezige Bij, 2009, 253 pp. – ISBN 978 90 234 4202 82

De klassieke psychotherapie ligt op apegapen, stelt Paul Verhaeghe, klinisch psycholoog en psychoanalyticus. In de afgelopen decennia is de kijk op psychische problemen en psychiatrische aandoeningen drastisch veranderd. De opvatting dat psychische problemen een betekenisvolle reactie zijn op opvoeding en sociale omstandigheden, heeft plaats gemaakt voor een streng biomedisch denkkader waarin alle menselijke problemen een neurologisch-genetische verklaring heten te hebben. De klassieke neurosen zijn stoornissen of disorders geworden waar mensen niets aan kunnen doen en waarvoor ze niet verantwoordelijk zijn. En psychotherapie die een eigen inzet vraagt, is vervangen door gemakkelijke pillen.

Je zou deze evolutie kunnen toejuichen als een vooruitgang in de kennis en aanpak van psychische problemen, ware het niet dat zich in onze welzijnsmaatschappij steeds meer mensen met een psychische stoornis aandienen. Om de haverklap worden trouwens nieuwe stoornissen ‘gevonden’ waarvoor dan weer telkens nieuwe behandelingen met medicijnen worden uitgedokterd en gepropageerd. Steeds meer mensen, ook insiders, zijn de overtuiging toegedaan dat psychotherapie niet werkt.

Bovendien veranderde het cliëntenbestand van de gemiddelde psychotherapeut aanzienlijk. De mensen die leden onder psychische problemen die hun levenskwaliteit ernstig aantastten, hebben plaats gemaakt voor mensen die op zoek zijn naar zichzelf. Ze lijden onder het onvermogen om te leven met onzekerheid en onvolledigheid, en verwachten van de therapeut een antwoord op de vraag welke keuzes te maken. Het menselijke tekort als normale levensproblematiek wordt stilaan een ziekte of stoornis. De vraag die psychotherapeuten tegenwoordig het vaakst te horen krijgen luidt: “Wat moet ik met mijn leven?”

Hoe heeft het zover kunnen komen? Paul Verhaeghe maakt een analyse van een combinatie van maatschappelijke ontwikkelingen waarvoor de psychotherapie de zwarte piet toegespeeld krijgt. Hij toont aan hoe een uit de hand gelopen meritocratie de traditionele groepen heeft weggevaagd, en individuen verweesd en geïsoleerd heeft achtergelaten met een algemeen gebrek aan zinverlening. Dezelfde sociaaleconomische ontwikkelingen die mensen uit hun groep of hun context lichten, isoleren ook hun problemen. Als koren op de molen van de rechtse analyse komt het probleem helemaal op rekening van het individu: eigen schuld dikke bult.

In dezelfde periode hebben de mens- en sociale wetenschappen, op zoek naar meer wetenschappelijke status en in de illusie van iedere generatie dat men (bijna) het eindpunt van kennis en kunde heeft bereikt, zich in de armen van de biomedische wetenschappen geworpen. De specifieke oorzaak van psychische problemen en stoornissen is immers relatief onduidelijk. Dan is zelfs een schijn van objectiviteit zeer aantrekkelijk. Men gaat genoegen nemen met een gefragmenteerde, puur gedragsmatige omschrijving, zoals de opeenvolgende versies van de DSM laten zien. Verhaeghe legt haarscherp bloot hoe misleidend deze benadering is, en hoe ze mensen met problemen door middel van etikettering een geruststellende identiteit verschaft met inbegrip van de bijhorende medicatie.

In deze evolutie gaat de psychotherapie echter zelf ook niet vrijuit. Al te lang huldigde men de eenzijdige veronderstelling dat alle psychische problemen te verklaren waren door een foute opvoeding en maatschappelijke omstandigheden. Als gevolg daarvan ging men er vanuit dat psychotherapie alleenzaligmakend was, voor alles hielp en zelfs de maatschappij kon veranderen. Het gevolg was een ongecontroleerde wildgroei van uiteenlopende scholen en zelfverklaarde therapeuten die de geloofwaardigheid van de discipline ernstig aantastten.
De overschatting van de mogelijkheden van de psychotherapie is haar slecht bekomen. De hooggespannen verwachtingen werden niet ingelost en onderschatting was het gevolg. Psychotherapie werd de kop van jut voor de mislukkingen in de geestelijke gezondheidszorg.

Is daarmee een einde gekomen aan de psychotherapie, waarvan de basis in het begin van de vorige eeuw door de psychoanalyse werd gelegd? Moet wie zich brandt nu maar op de blaren zitten? Verhaeghe meent van niet. Nieuwe problemen vragen een andere aanpak en andere oplossingen. De nieuwe therapeut zal zijn vertrouwde arsenaal aan methodes moeten loslaten en zich moeten afstemmen op de nieuwe patiënt of cliënt. Die is minder geneigd tot introspectie, en wil zonder veel inspanning van zijn probleem verlost worden. De nieuwe therapeut zal dan ook veel meer dan vroeger energie moeten besteden aan het uitbouwen van een therapeutische relatie, en mensen leren reflecteren.

Wie met psychotherapie bezig is ziet natuurlijk vooral de sombere kanten van het bestaan. Paul Verhaeghe maakt een scherpe analyse van de pijnpunten van onze moderne maatschappij. Het einde van de psychotherapie is dan ook geen vrolijk boek. Het balanceert geregeld op het randje van doemdenken.
Toch erkent hij ook de verdienste van de recente evoluties in de geestelijke gezondheidszorg. Zoals Eline Saks getuigt, heeft medicatie veel mensen met psychiatrische problemen geholpen het aanmodderen te ontstijgen en een rijk leven te leiden. We mogen het kind echter niet met het badwater weggooien. Verhaeghe pleit daarom voor een genuanceerde visie op geestelijke gezondheid. Psychische problemen zijn geen geïsoleerde problemen van een individu en diens onmiddellijke omgeving, maar evenmin een zuiver effect van externe invloeden waarvan iemand het slachtoffer is.

Verhaeghe goochelt natuurlijk met de visie en begrippen uit de psychoanalyse. Alhoewel enigszins vertrouwd met dit begrippenkader had ik het toch knap lastig met zijn relatief ondoorzichtige en abstracte taal. In het eerste stroeve hoofdstuk wordt de lezer meteen voor de leeuwen gegooid. Wie deze hindernis heeft genomen wordt echter beloond met een doordringende kritische kijk van een insider op de huidige stand van zaken in de geestelijke gezondheidszorg en de psychiatrie.

© Minervaria

Written by minervaria

3 augustus 2010 at 17:49

Zo zit het

leave a comment »

STAARINK, H.A.M., Zo zit het! Over zitten, stoelen en rolstoelen. Assen, Van Gorcum, 2007, 212 pp. – ISBN 978 90 232 4341 0

De afgelopen jaren werd comfortabel zitten steeds minder vanzelfsprekend. Een nieuwe kantoorstoel bleek geen slechte aankoop maar bracht niet het verhoopte soelaas. Dus zocht ik een goed boek over zitten en zithouding. Het werk van Harrie Staarink sprak me meteen aan. Het ontwerpen van een rolstoel was voor hem aanleiding voor een diepgaand onderzoek naar meetbare criteria voor een goede zithouding.

Doordacht is het boek van Staarink zeker. Zitten en zitgedrag worden op een wetenschappelijke wijze behandeld. Dat levert een technisch en zakelijk werk op, waarop de doorsnee lezer zijn tanden breekt. Een belangrijk deel gaat over het zitten in rolstoelen. Maar om goede rolstoelen te ontwerpen moet je het zitgedrag van mensen in het algemeen begrijpen. Dit pakt Staarink dan ook eerst aan.

Zitten is blijkbaar geen eenvoudige bezigheid. Wie gaat zitten zoekt een comfortabele houding voor dat moment. Maar na verloop van tijd voldoet die niet meer. Dan wordt een andere houding gezocht. Daarom zitten mensen eigenlijk nooit stil. Dat was een opluchting voor me. Ik bleek niet de enige die dezelfde houding niet lang kan volhouden.

Staarink vraagt zich vervolgens af welke factoren het comfort van een zithouding bepalen. Het hoeft ons eigenlijk niet te verwonderen dat we uitkomen bij een laag energieverbruik. Aan zitten willen mensen liefst zo weinig mogelijk energie spenderen. Ze zitten liever in een passieve ongemakkelijke houding dan in een actieve houding die het lichaam minder belast. Zo zie je inderdaad mensen hoogst oncomfortabel ‘hangen’ op stoelen en banken die daar helemaal niet op gebouwd zijn. Daarbij zoeken ze vooral stabiliteit. Bepaalde spieren en ligamenten worden daardoor echter overbelast.

In een zeer technisch hoofdstuk over de verschillende componenten van zitgedrag onderzoekt Staarink wat de meest verantwoorde comfortabele zithouding is. Die blijkt verrassend gelijk te zijn, hoewel er toch heel verschillen zijn tussen mensen. Een zithoek van om en bij 123° blijkt ideaal. Dat klopt met mijn eigen ervaring. De voorgaande inzichten toetst Staarink aan verschillende soorten stoelen en zetels. De kniestoel die ik me dacht aan te schaffen heb ik op basis van zijn bevindingen maar geschrapt.

Vervolgens verdiept hij zich in de eigenschappen van een goede rolstoel. Het construeren en aanpassen daarvan is verre van eenvoudig. Er moet met heel veel aspecten rekening gehouden worden. Rolstoelgebruikers zijn immers tot zitten veroordeeld, en kunnen niet naar believen van houding veranderen.

Staarink diept tenslotte vier specifieke zitvraagstukken uit, onder andere de biomechanica van het zitgedrag en de preventie van decubitus. Dit deel is voor een niet-deskundige niet meer interessant en tevens moeilijk te volgen.

Dit boek is voor het grootste deel een vaktechnisch werk. Het is immers bestemd voor professionele hulpverleners. Ik heb het dan ook selectief gelezen. Gedeelten met veel vaktaal, formules en berekeningen heb ik overgeslagen. De voor leken begrijpelijke onderdelen zijn echter toegankelijk geschreven. De tekst wordt ruim ondersteund door illustraties, waarvan de meeste alleen door professionelen te begrijpen zijn.

Met het lezen van dit boek zijn mijn zitproblemen natuurlijk niet opgelost. Maar ik kan wel verder met de voorwaarden waaraan een goed zitmeubel dient te voldoen. Ik heb er ook een paar tips opgestoken over de beste zithouding bij het werken aan een computerscherm.
Het belangrijkste is wel dat ik mij veel bewuster geworden ben van mijn zitgedrag. Van zitten mag je gerust moe worden, aldus Harrie Staarink. Een actieve zithouding kan je het beste afwisselen met een passievere houding en met beweging. De zithouding is minstens even belangrijk als de eigenschappen van de stoel. “Men bedenke dat je op een goede stoel slecht kunt zitten en op een slechte stoel goed.”, aldus Harrie Staarink (p. 60).

Een beperkte weergave van Zo zit het is gepubliceerd als Google-book.

© Minervaria

Aansluitend: Opstelling beeldschermwerkplek

Written by minervaria

21 mei 2010 at 17:52

Geplaatst in Gezondheid en welzijn

Troost vragen, geven en ontvangen

leave a comment »

BOSWIJK-HUMMEL, R., Troost vragen, geven en ontvangen. Haarlem, Uitg. De Toorts, 2003 (2e dr.), 238 pp. – ISBN 90 6020 794 7

In periodes van verdriet en wanhoop kunnen mensen elkaar vaak niet opvangen. Ze weten niet hoe ze deze sombere gevoelens met elkaar kunnen delen. Partners, familie- en gezinsleden, vrienden zouden elkaar wel willen bijstaan, maar deze pogingen verlopen soms zeer stroef. Ze zijn niet in staat om elkaar te steunen en daardoor ontstaan vaak misverstanden die bij beide partijen veel frustratie en teleurstelling opleveren.

Nogal wat mensen blijven heel lang met onverwerkte pijn zitten omdat ze die aan niemand kwijt konden. Omgaan met pijn en verdriet van anderen is verre van gemakkelijk. Troosten en getroost worden, het gaat niet vanzelf.

Je hoeft echter geen soort psychotherapeut te zijn of een bepaalde techniek te beheersen om iemand te kunnen troosten, zegt Riekje Boswijk-Hummel. Troosten is een heel gewone menselijke activiteit. Je hoeft eigenlijk niets speciaals te doen. Troosten is communicatie over gevoelens en emoties, contact houden en oprechte aandacht geven aan de ander.

Dat is echter niet evident, want negatieve gevoelens als pijn, verdriet, boosheid, wanhoop brengen ons van ons stuk. Het delen van deze gevoelens kost vaak moeite, zowel voor wie ze ervaart als voor wie ernaar luistert. We durven niet aangeven dat we het moeilijk hebben, of we weten ons geen raad met het leed van de ander.

Riekje Boswijk-Hummel gaat in dit boek uitgebreid in op de wijze waarop mensen met elkaar omgaan in de sombere en lastige perioden van het leven. Ze belicht hoe goedmenende troosters de bal mis kunnen slaan zodat de klager gefrustreerd en teleurgesteld achter blijft. Sommige mensen lijken ook ontroostbaar in een slachtofferrol te blijven steken en schrikken mogelijke troosters daardoor af.

Ze maakt duidelijk wat het verschil is tussen troost en medelijden, tussen erkennen en meevoelen, tussen aanvaarding en berusting. Ze legt uit waarom het niet voldoende is dat je jezelf kan troosten en waarom de troostende aanwezigheid van een ander mens zoveel beter werkt. En ze verheldert waarom net in een vaste relatie de partners er vaak niet in slagen elkaar troost te bieden bij gezamenlijk leed.

In het laatste hoofdstuk verschaft ze tenslotte een paar eenvoudige, maar inspirerende praktische aanwijzingen die kunnen helpen om te ontsnappen aan destructieve communicatie en bevredigende troostgesprekken te voeren.

Wie wil stilstaan bij het eigen leed en dat van anderen vindt in dit boek een praktische en bruikbare handleiding. Het is vlot geschreven in gewone taal en de inhoud is heel herkenbaar.

© Minervaria

Written by minervaria

15 april 2010 at 20:05

Geplaatst in Communicatie, Gezondheid en welzijn, Relaties

Getagged met

Het utopisme van de drugsbestrijding

leave a comment »

TELLEGEN, E., Het utopisme van de drugsbestrijding. A’dam, Mets&Schilt, 2008, 348 pp. – ISBN 978 90 5330 583 6

Het gebruik van drugs is een emotioneel beladen onderwerp. Gegeven hun invloed op de bewustzijnstoestand hoeft dit niet te verbazen. Een sociaal geïntegreerd gebruik van roesmiddelen wordt dan ook meestal niet als probleem gezien. Wanneer het echter als ordeverstorend wordt ervaren komen de bestrijders in actie. Eeuwenlang bleven deze acties, onderhevig aan tegengestelde belangen, geografisch beperkt. Door de globalisering zitten we nu echter opgescheept met een wereldwijde drugsbestrijding die al veel meer ellende bracht dan beheerst en gereguleerd gebruik van de betrokken drugs vroeger veroorzaakte.

Het probleem zal bovendien op de agenda blijven staan omdat het onoplosbaar is, zegt Egbert Tellegen, socioloog en emeritus-hoogleraar. De wereldwijde drugsbestrijding blijft immers  gebaseerd op het ideaal van een drugsvrije samenleving. Dit maakbaarheidsideaal, dat Tellegen vergelijkt met het communisme, is een utopie. Er zijn legio aanwijzingen dat mensen altijd stoffen gebruikt hebben om hun kijk op de wereld en hun gevoelens te veranderen en er is alle reden toe om aan te nemen dat ze dat zullen blijven doen. Veel regelmatige gebruikers kunnen ‘s morgens niet helder denken tot ze hun eerste kop koffie op hebben.

De voornaamste oorzaak van de gigantische drugsproblematiek waarmee de hedendaagse wereldgemeenschap te kampen heeft is de morele veroordeling van druggebruik, zegt Tellegen. Hij toont aan hoe ‘morele ondernemers’ van allerlei slag hun maatschappelijke positie gebruiken om bepaalde morele principes aan anderen op te leggen. In die morele strijd moet wetenschappelijke kennis het afleggen tegen vooringenomenheid en moralisme. Een overweldigende hoeveelheid kennis en feiten die schreeuwt om een drastische herziening van het wereldwijde drugbeleid worden onder de mat geveegd om een allesomvattend maar contraproductief repressief beleid in stand te houden.

In zijn boek wil Tellegen vooral de feiten laten spreken. Op basis hiervan toont hij aan hoe de repressieve drugsbestrijding net de illegale winstgevende handel in de hand werkt en daarmee de strijd tegen de drugs rechtvaardigt. Hij maakt duidelijk hoe de bestrijding en het verbod van de ene drug het gebruik van de andere aantrekkelijker maakte en in de hand werkte. Bovendien worden als gevolg van drugsverboden milde drugs vervangen door sterkere en gevaarlijkere. De recente opgang van de legaal verkrijgbare stof mephedrone bevestigt dit weer. Een repressief beleid werkt overigens selectief en treft vooral minder machtige en minder weerbare bevolkingsgroepen in de samenleving.

Wat we over verslaving denken hangt immers in hoge mate af van wie er verslaafd is, zegt Tellegen. Over druggebruik bestaan immers een aantal hardnekkige mythes, die hij weer aan de hand van feitenmateriaal ontkracht. Uit een historisch en geografisch overzicht van het gebruik van verschillende drugs blijkt dat druggebruik vooral een probleem is wanneer het geen deel uitmaakt van de sociale structuur van een samenleving. In dat geval leren jongeren niet van ouderen hoe je op een beheerste manier met een bewustzijnsveranderend middel kan omgaan.

De wereldwijde strijd tegen drugs wordt voor het ogenblik geleid door de Verenigde Staten, die er, zoals gewoonlijk, meteen maar een morele kruistocht hebben van gemaakt. Tellegen vergelijkt deze oorlog en haar povere resultaten met de wijze waarop diezelfde strijd in het sociaaldemocratische Zweden wordt gevoerd. Vervolgens zet hij dit repressieve beleid af tegen het relatief tolerante en op gezondheidsbeschermende gerichte drugbeleid in Nederland. Onder internationale druk wordt dit beleid nu echter bijna stelselmatig verhard zonder dat zich dit vertaalt in een navenant dalend druggebruik.

Wie niet de tijd heeft om de vier vorige hoofdstukken te lezen, krijgt in het vijfde een instructief overzicht van alle bezwaren tegen drugsbestrijding nog eens op een rij. Daar horen, behalve de al genoemde, ook eerder onverwachte argumenten bij als belemmering van de godsdienstvrijheid en onnodige belasting van het milieu.

Het mag duidelijk zijn dat de criminalisering en de daarmee samenhangende bestrijding van druggebruik geen zoden aan de dijk zet en op verschillende gronden af te keuren is. Als verbieden niet werkt en volledig vrij laten om verschillende redenen ook niet wenselijk is blijft het alternatief van de regulering. Tellegen noemt het een sociaal standpunt: mensen zijn vrij in het gebruik, maar de staat kan niet werkeloos toezien als mensen zich door druggebruik massaal ten gronde richten. Zo is in onze maatschappij trouwens nog ander gedrag, zoals het gebruik van een autogordel, gereguleerd. Een regulerend beleid kan op termijn leiden tot het cultiveren van beheerst druggebruik, geïntegreerd binnen een sociale context.

Over hoe dit beleid er concreet moet uitzien spreekt Tellegen zich niet uit. Daarvoor verwijst hij naar het plan Drugsbeheersing door Legalisatie dat in 1994 werd voorgesteld.

Dit boek heeft me aangenaam verrast. Tellegen is een fervente tegenstander van de vaak gewelddadige drugsbestrijding en spaart de voorstanders niet. Maar hij sukkelt nergens in de valkuil waarin mensen als Theodore Dalrymple, die vinden dat drugs te vuur en te zwaard moeten bestreden worden, zo vaak trappen. Zijn benadering is genuanceerd en relativerend. Hij ontkent niet de negatieve aspecten van druggebruik, zoals overlast en gevaren voor de gezondheid, maar plaatst die in een context die toelaat de voor- en nadelen beheerst af te wegen.

Zijn stellingen zijn stevig onderbouwd en ruim gedocumenteerd. De tekst laat zich bovendien heel vlot lezen, mede door de eenvoudige taal en zeer beperkt gebruik van vakterminologie.

Warm aanbevolen aan wie een ander beeld wil over het drugprobleem dan door de media wordt voorgeschoteld.

© Minervaria

Aanvullende lectuur:

Written by minervaria

26 maart 2010 at 19:24

Geplaatst in Gezondheid en welzijn, Maatschappij, Politiek

Getagged met

Vrijen, slapen, eten, drinken, dromen

leave a comment »

ACKERMAN, J., Vrijen, slapen, eten, drinken, dromen. Een dag uit het leven van je lichaam. (Vert. Sex, Sleep, Eat, Drink, Dream) A’dam, Nw. Amsterdam, 2007, 336 pp. – ISBN 978 90 486 0367 7

Op de een of andere manier zijn we ons allemaal scherp bewust van onze fysieke buitenkant: onze rimpels, de vorm van onze neus, onze zwembandjes en de vetrolletjes op onze buik, de eerste grijze haren. Maar tot een of andere storing ons wakker schudt verkeren we meestal in zalige onwetendheid over wat zich in ons binnenste voltrekt.

Na een nare droom gaf Jennifer Ackerman haar plannen op om dokter te worden en werd ze wetenschapsjournaliste. Ze las tientallen boeken en pluisde honderden tijdschriftartikels uit, neusde rond in laboratoria en woonde ettelijke vermoeiende lezingen en conferenties bij. In haar boek presenteert ze de resultaten van de afgelopen vijf jaren intensief onderzoek naar intrigerende aspecten van de werking van ons lichaam.

Ze maakt ons wegwijs in de vele ingewikkelde processen en gebeurtenissen die in de loop van een etmaal de revue passeren. Met zwier loodst ze ons door de cruciale momenten van de dag, vanaf het ontwaken en de energieke ochtenduren, doorheen de landerige middagdip en de stresserende deadlines van de dag naar de ontspannende avond tot in het holst van de nacht.

Haar boek verschaft een schat aan weetjes over wat er gebeurt in ons lichaam als we vrijen, eten, slapen, drinken en dromen, en nog veel meer. We leren over circadiane ritmes en het verschil tussen uilen en leeuweriken. Met het biologische ritme als rode draad maakt ze onder meer duidelijk waarom de meesten onder ons geen goede multitaskers zijn, onze aandacht in de voormiddag het scherpste is, een middagdutje toch voordelig kan zijn, we alcohol het beste in de vooravond verwerken en de jeuk van een insectenbeet en een verstopte neus ons vooral ’s nachts uit de slaap houden. Ze probeert de wonderbaarlijke complexiteit van de slaap te ontwarren, wat die voor ons lichaam betekent en hoe kunstmatig licht en het moderne leven de grenzen van het dagelijkse ritme oprekken en ons natuurlijke slaappatroon in de war sturen.

Uit de vijftig pagina’s noten blijkt dat Jennifer Ackerman zich stevig gedocumenteerd heeft met behulp van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Uiteraard zullen na verloop van tijd bepaalde gegevens door recenter onderzoek bijgewerkt of achterhaald worden. Voorlopig biedt dit leerzame boek een mooi overzicht van de stand van de wetenschappelijke kennis van verschillende lichaamsprocessen tijdens het verloop van een dag.

Jennifer Ackerman schrijft met een vlotte pen, maar ze gebruikt toch nog vrij veel vaktermen. Enige voorkennis over de werking van het lichaam maakt de lectuur wat gemakkelijker. Jammer van de storende slordige vertaling.

© Minervaria

Written by minervaria

20 maart 2010 at 19:04

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.